DIEPTE ROEPT TOT DE DIEPTE

Schriftlezing:
Ps. 42:8; Mc.4:5-6; Jes. 39:1-6; 2 Kor. 12:1-4; Hand. 5:1-5

 

Psalmen 42:8 zegt: "Diepte roept tot diepte." Een roep vanuit de diepte kan alleen vanuit de diepte beantwoord worden. Het ondiepe kan onmogelijk contact opnemen met de diepten en het oppervlakkige kan de innerlijke delen niet beroeren. Alleen de diepte reageert op de diepte. Wat niet uit de diepten voortkomt, kan de diepten niet beroeren. De diepten van anderen, kan alleen reageren op hetgeen uit onze diepten voortvloeit. Wanneer we ergens naar een boodschap luisteren, is het enige wat ons kan raken, iets wat uit de diepten van anderen voortvloeit. Iets wat niet uit de diepten komt, kan ons alleen op oppervlakkige wijze helpen. Daarom moeten we het belang van de diepten zien. Iets wat niet uit de diepten voortspringt, kan de diepten van anderen nooit bereiken. Indien we zelf – met betrekking tot onze diepten – nooit hulp hebben ontvangen, zal er ook nooit iets uit onze diepten voort kunnen vloeien. Indien we anderen geestelijke hulp willen bieden, moet het wel iets zijn wat uit onze eigen diepten voortspringt. Als we niet bereid zijn om diep te graven, zullen we anderen nooit kunnen overtuigen. Tenzij we vanuit onze eigen diepten spreken, zullen we de diepten van anderen nooit kunnen beroeren. Het kan zijn dat we hun gevoelens en gedachten tijdelijk beroeren, of dat we hen voor enkele vluchtige ogenblikken aan het huilen brengen, of misschien zelfs blij en opgewonden maken. Maar uiteindelijk roept diepte alleen tot diepte. Oppervlakkige uitingen zullen de diepten van anderen niet beroeren.

 

DIEPE WORTELS

 

De gelijkenis van de zaaier toont ons een zeker principe met betrekking tot het prediken en het ontvangen van het Woord. Terwijl de zaaier aan het zaaien was, vielen er enkele zaadjes langs de weg, anderen vielen op steenachtige bodem, weer anderen vielen tussen de dorens en tenslotte viel er wat zaad in goede aarde. Dit betekent dat er wel vier verschillende manieren zijn waarop de mens het Woord kan ontvangen. De Here Jezus vertelt ons dat één van die omstandigheden een rotsachtige bodem kan zijn. In zo'n geval is er sprake van een dun laagje aarde met een rotsbodem eronder. Wanneer het zaad in deze aarde valt, schiet het weliswaar snel op, maar zo gauw de zon wat heter wordt verschrompelt het, omdat het geen wortels kan vormen.

 

Wat is een wortel? Dit is groei die onder de aarde plaatsvindt. En wat zijn de blaadjes? Dit is groei die boven de aarde plaatsvindt. Met andere woorden: wortels vormen het verborgen leven en blaadjes vormen het zichtbare leven. Het probleem met vele christenen is, dat ofschoon er veel zichtbaar leven is, is er echter zeer weinig verborgen leven. Anders uitgedrukt: er is een tekort aan verborgen leven. Je bent misschien al jarenlang een christen, of niet soms? Daarom zou ik je willen vragen, hoeveel er van je leven voor het gezicht verborgen is. In hoeverre is je leven aan anderen onbekend? Jij legt de nadruk op uiterlijke werken. Goede werken zijn inderdaad belangrijk, maar afgezien van dit zichtbare deel van je leven, hoeveel van je leven blijft er nog verborgen? Indien je geestelijke leven voor iedereen zichtbaar is, toont dit aan dat je geen wortels hebt. Zijn al je deugden, die je voor Gods aangezicht hebt, voor iedereen zichtbaar of is er nog iets wat de mensen onbekend is? Indien al je ervaringen bekend zijn, dan groei je misschien wel in de hoogte, maar je groeit niet omlaag. Indien dit het geval is, dan ben je iemand die zich in ondiepe aarde bevindt – iemand die weliswaar bladeren heeft, maar geen wortels.

 

Het is noodzakelijk dat wij, als christenen, de betekenis van het Lichaam van Christus leren kennen; we moeten leren in het Lichaam te leven. Aan de andere kant moeten we leren, dat het leven wat de Heer aan elk lid van Zijn Lichaam schenkt, iets heel persoonlijks is. Je moet datgene, wat Hij persoonlijk aan jou gegeven heeft, goed bewaken, omdat het anders zijn bijzondere karakter zal verliezen en ook voor God, van nul en generlei waarde zal zijn. Indien je datgene, wat Hij speciaal aan jou heeft toevertrouwd, aan iedereen bekendmaakt, zal het zonder meer verschrompelen.

 

De toespraak van de Here Jezus op de berg, was zeer opmerkelijk. Aan de ene kant zei Hij: "Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven" (Mt. 5:14). Dit is iets wat duidelijk zichtbaar is. Aan de andere kant zei Hij: "... als gij aalmoezen geeft, laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene zij; ... wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene" (Mt. 6:3-4, 6). Aan de ene kant moet je er openlijk voor uitkomen en moet je zelfs in het openbaar getuigen, dat je een christen bent, maar aan de andere kant zijn er christelijke deugden, die je voor de starende blikken van het publiek moet behoeden. De christen, die met al zijn deugden voor de mensen te koop loopt en die niets in de diepten van zijn wezen heeft, heeft dan ook geen wortels; in tijden van beproeving en verzoeking zal hij daarom geen stand kunnen houden.

 

Wij zijn reeds vele jaren kinderen van de Heer; moge de Heer onze ogen openen en ons tonen tot op welke hoogte wij onze ervaringen voor de starende blikken van het publiek verborgen hebben gehouden. Hoeveel zou er overblijven, indien alles wat bij de mensen bekend is, weggenomen zou worden? Dat God in ons mag werken, zodat onze wortels dieper in de aarde zullen groeien.

 

DIEPE ERVARINGEN

 

Paulus schreef aan de Korintiërs: "Er moet geroemd worden, hoewel het tot niets dient." (2 Kor. 12:1). Hij gaf toe dat het voor hem geen nut had om te schrijven zoals hij dat in 2 Korintiërs 12 had gedaan. Maar ter wille van anderen zag hij zich genoodzaakt over "gezichten en openbaringen des Heren" te spreken. Broeders en zusters, wij moeten precies dezelfde houding aannemen. Velen van ons kunnen de proef, ten aanzien van gezichten en openbaringen, niet doorstaan. Zo gauw we een kleine ervaring hebben, blazen we de reveille, zodat iedereen het te weten komt. Paulus wist heel goed dat het geen nut had om gezichten en openbaringen van de Heer bekend te maken. Maar waarom sprak hij er dan over? Hij werd ertoe gedwongen, omdat er enkelen waren die aan zijn apostelschap twijfelden. Er waren bovendien problemen die betrekking hadden op het fundament van het christelijke geloof.

 

Onthulde Paulus al zijn openbaringen? Niets is verder van de waarheid. Hij schreef immers: "Ik weet van een mens (Paulus zelf) in Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet. God weet het – dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel" (2 Kor. 12:2). Hij maakte deze ervaring pas veertien jaar later bekend. Wat een diepte had Paulus! Het zou een wonder geweest zijn, indien wij iets van God hadden ontvangen en dat vervolgens zeven jaar lang verborgen hadden gehouden. Maar Paulus hield deze ervaring veertien jaar lang verborgen. Veertien jaar lang wisten noch de gemeente Gods, noch de apostelen er iets vanaf. De wortels van Paulus zaten diep in de grond.

 

Sommige mensen zouden geneigd zijn te zeggen: "Paulus, je moet ons alles vertellen over die ervaring van veertien jaar geleden – over die ervaring in de derde hemel. Wij zouden graag het hele verhaal kennen. Het komt ons namelijk goed te pas". Maar Paulus zei: "Ik weet van die persoon – of het in het lichaam of buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het – dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken" (vs. 3-4). Tot op de dag van vandaag heeft Paulus zijn wortels niet laten zien. Die ervaring van Paulus is immers ook vandaag nog steeds een raadsel.

 

Broeders en zusters, het groeien van wortels is een zaak van het hoogste belang. Als je net als Paulus wilt werken, dan moet je ook zijn "wortels" hebben. Als je je net als Paulus wilt gedragen, dan moet je ook zijn innerlijke leven hebben. Als je Paulus' kracht wilt hebben, dan moet je ook zijn geheime ervaring hebben. Het probleem met de christenen van vandaag is dat zij geestelijke of bijzondere ervaringen eenvoudig niet verborgen kunnen houden. Zo gauw ze een kleine ervaring hebben, moet dit wijd en zijd verkondigd worden. Zij leiden hun leven voornamelijk voor de mensen; er is niets wat in hun binnenste verborgen blijft. Ze hebben überhaupt geen wortels. Moge God ons de ogen openen voor de ervaring van Paulus, en tevens onze diepgang vergroten.

 

EEN OPPERVLAKKIG LEVEN

 

In Jesaja 39 wordt ons verteld, dat, toen het nieuws over de ziekte en het herstel van Hizkia het Babylonische hof bereikte, er gezanten met brieven en geschenken naar Hizkia gezonden werden. Alhoewel Hizkia Gods genade had ontvangen, kon hij de toets der genade desondanks niet doorstaan. Het Woord van God zegt: "En Hizkia verheugde zich over hun komst en hij liet hun zijn schathuis zien: het zilver en het goud, de specerijen en de kostbare olie, zijn gehele tuighuis en alles wat zich onder zijn schatten bevond" (v. 2). Hizkia kon de verleiding, om alles te laten zien, niet weerstaan. Hij was nog maar net op een wonderbaarlijke wijze van zijn ziekte genezen. Dientengevolge voelde hij zich ongetwijfeld heel belangrijk en meende hij dat er maar weinig mensen op aarde waren die zo'n opmerkelijke ervaring hadden gehad als hij. Wie heeft er nu ooit – ten tijde van zijn genezing – zo'n prachtige bevestiging van God ontvangen als het teken van de schaduw, die tien treden terug ging op de trap van Achaz? (Js. 38:8). In zijn hoogmoed stelde Hizkia al zijn rijkdommen tentoon. Dit betekent dat hij de werking van het kruis nog niet ervaren had. Zijn natuurlijke leven was nog geheel intact. Het was duidelijk dat hij al zijn wortels wilde laten zien. Alles wat Hizkia wist en bezat had hij aan de Babyloniërs bekend gemaakt. Daarom sprak Jesaja tot hem: "Hoor het woord van de Here der heerscharen: zie, er zullen dagen komen, dat alles wat in uw paleis is en wat uw vaderen opgestapeld hebben tot op deze dag, naar Babel zal worden weggevoerd. Niets zal er overblijven, zegt de Here" (39:5). De mate waarin wij iets tentoonstellen, bepaalt de mate van ons eigen verlies. De mate waarin we ons leven aan anderen tonen, bepaalt de mate waarin we het op moeten geven. Dit is een ernstige zaak, die we niet kunnen veronachtzamen.

 

Helaas kunnen veel mensen het niet nalaten hun ervaringen te onthullen. Zij moeten er eenvoudig over spreken om zichzelf te behagen – op precies dezelfde wijze dat Hizkia al zijn schatten aan anderen toonde. Een broeder heeft weleens gezegd: "Veel broeders worden ziek en wanneer zij beter worden, geven zij hun getuigenis. Ik zou ook weleens ziek willen worden – uiteraard niet dodelijk – om vervolgens weer door God genezen te worden; dan zou ik tijdens de volgende bijeenkomst werkelijk iets te vertellen hebben". De beweegreden van deze broeder ten aanzien van genezing was dat hij vervolgens een getuigenis kon geven. Hij zocht bepaalde ervaringen om er iets over te kunnen vertellen. O, een dergelijk oppervlakkig leven levert ons niets anders dan verlies op. Daardoor wordt elke mogelijkheid om geestelijk te groeien, uitgesloten.

 

GETUIGEN ZONDER VERTOON

 

Maar is het dan niet noodzakelijk dat we getuigen? Natuurlijk wel. Paulus deed het ook en talloze kinderen van God hebben dit door de eeuwen heen gedaan. Het geven van een getuigenis is één ding; je ervaringen tentoonspreiden, omdat je er behagen in schept, is echter iets heel anders. Wat is onze beweegreden om te getuigen? Getuigen we ten behoeve van anderen, of getuigen we, omdat we onszelf zo graag horen spreken? De liefde voor je eigen stem en het verlangen om anderen te helpen, zijn twee totaal verschillende dingen. Wij getuigen, omdat er een probleem is en we erover moeten spreken. Het geven van een getuigenis is echter heel iets anders dan het voeren van een gesprek tijdens het natafelen. Wanneer we roddelen, lekken al onze geestelijke rijkdommen gemakkelijk uit. Wanneer de Heer ons leidt, moeten we eenvoudig getuigen ten behoeve van anderen. Paulus getuigde in 2 Korintiërs 12 inderdaad over zijn ervaring van veertien jaar geleden, maar hij sprak er allesbehalve lichtvaardig over. Hij heeft zijn ervaring dus veertien jaar lang verborgen gehouden, zonder dat iemand ervan wist. Zelfs toen hij naar deze ervaring verwees, deed hij haar niet geheel en al uit de doeken. Het was slechts een vluchtige vermelding, niet een gedetailleerde beschrijving. Hij vermeldde uitsluitend het feit, dat hij enerzijds een openbaring ontvangen had en anderzijds onuitsprekelijke woorden had gehoord. Hij vertelde echter niet welke woorden hij precies had gehoord. Tot op de dag van vandaag is de derde hemel een mysterie voor ons gebleven en weten we er nog steeds niets over.

 

Broeders en zusters, wat is onze schat? Wat is ons goud, ons zilver en onze kostbare olie? Wat zijn onze specerijen en onze kostbare dingen? Wat is ons tuighuis? We moeten niet vergeten dat goud betrekking heeft op Gods natuur, terwijl zilver te maken heeft met de verlossing van het kruis. De specerijen zijn de gevolgen van onze verwondingen, de kostbare dingen zijn alle dingen die betrekking hebben op het koninkrijk en het tuighuis is tenslotte het werk van de Heer, dat we van Hem en onze God ontvangen hebben. Dit zijn geen dogma's of Bijbelse leringen. Dit is ook geen theologie. We hebben dit alles verkregen door onze gemeenschap met de Heer. Wanneer we met God gemeenschap hebben, met Hem communiceren en door Hem onder handen genomen worden, vallen heel veel dingen ons ten deel. Het is verkeerd om hier lichtvaardig over te spreken. Dit betekent dus niet dat het beter is om niet te getuigen. We moeten echter wel beseffen dat vele ervaringen verborgen moeten blijven. Broeders en zusters, dit is een zeer belangrijk punt in het leven van elke christen. Veel geestelijke ervaringen moeten verborgen blijven en mogen dus niet bekend gemaakt worden.

 

Ofschoon de Here Jezus soms Zijn getuigenis gaf, was Hij echter nooit praatziek. Het geven van een getuigenis is één ding, jezelf graag horen praten is echter iets heel anders. De Heer genas de zieken en drong er onmiddellijk op aan dat het verhaal van de genezing geheim moest blijven. In het Evangelie van Marcus wordt deze opdracht keer op keer herhaald. Op een keer zei de Heer tegen iemand: "Ga naar uw huis tot de uwen en bericht hun al wat de Here in zijn ontferming u gedaan heeft" (5:19). We mogen heus wel spreken over de grote dingen, die de Heer voor ons gedaan heeft. Maar we moeten dit uiteraard niet als nieuws aan de man proberen te brengen, want dit bewijst alleen maar dat we geen wortels hebben. Wortelloos zijn betekent in feite dat men geen schat heeft; het betekent dat men geen verborgen leven of verborgen ervaringen heeft. Het is absoluut noodzakelijk dat sommige ervaringen verborgen blijven – want alles onthullen betekent alles verliezen.

 

Verder moeten we ook niet vergeten, dat, indien wij al onze schatten tentoonstellen, gevangenschap onvermijdelijk zal zijn. Publiciteit en de dood gaan hand in hand, evenals publiciteit en geestelijke droogte. Zelfs indien we gedwongen worden om te getuigen, moeten we dit, net als Paulus, uit noodzaak doen, "hoewel het tot niets diende" (2 Kor. 12:1). Satans aanvallen komen vaak op het moment, dat iemand zich blootgeeft. Blootstelling en verlies gaan hand in hand. Vele mensen worden van hun ziekte genezen en getuigen hiervan ter ere van God. Maar er zijn ook heel veel getuigenissen van genezing die niet ter ere van God zijn, maar ter ere van iemands eigen geloof. Dientengevolge keert de ziekte weer terug. Nadat zij één keer hun getuigenis gegeven hebben, worden ze weer door dezelfde ziekte aangevallen. Dit geeft te kennen dat God, die mensen beschermt, die hun wortels bedekken en dat God hen, die hun wortels tonen, niet beschermt; zij stellen zich dus open voor allerlei aanvallen. Indien het Gods verlangen is dat wij getuigen, dan moeten we uiteraard ook getuigen. Maar toch zijn er heel veel dingen die verborgen moeten blijven. God beschermt datgene wat wij voor Hem verbergen en staat vervolgens toe dat wij ervan genieten.

 

Hetzelfde geldt voor ons werk. Door Zijn genade en barmhartigheid heeft God, door ons, iets ten uitvoer kunnen brengen. Maar we moeten niet vergeten dat hetgeen Hij heeft volbracht geen reclame of propaganda nodig heeft. Indien wij met Gods werk te koop lopen, zullen we onmiddellijk met de dood in aanraking komen. Dan zal ons verlies gelijk zijn aan de mate waarin we onszelf blootgesteld hebben. Zodra David de kinderen Israëls begon te tellen, zette de dood al in (2 S. 24). Dat God ons mag bevrijden van dit soort blootstelling.

 

Alle geheimen tussen ons en de Heer, moeten als zodanig bewaard blijven. We mogen alleen in beweging komen, indien God ons daartoe de opdracht geeft. Alleen wanneer Hij ons ertoe beweegt iets te onthullen, mogen we dat doen. Als Hij wil dat we een broeder een bepaalde ervaring vertellen, dan mogen we dit niet achterwege laten, want anders zouden we de wet ten aanzien van de leden van het Lichaam van Christus geweld aandoen. Eén van die wetten is namelijk de gemeenschap der gelovigen. Zodra we deze wet veronachtzamen, zal het leven ophouden met stromen. We moeten niet negatief zijn, maar positief en eenvoudig het leven aan anderen uitdelen. Maar als we elke dag opnieuw vervuld zijn van onszelf en onze eigen zaken stellen we ons wel open voor een aanval van de vijand. Ik vertrouw er dus op dat we zullen leren wat het Lichaam van Christus en de stroom des levens onder de leden nu precies inhoudt. Bovendien vertrouw ik erop dat we zullen leren om het verborgen deel – de geheime ervaringen die de Heer ons gegeven heeft – goed te bewaken. We moeten onze wortels dus niet blootleggen.

 

Hoe dieper onze wortels, hoe meer we zullen ontdekken dat "diepte tot diepte" roept. Wanneer de rijkdommen uit de diepten van ons innerlijke leven stromen, zullen we merken dat het leven van anderen er diep door getroffen wordt. Op het moment dat ons innerlijk wordt beroerd, zullen anderen hulp ontvangen en verlicht worden. Dan beseffen zij dat er iets is wat hun verstand te boven gaat. Wanneer de diepte de diepten beroert, zullen de diepten op de diepte reageren. Indien ons leven geen diepte heeft, zal ons oppervlakkige werk het leven van anderen slechts oppervlakkig beïnvloeden. Daarom zullen we het nog eens herhalen: "Diepte roept tot diepte".

 

Watchman Nee

Deep Calls unto Deep