LOF VAN DE HEER - ZIJN NAAM

 

0066

 

  1. Hoe lief’lijk klinkt toch Jezus’ naam
    In ‘t oor van wie gelooft.
    Het is de naam, die wonden heelt,
    En vuur’ge pijlen dooft.

Refrein:

     herhaal de laatste zin twee keer en

    vervolgens de laatste twee zinnen één keer

  1. Hij is als balsem voor de geest,
    En sterkte voor ‘t gemoed.
    Hij is ‘t die rust aan moeden geeft,
    En hong’rige harten voedt.

  2. Die naam, de Rots waarop ik bouw,
    Mijn Schuilplaats en mijn Schild,
    Mijn Schatkist die met Zijn gena,
    En deugden is gevuld.

  3. O Hij, mijn Redder, Bruidegom,
    Mijn Priester en Profeet.
    Mijn Koning, Herder, Weg en Doel,
    Hij, die mij leven geeft.

  4. Het pogen van mijn hart blijft zwak,
    En koud mijn warmste gloed.
    Eerst als ‘k Hem zie zoals Hij is,
    Zal ‘k zijn zoals Hij bedoelt.

Zoek op:

Eerste Regel of Onderwerp


Terug naar Bijlage