TWEE PRINCIPES OM VANUIT TE LEVEN - 
HET PRINCIPE VAN LEVEN OF HET PRINCIPE VAN GOED EN KWAAD

Schriftlezing:
2 Kor. 5:7; Mt. 17:3,5b, 8; 1 Kor. 4:3-4; Gen. 2:9b, 16-17

 

God schiep de mens en de Schepper van de mens zorgde tevens voor het levensonderhoud van de mens die Hij geschapen had. De mens ontleende zijn bestaan aan God en het was Gods bedoeling dat de mens van Hem afhankelijk zou zijn voor de rest van zijn leven. "Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij" (Hand. 17:28). Het leven dat Hij gegeven had moest vervolgens gevoed worden met het voedsel waarin Hij had voorzien.

 

"Voorts plantte de Here God een hof in Eden, in het Oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij geformeerd had. Ook deed de Here God allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten, begeerlijk om te zien en goed om van te eten; en de boom des levens in het midden van de hof, benevens de boom der kennis van goed en kwaad" (Gen. 2:8-9). Deze twee bomen geven ons een duidelijk beeld van de twee verschillende wijzen waarop mensen hun leven op aarde kunnen leiden. Sommigen worden beheerst door het principe dat gebaseerd is op de kennis van goed en kwaad, terwijl anderen door het principe van Leven beheerst worden.

 

Nu zullen we deze twee verschillende principes – in het bijzonder hoe zij de levens van Gods kinderen beïnvloeden – eens nader beschouwen. Alvorens te beginnen moeten we ons goed bedenken, dat, ofschoon christenen hoofdzakelijk door het ene of het andere principe beïnvloed worden, niet al hun handelingen noodzakelijkerwijs door hetzelfde principe beheerst worden.

 

TWEE PRINCIPES VAN HET CHRISTELIJKE LEVEN

 

Er bestaat nog een derde principe waarnaar we kunnen leven: het principe van de zonde. Je zou kunnen zeggen dat iedereen in de wereld de mogelijkheid heeft om ten minste volgens drie principes te leven: volgens het principe van de zonde, volgens het principe van wat goed en wat kwaad is of volgens het principe van leven.

 

Wat heeft dit dan te betekenen? Heel eenvoudig. De meeste mensen die op deze aarde leven worden beheerst door de lusten van hun vlees. Dit zijn de zonen des toorns die helemaal opgaan in de trend van deze wereld. Zij leven en handelen volgens de werking van de boze geesten in hun hart. Zij leven volgens het principe van de zonde (Ef. 2:1-3). Over dit principe wil ik het nu echter niet hebben. Ik ben er van overtuigd dat velen van ons dit principe van de zonde al hebben verworpen. Hetgeen wij nu willen beschouwen, heeft niets met het principe van de zonde te maken. Deze twee bomen vertegenwoordigen twee principes om vanuit te leven. Na een christen te zijn geworden, leven sommigen volgens het principe van goed en kwaad, terwijl anderen leven volgens het principe van Leven.

 

Als ik over deze kwestie spreek, ga ik ervan uit dat we het principe van de zonde al hebben verlaten en voor Gods aangezicht wandelen. Als we dit nader beschouwen, zullen we zien dat sommige mensen volgens het principe van wat juist en wat onjuist is, ofwel het principe van goed en kwaad, leven. Vergeet niet dat het principe van wat juist en wat onjuist is – het principe van goed en kwaad – niets met het christen-zijn te maken heeft. Het christen-zijn is een zaak van leven en niet het zijn naar een bepaalde standaard. Het christen-zijn spreekt van leven en niet van goed en kwaad. Het christen-zijn onderwijst leven, niet juist en onjuist. Vanochtend zijn er vele jonge broeders en zusters onder de aanwezigen. Ik zou hun het volgende willen zeggen: Toen je de Here Jezus ontving, ontving je tevens een nieuw leven – dit is wonderbaarlijk! Je verkreeg een nieuw principe om vanuit te leven. Maar als je dit niet weet, zul je het principe van Leven ter zijde schuiven en het principe van juist en onjuist volgen.

 

DE BETEKENIS VAN HET VOLGEN VAN HET PRINCIPE VAN GOED EN KWAAD

 

Als ons gedrag door het principe van goed en kwaad wordt beheerst, zullen we ons bij elke beslissing af moeten vragen of dit juist of onjuist is en zullen we ons verder bij alles wat we doen af moeten vragen of dit goed of fout is. Vele christenen twijfelen voordat ze ook maar iets durven ondernemen en piekeren zich suf over elke zaak. Zij willen met alle geweld het juiste doen en het kwade vermijden. Zij willen ook ten koste van alles een leven leiden dat met hun voorstelling van het christen-zijn overeenstemt. Zo worden al hun handelingen nauwgezet overwogen. Elke situatie wordt nauwkeurig onderzocht en zij zullen niet verder gaan voordat zij overtuigd zijn dat een bepaalde wijze van doen de juiste is. Zij willen zich gedragen zoals het een christen betaamt. Daarom zijn ze altijd op hun hoede om het goede van het kwade te scheiden en alleen dat te doen wat zij als juist beschouwen.

 

Maar Gods woord zegt: "Maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet zult gij voorzeker sterven (Gen. 2:17). Het christen-zijn betekent niet dat we handelen volgens de ogenschijnlijk hoge standaard om alle slechte dingen te verwerpen en uitsluitend het goede te verkiezen. Dit karakteriseert een leven onder de wet. Dit is handelen volgens het oude verbond en niet het nieuwe. Je op deze wijze gedragen betekent dat je je aan religieuze en ethische normen conformeert. Maar het voldoet volstrekt niet aan de christelijke standaard.

 

HET CHRISTEN-ZIJN IS GEBASEERD OP LEVEN

 

Wat is de betekenis van het christen-zijn? Het christen-zijn is een zaak van leven. Als je een christen bent, bezit je een nieuw leven. Wanneer je een beslissing moet nemen om iets al dan niet te doen, moet je je niet afvragen of het wel juist is om het te doen. Je moet je afvragen: "Als ik dit doe, hoe zal dit dan het leven in mij beïnvloeden? Hoe zal het nieuwe leven in mij hierop reageren?" Het verbaast me dat het doel van de meeste christenen gelijkvormigheid aan een bepaalde uiterlijke standaard niet te boven gaat. Wat God ons op basis van onze nieuwe geboorte schonk, is echter niet een stel nieuwe regels en voorschriften waaraan we ons nu moeten conformeren. In het christendom zijn we niet naar een nieuwe Sinaï gebracht, noch heeft God ons een nieuwe reeks regels en voorschriften gegeven met "Gij zult" en "Gij zult niet". Het christen-zijn vereist niet dat we de juistheid of onjuistheid van een mogelijke wijze van doen onderzoeken, maar dat we – bij een voorgenomen handelwijze – de reactie van het goddelijke leven zullen toetsen. Nu je, als een christen, het leven van Christus bezit, is het noodzakelijk dat je de reacties van Zijn leven in overweging neemt. Wanneer een bepaalde voorgenomen handelwijze het leven in je doet opwellen – wanneer je daarbij een positieve reactie van het innerlijke leven ervaart en je bovendien een innerlijke zalving kunt bespeuren – mag je de voorgenomen handelwijze vol vertrouwen voortzetten. Het innerlijke leven heeft dit duidelijk bevestigd. Maar wanneer je bij een bepaalde voorgenomen handelwijze bespeurt dat het innerlijke leven wegkwijnt, moet je beseffen dat de voorgenomen wijze van doen vermeden moet worden, hoe aanbevelenswaardig het ook mag lijken.

 

Besef je wel dat het gedrag van de meeste ongelovigen wordt beheerst door het principe van wat juist en wat onjuist is? Hoe verschilt de gelovige dan van een ongelovige indien zij beiden door hetzelfde principe worden beheerst? Het Woord van God laat ons duidelijk zien, dat een christen door het leven van Christus moet worden beheerst en niet door een bepaalde, uiterlijke gedragscode. In elke christen bevindt zich een bepaalde levenskracht, een vitaliteit die positief reageert op alles wat van God komt en die in opstand komt tegen alles wat niet van Hem afkomstig is. Zo moeten we onze innerlijke reacties nauwlettend in de gaten houden. Wanneer de levende bron – in antwoord op een bepaalde ingeving – in ons opwelt, moeten we daaraan onmiddellijk gehoor geven. Wanneer dit niet het geval is, moeten we die ingeving verwerpen. We durven ons niet door uiterlijkheden te laten beheersen, noch door onze eigen redeneringen, noch door de redeneringen van anderen. Het is mogelijk dat een bepaalde zaak door anderen wordt aanbevolen. En wanneer we de voor- en nadelen in overweging nemen, is het mogelijk dat ook wij menen dat deze zaak aanbevelenswaardig is. Maar wat zegt het innerlijke leven er nu eigenlijk over?

 

DE STANDAARD VAN LEVEN IS HOGER DAN DE STANDAARD VAN GOED

 

Wanneer je beseft, dat, met betrekking tot het gedrag van een christen, leven de beslissende factor is, zul je ongetwijfeld niet alleen het kwade, maar tevens al het ogenschijnlijk goede weten te vermijden. Alleen dat wat uit het leven van Christus voortvloeit, is christelijk gedrag. Handelingen die niet uit het leven voortvloeien kunnen daarom niet goedgekeurd worden. Laten we Gods Woord opnieuw in herinnering brengen: "Van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven." Het is opmerkenswaardig dat "goed en kwaad" hier niet alleen samen aangetroffen worden, maar tevens in tegenstelling staan tot het leven. De standaard van het leven overtreft alles.

 

In m'n jeugd probeerde ik ten koste van alles het kwade te vermijden en zette ik alles op alles om het goede ten uitvoer te brengen. Ik scheen, op het eerste gezicht, voortreffelijke vooruitgang te boeken. Ik had indertijd een medewerker die twee jaar ouder was dan ik. We lagen vrijwel voortdurend met elkaar overhoop. De meningsverschillen die we hadden, betroffen niet slechts onze persoonlijke aangelegenheden, zij hadden bovendien betrekking op gemeenschappelijke zaken. Dikwijls vonden onze twistgesprekken in het openbaar plaats. Vaak dacht ik bij mezelf: "Zodra hij iets op die en die wijze ten uitvoer wil brengen, zal ik onmiddellijk protesteren, omdat het eenvoudig niet juist is." Maar het gaf niet hoezeer ik protesteerde, hij weigerde zich eenvoudig gewonnen te geven. Ik had maar één argument – juist en onjuist. En hij had ook maar één argument – zijn voorrang op grond van leeftijd. Het gaf niet hoezeer ik mijn gezichtspunt verdedigde, hij voerde voortdurend hetzelfde argument aan, namelijk dat hij twee jaar ouder was dan ik. Onverschillig hoeveel onomstotelijke bewijsstukken ik aanvoerde ter verdediging van mijn standpunt – namelijk dat hij het bij het verkeerde eind had en dat ik het bij het rechte eind had – leverde hij voortdurend hetzelfde, onveranderlijke bewijs om zijn handelwijzen te rechtvaardigen: hij was twee jaar ouder dan ik. Hoe kon ik een dergelijk feit weerleggen? Zo behaalde hij voortdurend de overwinning.

 

Ofschoon het leek dat hij voortdurend zijn zin kreeg, gaf ik dit in m'n hart echter nooit toe. Ik verachtte zijn onredelijkheid en hield vast aan mijn standpunt dat hij het bij het verkeerde eind had en dat ik het bij het rechte eind had. Op een dag deed ik mijn beklag bij een oudere zuster in de Heer, die een overvloed aan geestelijke rijkdom bezat. Zo zette ik de hele zaak dus uiteen, met inbegrip van al mijn argumenten en verwachtte vervolgens dat zij tussen ons zou bemiddelen. Had hij het bij het rechte eind of ik? – dat is alles wat ik wilde horen. Maar ze scheen al het goede en verkeerde in deze situatie volledig te negeren. Ze keek me recht in de ogen en antwoordde me zachtjes: "Het is beter dat je doet wat hij zegt." Haar antwoord stelde mij volledig ontevreden en ik dacht bij mezelf: "Als ik het bij het rechte eind heb, waarom geef je dit dan niet toe? Als ik het bij het verkeerde eind heb, waarom zeg je dit dan niet? Waarom vertel je me nu dat ik moet doen wat hij zegt?" Toen vroeg ik haar: "Waarom?" Waarop zij antwoordde: "Omdat jij jonger bent in de Heer dan hij – de jongste moet zich altijd aan de oudste onderwerpen." "Maar" ging ik verder "als de jongste het bij het rechte eind heeft en de oudste het bij het verkeerde eind heeft, moet de jongste zich dan nog steeds aan de oudste onderwerpen?" Ik was indertijd een student aan de universiteit en wist van geen discipline. Zo liet ik dus mijn ergernis de vrije loop. Ze lachte en zei nogmaals: "Het is beter dat je doet wat hij zegt."

 

Wat later moesten wij, samen met nog een broeder, de verantwoordelijkheid voor een doopdienst dragen – de broeder die twee jaar ouder was dan ik, broeder Wu, die zeven jaar ouder was dan hij en ikzelf. Ik dacht: "Nu maar afwachten wat er zal gebeuren. Ik moet altijd doen wat jij zegt, omdat jij twee jaar ouder bent dan ik, vertel me nu eens; zul jij altijd doen wat deze broeder zegt, die zeven jaar ouder is dan jij?" Gedrieën bespraken we het werk, maar hij weigerde ook maar iets van broeder Wu aan te nemen. Elke keer wilde hij met alle geweld zijn eigen zin doordrijven. Tenslotte stuurde hij ons allebei weg met de woorden: "Laat alles nu maar aan mij over. Ik kan me heel goed alleen redden." Ik dacht: "Wat voor soort logica is dat? Jij dringt erop aan dat ik jou onderdanig ben, omdat je ouder bent dan ik, maar jij hoeft je niet te onderwerpen aan degene die ouder is dan jezelf."

 

Daarop bezocht ik nogmaals deze oudere zuster en deed de hele zaak uit de doeken. Vervolgens vroeg ik haar om haar oordeel. "Wat mij het meest irriteert" vertelde ik haar "is dat deze broeder zich helemaal niet bekommert om wat juist en wat onjuist is." Toen stond deze zuster op en vroeg mij: "Heb je nu nog niet gezien wat het leven van Christus eigenlijk inhoudt?" In de afgelopen paar maanden heb je bestendig volgehouden dat jij het bij het rechte eind hebt en dat hij het bij het verkeerde eind heeft. Ken je de betekenis van het kruis dan niet?" Aangezien ik deze ene zaak – met betrekking tot wat juist en onjuist is – keer op keer weer naar voren bracht, besloot ze mij op m'n eigen terrein te verslaan: "Denk je nu dat het juist is, dat je je in de afgelopen tijd zo hebt gedragen? Denk je dat het juist is te spreken, zoals je dat in de afgelopen maanden hebt gedaan? Denk je dat het juist is, dat je al deze zaken aan mij komt rapporteren? Het is mogelijk dat jouw handelwijze redelijk en zelfs correct is, maar hoe zit het nu eigenlijk met je innerlijke registratie? Protesteert het leven in jou dan niet tegen je eigen gedrag?" Ik moest toegeven, dat, zelfs toen ik het – volgens menselijke maatstaven – bij het rechte eind had, het innerlijke leven mij desondanks veroordeelde.

 

De ware christelijke standaard veroordeelt niet alleen alles wat niet goed is, maar bovendien alles wat een uiterlijke schijn van goedheid heeft. Vele dingen zijn juist volgens menselijke maatstaven, maar volgens de goddelijke maatstaf zijn ze onjuist omdat het goddelijke leven ontbreekt. Op die dag – waarnaar ik zojuist verwees – zag ik voor het eerst, dat, indien ik in de aanwezigheid van God wilde leven, mijn gedrag niet door het principe van goed en kwaad beheerst moest worden, maar door het principe van leven. Vanaf die dag begon ik steeds duidelijker te zien, dat ik met betrekking tot elke willekeurige handelwijze – zelfs wanneer anderen haar goedkeuren en zij ook werkelijk in elk opzicht goed blijkt te zijn – toch elke keer weer gevoelig moest zijn voor de reacties van het leven van Christus in mij. Wanneer we ons dan vervolgens in een bepaalde richting begeven, moeten we ons afvragen of het innerlijke leven toeneemt of verzwakt. Bevestigt de innerlijke zalving de juistheid van de ingeslagen weg, of wijst de afwezigheid van de zalving erop dat God Zijn goedkeuring heeft weerhouden? We kennen Gods weg voor ons niet door middel van uiterlijke aanwijzingen, maar veeleer door middel van innerlijke registraties van het leven. Het pad van een christen wordt gemarkeerd door vrede en vreugde in de geest.

 

Eens, toen ik Honor Oak bezocht, was er een broeder die – ofschoon hij daar zelf als gast vertoefde – zich desondanks uitermate kritisch uitte ten opzichte van die plaats. Hij wist heel goed dat Honor Oak, geestelijk gezien, heel veel te bieden had. Maar hij keurde vrijwel alles af wat daar plaatsvond en trok voortdurend ongunstige vergelijkingen tussen die plaats en de plaats waar hij woonde. Gedurende de twee of drie maanden dat wij samen waren, was zijn kritiek niet van de lucht en overtrof hij alle anderen in dit opzicht. Toen hij op een dag werkelijk te ver was gegaan, zei ik tegen hem: "Waarom blijf je hier dan? Waarom pak je dan je koffers niet?" Toen wees hij op zijn hart en antwoordde: "De reden is, dat, elke keer wanneer ik me gereedmaak om te vertrekken, de innerlijke vrede mij verlaat. Toen ik op een keer werkelijk was vertrokken en al twee weken lang ergens anders vertoefde, moest ik zelfs om toestemming vragen om terug te mogen keren." Toen zei ik: "Broeder, zie je dan niet dat je hier met twee verschillende gedragsprincipes te maken hebt – dat wat bepaald wordt door het leven en dat wat bepaald wordt door goed en kwaad?" "O!" zei hij: "niet slechts een of twee keer, maar ik heb talloze keren geprobeerd om te vertrekken en mijn ervaring was elke keer dezelfde. Zodra ik gereed stond om te vertrekken, bespeurde ik een innerlijke weerstand. Zelfs wanneer hier vele dingen gedaan worden die niet juist zijn, zou mijn vertrek zeker verkeerd zijn." Tenslotte zag deze broeder, dat, als er in die plaats veel geestelijke hulp geboden werd, hij er beter aan deed om daar te blijven en God te ontmoeten.

 

Watchman Nee

Two Principles of Living