Gods voornemen in drie fasen

 

Gods voornemen ten aanzien van de mens bestaat uit drie fasen: de fase van de schepping; de fase van profetie, en de fase van vervulling. Gods voornemen kent maar twee mensen: Adam en Christus. Adam was de eerste mens, en Christus was en is nog steeds de tweede mens (1 Kor. 15:45, 47). Deze drie fasen hebben betrekking op beide mensen afzonderlijk. We zullen nu eerst Adam in overweging nemen.

 

De mens ten tijde van de schepping

 

Ten tijde van de schepping verordineerde God, dat de mens — die naar Zijn beeld geschapen was — Hem tot uitdrukking moest brengen (Gn. 1:26-28). De mens werd naar Gods beeld geschapen, zodat hij Hem tot uitdrukking zou brengen. Verder wilde God dat de mens Hem zou vertegenwoordigen ten aanzien van Zijn heerschappij. Nadat Hij de mens had geschapen, gaf Hij deze mens Zijn gezag; zo werd hij gemachtigd, om Hem te vertegenwoordigen. Ten tijde van de schepping, kreeg de mens dus de opdracht om twee dingen te doen: God tot uitdrukking te brengen, en Hem te vertegenwoordigen.

 

Maar de mens, die door God was geschapen, liet God en Zijn voornemen in de steek. De mens werd door satan vergiftigd en viel. Als we uitsluitend het boek van Genesis gehad zouden hebben, zouden we zeer teleurgesteld geweest zijn. Ondanks het feit dat er vele, zeer positieve dingen gebeurden, wordt er aan het eind van dit boek gezegd, dat Jozef stierf en in een doodskist gelegd werd in Egypte (Gn. 50:26). Het is zo jammer, dat Genesis op deze manier eindigt! Jozef, degene die God vertegenwoordigde, stierf, werd in een doodskist gelegd, en werd in Egypte achtergelaten.

 

De mens en de profetie van Psalm 8

 

Hoewel de situatie aan het einde van Genesis zeer te betreuren was, was de situatie al heel wat beter in Psalm 8. De door God geïnspireerde psalmist zei: `Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?' Terwijl hij door God geïnspireerd werd, profeteerde de psalmist omtrent het herstel van datgene wat in Adam verloren was gegaan. Hij herhaalde de woorden van Genesis 1, en profeteerde dat de mens zijn oorspronkelijke opdracht weer zou vervullen. Psalm 8 spreekt dus over het herstel van deze opdracht, die de mens in Genesis 1 van God had ontvangen, en die hij ten tijde van zijn val had verloren. De mens waarover Psalm 8 een profetie uitspreekt is de Heer Jezus. Dit wordt duidelijk geopenbaard in Hebreeën 2.

 

Een korte tijd beneden de engelen

 

In de profetie die betrekking heeft op het herstel van de opdracht van de mens zegt de psalmist: 'Een weinig minder gemaakt dan de engelen' (8:5 Statenvert). In 1 Hebreeën 2:7 wordt dit vers ook aangehaald. Dit vers is echter volgens de fysieke en niet de positionele werkelijkheid. Alleen volgens de fysieke werkelijkheid is de mens minder dan de engelen.

 

In de verleden eeuwigheid was christus de Schepper, ongelimiteerd en alomtegenwoordig. Maar toen Hij een mens werd, was Hij gelimiteerd, zodat Hij op een dag aan het kruis kon gaan om met het universele probleem af te rekenen – namelijk de dood. Om te kunnen sterven, en met de dood af te kunnen rekenen, moest Christus een mens worden en tijdelijk – drieëndertig en een half jaar – Zijn vrijheid opgeven. In die zin was Hij, tijdens die periode, minder dan de engelen. Maar drie dagen na Zijn dood stond Hij op uit die ‘minderwaardigheid’, en is nu ver boven alle engelen verheven.

 

Met heerlijkheid en eer gekroond

 

Volgens de profetie van Psalm 8 zegt God, dat Hij de mens – die minder is dan de engelen – ‘met eer en luister heeft gekroond’. Er was geen mens die deze profetie ooit had vervuld, totdat de mens Jezus ten hemel voer. Deze profetie omtrent de Heer als een mens, werd dus vervuld in Hem.

 

Gezet over de werken van Gods handen

 

De profetie in Psalm 8 zegt verder ook, dat God de mens doet heersen over de werken zijner handen, en dat Hij alles onder zijn voeten heeft gelegd. In het citaat van Hebreeën 2 zegt de schrijver, dat God de mens over de werken Zijner handen heeft gezet, en dat Hij alle dingen onder zijn voeten heeft onderworpen. Dit is een duidelijke herhaling van hetgeen in Genesis 1:26-28 wordt vermeld. Psalm 8 spreekt dus over het herstel van datgene wat de mens in Genesis 1 had ontvangen, en wat hij ten tijde van zijn val (Gn. 3) had verloren.

 

De mens die de profetie vervult

 

Hebreeën 2:6-9 is de vervulling van de profetie in Psalm 8. Dit Schriftgedeelte geeft ons te kennen, dat Jezus de mens is die deze profetie vervult. Jezus is de tweede mens (1 Kor. 15:47). Hoewel de eerst mens God en Zijn voornemen in de steek had gelaten, was de tweede mens echter succesvol. In Genesis 1 zien we de mens, die God had geschapen, met Zijn eeuwig voornemen. Het was die mens die Hem in de steek liet. Vervolgens profeteert Psalm 8 – terwijl hij het herstel van de verloren opdracht van de mens behandelt – over een andere man, die nog moet komen. Zonder deze tweede mens, zouden wij en onze opdracht verloren zijn. maar wij hebben de tweede mens, die de verloren opdracht van de mens heeft teruggewonnen, en Gods oorspronkelijke voornemen heeft vervuld. Hebreeën 2 laat ons deze tweede mens duidelijk zien.

 

Voor een korte tijd beneden de engelen vanwege het lijden des doods

 

Volgens de vervulling van de profetie in Psalm 8, zien we dat de mens Jezus voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods (Heb. 2:9). Volgens de fysieke werkelijkheid, zijn wij minder dan de engelen. De natuur van de engelen is in zekere mate hoger dan onze natuur. 'Rien Jezus een mens werd, was Zijn fysieke gestel ook inferieur aan het gestel van de engelen. Hij werd namelijk een mens, die het vlees en bloed, alsook de natuur van de mens, aannam. Waarom nam Hij een fysiek gestel aan, dat inferieur was aan het gestel van de engelen? Om voor ons het lijden des doods te ervaren. Om het lijden des doods te ervaren, had Hij een fysiek lichaam nodig. Zonder zo'n fysiek lichaam, had Hij nooit voor onze zonden kunnen sterven. Dit was de reden waarom Hij 'een weinig minder dan de engelen' was gemaakt.

 

Met eer en heerlijkheid gekroond

 

Nadat Hij de verlossing had volbracht, door het lijden des doods, werd Jezus verheerlijkt in Zijn opstanding (Le. 24:26), terwijl Hij met eer en heerlijkheid werd gekroond in Zijn hemelvaart (Heb. 2:9). De Heer Jezus is zowel de Zoon van God als de Zoon des Mensen. Maar wanneer we erover spreken dat Hij met eer en heerlijkheid werd gekroond, moeten we in het bijzonder op Zijn menselijkheid letten, op het feit dat Hij de Zoon des Mensen is. In Hebreeën 1 is Hij God, en in Hebreeën 2 is Hij een mens. Het was juist in Zijn menselijkheid en in Zijn hemelvaart, dat Hij met eer en heerlijkheid werd gekroond.

 

Jezus werd met eer en heerlijkheid gekroond, om zowel de Heer als de Christus te zijn (Hnd. 2:36; 10:36b). Voor Zijn vleeswording was Hij de Heer. Maar als een man was Hij nog niet de Heer. Maar in Zijn hemelvaart, werd Hij, als een mens, tot Heer gekroond. Dit is iets geweldigs. Enerzijds, was Hij de Heer, omdat Hij God was; maar anderzijds, in Zijn menselijkheid, werd Hij tot Heer boven alles gekroond. Verder is Hij ook de Christus, dat wil zeggen, de Gezalfde. Het feit dat Hij de Heer is, betekent, dat Hij de Heer is die over alles heerst. En het feit dat Hij de Christus is, betekent, dat Hij de Gezalfde is die door God werd aangesteld om alles, wat voor Zijn plan noodzakelijk is, ten uitvoer te brengen.

 

Christus werd verhoogd tot een Leidsman en Heiland (Hnd. 5:31). Het Griekse woord voor Leidsman, wordt door de Statenvertaling vertaald met `Vorst’. Het woord Leidsman, dat ook in Hebreeën 2:10 gebruikt wordt, kan — volgens het Grieks — ook vertaald worden niet 'kapitein’, 'voortbrenger’, 'wegbereider’, of 'pionier’. In het Nederlands is er geen vergelijkbaar woord, dat al deze betekenissen weergeeft. Christus werd met eer en heerlijkheid gekroond, zodat Hij onze Leidsman zou zijn. En zoals het Griekse woord al aangeeft, is Hij tevens onze Vorst, onze Pionier, en onze Voorloper. Jezus is Degene die vecht, die de leiding neemt, en die vooroploopt, om als eerste Zijn bestemming te bereiken. Wij nemen nu de weg die Hij voor ons, tot de heerlijkheid, heeft gebaand. Daarom is Hij niet alleen onze Heiland, die ons uit onze gevallen staat en van zoveel andere dingen redt, maar Hij is tevens onze Leidsman, die, als onze Pionier, de heerlijkheid binnengetreden is, zodat Hij ons in dezelfde heerlijkheid kan brengen. De Heer Jezus is vandaag de Heer, de Christus, de Leidsman en de Heiland.

 

Witness Lee, Life-study of Hebrews

 

Wilt u meer van deze bediening lezen, ga dan naar de boeken van: Watchman Nee of Witness Lee.

 

Bent u op zoek naar contact of heeft u vragen, ga dan naar onze Contact pagina.