De Schat in aarden vaten

Schriftlezing:
2 Kor. 1:8-9, 17; 2:2a, 3a, 4; 3:1, 5; 4:7-10; 5:4, 16a; 6:8-10; 7:5; 10:1, 4,10; 11:5-6; 12:7-9, 10b

 

PAULUS IN 2 KORINTHIËRS

 

Wanneer we 2 Korinthiërs nauwkeurig in Gods nabijheid lezen, lijkt het wel alsof we er twee personen ontmoeten: Paulus in zichzelf en Paulus in Christus. Vanaf hoofdstuk een tot en met hoofdstuk dertien spreekt Paulus consequent volgens dit principe. We zouden Paulus' boodschap in dit boek kunnen samenvatten met zijn woorden uit hoofdstuk vier: "Maar wij hebben deze schat in aarden vaten." In het eerste hoofdstuk zien we hoe deze schat in het aarden vat werd geplaatst. Vanaf 3:1 tot aan het einde van dit boek zien we aan de ene kant het aarden vat en aan de andere kant de schat. Nadat we deze woorden in Gods nabijheid hebben gelezen, zullen we onder Zijn verlichting onmiddellijk ontdekken dat het aarden vat geen belemmering vormt voor het uitstralen van de schat. Het aarden vat is met andere woorden geen graf voor de kracht van de schat.

 

Hier zien we dus een bepaald persoon. Eerder zeiden we al dat 2 Korinthiërs het meest persoonlijke boek is in het hele Nieuwe Testament. Vrijwel alle brieven zijn gevuld met leerstellingen, waarheden en openbaringen. Vele brieven schommelen tussen Gods zienswijze en onze zienswijze. Maar 2 Korinthiërs is het enige boek in het Nieuwe Testament dat ons de persoon laat zien, die door God kan worden gebruikt om Zijn openbaring door te geven. Zonder 2 Korinthiërs zouden we Paulus zelf nooit echt leren kennen. We zouden misschien weten wat hij zoal gedaan heeft, maar zijn dienst zouden we niet kennen. 2 Korinthiërs laat ons dus niet alleen de dienst van Paulus zien, maar ook dat hij een aarden vat was. We ontmoeten hier dus de mens, Paulus.

 

DE IDEALE CHRISTEN

 

Toen ik een christen werd, had ik zo m'n eigen voorstellingen van de ideale christen; en ik zette alles op alles om zo'n christen te zijn. Ik dacht dat wanneer ik het ideaal kon bereiken dat ik mij voorgesteld had, ik volmaakt zou zijn. Ik wilde wel volmaakt zijn, maar voor het beeld van de volmaakte christen, hield ik er m'n eigen ideaal en standaard op na. Ik dacht dat wanneer ik deze standaard kon bereiken, ik volmaakt zou zijn. Volgens mij moest een volmaakt christen van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat glimlachen. Indien hij huilde, was hij volgens mijn mening niet alleen een verslagen christen, maar bovendien een mislukt christen. Ik zou zelfs gezegd hebben, dat hij er verkeerd aan deed. Ik was van mening dat een volmaakt christen in elke situatie vrijmoedig, onbevreesd en moedig moest zijn. Indien hij ook maar de minste vrees aan den dag legde, zou ik gezegd hebben, dat het hem aan geloof ontbrak. Ik zou gezegd hebben dat hij niet volmaakt was, omdat hij niet op de Heer vertrouwde. Ik was verder van mening dat de volmaakte christen nooit bedroefd was. Indien iemand bedroefd was, trok ik zijn volmaaktheid in twijfel. Zo zou ik nog vele andere criteria op kunnen noemen, maar het is beter dat ik het hierbij laat. Ik ben er van overtuigd dat vele jonge broeders en zusters ideaalbeelden van een christen hebben. Ik bekritiseer hen niet, omdat ik zelf precies eender was.

 

PAULUS WAS EEN MENS

 

Op een dag las ik in 2 Korinthiërs dat Paulus bedroefd was. Ik dacht: "Was Paulus werkelijk bedroefd?" Toen las ik dat Paulus weende. Ik dacht: "Weende Paulus echt?" Ik las verder dat Paulus in ellende verkeerde en verdrietig was. Ik vroeg me af: "Verkeerde Paulus echt in ellende?" Ik las ook dat hij vol kommer was en dat hij zelfs aan zijn eigen leven wanhoopte. Ik dacht: "Wanhoopte Paulus echt aan zijn leven?" Ik las verder en zag vele dingen die niet met mijn voorstellingen overeenstemden. Ik had nooit gedacht dat iemand als Paulus dergelijke problemen kon hebben. Het begon mij te dagen dat christenen geen ander soort engelen zijn. God plaatste geen engelen-ras op deze aarde om vervolgens te verklaren dat dit de christenen waren. Ik begon in te zien dat Paulus in feite dicht bij ons was, Paulus was iemand die ik kende. Hij was geen vreemde. Ik kende hem omdat ik besefte dat hij een mens was.

 

DE SCHAT GEOPENBAARD IN AARDEN VATEN

 

Vele mensen hebben een voorstelling van de ideale christen. Vergeet echter niet dat dit ideaalbeeld door ons – en niet door God – in het leven werd geroepen. Dat soort van ideale christenen bestaat eenvoudig niet en God verlangt dit ook niet van ons. Nu hebben we hier een aarden vat en het bijzondere aan dit aarden vat is dat het een schat bevat. De schat overtreft en overschaduwt het aarden vat niet alleen, maar wordt er bovendien in geopenbaard. Dit is de betekenis van het christen-zijn. In Paulus zien we een mens die bevreesd was en toch sterk. Hij was verontrust in zijn hart en toch vervuld van hoop. Hij was omsingeld door vijanden en toch vrij. Ofschoon hij vervolgd werd, voelde hij zich toch niet verworpen of verlaten. Hij was schijnbaar ter aarde geworpen, maar toch niet dood (2 Kor. 4:7-9). Ofschoon we zijn zwakheden kunnen zien, was hij desondanks machtig in zijn zwakheid (12:10b). Verder kunnen we zien hoe hij het sterven van Jezus in zijn lichaam meedroeg en hoe hij toch het leven van Jezus in zijn lichaam openbaarde (4:10). We zien hoe zijn naam werd besmeurd en hoe hij toch een goede reputatie had. Het leek wel of hij anderen op een dwaalspoor bracht en toch was hij een eerlijk mens. Hij was schijnbaar niet beroemd en toch stond hij overal bekend. Hij stond schijnbaar op het punt om te sterven en toch leefde hij. Hij werd gestraft, maar niet ten dode. Hij was schijnbaar bedroefd en toch was hij altijd blij. Hij was schijnbaar arm, maar hij maakte velen rijk. Het leek wel of hij niets had en toch bezat hij alles (6:8-10). Dit is een echte christen. Dit is het ware christen-zijn.

 

Een christen is iemand met een ingeboren, fundamentele, nochtans harmonieuze paradox. Het christen-zijn betekent het beleven van een ondoorgrondelijke, geestelijke paradox. Het is God zelf die ons deze paradox geeft. Sommige mensen denken alleen aan de schat en vergeten het aarden vat. Anderen menen dat het aarden vat hen belemmert om vooruitgang te boeken. Menselijke overwegingen vallen vaak van het ene uiterste in het andere. Volgens onze mening zou het ideaal zijn wanneer we niets meer of minder dan de schat zouden hebben. Wij denken dat het aarden vat ons belemmert vooruitgang te boeken. In Gods ogen werd deze schat echter in aarden vaten gelegd. Het aarden vat werd niet vernietigd en het vormt verder geen onoverkomelijke belemmering. De schat bevindt zich in een aarden vat.

 

GODS KRACHT WORDT GEOPENBAARD IN DE ZWAKHEID VAN DE MENS

 

De apostel zei dat hij een doorn in het vlees had (2 Kor. 12:7). Ik weet niet precies wat deze doorn was, maar ik weet wel dat deze doorn Paulus zwak maakte. Hij had er tenminste drie keer over gebeden, in de hoop dat de Heer deze doorn zou verwijderen. De Heer zei echter tot hem: "Mijn genade is u genoeg" (vs. 8-9). Deze doorn in het vlees van Paulus maakte hem weliswaar zwak, maar Gods kracht kon zo in deze zwakheid worden volmaakt. Op welke wijze wordt de kracht van de Heer volmaakt in menselijke zwakheid? Hij zei: "Mijn kracht zal over uw zwakheid verblijf houden" ( Gr.-tabernakelen ). Dit betekent dat Zijn kracht jouw zwakheid zal overschaduwen. Dit is de essentie van het christen-zijn. Het christen-zijn betekent niet dat onze zwakheden uit de weg geruimd worden en het betekent ook niet dat we uitsluitend op de kracht van de Heer vertrouwen. Het christen-zijn betekent dat Zijn kracht geopenbaard wordt in de zwakheid van de mens. Het christen-zijn betekent niet dat er een vreemd, nieuw engelen-ras op de aarde werd geschapen. Het christen-zijn betekent dat de zwakheid van de mens, God de gelegenheid geeft om Zijn kracht te openbaren.

 

We zullen dit nu met behulp van een voorbeeld toelichten. Er was een tijd dat ik met een ernstige ziekte te kampen had. In een tijdsbestek van twee maanden werden van mij wel tot drie keer toe röntgenfoto's genomen. En iedere keer was de uitslag zeer somber. Ik bad, ik geloofde en ik hoopte dat God mijn ziekte zou genezen. Er waren tijden dat ik meer kracht had dan gewoonlijk. Voor God moest ik toegeven dat ik inderdaad kracht had ontvangen. Maar ik was toch boos, omdat ik niet wist waarom God mij zo behandelde. Soms voelde ik mij goed en sterk, om dan, op het volgende ogenblik, zonder waarschuwing, weer in te storten. Waarom gaf God mij nu eigenlijk deze tijdelijke kracht? Ik was diep bedroefd. Op een dag las ik in 2 Korinthiërs 12 hoe Paulus tot drie keer toe tot God bad omtrent die doorn. Maar de Heer was niet bereid om iets te doen. Hij zei: "Mijn genade is u genoeg." De genade van de Heer nam inderdaad toe vanwege deze doorn. Verder nam ook Zijn kracht toe vanwege mijn zwakheid. Toen zag ik wat het christen-zijn betekende. Terwijl ik op bed lag, vroeg ik de Heer om mij te laten zien wat dit alles te betekenen had. Toen werd ik het volgende beeld gewaar. Ik zag een boot op een rivier. Deze boot vereiste op z'n minst drie meter diepgang om te kunnen varen. In de rivier bevond zich echter een verborgen rots die tot op anderhalve meter onder het wateroppervlak van de bodem oprees. Als de Heer het wil, zou Hij deze grote rots gemakkelijk kunnen verwijderen, om de boot voorbij te laten varen. Diep in mij rees de vraag: "Zou het beter zijn voor Mij om deze rots te verwijderen, of om het waterniveau anderhalve meter te laten stijgen?" Toen God mij vroeg of het beter was om de rots te verwijderen of om het waterniveau anderhalve meter te laten stijgen, antwoordde ik dat het beter was om het waterniveau anderhalve meter te laten stijgen.

 

Vanaf die dag verdwenen al mijn moeilijkheden. Ik durf niet te zeggen dat ik nadien nooit meer in verzoeking werd gebracht. Maar prijs God dat ik aan de hand van dit beeld ontdekte, dat God andere wegen heeft om in onze behoeften te voorzien. Dit is het ware christen-zijn. Ik herhaal, het christen-zijn betekent niet de verwijdering van de rots, het betekent veeleer een stijging van het waterniveau van anderhalve meter. Dit is het ware christen-zijn. Bestaan er dan geen moeilijkheden? Ja, we hebben allemaal onze moeilijkheden. Bestaan er dan geen beproevingen? Ja, we worden allemaal beproefd. Bestaan er dan geen zwakheden? Ja, we hebben allemaal onze zwakheden. Vergeet echter niet dat de Heer, aan de negatieve kant, onze zwakheden niet zal verwijderen en dat Hij ons, aan de positieve kant, geen ongerechtvaardigde kracht zal schenken. Gods kracht wordt in zwakheid geopenbaard – daarom is deze schat in aarden vaten.

 

HET PARADOXALE GEESTELIJKE LEVEN

 

Vandaag zou ik willen zeggen, dat er geen christen bestaat die een aarden vat heeft dat te aards is voor de Heer en dat de openbaring van de schat onmogelijk maakt. Het geeft niet hoe zwak we zijn. Wees ervan verzekerd dat de schat van de Heer ook in dit vat geopenbaard zal worden. Zo zien we dus een geestelijke paradox in Paulus en in ons. Weten we eigenlijk wat de mensen over Paulus te zeggen hadden? Zij zeiden onder meer dat zijn spreken verachtelijk was (10:10b), dat hij hen met list had gevangen (12:16) en dat hij lichtvaardig handelde door "Ja, ja" en "Nee, nee" te zeggen (1:17). Zij zeiden verder dat zijn brieven zó gewichtig en krachtig waren dat zij de mensen in feite vrees aanjaagden (10:9-10). Het mag paradoxaal klinken, maar Gods schat ziet er in zo'n aarden vat erg goed uit. Zonder het aarden vat zou Gods schat niet tot zijn recht komen. Ik wil alleen maar duidelijk maken dat Paulus een echte mens was. Dank God dat de Heer in hem was doorgebroken en dat Hij dientengevolge uit zijn binnenste kon stralen. Hij was geen mens zonder gevoel. Maar in zijn verdriet zei hij: "Ik verblijd mij te allen tijde." Hij was niet voortdurend blij, noch was hij voortdurend verdrietig, maar hij verblijdde zich voortdurend in zijn verdriet.

 

Ik moet je zeggen dat dit het bijzondere aan het christen-zijn is. Waar tranen vloeien, doet zich een glimlach voor. Vele christenen gedragen zich veel beter dan Paulus, maar ze leven niet als een christen. Zij kunnen de Heer, in tegenstelling tot de ware christen, alleen maar prijzen. Vele christenen menen dat zij een bepaalde toestand kunnen bereiken, waarin zij geen verdriet of moeilijkheden zullen ervaren. Andere christenen zijn voortdurend bedroefd en verstoord. Dit betekent dat de schat in hen geen gelegenheid heeft om zich te openbaren. Maar hier was iemand waardoor de Heer Jezus vrij kon stromen. Eens ontmoette ik enkele zeer opmerkelijke kinderen van de Heer. Toen ik hen ontmoette, wist ik meteen met welk soort mensen ik te doen had. En ik wist tevens welk soort van mensen zij voor de Heer waren. Wanneer we vandaag de dag mensen ontmoeten, willen we zelfs niet het geringste van het aarden vat ontdekken. Soms zien onze ogen echter niets anders dan het aarden vat. Zij die God werkelijk kennen, zien onmiddellijk de schat in aarden vaten in Gods kinderen.

 

Ik ontmoette eens een zuster in de Heer. Ik bemerkte onmiddellijk dat zij vlug van karakter was. Zij deed alles vlug: het spreken, het berispen van anderen, het schrijven van brieven, enzovoorts. Dank de Heer dat er minstens honderd brieven in de prullenbak zaten die de brievenbus nooit hadden bereikt. Vanwege het aarden vat schreef zij de ene brief na de andere. Maar de brieven in de prullenbak duidden zonder enige twijfel op de schat die zij bezat. Deze schat bevond zich in een aarden vat. Zo gauw je haar zag, kende je haar. Zo was zij van nature. En toch kon je ook de Heer in haar ontdekken. Soms zien we iemand die zwaar beproefd wordt. Maar tegelijkertijd zien we de rijkdom die hij bezit. Dit is de schat in aarden vaten.

 

Ik vind het heerlijk om te lezen hoe de eerste gemeente bad dat Petrus uit de gevangenis bevrijd mocht worden. En God verhoorde hun gebed. Toen Petrus voor de deur stond en aanklopte, dachten zij dat het zijn engel was (Hand. 12:12-15). Zien we hier dan het ware geloof? Hun gebeden werden weliswaar verhoord, maar de menselijke zwakheid is duidelijk zichtbaar. Zij deden geen pogingen om hun zwakheid te verbergen. Sommige mensen hebben vandaag groter geloof dan zij die in het huis van Maria en Marcus aanwezig waren. Dit soort mensen is er van overtuigd dat God een engel zal zenden, om de deuren van de gevangenis te openen. Op de dag des Heren gaven we al enkele voorbeelden van dit soort mensen. Wanneer de wind waait, zeggen zij dat Petrus voor de deur staat. Op het moment dat het begint te regenen, zeggen zij dat Petrus op de deur klopt. Het geloof van dit soort mensen is ontzettend groot, maar hetgeen zij geloven gebeurt echter niet. Laten we eerlijk zijn: een groep van lichtgelovige mensen kan gemakkelijk door dit soort christenen bedrogen worden. Maar zij die God kennen, weten dat het christen-zijn met aarden vaten te doen heeft. Het christen-zijn houdt in dat de schat zich in aarden vaten bevindt. Menselijke twijfel is echt afschuwelijk – het is zelfs zonde. Alles wat uitsluitend met het aarden vat te maken heeft is dan ook onaanvaardbaar. Het belangrijke punt is niet het aarden vat zelf, maar het feit dat er zich in dit aarden vat een schat bevindt. Het is niet nodig dat we het aarden vat verbeteren of opknappen. De schat bevindt zich in aarden vaten.

 

Vaak zijn we ervan verzekerd dat God onze gebeden verhoord heeft. Maar op het moment dat ons geloof het sterkst schijnt te zijn, is het mogelijk dat wij tevens de aanwezigheid van twijfels kunnen bespeuren. Wanneer Gods stem op z'n duidelijkst is, zullen we ongetwijfeld de stem van de duivel horen. In zo'n situatie kan ik de Heer danken en prijzen voor het geloof dat Hij ons heeft gegeven. Dit geloof is onveranderlijk en is altijd aanwezig. Voor Gods aangezicht kunnen we zien, dat deze schat voortdurend wordt geopenbaard in aarden vaten. Zo wordt Gods heerlijkheid geopenbaard in aarden vaten.

 

Vele christenen leven en wandelen op zeer oppervlakkige wijze. De schat wordt door hen niet geopenbaard. Zulke mensen leggen uitsluitend menselijke inspanning en goed gedrag aan den dag. Het normale christelijke leven is echter wanneer iemand twijfelt op het moment van zijn grootste verzekerdheid. Het is een leven waarin iemand zich zwak kan voelen op het hoogste punt van zijn kracht. In dit leven is het mogelijk angstig te zijn, terwijl grote dapperheid aan den dag gelegd wordt ten aanzien van God. Het is mogelijk dat zich twijfels voordoen op het moment dat je onuitsprekelijke vreugde ervaart. De echtheid van de schat in aarden vaten wordt door dit soort tegenstrijdigheden vastgesteld.

 

MENSELIJKE ZWAKHEID IS GEEN BELEMMERING VOOR GODS KRACHT

 

Tenslotte wil ik de Heer danken dat menselijke zwakheid geen belemmering is voor Gods kracht. Wat zijn dan zoal de overleggingen van ons hart? Wij menen dat als er verdriet is er geen vreugde mag zijn; wanneer er gehuild wordt, mag zich geen lofprijs voordoen; waar er zwakheid is, mag er geen kracht zijn; wanneer iemand van alle kanten wordt bekneld, moet hij toch zeker beklemming ervaren; wanneer iemand ter aarde wordt geworpen, zal hij toch zeker vernietigd worden; en wanneer iemand twijfelt, zal het voor hem onmogelijk zijn om te geloven. Maar vanavond wil ik duidelijk maken dat dit helemaal niet waar is. God wil ons laten zien dat al het menselijke slechts een aarden vat is om de goddelijke schat te bevatten. Deze goddelijke schat kan onmogelijk door iets menselijks begraven worden. We hoeven niet teleurgesteld te zijn wanneer we met teleurstellingen te maken krijgen. Wij zijn inderdaad niet altijd zo succesvol, maar we moeten ons eenvoudig openen, zodat wij met iets positiefs gevuld kunnen worden en dit vervolgens uit kunnen stralen. Vaak wordt ons gebed gevolgd door twijfels en we denken dan onmiddellijk dat het met ons gedaan is. Ondanks de voortdurende aanwezigheid van twijfels, wordt de schat verheerlijkt door de komst van het geloof. Geloof maakt de schat nog heerlijker. Ik spreek nu niet over een ideaal – ik weet heel goed waar ik het over heb. Gods schat kan heel goed in aarden vaten uitgedrukt worden. Dit is een geestelijke paradox en het is kostbaar voor elke christen. Wij leven ons leven in het licht van deze geestelijke paradox en leren onze God op deze wijze kennen.

 

Op onze geestelijke reis zullen we ongetwijfeld ontdekken hoe onmetelijk groot deze innerlijke, geestelijke paradox eigenlijk is. Gaandeweg zullen wij ontdekken dat deze kloof steeds wijder wordt. Deze paradox in ons wordt alsmaar groter. Maar tegelijkertijd wordt de uitdrukking van de schat steeds duidelijker. Het aarden vat blijft wat het is – een aarden vat. Wat een prachtig beeld! Ofschoon de oorspronkelijke karaktertrekken van deze persoon niet veranderen, geeft God hem geduld dat al zijn natuurlijke lijdzaamheid overtreft. Het is veel beter om een van Godswege nederig persoon te zien, dan om een van nature zwijgzaam persoon te ontmoeten. En het is beter om een van Godswege zachtmoedig persoon te zien, dan om een van nature zwak en krachteloos persoon te ontmoeten. Het is tenslotte beter om een van Godswege krachtig persoon te zien, dan om een van nature krachtig persoon te ontmoeten. Het innerlijke verschil is ontzettend groot. Het soort van aarden vat is niet belangrijk, de schat past er altijd wel in. Het aarden vat blijft tenslotte een aarden vat, maar het is nu met iets gevuld! Alle zwakke mensen menen dat zij te aards zijn dat hun vaten vol met klei zitten en dat zij in feite hopeloos zijn. Vergeet niet dat we absoluut geen reden hebben om teleurgesteld te zijn. Al het geestelijke en krachtige dat de Heer ons geeft, zal uiteindelijk – op stralende wijze – in ons aarden vat worden geopenbaard en verheerlijkt. Nu begrijp je dus hoe belangrijk deze schat eigenlijk is.

 

Broeders en zusters, alles hangt af van deze schat. Ik herhaal: alle situaties zijn voor deze ene zaak. Het resultaat is zeer positief. Zij, die alleen de negatieve dingen voor ogen houden, zijn dwazen. De Heer kan Zichzelf door iedereen openbaren. Wanneer wij deze schat eenmaal bezitten, zullen velen het uiteindelijk te weten komen.

 

Watchman Nee