HET EVANGELIE - ROEPEND TOT DE HEER

 

1057

 

  1. Jezus, Die mijn ziel bemint,
    ’s Levens stormen loeien, Heer!
    O, beveilig mij, Uw kind,
    Leg mij aan Uw boezem neer.
    Als de golven woedend slaan,
    Tegen rotsen op en neer,
    Laat mij aan Uw zij dan staan,
    Tot de storm voorbij is, Heer.

  2. And’ re toevlucht ken ik geen;
    Hulp’ loos kom ik tot U vlien;
    Laat, o laat mij niet alleen,
    Wil mij steeds Uw hulpe bien!
    Als de zondelast mij drukt,
    Zend mij Uw verlossing neer;
    Ben ik zwak en neergebukt,
    Schenk mij dan Uw kracht, O Heer!

  3. Gij, o Heiland, zijt mijn kracht,
    Gij mijn hoog vertrek, o Heer;
    Gij sterkt zwakken door Uw macht,
    Gij geeft blinden d’ ogen weer,
    Heilig, driemaal heilig, Gij!
    Zie ontfermend op mij neer;
    Niets dan zwakheid vindt Ge in mij,
    Schenk mij Uw genad’, o Heer.

  4. Volheid van genade, Heer!
    Woont steeds in Uw priesterhart.
    Stort de stroom des levens neer
    In mijn ziel, neem weg mijn smart.
    Gij zijt ’s levens Heilfontein,
    Gij geeft zondaars zaligheid;
    Was mij, Heer! En houd mij rein,
    Nu en tot in eeuwigheid.

Zoek op:

Eerste Regel of Onderwerp


Terug naar Bijlage