DE OPENBARING VAN JEZUS CHRISTUS

Schriftlezing: Mc. 9:1-8

 

JEZUS CHRISTUS EN DE OPENBARING VAN JEZUS CHRISTUS

 

Johannes 3:16 zegt dat God ons zijn Zoon heeft gegeven; Openbaring 1:1 zegt dat God ons de openbaring van Jezus Christus heeft gegeven. God heeft ons twee grote zegeningen gegeven: Jezus Christus en de openbaring van Jezus Christus.

 

Het Griekse woord voor openbaring is apocalypsis. Apo betekent "optillen" en calypsis betekent "sluier”. Samen betekent het: de sluier optillen en onthullen wat zich achter de sluier bevindt. Als we alleen Christus, maar geen openbaring van Jezus Christus hebben, weten we nog steeds niet wie Christus is.

 

Onze openbaring van Jezus Christus zal pas volledig zijn, wanneer we ons lichaam afgelegd hebben en de Heer "van aangezicht tot aangezicht" zien. Er zijn echter mensen die God zoeken en heel dicht bij God leven. Deze mensen hebben dus niet alleen Jezus Christus, maar ook de openbaring van Jezus Christus.

 

HET KONINKRIJK VAN GOD ZIEN KOMEN MET KRACHT

 

In Marcus 9:1 zegt de Heer: "Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij zien, dat het Koninkrijk Gods gekomen is met kracht.” Dit betekent, dat Christus op het punt stond om geopenbaard te worden. Het Koninkrijk van God is namelijk Jezus Christus zelf. De Heer Jezus is de werkelijkheid en de inhoud van het Koninkrijk van God. Het openbaar worden van de Heer Jezus is dus het openbaar worden van het Koninkrijk van God.

 

"EN NA ZES DAGEN "

 

Vers 2 begint met de woorden: "En na zes dagen." Dat betekent dat het de zevende dag was. God deed er zes dagen over om de hemel en de aarde te scheppen, met alles wat daarin is. De zevende dag is de rustdag. Op het moment dat Adam en Eva geboren werden, rustten zij – dit is de juiste manier. Adam en Eva waren immers niet geboren om te werken, maar om te rusten in Gods werk.

 

Wij worden gered door het besef dat God Degene is die alles heeft volbracht. We moeten goed beseffen dat ook wij moeten leven door te rusten in Gods werk. Wij genieten dus eenvoudig van Gods werk. Met andere woorden: God doet een werk dat zowel volledig als volkomen is. Het is dus niet nodig dat wij iets doen. Wij mogen genieten van alles wat God heeft volbracht. Alles wat God heeft volbracht is goed en volkomen. De openbaring van Christus komt "zes dagen later." Dit betekent dat God alles heeft volbracht. De mens heeft er dus absoluut geen aandeel in. Met betrekking tot geestelijke zaken is onze visie uitsluitend gebaseerd op Gods werk. Want het is Gods werk dat ons in staat stelt Gods openbaring te zien.

 

"JEZUS NAM PETRUS, JAKOBUS EN JOHANNES MEE"

 

Vers 2 gaat verder: "Jezus nam Petrus, Jakobus en Johannes mee." Alle twaalf discipelen hadden Jezus Christus, maar slechts drie van hen hadden de openbaring van Jezus Christus. De Zoon van God hebben betekent het eeuwig leven hebben, maar niet iedereen die de Zoon van God heeft, heeft ook de openbaring van de Zoon van God. Maar zonder de openbaring van Jezus Christus zal het besef van Hem onduidelijk en onvoldoende zijn.

 

"OP EEN HOGE BERG"

 

Jezus bracht deze drie discipelen "hen afzonderlijk op een hoge berg alleen." De Heer bracht deze drie discipelen op een hoge berg, omdat de begane grond niet de juiste plaats is voor het ontvangen van openbaring. Mozes was op een berg toen hij de wet ontving. Elia was op een berg toen hij als een profeet diende. Hoog op de berg ben je ver van de mensen, ver van de bewoonde wereld en tegelijkertijd dicht bij de hemel. Het beklimmen van een hoge berg vereist kracht. Als je openbaring wilt ontvangen, moet je zowel de mensen als de aarde achter je laten en dicht bij de hemel zijn. Je moet er dus een prijs voor betalen.

 

"HIJ WERD IN HUN BIJZIJN VAN GEDAANTE VERANDERD"

 

Terwijl zij zich op de hoge berg bevonden, veranderde de Heer in hun bijzijn van gedaante. Waarom werd de Heer getransfigureerd? Wat zou er gebeurd zijn als Hij niet was getransfigureerd? In dit vers zien we dat Jezus Christus in feite God in vermomming is. Als God zich niet had vermomd, zouden we Hem allemaal herkennen. Maar God heeft zich in Christus vermomd. Dit maakt het moeilijk voor ons om Hem te herkennen. We weten misschien dat er een timmerman was in Galilea en een man in Nazareth; we weten misschien ook dat Hij een broer was van Jakobus, Jozef, Judas en Simon. In zekere zin kent iedereen die de Bijbel heeft gelezen Hem, omdat de Bijbel over Hem spreekt. Zijn naam is Jezus. Maar zij die Jezus Christus alleen op deze manier kennen, kennen Hem in wezen helemaal niet. Zij kennen alleen een "vermomde" Jezus.

 

De verandering van Jezus' gedaante was het afleggen van de "vermomming" van de Heer voor de ogen van de discipelen. Het is voor ons van essentieel belang dat we de Heer zien zoals Hij buiten het vlees is. Dit is dan ook de reden dat de Heer van gedaante moest veranderen: Hij moest de sluier van de valse kennis van Zijn discipelen verwijderen. God de Zoon openbaarde Zichzelf op de berg en verwijderde Zijn sluier, opdat de mens Hem op een ondubbelzinnige wijze zou kennen.

 

In 2 Petrus 1:16, 17 zegt Petrus: "Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Here Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit. Want Hij heeft van God de Vader, eer en heerlijkheid ontvangen, toen zulk een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem kwam: Deze is mijn Zoon, mijn geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb." Toen Petrus de Heer op de berg der verheerlijking volgde, ervaarde hij zelf een grote verandering. Zodra hij de openbaring van Jezus Christus zag, werd zijn leven grondig veranderd. Als iemand de Heer kent en daarnaast een openbaring van Jezus Christus heeft, zal zijn leven stellig drastisch veranderen. Die verandering wijst erop dat hij een openbaring van Jezus Christus ontvangen heeft.

 

"ELIA MET MOZES"

 

Nadat de Heer van gedaante veranderd was, verschenen plotseling Elia en Mozes voor de ogen van de discipelen die met de Heer Jezus spraken. Petrus stelde voor: "Rabbi, het is goed dat wij hier zijn, laten wij drie tenten opslaan, voor U een, voor Mozes een en voor Elia een." Christus mag echter nooit op één lijn gesteld worden met Mozes en Elia, omdat het koninkrijk van God de wet en de profeten vervangen heeft. Als het koninkrijk van God aanwezig is, moeten Mozes en Elia opstappen. Alleen dan kan Jezus van Nazareth komen. Jezus laat zich namelijk niet met Mozes en Elia vermengen. Als het Oude Testament doorgaat, kan het Nieuwe Testament niet beginnen.

 

De Heer zweeg, en Petrus wist niet wat hij moest zeggen. Maar op dat moment sprak God. Het leek wel alsof de Vader wilde zeggen: "Je moet je oren en niet je mond gebruiken. Je moet naar de Heer luisteren, in plaats van de Heer te vragen naar jou te luisteren." Hier zien we dan waar het in het Nieuwe Testament eigenlijk om draait. We moeten dus niet meer naar de wet en de profeten luisteren. In plaats daarvan moeten we luisteren naar de geliefde Zoon van God, Jezus Christus. Het Nieuwe Testament is de openbaring van Jezus Christus. Een leven in overeenstemming met het Nieuwe Testament is een leven van gehoorzaamheid aan de openbaring van Jezus Christus.

 

Mozes vertegenwoordigt de wet, die ons vertelt dat God bepaalde leefregels voor de mens heeft opgesteld. Wanneer iemand in het Oude Testament wilde weten of een bepaalde zaak wel juist was, hoefde hij slechts in de wet te kijken. Men had dus niet noodzakelijkerwijs een innerlijk gevoel van goed en verkeerd. Het "ja" en "nee" stonden immers opgeschreven in de wet! Als iemand de verschillende wetten en inzettingen maar in acht nam, was hij al rechtvaardig. In het Oude Testament bepaalde de wet wat goed en wat verkeerd was. Zo veroorzaakt de wet dus een scheiding tussen God en de mens. De wet is een maatstaf van goed en kwaad, los van God. Maar dit is een dode maatstaf. Prijs de Heer, dat het Oude Testament inmiddels voorbij is. Vandaag, in de nieuwtestamentische bedeling, is alleen God ons "ja" en ons "nee". God die in ons is, is onze wet geworden. Iemand die zonder God is, die uitsluitend volgens bepaalde voorschriften leeft en die alleen maar "ja" en "nee" kent, is nog steeds in het Oude Testament. Iemand die God heeft, is verlost van goed en kwaad – zo iemand leeft werkelijk in het Nieuwe Testament.

 

Ten aanzien van de wet is het niet noodzakelijk dat de mens dichter tot God nadert. Door middel van de wet weet hij slechts wat goed en verkeerd is. De wet is een dode, morele maatstaf, los van God. Zodra het eenmaal bekend is, is het ook voor eeuwig bekend. Maar het Nieuwe Testament vereist een dagelijkse en zelfs ogenblikkelijke kennis. In het Nieuwe Testament kan noch Mozes, noch de wet bestaan. De ware kennis van de Heer is niet de kennis van gisteren of de kennis die aan boeken wordt ontleend. Ware kennis is kennis die voortspruit uit een levende, sprekende, inwonende Heer. Zulke kennis is altijd in de tegenwoordige tijd.

 

De profeten vulden aan waar het de wet aan ontbrak. Zij waren degenen die God zochten ten behoeve van anderen. Een profeet was dus iemand die Gods wil zocht namens anderen. Als je bijvoorbeeld niet wist of je al dan niet naar een bepaalde plaats moest gaan, kon je aan zo iemand vragen om Gods wil voor jou te zoeken. Dit was namelijk het werk van een profeet. De wet stelde je in staat om zowel het goede als het kwade te kennen volgens dode voorschriften, terwijl een profeet je persoonlijk kon vertellen wat goed en verkeerd was, als je dat zelf niet wist.

 

God zei dat we niet naar Mozes of Elia moesten luisteren. Maar vandaag zijn er vele Elia's. Stel dat we een zeer geestelijke broeder of zuster onder ons hebben. Als je een probleem hebt, zou je hem of haar gemakkelijk kunnen vragen om God namens jou te zoeken. Als Gods wil je dus niet duidelijk is, zou je hem of haar gemakkelijk op kunnen dragen Zijn wil namens jou te zoeken. Dit is het principe van een profeet. Zo verwijdert niet alleen de wet, maar ook de profeten het directe contact met God. Zowel de wet als de profeten staan dus tussen de mens en God – zij scheiden de mens van God.

 

Wellicht vraag je je af waarom er in het Nieuwe Testament dan überhaupt profeten zijn. Nieuwtestamentische profeten zijn echter heel anders dan de profeten van het Oude Testament. In het Nieuwe Testament heeft de Heer enkele profeten gegeven. Hun belangrijkste opgave is het werk van opbouw, vermaning en vertroosting (1 Kor. 14:3). Zij leggen alleen het principe van Gods wil uit. Zij gaan dus niet in op de details van Gods wil.

 

"DEZE IS MIJN GELIEFDE ZOON, HOORT HEM"

 

Jesaja profeteerde dat op een dag: "de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken" (11:9). Gods woorden zijn geweldig. Hij zegt dat de aarde vol zal zijn van de kennis van Jehova. "Vol" betekent dat er geen enkele nood meer is. Hebreeën 8:11 zegt: "En niet langer zullen zij ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder Ieren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen." Dit betekent dat geen medeburger en geen broeder nog de profeet voor iemand anders kan zijn. Dan moeten we God zelf leren kennen. Dit is het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament is de Heer die in ons leeft, die ons zegt wat van God is, wat juist is en wat verkeerd is. Het Nieuwe Testament is de Heer die ons van binnenuit leidt. Daarom is het niet meer nodig dat anderen ons leren. Van anderen ontvangen we uiteraard ook geestelijke hulp, maar de gedetailleerde leiding van Gods wil is iets tussen ons en God. Vandaag zijn de wet en de profeten voorbij. Dank God! We moeten horen: "Dit is mijn geliefde Zoon, hoort Hem!"

 

Watchman Nee

The Collected Works of Watchman Nee, Set 2, Vol. 43: Conferences, Messages and Fellowship (3), ch. 64