De openbaring op de berg - deel 2

 

Schriftlezing: Mc. 9:1-8

 

DE LEIDING VAN DE GEEST EN DE LEER VAN DE BIJBEL

 

Op een keer vroeg een broeder mij: "Ik wil iets bepaalds doen. Wat leert de Bijbel daarover?" Ik antwoordde: "In de naam van de Heer, laat me je nu iets vragen. Als je niet weet wat de Bijbel daarover zegt, betekent dit dan dat je Gods wil helemaal niet kent?" In het Oude Testament hadden de mensen de wet. Ze wisten wat de wet over bepaalde dingen te zeggen had en de maatstaf van goed en kwaad werd dan ook bepaald aan de hand van die dingen. In het Oude Testament waren er wel inzettingen, maar er was toen nog geen leiding van de Heilige Geest. Maar in het Nieuwe Testament is dat heel anders. In het Nieuwe Testament woont de Geest in de mens en brengt Hij de mens ertoe Gods wil te gehoorzamen. In tegenstelling tot het Oude Testament is de Geest levend, terwijl de wet dood is. Het is gevaarlijk voor een mens om alleen de inzettingen te kennen, zonder iets te weten over de leiding van de Heilige Geest! In het Oude Testament bestond alleen de Heilige Schrift; van een inwonende Heilige Geest was toen nog geen sprake. Maar in het Nieuwe Testament kan de Heilige Geest bij de mens binnenkomen. Vandaag hebben we zowel de Geest als het Woord. Hij vertelt ons wat goed en verkeerd is.

 

Als iemand uitsluitend de leer van de Bijbel in overweging neemt, zonder de Heilige Geest daarbij te raadplegen, leeft hij in het Oude en niet in het Nieuwe Testament. Wij verachten de Bijbel niet. Ik zeg alleen, dat, hoe kostbaar de Bijbel ook is, hij toch niet vergeleken kan worden met de inwonende Geest. Broeders en zusters, als we het er over eens zijn dat het Nieuwe Testament beter is dan het Oude Testament, dan zijn we het er ook over eens dat de Heilige Geest beter is dan de Heilige Schrift. Sommige christenen menen dat vrij zijn van de tien geboden betekent dat ze vrij zijn van de wet. Ze beseffen niet dat de wet een principe is. Wanneer ze onder de wet zijn, kunnen ze niets anders doen dan de wet navolgen. De wet vertelt hen wat goed en kwaad is; daarbuiten weten ze niets. Hoewel de Bijbel een geweldig boek is, kan hij toch de Geest niet vervangen; het kan dus niet de maatstaf zijn van onze wandel of van goed en kwaad. De Bijbel is weliswaar belangrijk, maar behalve de waarheid van het Woord hebben we tevens de leiding van de Heilige Geest nodig.

 

Op een dag sprak een van de broeders met een andere broeder uit een kerkgenootschap over de doop. Onze broeder gedroeg zich helemaal als een lid van de baptistengemeente, want hij wilde over niets anders praten dan over de doop door onderdompeling. Vanaf het moment dat hij zijn mond opendeed, probeerde hij anderen te overtuigen om in de doop door onderdompeling te geloven. Toen hij met deze andere broeder over de doop sprak, werd die broeder door zijn woorden overtuigd ten aanzien van de doop door onderdompeling. Vervolgens vroeg hij aan mij of ik hem wilde dopen. Ik vroeg hem waarom hij gedoopt wilde worden, waarop hij antwoordde dat de Bijbel over de doop door onderdompeling en niet over de doop door besprenkeling spreekt. Daarop vroeg ik hem of hij hierover gebeden had en of hij hierin door de Geest geleid werd. Hij antwoordde: "Omdat de Bijbel het zegt wil ik gedoopt worden." Ik zei:

 

"Ga alsjeblieft naar huis. Ik ga niet dopen, omdat je zelfs geen sprankje openbaring hebt." Deze man had alleen de wet. Broeders en zusters, we moeten de mensen vandaag de dag niet leren de Bijbel te gehoorzamen; we moeten hen veeleer leren de Bijbelse waarheden te gehoorzamen door de Heilige Geest. Ik veracht de Bijbel helemaal niet. Ik zeg alleen dat we zowel de Bijbel als de Geest moeten hebben. De Bijbel naleven zonder de Geest is hetzelfde als het naleven van de wet. We hebben vandaag de wet niet meer nodig; we hebben veeleer de levende Christus nodig, die in ons binnenste leeft. We moeten Zijn leiding volgen. Hoewel de Bijbel geen wet is, hebben veel mensen hem tot een wet gemaakt. Sommigen lezen de Bijbel en ontvangen zowel openbaring als leiding door de Geest en hebben zodoende het leven. Maar anderen hanteren de Bijbel uitsluitend als een uiterlijke wet, een soort maatstaf van goed en kwaad. Maar dit is een zaak van leven en dood, dit is het verschil tussen het jodendom en het christen-zijn. Als dit ons niet duidelijk is, kunnen we niet verwachten een grote opwekking of een groot werk te zien, hier in Zuidoost Azië.

 

Er was eens een dokter in Tsinan, in de provincie Sjantung, die een dienstmeisje had. Op een dag bezocht dit dienstmeisje Sjanghai en werd daar gered. Toen ze zag dat de zusters in de samenkomsten hun hoofd bedekten, vroeg ze wat dat betekende. Iemand vertelde haar dat zij eenvoudig gehoorzaam waren aan de leer van de Bijbel. Toen ze dat hoorde, bedekte ook zij haar hoofd. Nadat ze weer thuis gekomen was, vroeg de vrouw des huizes waarom ze haar hoofd bedekte. Omdat ze niet wist wat ze moest zeggen, antwoordde ze: "Ik bedek mijn hoofd omdat de Bijbel dat zegt. Omdat anderen hun hoofd bedekken, doe ik het ook. Ik weet echter niet precies waarom het gedaan wordt." Toen ik bij hen was, vertelde de vrouw des huizes mij over de hoofdbedekking. Ik vroeg of ze het meisje onmiddellijk naar mij toe wilde sturen. Toen ze kwam, zei ik: "Namens de gemeente in Sjanghai (ik was destijds een broeder in de gemeente van Sjanghai) verbied ik je je hoofd te bedekken, omdat we hier geen zusters hebben die hun hoofd bedekken zoals jij. Jouw hoofdbedekking is een wet."

 

Het moet ons duidelijk zijn, dat als iemand aandacht schenkt aan uiterlijke inzettingen en leringen, hij de geestelijke Bijbel in een dood wetboek kan veranderen. Op die dag zei God tegen Petrus, dat hij alleen maar naar Zijn geliefde Zoon moest luisteren en dat hij de wet en de profeten moest vergeten. Het woord dat Hij tot Petrus sprak, was echter voor de hele gemeente bedoeld. We danken God dat Christus vandaag niet alleen in de hemel leeft, maar ook in ons binnenste. We moeten dus niet naar de wet luisteren, maar naar de levende leiding van de inwonende Christus.

 

De wet bestaat uit dode inzettingen, terwijl de profeten levende personen zijn. De wet kan uiteraard geen maatstaf van goed en kwaad zijn voor elke stap die we doen. Zal ik vanavond rijst of pap eten? Hoe moeten de samenkomsten in Singapore geleid worden? Antwoorden op dergelijke vragen kunnen niet in de wet gevonden worden. De inzettingen van de wet zijn dus niet compleet. Alle wetten zijn goed, maar ze kunnen niet alles behandelen. Om deze reden waren er – in het Oude Testament – niet alleen dode wetten, maar ook levende profeten. Wat iemand niet in de wet kon vinden, vroeg hij aan God door middel van de profeten. De profeten vulden aan wat er aan de wet ontbrak. Men kon destijds niet direct naar God gaan, men moest de profeten om raad vragen. De profeten waren degenen die Gods woord bekend maakten.

 

Bevrijd zijn van de tien geboden betekent nog geen bevrijding van de wet. De wet omvat alle uitwendige verordeningen. Een wandel volgens de profeten is een wandel volgens datgene wat andere mensen zeggen. Niet in staat zijn Gods wil zelf te begrijpen en raad zoeken bij anderen is wandelen volgens het principe van de profeten. God zij dank dat niet alleen de wet moet verdwijnen, maar ook de profeten. Zo moet niet alleen Mozes opstappen, maar ook Elia. Zowel de wet als de profeten zijn voorbij. Het werk van de profeten is te profeteren, te preken en Gods wil te zoeken ten behoeve van anderen. Maar de profeten zijn verdwenen en we kunnen dan ook niet langer afhankelijk zijn van anderen om Gods wil voor ons te zoeken.

 

IN DE NIEUWTESTAMENTISCHE EEUW KENT IEDEREEN GOD PERSOONLIJK

 

Wat is het Nieuwe Testament? Dat is wanneer "de aarde vol zal zijn van de kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken" (Js. 11:9). Je kunt nu zelf tot God naderen en Hem persoonlijk zoeken; het is dus niet nodig dat andere broeders je iets vertellen. Je kunt nu zelf Gods wil kennen en het is dan ook niet nodig dat je je tot anderen wendt om Hem te leren kennen. Met andere woorden: het is niet nodig om je naaste je profeet te laten zijn. Iedereen kan persoonlijk Gods wil kennen. Jaarlijks ontvang ik talloze brieven waarin de mensen mij vragen stellen en waarin ze mij vragen voor hen te bidden. Zo willen ze bijvoorbeeld weten of God wil dat ze dit of dat doen. Eigenlijk zeggen ze: "Watchman Nee is de profeet. We hoeven God nu niet langer zelf te zoeken. We vragen gewoon of Watchman Nee dat voor ons wil doen." Broeders en zusters, dat is het principe van het Oude Testament. Dat is het principe van de profeet.

 

Betekent dit dan dat we niet langer naar onze broeders hoeven te luisteren? Nee. In het Oude Testament luisterden de mensen uitsluitend naar hun broeders. Maar in het Nieuwe Testament moeten de christenen en naar hun broeders luisteren en de leiding van de Heilige Geest zoeken. Ik zeg dus niet dat we onze broeders of de Bijbel moeten negeren. Ik zeg, dat we behalve deze dingen ook de leiding van de Heilige Geest nodig hebben. Prijs God, dat Mozes en Elia voorbij zijn. Het is nu niet meer nodig dat anderen ons vertellen wat Gods wil is, want in ons binnenste kennen we Zijn wil. De inwonende Heilige Geest vertelt ons nu wat we wel of niet moeten doen. Als we geen leiding van de Heilige Geest bespeuren, kunnen we op het woord van de profeten wachten. Wat is een profeet? Een profeet is iemand die Gods wil voor ons zoekt.

 

Vroeger begreep ik niet waarom Paulus zo nodig naar Jeruzalem moest gaan (Hnd. 21:4, 10-14). Veel mensen ontmoedigden hem, maar toch ging hij. Waarom moest hij zo nodig gaan? Nu weet ik het. Paulus moest gaan, omdat hij volgens het nieuwtestamentische principe moest werken. In het Nieuwe Testament hoeft niemand de profeet van iemand anders te zijn! Het is waar dat alle broeders en zusters de Heilige Geest hebben en door Zijn inspiratie kunnen profeteren. Maar niemand hoefde Paulus te vertellen wat hij moest doen. Paulus moest vanbinnen zelf geweten hebben of hij wel of niet moest gaan. Deze mensen deden meer dan eigenlijk noodzakelijk was – ze werden Paulus' profeten. Daarom negeerde Paulus hun woorden en volgde hij zijn eigen plan. Als Paulus naar hun woorden geluisterd had en teruggekeerd was en als dat verhaal in de Bijbel opgetekend was geworden, dan zou dat verschrikkelijk geweest zijn. Paulus was bereid zichzelf op te offeren om het principe van het Nieuwe Testament in stand te houden. Dit toont duidelijk aan dat de wet en de profeten vandaag voorbij zijn.

 

Voor zover het ons geloof betreft is alleen de Zoon van God van belang. De wet en de profeten kunnen dus niet naast Hem bestaan. Het is namelijk de inwonende Heer die ons vertelt wat we wel en wat we niet moeten doen. Vaak, wanneer anderen mij iets vragen, zeg ik: "Vraag het eens aan jezelf?' Elk gered mens kan de wil van God kennen. Misschien dat onze verwarde gedachten en gevoelens en ons gecompliceerde verstand ons hebben afgesloten van de stem van de Heer en van de leiding van de Geest. Maar als ons hart zuiver is, zullen we God zien. Zij die een rein hart hebben, zullen God zien (Mt. 5:8). Maar onafhankelijk van onze situatie, moeten we goed onthouden dat een christen iemand is die naar Christus luistert. Openbaring moet direct van God ontvangen worden – daarbij is geen plaats voor de wet of de profeten. Dat de Heer ons mag leiden om deze les te leren. We moeten eerst openbaring ontvangen van de Heilige Geest voordat we Gods wil kunnen begrijpen. Dan alleen zullen we een levend testament in plaats van een dood testament hebben.

 

Watchman Nee

The Collected Works of Watchman Nee, Set 2, Vol. 43: Conferences, Messages and Fellowship (3), ch. 75