Last en Gebed

Schriftlezing:

Jr. 33:2, 3; 1 Tes. 5:19

 

Een

 

Elk kind van God zou een door God opgelegde last moeten hebben. Geen enkel kind van God kan zeggen dat God hem of haar nooit een last gegeven heeft. Maar zo'n last kunnen we alleen van God ontvangen wanneer onze geest voor Hem openstaat. Een open geest voor God is de enige voorwaarde voor het ontvangen van een last van God. Zodra we een last van God hebben ontvangen, moeten we die trouw leren bevrijden door middel van het gebed. Wanneer de eerste last bevrijd is, zullen we een tweede ontvangen en wanneer de tweede weggenomen is, zullen we een derde ontvangen. Daarom is het zo belangrijk dat we onze geest openstellen voor God. We moeten tegen God zeggen: "Ik open mijzelf voor U om te bidden?' Vanwege onze ontrouw ontvangen we vaak helemaal geen last. Daarom moeten we – als we Gods lasten willen dragen – heel gevoelig zijn en dus niet een gevoel dat bij Hem vandaan komt verwerpen. Als we gewaarworden dat we ergens voor zouden moeten bidden, moeten we dat ook onmiddellijk doen. In het begin zijn die gevoelens misschien nog zwak, maar ze zullen in sterkte toenemen naarmate we verder gaan. Als we de Geest uitdoven en onze last niet door het gebed bevrijden, zullen we onze last zonder meer verliezen. In dit geval is de belijdenis van onze zonden de enige manier om onze last terug te krijgen en daarna moeten we trouw antwoorden op elke door God gegeven gewaarwording. Zodra we dus de neiging tot bidden voelen, moeten we bidden. Als we trouw onze lasten bevrijden, zal God ons voortdurend nieuwe lasten geven. De enige reden waarom we geen nieuwe lasten zouden ontvangen, is dat we de reeds verkregen last nog niet hebben bevrijd – en deze heeft ons de mond gesnoerd. Zodra we deze last bevrijden, zal er een nieuwe volgen. Een last kan erg onduidelijk zijn in het begin, maar we moeten eenvoudig trouw zijn. Als we in dit opzicht trouw zijn voor het aangezicht van de Heer, zal God ons de ene last na de andere geven. O, broeders en zusters, als we van enig nut voor God willen zijn, moeten we onze verloren lasten weer opnemen.

 

Lasten hebben vooral te maken met het werk van God. Daarom moeten we ernaar zoeken in alles Zijn wil te doen. Verder moeten we op Hem wachten in Zijn werk, totdat Hij Zijn last aan ons meedeelt. Deze last is in feite de openbaring van Zijn wil. De last die wij ontvangen is niet alleen de wil van God zelf, maar ook de manier waarop God Zijn wil bekend maakt.

 

Zo kan God je bijvoorbeeld een duidelijke en sterke last geven om het evangelie te verkondigen. Als je daarmee in stemt en dienovereenkomstig handelt, zal, naarmate je meer verkondigt, de last steeds lichter worden. In het begin zal de last misschien zwaar zijn, maar hoe meer je spreekt, hoe lichter de last wordt. Als je de last echter niet bevrijdt, zal hij zwaar op je geest drukken en het gewicht ervan zal zwaarder en zwaarder worden naarmate de tijd verstrijkt. Uiteindelijk zul je zo ongevoelig zijn, dat je niet eens meer bespeurt dat er een last is. Het innerlijke leven lijkt af te sterven en er ontstaat (althans zo lijkt het) een barrière tussen jou en God. (Dit betekent uiteraard niet dat je een eeuwige dood zult sterven. Het betekent slechts dat je het gevoel hebt alsof het innerlijke leven niet meer stroomt). Het lijkt wel alsof je God niet langer kunt benaderen en dat de last je heeft verpletterd. Al het geestelijke werk komt voort uit dergelijke lasten. Wanneer je probeert te werken zonder daarvoor een bepaalde last te hebben, zal je werk weinig vrucht dragen. Maar wanneer je werkt in overeenstemming met de last die op je ligt, zal je hele wezen steeds vrijer worden naarmate je vordert. Op het moment dat je begint zul je een zware last bespeuren, maar die neemt af naarmate je vordert en jijzelf zult opgebouwd worden. De waarde van je werk hangt dus af van de last die je ervoor hebt. Zonder last heeft je werk geen geestelijke waarde. Maar met een last is er wel degelijk sprake van geestelijke waarde. Elke keer dat je in overeenstemming met een last werkt, voel je je verfrist en opgebouwd. Terwijl je last weggenomen wordt, word jij opgebouwd. Wanneer je echter zonder last werkt, zul je niet alleen beseffen dat je tevergeefs werkt, maar ook dat je berispt wordt terwijl je werkt. Met elk geestelijk werk moet gewacht worden totdat God er een last voor geeft. Vervolgens moet die last op zorgvuldige wijze bevrijd worden.

 

Twee

 

Maar dit betekent niet dat we constant naar binnen moeten kijken om te ontdekken of er al dan niet sprake is van een last. Niets is schadelijker voor Gods kinderen dan zelfonderzoek. Laten we dit in gedachten houden: het meest schadelijke wat we kunnen doen is onze blik naar binnen te richten. Dit is wellicht nog kwalijker dan zonde. Zonde is gemakkelijk als zodanig te herkennen, maar zelfonderzoek wordt niet zo gemakkelijk herkend. Een onopgemerkte ziekte is altijd gevaarlijker en schadelijker dan een onderkende ziekte. Als er aan je gevraagd zou worden of trots verkeerd is, zou je daarop onmiddellijk bevestigend antwoorden. Als je gevraagd zou worden of het verkeerd is om jaloers te zijn, zou je heel zeker weten dat dit inderdaad zo is. Deze tekortkomingen zijn namelijk overduidelijk. Maar je zou jezelf twintig keer per dag kunnen onderzoeken, zonder er enig idee van te hebben dat je iets verkeerds doet. Als je ruzie maakt, merk je al gauw dat je iets verkeerds gedaan hebt: je onderkent je ziekte al gauw. Maar je kunt ook aan zelfonderzoek doen zonder je bewust te zijn van het kwaad ervan. Er is namelijk niets schadelijker in het christenleven dan het naar binnen gericht zijn. Veel christenen zijn naar binnen gericht en leiden een leven van valse geestelijkheid. Voordat ze ook maar iets doen, stoppen ze en vragen ze zich af: "Heb ik hier wel een last voor? Is het gevoel wat ik heb een last of niet? Is dit een last? Wat is nu eigenlijk een last?" Iemand die aldoor dit soort vragen stelt, weet in feite niet wat een last is.

 

Stel dat iemand je vraagt een tafel van de ene kamer naar de andere te brengen. Terwijl je daarmee bezig bent, zou je je dan ook afvragen of dat een last is of niet? Zou je soms zeggen dat het geen last is als hij lichter zou zijn en dat het wel een last is als hij zwaarder zou wegen? Nee. Zolang iets als een last op je ligt, is het een last. Onthoud dat een last iets is wat je zeker weet, niet iets wat je nog moet ontdekken. Als je een last hebt, dan weet je dat ook. Het is verkeerd om de blik naar binnen te richten en te zien of er al dan niet sprake is van een last. Een last is iets wat je weet, niet iets wat je vindt. Het is van groot belang dit feit te onderkennen. Zelfonderzoek heeft geen nut. De grootste schade die een christen kan oplopen, resulteert uit zelfonderzoek: je zult namelijk misleid worden. Het is dus helemaal niet nodig om dag en nacht naar een last te zoeken. Als je voelt dat je iemand het evangelie moet verkondigen en je stopt om jezelf af te vragen of er wel sprake is van een last, zal die gelegenheid voorbijgaan terwijl jij je daar af staat te vragen. O, broeders en zusters, zelfonderzoek heeft geen enkele zin. Of er al dan niet sprake is van een last, zal duidelijk zijn: of je hebt een last, of je hebt die niet. In beide gevallen zul je het weten – het is dus niet nodig om er een te ontdekken. Als je naar binnen moet kijken om te zien of er sprake is van een last, dan heb je er geen. Het is dus niet nodig om vragen te stellen. Als je een last hebt, dan weet je het ook. Als er iets is wat op je neer drukt, dan is dat je last.

 

Als je een zwaar gevoel hebt van binnen, dan heb je een last en als je dienovereenkomstig handelt, dan zul je er zeker van bevrijd worden. Dan zul je vrij zijn om verdere lasten van God te ontvangen en ondertussen zul je opgebouwd worden. Al het werk van God wordt op deze manier gedaan. De bediening van het gebed wordt ook op deze manier uitgevoerd. Gebed en werk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder gebed is er namelijk geen werk. Daarom moet je lasten niet alleen leren herkennen, maar ze ook leren bevrijden door middel van het gebed. De Heer kan een bepaalde zaak in je leggen en je er een last voor geven. Als je bidt, zal die zaak van je afgenomen worden en zul je tevens verfrist worden. Maar als je niet bidt, zul je onder die last verpletterd worden. Als je vandaag of-morgen of zelfs overmorgen niet bidt, zal de gedachte eraan je voortdurend dwars zitten en zal de last zwaarder en zwaarder worden, omdat je niet hebt gedaan, wat er van je verwacht werd. Nadat je de last een paar keer opzij geschoven hebt, zul je hem uiteindelijk niet meer voelen. Als je je gevoel herhaaldelijk negeert, zul je het op een gegeven ogenblik niet meer voelen. Dan zul je het contact met God verliezen en niet langer in gemeenschap met Hem kunnen zijn. Dan zal er een barrière ontstaan tussen jou en God omdat je de last verloochend hebt en niet overeenkomstig Gods aanwijzingen gehandeld hebt. Elk werk moet dus met een last gedaan worden of het nu een werk is voor God of voor mensen. Zodra je ergens een last voor hebt, moet je wel dienovereenkomstig handelen. Als je dat niet doet, zul je een zekere innerlijke dood ervaren, omdat je Gods wil geweld aangedaan hebt. Een last is dus een noodzakelijke voorwaarde voor het werk van God. Wanneer je eenmaal een last hebt, moet je zonder meer dienovereenkomstig handelen.

 

Drie

 

Terwijl het waar is dat de lasten die we hebben van God afkomstig zijn en dat onze last Gods wil is, is het ook waar dat onze lasten in het begin hoofdzakelijk door onze kennis beheerst worden. Er zijn uitzonderingen. Zo kan God bepaalde dingen onder onze aandacht brengen en ons vragen ervoor te bidden of Hij kan ons midden in de nacht roepen om op te staan en voor een broeder te bidden, die ergens ver weg is. Deze ervaringen komen weliswaar voor, maar ze zijn niet algemeen verbreid; God doet deze dingen niet vaak. Soms kan God niemand dichtbij vinden en moet Hij naar iemand gaan die ver weg is. Dit zijn echter uitzonderingen. Onder normale omstandigheden leidt God de mens door middel van zijn kennis. Daarom zeggen wij dat een bepaalde last – vooral in het begin – beheerst wordt door kennis. Maar het feit dat iemand zekere kennis bezit, betekent nog niet dat hij automatisch ook een last heeft. Zo kunnen we bijvoorbeeld op de hoogte zijn van de conditie en omstandigheden van bepaalde broeders en zusters zonder enig gevoel voor hen aan den dag te leggen of innerlijk bewogen te worden door hun situatie. De kennis die we hebben, gaat dan niet gepaard met een last. Uiteindelijk vloeit een last dus niet alleen uit kennis voort. Toch wordt onze last, vooral in het begin, beheerst door kennis. Zo kan God je van bepaalde zaken in kennis stellen en je tevens een last geven om voor die situatie te bidden en er iets aan te doen. Dit resulteert vervolgens in een last. Aanvankelijk kan een last door kennis gevormd worden. De meeste lasten hebben zelfs kennis als hun beginpunt. Het gebeurt zelden dat God een last geeft zonder je ervan in kennis te stellen. Er zijn uitzonderingen. Soms kan God je een last geven om voor een bepaalde broeder te bidden. Misschien is hij wel ziek of zit hij in moeilijkheden, maar daar weet jij op dat moment niets van – daarover heb jij namelijk geen bericht ontvangen. Toch legt God je een duidelijke last op het hart om voor hem te bidden. Misschien krijg je pas na een paar weken of maanden een brief van hem, waaruit blijkt dat hij inderdaad ziek was of in moeilijkheden zat. Zulke gevallen komen inderdaad wel voor, maar het zijn uitzonderingen. Ze komen misschien één op de duizend keer voor. Over het algemeen begint een last met kennis. Maar dat betekent nog niet dat kennis en last gelijk zijn aan elkaar.

 

Vier

 

Aangezien gebed een christelijke bediening is en tevens een belangrijke bediening is, rijst er nu een vraag. Als er sprake is van een zware gebedslast moeten we die dan door woorden uiten of door middel van stilte? Kunnen we onze lasten in stilte voor God brengen?

 

Wij geloven dat als God ons een gebedslast geeft, Hij ook wil dat we die hardop uiten. Als we alleen maar een paar onsamenhangende woorden hebben, moeten we die wel hardop uitspreken. Lasten kunnen alleen bevrijd worden wanneer ze hardop uitgesproken worden. Als we stil blijven voor Gods aangezicht, zal de last niet weggaan, integendeel, de last zal zwaarder en zwaarder op je neerdrukken. Broeders en zusters, in de geestelijke wereld is er sprake van een verbazend principe, namelijk dat spreken een zeer belangrijke rol speelt. God let niet alleen op hetgeen we geloven, maar ook op hetgeen we zeggen. Hij let niet alleen op de intenties van ons hart, maar ook op de woorden van onze mond. Onze Heer zei tegen de Kananietische vrouw: "Om dit woord, ga heen, de boze geest is uit uw dochter gevaren" (Mc. 7:29). De weinige woorden die de vrouw sprak, waren voldoende aanleiding voor de Heer om te handelen. We kunnen in ons hart weliswaar een stil verzoek hebben, maar een uitgesproken verzoek heeft meer effect. God schijnt te verlangen dat we uitspreken wat er in ons hart is. Het gebed van de Heer in de tuin van Gethsemané was een gebed van het grootste belang, maar het werd wel geuit "onder sterk geroep" (Heb. 5:7). We zijn niet per se voorstander van luide gebeden. Soms is het niet nodig om hardop te bidden. Maar als er sprake is van een zware innerlijke last, moet er een overeenkomst zijn tussen de innerlijke last en de uiterlijke uitdrukking daarvan. Als de last vanbinnen niet sterk is, zijn luide gebeden niet meer dan veel lawaai. Maar als de last vanbinnen groot is, moet hij ook hoorbaar geuit worden. Als we thuis niet hardop kunnen bidden, moeten we een plaats zoeken waar we onze last kunnen uiten, zoals de Heer dat deed. Soms ging Hij naar een eenzame plaats (Mc. 1:35) en andere keren ging Hij de berg op (Lc. 6:12). Ook al kunnen we niet de woestijn in of de berg op, moeten we toch hardop bidden, ook als dat inhoudt dat we zachtjes spreken. Het belangrijkste is dat onze gebeden hoorbaar zijn. Als onze last sterk genoeg is, kunnen we altijd wel een geschikte plaats vinden om te bidden. God wil dat onze lasten uitgesproken worden. Als we onze last niet uitspreken, zal de last blijven. Sommigen zeggen dat ze zachtjes kunnen bidden en dat het niet uitmaakt of de last bevrijd wordt of niet. Maar dat is niet waar. Als het werk dat iemand onder handen heeft niet klaar is, kan hij geen ander werk aannemen. Hetzelfde geldt ook voor onze lasten. Als onze last niet weggenomen wordt, kan God ons geen nieuwe last geven. Het is noodzakelijk dat onze last aan de hand van woorden bevrijd wordt, zodat God ons een nieuwe last kan geven.

 

Maar heel vaak is ons probleem, dat zelfs wanneer we ons bewust zijn van een gebedslast, we niet weten hoe we moeten bidden wanneer we neerknielen. We weten dat er iets op ons hart drukt, maar we weten niet hoe we moeten bidden. In onze geest bevindt zich weliswaar een last, maar we weten niet hoe we die moeten bevrijden. We moeten beseffen dat onze gebedslast een zaak van de geest is, terwijl het begrip van de last een zaak van het verstand is. Alleen wanneer onze geest ons verstand beroert, zullen we de aard van de last in onze geest pas kunnen begrijpen. Wanneer de geest en het verstand elkaar beroeren, zullen beiden helder worden. Sommige mensen bespeuren dat ze een last hebben, maar ze weten niet precies wat het is. Dat komt doordat hun geest hun denken nog niet heeft beroert. Zo is het dus heel goed mogelijk dat hun geest een last heeft, terwijl hun verstand dit niet begrijpt. Hoe kan het contact tussen geest en denken dan tot stand gebracht worden? Dit is heel eenvoudig. Wat zou jij doen als je iets wilt vinden? Als het zich in het westen bevindt en jij begeeft je naar het oosten, hoe zou je het dan ooit kunnen vinden? Je zou eerst om de hele wereld moeten reizen, voordat je het kon vinden. Het beoogde object bevindt zich misschien maar een kilometer bij je vandaan, maar je zou eerst om de hele aarde moeten lopen, voordat je het kon vinden. Het is beter als je het punt waar je nu staat als middelpunt neemt en vervolgens in een cirkel om je heen kijkt, waarbij je geleidelijk aan steeds wijdere cirkels beslaat. Op die manier kun je alle richtingen tegelijk bestrijken. Dit is de beste manier om naar iets te zoeken. Wanneer je geest het contact met je verstand verliest, moet je hetzelfde doen. Wanneer je neerknielt om te bidden, moet je je niet krampachtig aan één bepaald ding vastklampen. Dat zou hetzelfde zijn als constant in dezelfde richting te lopen – je zal dan niet gemakkelijk vinden waar je naar zoekt. Bid voor allerlei dingen en in vele richtingen. Nadat je een paar zinnen voor iets gebeden hebt, zul je misschien bespeuren dat dat niet het juiste was om voor te bidden. Dan moet je het laten vallen en voor iets anders bidden. Je moet misschien wel twee, drie of vier keer van onderwerp veranderen. Misschien wordt alles je volkomen duidelijk, zodra je voor het tweede onderwerp begint te bidden. Maar het kan ook heel goed zijn, dat je pas bij het vijfde of zesde onderwerp merkt dat je nu iets hebt gevonden waardoor je last bevrijd kan worden. Op het moment dat je hiervoor bidt, zijn je verstand en je geest met elkaar verbonden. Je moet dan specifiek voor dat onderwerp blijven bidden, totdat je last is bevrijd. Wanneer je op deze manier bidt, zul je bevrijd worden en zodra je eerste last is weggenomen zul je klaar zijn om een tweede last van God te ontvangen.

 

Vijf

 

Veel christenen kunnen – met betrekking tot de bediening van het gebed – niet door God gebruikt worden, omdat ze overbelast zijn. Ze hebben nog nooit een hun gegeven last bevrijd. God geeft hun weliswaar een gebedslast en ze weten misschien wel wat het is; hun geest en hun verstand zijn wellicht ook nog met elkaar verbonden, maar toch bidden ze niet. In plaats daarvan staan ze toe dat hun last zwaarder en zwaarder wordt, totdat ze er zó door verpletterd worden dat ze hem niet langer kunnen dragen – het gevoel voor de last is verdwenen en ze kunnen nu niet langer bidden. O, broeders en zusters, het werk van God zal ernstig worden belemmerd als onze geest niet vrij is om als Zijn instrument gebruikt te worden. Als we iemand zouden vragen ons met een bepaalde klus te helpen terwijl hij zijn handen al vol heeft, dan is het natuurlijk zinloos om zijn hulp in te roepen. Hetzelfde geldt ook voor onze lasten: als we bedrukt worden door een groot aantal lasten, hoe kan God ons dan iets nieuws toevertrouwen? Dit is de reden waarom onze lasten bevrijd moeten worden. Door het wegnemen van onze last worden we bevrijd en zal God ons de volgende last kunnen geven. Anders zullen we niet in staat zijn een bediening van het gebed te vervullen voor het aangezicht van de Heer. De bediening van het gebed vereist een geest die bevrijd is. Als er een last op onze geest ligt, zonder dat wij ervoor bidden, kunnen we onmogelijk een tweede last ontvangen. Als we een last hebben maar niet trouw zijn in de bediening van het gebed, zullen we ons de eerste dag zwaar voelen, de tweede dag iets zwaarder en de derde dag nog iets zwaarder. Na een paar dagen zal die last geleidelijk verdwijnen, alsook de kracht om ervoor te bidden. Als we weliswaar een last hebben, maar toch niet bidden, zal het ons uiteindelijk de bediening van het gebed kosten. Daarom is het zo belangrijk dat we onze tijd geven om onze bediening van het gebed te vervullen. De beste manier om te bidden is met twee of meer mensen; dit zal ons ervoor behoeden individualistisch te worden. Er zijn veel mensen die nog niet hebben geleerd om samen met anderen te bidden. Wanneer we met anderen bidden, moeten we niet alleen bidden met onze mond, maar ook luisteren met onze oren. Als we op die manier leren bidden, zal het "spiraalvormige" gebed dat we eerder noemden – namelijk vanuit het centrum in steeds wijder wordende cirkels – effectief worden. Door het gebed kan de last die God ons heeft gegeven worden bevrijd en zal tevens onze geest, alsook ons hele wezen vrijgezet worden. Dan zal God ons voortdurend nieuwe lasten kunnen toevertrouwen. God heeft vandaag de samenwerking van Zijn gemeente op aarde nodig en deze samenwerking vindt plaats door middel van het gebed. Wij bidden dat er een weg voor de vervulling van Zijn wil mag zijn!

 

Watchman Nee

Burden and Prayer