Gods verlangen om door de mens heen te werken

 

De Bijbel laat ons zien, dat God de mens nodig heeft. God heeft de samenwerking van de mens nodig, voordat Hij Zijn eeuwige plan kan vervullen. Gedurende de zes dagen van de schepping, was de mens het middelpunt van Gods scheppingswerk. God kon alleen rusten, nadat Hij de mens geschapen had; zonder de mens heeft God geen rust. Ondanks het feit dat de mens later viel, bleef Gods voornemen ten aanzien van de mens onveranderd. Hij wilde de mens nog steeds voor Zichzelf winnen. De behoudenis van de mens, alsook zijn groei en volwassenheid in het geestelijke leven, is voor de bevrediging van Gods behoefte. De grootste noodzakelijkheid ten aanzien van Gods werk, is menselijke samenwerking. Het is nog nooit voorgekomen dat Gods werk uitgevoerd werd zonder menselijke samenwerking. De mens werkt met God samen en God kan niets doen zonder de mens. (Met Gods werk bedoelen we hier niet de schepping, waar Hij zes dagen voor nodig had. Het werk van de schepping was geheel en al Gods werk; de mens had daar part noch deel aan.)

 

Van Genesis tot Openbaring kunnen we zien dat God de mens altijd heeft gezocht om hem te leiden, voor Zichzelf te winnen en door hem te werken. Wanneer God iets ten uitvoer wilde brengen, moest Hij altijd eerst enkele mensen voor Zichzelf winnen. Als Hij dat niet deed, dan kon Hij niet werken. We kunnen dit ook zien als we naar de voorbeelden van Noach, Mozes en de kinderen van Israël kijken. Noach was iemand die met God wandelde en met Hem samenwerkte om de ark te bouwen. Door Mozes had God een mogelijkheid om de kinderen van Israël uit Egypte te bevrijden. Terwijl de kinderen van Israël op hun beurt de tabernakel bouwden. Als God Mozes en de kinderen van Israël niet had gehad, dan had Hij Zichzelf niet aan de Israëlieten kunnen openbaren of onder hen kunnen wonen.

 

Ook in de komst van de Heer Jezus zien we een duidelijk beeld van de samenwerking tussen God en de mens. Wie is onze Heer Jezus? Hij is God die een mens werd. Er was niemand in het universum die Gods standaard kon bereiken. Om die reden werd God Zelf een mens. Hoewel de Heer Jezus meer dan een mens was, behield Hij desondanks — tijdens Zijn leven op aarde — Zijn positie als een mens. Hoewel Hij God is, alsook de Zoon van God, deed Hij altijd alles als een mens. Toen Hij eens door satan in verzoeking gebracht werd, kreeg Hij keer op keer van satan te horen, dat Hij eigenlijk alles als de Zoon van God zou moeten doen. Satan wilde Hem verleiden om de positie van een mens om te ruilen voor de positie van God. Maar de Heer Jezus antwoordde: “Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat” (Mt. 4:4). Hij bedoelde daarmee te zeggen dat Hij op aarde was als een mens. Hij werd door satan in verzoeking gebracht, omdat Hij vlees geworden was, alsook een Nazarener. Toen Hij eens een demon uitwierp, schreeuwde de demon: “Ik weet wel, wie Gij zijt: de heilige Gods.” Maar de Heer legde hem het zwijgen op (Mc. 1:23-26). Zijn menswording was een van de belangrijkste redenen dat Hij naar de aarde kwam. Hij zei: “Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden” (Lc. 19:10). Toen Nathanaël tot de Heer kwam, zei hij: “Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israël.” Daarop antwoordde de Heer: ”Gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalen op de Zoon des mensen” (Joh. 1:49-52). Hij zei altijd dat de Zoon des mensen dit of dat deed. Dit laat duidelijk zien, dat, toen de Heer Jezus op aarde was, Hij altijd in de positie van een mens bleef staan. God kan Zijn werk alleen ten uitvoer brengen door middel van de mens. Toen de mens niet langer aan Gods eisen kon voldoen, zond God Zijn geliefde Zoon naar de aarde om een mens te worden die wèl aan Gods eisen voldeed en die Zijn werk ten uitvoer bracht. Later zien we dat de Heer Jezus Zijn twaalf discipelen zond, alsook de zeventig (Lc. 9:1-2; 10:1). Om Zijn werk te volbrengen, heeft God een groep van mensen nodig. Al Gods werk onder de mensen, van Genesis tot Openbaring, heeft de samenwerking van de mens nodig. Zonder de mens kan God niets doen.

 

In Jesaja 6:8 zei God: “Wie zal Ik zenden en wie zal voor Ons gaan?” God heeft het verlangen om het evangelie te verbreiden en mensen te redden, maar er is niemand die Hij daarvoor kan gebruiken. Sommige mensen worden in beslag genomen door eerzucht. Anderen worden in beslag genomen door hun gezin, door de zucht naar vermaak of door de zucht naar comfort. Deze mensen bekommeren zich uitsluitend om hun eigen zaakjes en hebben absoluut geen verlangen om het evangelie te verbreiden of Gods werk te volbrengen. Broeders en zusters, beseffen jullie wel dat vele mensen niet gered worden, niet omdat God niet bereid is, maar omdat wij weigeren met Hem samen te werken. God heeft wel degelijk het verlangen om mensen te redden, maar jij hebt geen verlangen om met Hem samen te werken. Als elke broeder en zuster bereid zou zijn om met God samen te werken, dan zou het aantal geredde mensen ontelbaar zijn. Gods werk kan niet volbracht worden, omdat Hij geen mensen kan vinden. Broeders en zusters, God moet jou eerst voor Zichzelf kunnen winnen, voordat Hij Zijn werk kan volbrengen.

 

Watchman Nee, The Collected Works of Watchman Nee.

 

Wilt u meer van deze bediening lezen, ga dan naar de boeken van: Watchman Nee of Witness Lee.

 

Bent u op zoek naar contact of heeft u vragen, ga dan naar onze Contact pagina.