DE WEG VAN HET KRUIS - WINNEN DOOR VERLIEZEN

 

0626

 

  1. Als d’ olijf niet wordt gestoten,
    Hoe zal er olie zijn?
    En ontsnapt de druif de wijnpers,
    Dan krijgt men nooit de vreugdewijn.
    Wordt de nardus fijngewreven,
    Dan stijgt de geur eruit.
    Waarom ‘t lijden dan ontlopen,
    Waar Uw liefde mij toe leidt?

    Iedere slag is ware winst voor mij,
    Want in plaats van wat U wegneemt,
    Geeft U nu Uzelf aan mij.

  2. Slechts als U mijn hart bespeelt dan
    Wordt er muziek gehoord.
    Strenge leerschool van Uw liefde,
    Brengt die die muziek dan voort?
    Geen verlies, Heer, zal ik vrezen
    Als het mij trekt tot U.
    Mag ‘k Uw liefdehart aanschouwen,
    Daartoe geef ik alles nu.

  3. Buiten schot mijzelf te houden,
    Zo zij het, Here, nooit!
    ‘t Dringt in mij Uw weg te gaan, al
    Liet Uw liefde mij berooid.
    Uw werk in mij te voltooien,
    U bent daarop gesteld.
    Mens’lijk zijn wel mijn gevoelens,
    Maar wat U behaagt dat telt.

  4. Uw gedachten zijn soms anders,
    Doch Heer, niet ik maar Gij.
    Als Uw vreugde mijn verdriet is,
    Klinkt toch een “Amen” in mij.
    O, zo graag wil ‘k U behagen,
    Waartoe dat mij ook leidt.
    ‘t Kruis, dat zal ik graag verdragen
    Voor Uw vreugd’ en heerlijkheid.

  5. Gaat mijn lied gepaard met tranen,
    Toch zing ik tot Uw eer.
    U ontlokt aan mij zo‘n loflied
    Met Uw lieflijkheid steeds meer.
    Heer, voor mij werd U het kostbaarst,
    Al ‘t and’re telt niet mee.
    U moog’ wassen, ‘k worde minder,
    Dat is nu mijn een’ge bee.

Zoek op:

Eerste Regel of Onderwerp


Terug naar Bijlage