DE OPENBARING OP DE BERG - deel 1

 

Schriftlezing: Mc. 9:1-8

 

DE OPENBARING OP DE BERG ONTHULT HET WARE BEELD VAN DE HEER

 

Broeders en zusters, we weten allemaal dat er op een vlakte geen sprake kan zijn van openbaring. Elke openbaring vindt plaats op een berg. De Bijbel vertelt ons dat de berg de plaats is waar men dicht tot God nadert. Als een mens niet de vlakte verlaat en zich naar een hogere plaats begeeft, zal hij niet dicht tot God kunnen naderen. We zijn allemaal goed bekend met deze verzen in Marcus 9. Maar ik vraag me af hoevelen van ons werkelijk openbaring hebben ontvangen van de Heer Zelf. Toen de Heer op aarde was, had Hij het menselijke vlees als een kledingstuk aan. Eerst was Hij de Zoon van de levende God en toen werd Hij de Christus van God. Wat betekent dat? Wat Zijn persoon betreft is Hij de Zoon van God en wat Zijn werk betreft is Hij de Christus van God. De Zoon verwijst naar Zijn persoon en de Christus verwijst naar Zijn werk. Mattheüs 16:16 vertelt ons dat Hij zowel de Zoon van God als de Christus van God is. In feite is alleen de Zoon van God geschikt om de Christus van God te zijn.

 

Hij was de Zoon van de levende God met een onvergelijkbare heerlijkheid, positie en autoriteit. Toch deed Hij het vlees aan en kwam Hij in "vermomming" op deze aarde. De mensen herkenden Hem niet als de Zoon van God; ze herkenden Hem alleen als de broer van Jakobus, Jozef, Judas en Simon (Mc. 6:3) en als de neef van Johannes de Doper. De mensen zagen alleen Zijn uiterlijk voorkomen; zij herkenden niet wie Hij vanbinnen was. Zij kenden Hem alleen als Jezus van Nazareth en ze bekritiseerden Hem met de woorden: "Kan uit Nazareth iets goeds komen?" (Joh. 1:47). Tenzij een mens openbaring ontvangt van de Heilige Geest, kan hij de Heer niet zien.

 

Wie is Christus? Hij is de Zoon van God "in vermomming." Wat is een vermomming? Een vermomming is een uiterlijk dat men aanneemt en dat verschilt van iemands eigenlijke uiterlijk. Het feit dat het Woord vlees werd betekent dat het Woord zich vermomde. Hij vermomde Zichzelf als het vlees. De mensen zagen dus alleen de vermomming van het vlees; zij beseften niet dat Hij de Zoon van God was. Ze konden Hem niet alleen aanraken, maar ze konden Hem ook horen en zien. Ze konden bij Hem zijn als Hij preekte, at en boze geesten uitwierp. Maar ze herkenden Hem desondanks niet als de Christus. Zij die meer onderscheidingsvermogen hadden, zoals de jongeman en Nicodemus, noemden Hem Meester, Rabbi (Mt. 19:16-20; Joh. 3:1-2). Ze wisten alleen dat Hij omgang had met God, maar ze wisten niet wie Hij was. In Mattheüs 16:13 vroeg de Heer aan Zijn discipelen wie de mensen zeiden dat Hij was. Zij antwoordden dat sommigen dachten dat Hij Elia was, terwijl anderen dachten dat Hij Jeremia was. Waarom dachten de mensen niet dat Hij Daniël of Zacharia was? Dit komt omdat geen andere profeet zo krachtig was als Jeremia; hij veroordeelde alles wat tegen God in druiste. Hij streed met de profeten van Baal en overwon hen (1 K. 18:18-40). Jeremia was een zeer zachtaardig persoon. Hij was zo zachtaardig, dat de mensen hem de wenende profeet noemden. Als hij met een bepaalde situatie te maken kreeg die hij niet kon veranderen, kon hij alleen maar wenen. Hij was niet zo krachtig als Elia. De mensen zeiden dat Jezus Elia was omdat hij de zonde haatte en veroordeelde. Ze zeiden dat Hij Jeremia was, omdat Hij weende over de zondaren, de armen en Jeruzalem. Deze mensen kenden Hem een beetje, maar ze konden alleen maar zeggen dat Hij Elia of Jeremia was. De mensen zagen alleen Zijn uiterlijke verschijning; zij zagen alleen Zijn familieleden, Zijn woning, Zijn werk en Zijn karakter. Ze kenden niet de Heer Zelf.

 

Maar op een dag bracht de Heer Petrus, Jakobus en Johannes op de berg en veranderde Hij van gedaante voor hun ogen. Zijn kleding werd wit als het licht en Zijn gezicht straalde als de zon. De betekenis van de verheerlijking op de berg is dat de Heer Zijn werkelijke persoon aan de mens openbaarde. Hij was niet langer gehuld in een uitwendig omhulsel of verborgen voor de kennis van de mens. De verheerlijking van de Heer op de berg veranderde Hem dus niet in iets wat Hij niet was. Integendeel, Hij veranderde in iets wat Hij vanaf het begin al geweest was. Tijdens deze gebeurtenis openbaarde Hij aan anderen wie Hij was.

 

DE GEMEENTE WORDT GEBOUWD OP DE KENNIS VAN DE OPENBARING VAN CHRISTUS

 

De Bijbel vertelt ons dat de Gemeente op de rots gebouwd is (Mt. 16:18). De Rooms-Katholieke kerk meent dat Petrus die rots is. Feitelijk is dit onjuist, want in de oorspronkelijke taal betekent Petrus: kleine steen. Hij was dus geen rots. De Here Jezus zei tegen Petrus dat hij een kleine steen was en dat Hij Zijn Gemeente op de rots zou bouwen. Heb je dat wel gezien? De Gemeente is dus niet op Petrus gebouwd, maar op de rots. Wat is die rots? Wanneer de mensen de Heer als Christus, als de Zoon van de levende God kennen en wanneer de persoon en het werk van Christus geopenbaard worden, is er sprake van de rots. Met andere woorden: de rots is de geopenbaarde Christus. De kennis van de Heer als Christus en als Zoon van de levende God is iets wat niet door mensen geopenbaard wordt, maar door de Vader die in de hemel is (v. 17). Degenen die deze openbaring hebben, zijn door God Zelf onderwezen.

 

Allen die van de Heer horen via mensen en die de dingen van de Heer uitsluitend via mensen leren kennen, zijn geen ware christenen. Alles wat niet op de rots gebouwd is, is niet de Gemeente. Vandaag is het voor iedereen mogelijk om openbaring te ontvangen. Christus kennen betekent niet dat we zeggen wat alle andere mensen over Hem zeggen; we moeten Hem persoonlijk kennen. Veel mensen bestuderen weliswaar de Bijbel, maar ze kennen de Heer niet. Ze luisteren naar preken, maar de preken hebben geen enkel effect op hen. Dit bewijst dat hun inspanning het werk van mensen is, niet het werk van God. Het werk van God bestaat uit het openbaren van Zijn Zoon. Iedere christen moet een directe openbaring van de Heer ontvangen. Hij moet weten wat voor soort persoon Christus is, voordat hij in Hem kan geloven en Hem door middel van een levend geloof kan ontvangen. Zodra hij gelooft en ontvangt, ontwikkelt hij een directe relatie met God. Alleen degenen die God op deze wijze kennen, kunnen als ware christenen aangemerkt worden.

 

Broeders en zusters, we moeten niet alleen de uiterlijke verschijning van de Heer in overweging nemen om Hem vervolgens in dezelfde categorie te plaatsen als Elia en Jeremia. We moeten de Heer kennen vanuit het diepst van ons wezen. Alleen dan kunnen we als christenen aangemerkt worden. Iedereen die niet op de berg der verheerlijking geweest is, kent de Heer nog niet. Het probleem met de gelovigen van vandaag is dat ze op de discipelen van toen lijken: ze kennen de inwendige Christus nog niet. Ze zien alleen Zijn uiterlijke verschijning maar. Je zou bijvoorbeeld de catechismus uit het hoofd kunnen leren, maar dan ken je nog steeds Christus en de Bijbel niet; je kent dan alleen Zijn uiterlijke verschijning maar. Niet één van die dingen doet je ook maar enig goed. Christus is innerlijk en alleen dat wat in je leeft, is belangrijk. Je moet door Zijn uiterlijk omhulsel heendringen om Hem innerlijk te herkennen. Anderen kijken misschien naar de uiterlijke verschijning, maar wij kennen Hem op een innerlijke wijze en staan in direct contact met Hem alleen. Dit is het verschil tussen een christen en de rest van de wereld. Elke christen moet de berg der verheerlijking beklimmen. Anders is hij niet meer dan een christen die tradities en uiterlijke verschijningen nastreeft – iemand die de innerlijke Christus helemaal niet kent.

 

Wat betekent het om een traditioneel en uiterlijk christen te zijn? Stel dat de zoon van een voorganger elke dag de Bijbel leest en elke avond bidt. Hij is zeer vertrouwd met de verhalen in de Bijbel. Elke week gaat hij naar de kerk, tweeënvijftig weken per jaar. Hij is op de hoogte van alle leerstellingen in het christendom en weet precies waar je het over hebt. En toch is hij niet gered. Hij kent Christus niet als zijn persoonlijke Redder. Hij is louter een christen op basis van traditie. Hij ontvangt alles van mensen en niet direct van God. Hij kent alleen de uiterlijke Christus. De kennis van de innerlijke Christus is echter iets heel anders. Stel dat een man een christen is. Door zijn invloed betuigt zijn zoon een christelijk geloof. Dit kan jaren zo door blijven gaan. Maar op een dag – prijs de Heer – wordt de zoon beroerd door het licht van de Heilige Geest. Hij heeft Christus Zelf beroerd en heeft nu een directe relatie met de Heer. Nu kent hij Christus op een echte manier. Dit is het verschil tussen een uiterlijke en een innerlijke kennis van Christus. Veel christenen kennen alleen een "vermomde" Christus: ze zien dus niet Zijn ware uiterlijk. Maar zodra ze openbaring ontvangen en Zijn werkelijke beeld zien, zullen ze Hem op een echte manier kennen.

 

Broeders en zusters, wat is jullie kennis van Christus? Als je Hem in het diepst van je wezen kent, zul je niet alleen ervaren dat je met Christus gekruisigd en opgestaan bent, maar ook dat je in Hem overwonnen hebt. Al deze dingen behoren dan tot de mogelijkheden in jou. Christus zal niet langer een abstractie zijn: Hij zal je innerlijke werkelijkheid zijn. Nu zal ik ronduit zeggen dat iemand die geen openbaring van Christus de Zoon van God heeft, ook geen christen is. Hij heeft niets te maken met de rots en hij staat tevens los van de rots.

 

De Heer zei tegen Zijn discipelen: "Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?" (Mt. 16:15). Wij moeten een Christus hebben, die we door middel van openbaring hebben leren kennen en we moeten Hem geloven en ontvangen met een levend geloof. Wanneer dat gebeurt, zal het koninkrijk van God over ons komen. Als een mens niet opnieuw geboren is, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. Zij die de openbaring van de berg der verheerlijking hebben ontvangen, zullen het koninkrijk van God binnengaan en zij die een dergelijke openbaring niet hebben ontvangen, zijn nog steeds niet wedergeboren – ze hebben dan geen deel aan het koninkrijk van God.

 

Romeinen 14:17 zegt: "Want het Koninkrijk Gods is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in de heilige Geest." Alles is in de Geest. Iemand die van de Geest geen openbaring heeft ontvangen om Christus te kennen, zal niets van geestelijke dingen afweten. Als je probeert iets geestelijks aan hem uit te leggen, krijgt hij er hoofdpijn van en snapt hij er ook helemaal niets van. Hij heeft God dus niet gezien. Hij heeft ook de Heer niet gezien en hij weet niets van het koninkrijk van God. Hij denkt misschien wel dat hij heel wat weet, maar wat hij weet zijn slechts uiterlijke dingen. De Heer is slechts een abstracte Christus voor hem. Vandaag is het probleem dat de Christus die de kinderen van God kennen, zo weinig realiteit bezit. Je kunt Christus niet leren kennen door middel van voorgangers of leraren; licht en openbaring moet direct van de Heer komen. Dit is de allereerste vereiste ten aanzien van het zijn van een christen.

 

DE WET EN DE PROFETEN ZIJN VOORBIJ

 

Wanneer we de berg beklimmen en op een hoger gelegen punt gekomen zijn, zien we Christus. Hier ontvangen we Gods openbaring. Destijds veranderde de Heer van gedaante op de berg: Hij openbaarde Zichzelf. Op de berg zagen de discipelen het ware beeld van de Heer. Verder zagen ze Hem ook met Mozes en Elia spreken. Petrus hield wel graag een praatje. Vandaag zijn er veel afstammelingen van Petrus. De gemeente zit vol mensen die net zo praatziek zijn als Petrus was! Ze praten wel, maar ze beseffen niet wat ze zeggen. Zoals gewoonlijk hield Petrus ook op die dag weer een praatje: hij kon eenvoudig zijn mond niet houden. Door deze wonderlijke openbaring werd het ware beeld van Jezus Christus onthuld. De discipelen kenden de Zoon van God en zij zagen bovendien de belangrijkste personen uit de Joodse traditie. Dit was een unieke gelegenheid voor hen om iets te zeggen. Petrus vroeg of de Heer misschien wilde dat hij drie tenten op zou slaan: "een voor U, een voor Mozes en een voor Elia." (Lc. 9:33). Volgens Petrus was de Heer Jezus de grootste en de eerste plaats zou voor Hem zijn. Maar na Hem kwamen wel de nummers twee en drie, die toch ook een tent verdienden. Maar de Bijbel zegt dat Petrus niet wist wat hij zei (v. 33).

 

Mozes vertegenwoordigt de wet en Elia vertegenwoordigt de profeten. Samen vertegenwoordigen ze de wet en de profeten. Volgens Petrus was Christus weliswaar het middelpunt, maar was er toch ook nog plaats voor de wet en de profeten. Maar God kon een dergelijke manier van denken niet toestaan. Als deze gedachte zou blijven, zou het christelijke geloof afgedaan hebben. Bijgevolg openbaarde God onmiddellijk Zijn wil vanuit de hemel. God omhulde hen met een stralende wolk en nam Mozes en Elia weg. Toen de discipelen opkeken, zagen ze alleen Jezus nog maar. Op hetzelfde moment hoorden ze een stem uit de hemel: "Deze is Mijn Zoon, de geliefde, hoort naar Hem" (Mc. 9:7). God liet hen weten, dat dit voor hen niet het juiste moment was om te spreken. Ze moesten stil zijn en luisteren. Ze moesten verder helemaal niets zeggen. Ze moesten alleen maar naar de geliefde Zoon luisteren.

 

Een christen zijn betekent dat we Christus op een innerlijke manier kennen; het heeft dus niets te maken met de uiterlijke wet en de profeten. De wet bestaat uit uiterlijke inzettingen. Ze werd geschreven op tafelen van steen en ze vertelt ons wat we wel en wat we niet mogen doen. De wet geeft ons een uiterlijke maatstaf van goed en kwaad; ze vertelt ons op een uiterlijke manier wat goed is en wat niet. Veel mensen kennen de innerlijke leiding van de Heilige Geest niet en ze hebben nooit geleerd om de leiding van de Geest te gehoorzamen. Ze zeggen wat anderen zeggen en ontkennen wat anderen ontkennen. Wanneer de Bijbel zegt dat dit of dat goed is, dan herhalen ze dat. Maar ze hebben geen innerlijke openbaring en hebben nooit geleerd om de leiding van de Geest te gehoorzamen.

 

Watchman Nee

The Collected Works of Watchman Nee, Set 2, Vol. 43: Conferences, Messages and Fellowship (3), ch. 75