De heiliging van het karakter en vernieuwing

Schriftlezing:

Rom. 15:16; 8:2; 6:19, 22; Ef. 1:4; Opb. 21:2, 10; 22:19; Rom. 12:2a

 

In de voorafgaande twee hoofdstukken verwezen we naar de twee aspecten van Gods complete behoudenis: het juridische aspect en het organische aspect. We hebben inmiddels ook de eerste twee onderdelen van het organische aspect behandeld, namelijk de wedergeboorte en het weiden. In dit nummer willen we de volgende twee onderdelen in ogenschouw nemen: de heiliging van het karakter en de vernieuwing.

 

DE INHOUD VAN HET NIEUWE TESTAMENT —
GODS WERK MET BETREKKING TOT ZOWEL HET JURIDISCHE ALS HET ORGANISCHE ASPECT.

 

Ten eerste willen we zien hoe Gods werk met betrekking tot zowel het juridische als het organische aspect de inhoud van het Nieuwe Testament vormt. In Gods complete behoudenis werd het juridische werk in slechts drieëndertig en een half jaar voltooid, dat wil zeggen vanaf de vleeswording van de Heer tot op het moment dat Hij – in opstanding – tot de Geest werd die het leven geeft. Het Evangelie naar Johannes begint in hoofdstuk één door te zeggen dat het Woord in den beginne was en dat dit Woord vervolgens vlees werd (v. 1, 14) en besluit in hoofdstuk twintig (hoofdstuk eenentwintig is een appendix) door te zeggen dat de Heer als de Geest opstond (v. 22). Tussen de inleiding en het besluit van dit Evangelie wordt ons verteld hoe de vleesgeworden Jezus op aarde allerlei tegenspoed ondervond, hoe Hij een leven in de schaduw van het kruis leefde en hoe Hij uiteindelijk aan het kruis stierf. Vervolgens trad Hij door Zijn dood het bereik van de opstanding binnen, en in opstanding werd Hij de leven-gevende Geest. Dit is de inhoud van de vier Evangeliën. Daarop aansluitend geeft het boek van de Handelingen der Apostelen een verslag van de prediking van de apostelen omtrent het juridische werk van de Heer, dat Hij gedurende drieëndertig en een half jaar volbracht. Gemeenten kwamen tot stand, omdat mensen in verschillende plaatsen de prediking van de apostelen hoorden en geloofden. De gemeenten vormen op hun beurt het organische Lichaam van Christus en zullen tenslotte voleindigd worden in het Nieuwe Jeruzalem. De Handelingen der Apostelen worden gevolgd door tweeëntwintig brieven, van Romeinen tot Openbaring, die stuk voor stuk het organische aspect van Gods behoudenis bespreken, die, met andere woorden, de wedergeboorte, het weiden, de heiliging van het karakter, vernieuwing, transformatie, opbouw, gelijkvormigheid en verheerlijking behandelen.

 

Kortom, onder de zevenentwintig boeken van het Nieuwe Testament zijn het de vier Evangeliën die de geschiedenis van de Heer Jezus in het bijzonder onthullen. Het vijfde boek, de Handelingen der Apostelen, vertelt ons hoe deze Jezus in verschillende plaatsen werd verkondigd. Door deze zeer effectieve verkondiging werden vele gemeenten voortgebracht, die op hun beurt in het Lichaam van Christus resulteerden en die uiteindelijk in het Nieuwe Jeruzalem zullen voleindigen. De tweeëntwintig brieven die op de Handelingen der Apostelen volgen, behandelen de Gemeente, het Lichaam van Christus en het Nieuwe Jeruzalem in het bijzonder, door over de wedergeboorte, het weiden, de heiliging van het karakter, vernieuwing, transformatie, opbouw, gelijkvormig making en verheerlijking te spreken. Alle bovengenoemde zaken zijn voor de voortbrenging van de Gemeente, het Lichaam van Christus en tenslotte voor de voleindiging van het Nieuwe Jeruzalem. Deze acht zaken bevinden zich dus tussen de Gemeente en het Nieuwe Jeruzalem. Het Nieuwe Testament behandelt het werk van Christus dus in twee fasen. De eerste fase omvat Zijn leven van drieëndertig en een halfjaar op deze aarde. In deze fase volbracht de Heer Jezus al het juridische werk van God. De tweede fase begint met Zijn opstanding en reikt tot aan de dag van vandaag en zelfs tot in de eeuwigheid; al het werk van God in deze fase is organisch en wordt uitgevoerd door de Geest. Filippenzen 1:19 verwijst daarom naar "de bijstand (Gr. - overvloedige verzorging) des Geestes van Jezus Christus." De Geest van Jezus Christus, de samengestelde, allesomvattende, leven-ge­vende Geest van de Drie-enige God heeft niet alleen een overvloedige verzorging voor ons, maar is zelfs deze overvloedige verzorging in eigen persoon. Deze overvloedige verzorging omvat niet alleen het juridische werk uit het eerste gedeelte, maar tevens het organische werk uit het tweede gedeelte.

 

Het eerste onderdeel van het organische werk van God is wedergeboorte. Dit is de stap waarbij de Drie-enige God in de mens gewerkt wordt. Wedergeboorte betekent dat de mens Christus ontvangt en Hem bij zich binnenlaat. Deze Christus, die binnenkomt bij hen die Hem ontvangen, is de belichaming van de Vader. Wanneer Christus binnenkomt, komt dus ook de Vader binnen. Bovendien is de Geest de verwezenlijking, de werkelijkheid van Christus. Wanneer Christus dus bij ons binnenkomt, komen niet alleen de Vader en de Zoon, maar komt tevens de Geest bij ons binnen. Deze drie – de Vader, de Zoon en de Geest – komen alle drie bij de wedergeboren gelovigen binnen om in hen te blijven, één geest met hen te worden en zich met hen tot één samen te voegen. Dit is een uitermate belangrijke zaak. Daarom zei D.L. Moody, de stichter van het "Moody Bible Institute" en een groot Amerikaans evangelist uit de vorige eeuw, dat de wedergeboorte het grootste wonder in het universum is.

 

Indien de Vader, de Zoon en de Geest niet in ons blijven om zich met ons tot één organisme samen te voegen, is het onmogelijk om de Gemeente of het Lichaam van Christus voort te brengen. In Efeziërs 4 verwees Paulus daarom naar één Lichaam, één Geest, één Heer en één God en Vader (v. 4-6). Ook heeft deze ene God en Vader Zelf drie aspecten – Hij is namelijk boven allen en door allen en in allen (v. 6). Hier zien we dus niet alleen de Vader, maar ook de Zoon en de Geest. De Vader, de Zoon en de Geest en het verloste, wedergeboren, geweide, geheiligde, vernieuwde getransformeerde, opgebouwde, gelijkvormig gemaakte en verheerlijkte volk worden tot één organisme, namelijk de Gemeente, het Lichaam van Christus, samengevoegd.

 

DE CONDITIE VAN HET CHRISTENDOM

 

Heden ten dage is de zienswijze van de meeste christenen met betrekking tot de Bijbel op een te laag niveau. De Lutheranen leggen zeer weinig nadruk op de groei van het leven en transformatie. Volgens hun mening wordt iemand die in de Heer gelooft onmiddellijk gerechtvaardigd – zij besteden dan ook nauwelijks aandacht aan het organische aspect van Gods behoudenis. Voorstanders van de Gereformeerde theologie besteden evenmin aandacht aan de groei van het leven en transformatie – zij menen dat deze zaken te moeilijk zijn. Zij zijn de mening toegedaan, dat zo gauw iemand in de Heer gelooft, hij een voor eeuwig verzekerde behoudenis ontvangt. In de verleden eeuwigheid heeft God ons eens en voor altijd uitverkoren – volgens hun mening is dit meer dan voldoende. Hun leer voldoet echter niet aan de goddelijke openbaring van de Heilige Schrift. Efeziërs 1:4 zegt weliswaar dat wij uitverkoren zijn, maar Efeziërs 1 laat ons verder zien dat Gods uitverkiezing nog door vele andere dingen gevolgd wordt. We kunnen daarom niet zeggen dat Gods uitverkiezing voldoende is. Ook in de Pinksterbeweging wordt zowel de groei van het leven als transformatie door de meeste mensen veronachtzaamd. Dit is tegenwoordig de conditie van vele gelovigen die de organische zaken in Gods behoudenis niet kennen.

 

HEILIGING

 

Nu willen we de heiliging aan de hand van de goddelijke natuur en de vernieuwing van de gelovigen door middel van de Geest eens nader bekijken.

 

Positionele Heiliging Behoort tot het Juridische Aspect van Gods Behoudenis

 

Ten eerste moeten we het verschil tussen de positionele heiliging en de heiliging van het karakter kennen. Het eerstgenoemde behoort tot het juridische aspect van Gods behoudenis, terwijl het laatstgenoemde tot het organische aspect van Gods behoudenis behoort.

 

Vóór onze behoudenis had de wereld ons volledig in haar macht. Na onze redding en wedergeboorte werden wij volledig afgezonderd, zodat de Heer ons kon heiligen. Deze positionele heiliging heeft niet slechts ten doel om de gelovigen van de wereld af te zonderen, maar tevens om hen te heiligen voor God (1 Kor. 1:2; Rom. 1:7). Wanneer het goud op de markt wordt geplaatst, is het volgens Mattheüs 23 "iets gewoons," maar zo gauw het in de tempel gelegd wordt, is het geheiligd (v. 17). Dit soort heiliging heeft geen invloed op de innerlijke gesteldheid van het karakter; zij heeft slechts betrekking op de uiterlijke positie. Tot op zekere hoogte heeft elke wedergeboren persoon dit soort ervaringen. Onmiddellijk na onze behoudenis hadden we al geen verlangen meer om betrekkingen aan te knopen met de mensen in de wereld; wij werden dus van hen afgezonderd. Dit is positionele heiliging of afzondering. Deze positionele heiliging vindt plaats door middel van het verlossende bloed van Christus (Heb. 10:29; 13:12) en heeft ten doel dat de gelovigen Gods bijzondere volk zullen zijn (1 Pet. 2:9-10).

 

Deze positionele heiliging vindt plaats door middel van het verlossende bloed van Christus en heeft ten doel dat de gelovigen Gods bijzondere volk zullen zijn. Heiliging van het karakter is het proces waarbij Gods natuur niet alleen met onze natuurlijke aanleg, ons eigenaardige karakter en ons temperament afrekent, maar tegelijkertijd ons karakter met de goddelijke natuur doordringt. Met het element van Gods leven als het materiaal, wordt dit soort heiliging – door het heiligende werk van de Geest des levens – in al de gelovigen uitgevoerd.

 

DE HEILIGING VAN ONS KARAKTER – OM DEEL TE HEBBEN AAN GODS HEILIGE NATUUR

 

Positionele heiliging en afzondering voor God is evenwel niet voldoende. Na onze positionele heiliging en verzoening met God – zodra we beginnen het leven na te streven – ontdekken we iets in ons wat losstaat van ons natuurlijke karakter; namelijk Gods eigen natuur. Deze natuur in ons begint dan grondig met onze natuurlijke aanleg, ons eigenaardige karakter en ons temperament af te rekenen, zodat ons karakter wordt doordrongen met de goddelijke natuur. Dit is de wijze waarop de gelovigen de heiliging van het karakter ervaren, opdat zij deel mogen hebben aan Gods heilige natuur en tevens één zouden zijn met God in deze bepaalde eigenschap (Rom. 15:16). Met het element van Gods leven als het materiaal wordt dit soort heiliging uitgevoerd door het heiligende werk van de Geest des levens in de gelovigen (Rom. 8:2).

 

De goddelijke natuur in ons is de maatstaf van ons leven. Het eerste vers in lied (Engels liedboek) #841 zegt: "U bent al mijn leven, Heer, / U leeft nu in mij; / Met Uzelf schenkt U mij tevens de volheid Gods / Door Uw heilige natuur word ik nu geheiligd,/ Door Uw opstanding schenkt U mij de overwinning." Door de heilige natuur van de Heer worden wij nu geheiligd. Dit soort heiliging is niet een uiterlijke, maar een innerlijke heiliging. We noemen dit daarom niet positionele heiliging, maar de heiliging van het karakter. De innerlijke, goddelijke natuur – en niet de uiterlijke voorschriften of wetten – is de maatstaf voor ons leven.

 

We hebben vandaag de dag geen behoefte aan uiterlijke voorschriften. Alleen Gods heilige natuur kan ons heilig maken. Met betrekking tot vrouwenkleding zegt de Bijbel bijvoorbeeld alleen dat vrouwen zich "waardig" of "eerbaar" moeten kleden (1 Tim. 2:9). Maar voor zover het onze kleding betreft, wat is nu eigenlijk eerbaar of waardig? De goddelijke natuur in ons zal het ons duidelijk maken. Dit is de heiliging van het karakter; dit is het organische werk dat Christus als de Geest in ons ten uitvoer brengt. Dit heeft niets te maken met het juridische aspect, dit is geheel en al organisch. Dit aspect van de heiliging impliceert transformatie (Rom. 6:19, 22) voor de vervulling van Gods voornemen in Zijn uitverkiezing van de gelovigen (Ef.1:4). Uiteindelijk zal zowel de positionele heiliging met betrekking tot het juridische aspect, als de heiliging van het karakter met betrekking tot het organische aspect van Gods complete behoudenis, zich in het Nieuwe Jeruzalem manifesteren als de heilige stad (Op. 21:2, 10; 22:19).

 

VERNIEUWING

De gelovigen worden spontaan vernieuwd in hun geestelijke leven
wanneer ze geheiligd zijn door de Heilige Geest

 

Nu zullen we de vernieuwing met betrekking tot het organische aspect van Gods behoudenis in ogenschouw nemen. In het vorige hoofdstuk zagen we dat wedergeboorte betekent dat we God als ons leven ontvangen. Het leven van God is het centrale punt. Na de wedergeboorte ervaren wij verder het weiden en de heiliging van ons karakter, waarbij de natuur van God centraal staat. We moeten niet alleen wedergeboren worden in het leven, maar we moeten tevens geheiligd worden in ons karakter. Ten tijde van onze behoudenis ontvangen wij het element van Gods heilige natuur. Deze heilige natuur begint dan in ons te werken om ons karakter te heiligen. Efeziërs 1:4 zegt dat God ons uitverkoren heeft voor de grondlegging der wereld, opdat wij heilig zouden zijn. Dit laat ons zien dat heiliging het doel van Gods uitverkiezing is. Heilig zijn betekent dat wij Gods natuur bezitten, terwijl zoonschap (v. 5) betekent dat wij Gods leven bezitten. Door wedergeboorte ontvangen wij Gods leven en door middel van heiliging ondergaat ons karakter een verandering. Wanneer het karakter van de gelovigen geheiligd wordt, ondervindt hun geestelijke leven tevens spontane vernieuwing.

 

Wordt niet gelijkvormig aan deze eeuw maar
wordt getransformeerd door de vernieuwing van het verstand

 

Romeinen 12:2a zegt: "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld (Gr. - eeuw), maar wordt hervormd (Gr. - getransformeerd) door de vernieuwing van uw denken." We moeten niet gelijkvormig worden aan deze eeuw. We moeten veeleer getransformeerd worden door de vernieuwing van ons verstand. Sommigen zeggen dat dit soort vernieuwing aan de leer van Confucius en Mencius ontspringt, die zegt: "Het principe van Grote Geleerdheid is de ontwikkeling van de stralende deugd en de vernieuwing van het volk" en "Indien je jezelf een hele dag lang kunt vernieuwen, zal er dagelijkse vernieuwing plaatsvinden." De vernieuwing die in de Bijbel geleerd wordt, is echter niet dezelfde als de vernieuwing die in de boeken van Confucius en Mencius geleerd wordt. De vernieuwing die door Confucius en Mencius geleerd wordt, is een vernieuwing waarbij je jezelf dagelijks moet verbeteren of corrigeren. In tegenstelling tot de vernieuwing die je in de Schrift terugvindt, waarbij het verstand vernieuwd wordt. De vernieuwing moet voornamelijk in ons verstand plaatsvinden.

 

Efeziërs 4:23 zegt: "Wordt vernieuwd in de geest van uw verstand" (Gr.). Het voorafgaande vers zegt dat wij de oude mens af moeten leggen (v. 22). Terwijl het daaropvolgende vers zegt dat wij de nieuwe mens aan moeten trekken (v. 24). En tussen die twee verzen staat een vers dat zegt: "Wordt vernieuwd in de geest van uw verstand." De geest van ons verstand is onze wedergeboren geest, vermengd met Gods Geest, die zich in ons verstand uitbreidt om het te overheersen. Het is op deze wijze dat ons verstand vernieuwd wordt. Romeinen 8:6 zegt bovendien: "Het bedenken des Geestes is leven en vrede" (Lutherse Vert.). Ons verstand kan alleen dan vernieuwd worden, wanneer het de dingen van de geest bedenkt.

 

Het Nieuwe Testament leert ons om het verstand te hebben dat ook in Christus Jezus was (Fil. 2:5). We kunnen ook zeggen dat we het verstand van Christus Jezus als ons verstand nemen. Door de wedergeboorte ontvangen we Gods leven; terwijl we door de heiliging deelhebben aan Gods natuur. Tenslotte ondergaat ons verstand een verandering door middel van de vernieuwing. Aangezien wij voor God werden afgezonderd en geheiligd, moeten we nu niet door de wereld in beslag genomen worden. We moeten ons veeleer bekommeren om de transformatie door de vernieuwing van ons verstand, wat door het bewegen en werken van de Here Geest – aan de hand van het goddelijke leven en de goddelijke natuur – in ons wordt volbracht.

 

Vernieuwd door de leer van de Heilige Schrift en de verlichting van de Heilige Geest

 

Is het mogelijk dat niet slechts ons verstand, maar tevens ons hele wezen vernieuwd wordt? Die mogelijkheid tot vernieuwing bestaat in het gebed en het lezen van de Schrift. De vernieuwing van ons verstand houdt onder meer in dat we al onze oude voorstellingen omtrent het menselijke leven uit de weg moeten ruimen, om vernieuwd te worden door de leer van de Heilige Schrift en de verlichting van de Heilige Geest. Wanneer je de Bijbel leest en ermee vertrouwd raakt, zal de Heilige Geest je verlichten en begeleiden. Wanneer je dagelijks bidt, het Woord leest en verlichting van de Heilige Geest ontvangt, zal je verstand ongetwijfeld een verandering ondergaan van het ‘oude' tot het 'nieuwe.' Zo wordt niet alleen je zienswijze veranderd, maar zelfs je hele wezen.

 

Vernieuwing Resulteert in Transformatie

 

Zo'n vernieuwing van het verstand resulteert in de transformatie van de gelovigen in hun geestelijke leven. Titus 3:5 verwijst naar het bad der wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest. Het bad der wedergeboorte wast ons oude leven weg, terwijl de Heilige Geest ons verstand vernieuwt. Door de vernieuwing van ons verstand wordt ons hele wezen getransformeerd. Dit is transformatie door de vernieuwing van het verstand. Het bad der wedergeboorte verwijdert alles wat met de oude natuur van onze oude mens te maken heeft, terwijl de vernieuwing door de Heilige Geest de nieuwe dingen, dat wil zeggen de goddelijke essentie van de nieuwe mens, in ons wezen uitdeelt. Hierdoor wordt de oude toestand, waarin wij verkeerden, in een volledig nieuwe gesteldheid veranderd. Ook worden wij hierdoor uit de toestand van de oude schepping in de gesteldheid van de nieuwe schepping overgebracht.

 

Ons verstand bezorgt ons vandaag de dag de meeste problemen. God zelf is ons leven geworden; Hij verandert nu zowel onze aanleg als ons verstand. Nu kunnen we er gezonde denkbeelden op na houden en tevens Christus op gepaste wijze najagen. Ons karakter moet geheiligd worden, opdat we deel mogen hebben aan Gods heilige natuur. Bovendien moet ons verstand vernieuwd worden voor de transformatie van ons geestelijke leven. Op deze wijze ervaren wij het organische aspect van Gods behoudenis.

 

Witness Lee

The Organic Aspect of God's Salvation, ch. 3