De openbaring van Gods nieuwtestamentische economie

Schriftlezing:

Heb. 10:7b; Matt. 1:22; Luc. 24:25-27, 44-46; Rom. 1:2; 1 Kor. 15:34; Kol. 1:25-27; Ef. 1:9-10; 3:9-11; Rom. 14:17; Opb. 21:2,10-11

 

Het Nieuwe Testament is de openbaring van Gods nieuwtestamentische economie.

 

GODS HUISHOUDING OF ADMINISTRATIEVE ORDENING –
DE GODDELIJKE BEDELING

 

Wat is Gods nieuwtestamentische economie? Gods nieuwtestamentische economie is Gods huishouding, Gods administratieve ordening met betrekking tot Zijn huishouding, de goddelijke bedeling (plan). Met "bedeling" bedoelen we hier een ordening, dat wil zeggen, een plan.

 

Deze economie, deze bedeling, wordt in Efeziërs 1:10 en 3:9 geopenbaard. Ef. 1:10 zegt: "Aangaande de bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één hoofd samen te brengen in Christus" (Voorh.). Het Griekse woord dat hier weergegeven wordt door "bedeling" is "oikonomia". Het Nederlandse woord "economie" is hiervan afgeleid. God heeft zich voorgenomen een economie te hebben. Alle koninkrijken in het universum – het dierenrijk, het plantenrijk, het engelenrijk en het mensenrijk – zijn voor deze economie, deze bedeling; en zij zijn allen op weg naar de voltooiing van deze economie.

 

Het Griekse woord, dat weergegeven wordt door "bedeling" in Ef. 1:10, kan ook vertaald worden met "rentmeesterschap" of "huishouding." We zouden ook het woord "administratie" kunnen gebruiken, omdat deze bedeling, dit rentmeesterschap en deze huishouding uiteindelijk een eeuwige administratie zullen vormen. Uiteindelijk zal het gehele universum zich onder één administratie bevinden. Ofschoon we hier het woord "administratie" kunnen gebruiken, geef ik de voorkeur aan de woorden: bedeling, rentmeesterschap en huishouding.

 

Met betrekking tot Gods voornemen is het woord "economie" vele christenen onbekend. Het Griekse woord voor economie, "oikonomia" wordt nog op twee andere plaatsen in Efeziërs gebruikt. We zagen in Ef. 1:10 dat Paulus van een bedeling spreekt, ofwel van een economie van de volheid der tijden, waarin alle dingen onder het hoofd-zijn van Christus gebracht zullen worden. Verder, in Ef. 3:2, spreekt hij over een rentmeesterschap der genade Gods en in 3:9 over het rentmeesterschap van het mysterie. In 3:9 zegt Paulus: "Om ... in het licht te stellen wat het rentmeesterschap is van de verborgenheid (Gr. – mysterie) die van alle eeuwen verborgen was in God, die alle dingen geschapen heeft" (Voorh.). Het mysterie Gods is Zijn verborgen voornemen. Zijn voornemen is – om Zichzelf in Zijn uitverkoren volk uit te delen. Zo zien wij de bedeling van het mysterie Gods. Dit mysterie, dat van de eeuwen verborgen was in God – dat wil zeggen, dat van eeuwigheid en door de eeuwen heen verborgen was – wordt nu voor de nieuwtestamentische gelovigen aan het licht gebracht.

 

In 1 Timotheüs 1:4 spreekt Paulus over: "Gods rentmeesterschap dat in het geloof is" (Voorh.). Ook hier wordt het Griekse woord "oikonomia" weergegeven door "rentmeesterschap." In het Grieks betekenen de woorden: "Gods rentmeesterschap" ook wel: "Gods huishoud-economie." Dit is Gods huishoud-administratie – om Zichzelf in Christus, in Zijn uitverkoren volk uit te delen, opdat Hij een huis of huisgezin zou hebben, waarin Hij Zichzelf tot uitdrukking kan brengen. Dit huisgezin is de Gemeente, het Lichaam van Christus. De dienst van Paulus was volledig geconcentreerd op deze economie van God (Kol. 1:25; 1 Kor. 9:17).

 

God maakt een Plan volgens Zijn Welbehagen

 

Gods nieuwtestamentische economie is een plan dat door God gemaakt is volgens Zijn welbehagen. Efeziërs 1:9 zegt hierover: "Door ons het geheimenis van Zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen." Gods welbehagen is Zijn hartsverlangen. Dit welbehagen was wat God in Zichzelf voornam voor een bedeling, voor een plan (v. 10). Dit plan, dat God maakte, was naar Zijn welbehagen en volgens Zijn hartsverlangen.

 

Gods welbehagen werd door God in Zichzelf voorgenomen. Dit betekent dat God Zelf het begin, de oorsprong en de sfeer van Zijn eeuwig voornemen is. God heeft een plan, een verlangen; en Zijn voornemen is volgens dit plan. Ook het bestaan van het heelal is volgens Gods voornemen. Zowel de hemel alsook de aarde, met de vele miljoenen elementen der schepping – het menselijk ras inbegrepen – zijn allen volgens Gods verlangen en voornemen geschapen. Gods verlangen vervult derhalve het hele universum. Aangezien dit verlangen door God Zelf voorgenomen is, kan niets en niemand het te gronde richten. God nam dit verlangen voor in Zichzelf, zonder enige beraadslaging met anderen.

 

Ef. 1:9 spreekt over Gods welbehagen. Iedereen verlangt naar vreugde en genot. Indien wij naar vreugde en genot verlangen, God zoveel te meer. Elk levend wezen is genotzuchtig. Hoe levendiger je bent, hoe meer vreugde en genot je nodig hebt. Niemand is levendiger dan God; Hij heeft zeker behoefte aan de grootste vreugde. Indien wij, als gevallen zondaars, vreugde nodig hebben, hoeveel te meer zal de levende God daaraan een diepe behoefte hebben?

 

In tegenstelling tot de brief aan de Romeinen, die vanuit het oogpunt van de gesteldheid van de gevallen mens geschreven werd, werd de brief aan de Efeziërs geschreven vanuit het oogpunt van Gods welbehagen, Gods hartsverlangen. Wat is nu eigenlijk Gods welbehagen? Het is Gods welbehagen om Zichzelf in ons uit te delen. Dit is Gods unieke verlangen. We zouden kunnen zeggen dat God ervan "droomt" om Zichzelf in ons uit te delen. Het is Zijn verlangen, Zijn aspiratie, om Zichzelf in Zijn uitverkoren volk uit te delen.

 

Vele christenen veronachtzamen dit verlangen. In plaats daarvan richten zij al hun aandacht op leerstellingen omtrent heiligmaking, geestelijkheid en overwinning. Velen hebben nog nooit gehoord dat God slechts één ding verlangt – Zichzelf in ons uit te delen.

 

In zekere zin is het mogelijk, voor een gelovige, "heilig" te zijn, zonder daarbij Gods uitdeling te ervaren. Nochtans is dit soort heiligheid niet echt en derhalve niet bestendig. Maar wanneer we Gods uitdeling in ons ontvangen, zullen we echte heiligheid ervaren. In wezen is heiligheid niets anders dan, dat God – op subjectieve wijze – in ons uitgedeeld wordt. De objectieve God is alleen heilig in Zichzelf en voor Zichzelf. Maar de subjectieve God – de God die Zich in ons uitdeelt – wordt tot onze subjectieve heiligheid. Voor ons is ware heiligheid derhalve God Zelf, die in ons wezen uitgedeeld wordt. Het is Gods welbehagen, Gods hartsverlangen om Zichzelf in ons uit te delen en om zodoende alles voor ons te zijn.

 

Gods eeuwige Plan werd in Christus gemaakt

 

Gods economie is een eeuwig plan dat door God gemaakt werd in Christus. In dit verband zegt Efeziërs 3:11: "Naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd (Gr.- gemaakt). Het voornemen der eeuwen is het voornemen der eeuwigheid, het eeuwige voornemen, Gods eeuwige plan, dat in de verleden eeuwigheid gemaakt werd.

 

God heeft Zijn eeuwige economie in Christus gemaakt. De Christus, die in de Bijbel geopenbaard wordt, is zowel de belichaming van de Drie-enige God, alsook van alle processen waar Hij doorheen gegaan is – de vleeswording, het menselijke leven, de kruisiging, de opstanding, de hemelvaart en de neerdaling. God heeft Zijn eeuwige economie in zo’n Christus gemaakt. Christus is derhalve het element, de sfeer, het middel, het doel en het oogmerk van Gods eeuwige economie. Christus is alles in Gods economie. Hij is in feite de gehele inhoud van Gods eeuwige economie. Bovendien is Hij het middelpunt, de circumferentie, het element, het bereik, het middel, het doel en het brandpunt van deze economie. Volgens Ef. 3 werd deze economie in Christus gemaakt.

 

Om God Zelf - in Zijn Drie-eenheid - in Zijn Uitverkoren Volk uit te delen

 

Gods nieuwtestamentische economie is Zijn plan om Zichzelf – in Zijn Drie-eenheid – in Zijn uitverkoren volk uit te delen. Op welke wijze deelt God Zichzelf, in Zijn Drie-eenheid, in Zijn volk uit? Deze uitdeling heeft drie fasen. Ten eerste is deze uitdeling van God de Vader met Hem als de bron en de oorsprong. Ten tweede is deze uitdeling met God de Zoon als de loop (als van een rivier) . En ten derde vindt Gods uitdeling in God de Geest plaats, die zowel het instrument, alsook de sfeer van deze uitdeling is. Door middel van deze fasen – van God de Vader, door God de Zoon en in God de Geest – deelt God Zichzelf in Zijn uitverkoren volk uit.

 

Voor het produceren van de Gemeente als Gods Koninkrijk –
met het Nieuwe Jeruzalem als de Voleinding

 

Gods nieuwtestamentische economie, om Zichzelf in Zijn uitverkoren volk uit te delen, is voor het voortbrengen van de Gemeente (Ef. 3:10). Deze uitdeling produceert de Gemeente voor de openbaring van de veelsoortige wijsheid Gods, volgens Zijn eeuwig voornemen, dat Hij in Christus maakte (Ef. 3:9-10). Dit betekent dat door Gods uitdeling in Zijn Drie-eenheid, de Gemeente geproduceerd wordt voor de tentoonspreiding van Gods veelvoudige wijsheid.

 

Eerder brachten we naar voren dat de Gemeente vandaag het koninkrijk Gods is. Gods uitdeling in ons produceert derhalve de Gemeente als het koninkrijk Gods. 1 Korinthiërs 4:17 en 20 laten ons zien dat het koninkrijk het hedendaagse gemeenteleven is. In vers 17 verwijst Paulus naar zijn "wegen in Christus ... zoals ik die overal in elke gemeente leer." Dan, in vers 20, zegt hij: "Het koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht." Deze verzen laten zien dat het koninkrijk Gods daar is waar de gemeente is en dat het koninkrijk overal door de gemeente vertegenwoordigd wordt. Het koninkrijk is onder ons, omdat de gemeente onder ons is.

 

De Gemeente als het koninkrijk Gods zal een voleinding hebben – het Nieuwe Jeruzalem – voor de eeuwige uitdrukking van de Drie-enige God. Openbaring 21:2 zegt: "Ik zag de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen van God gereed als een bruid die voor haar man versierd is" (Voorh.). Het Nieuwe Jeruzalem is een levende compositie van alle heiligen, die door God door de eeuwen heen verlost zijn. Het is de bruid van Christus als Zijn tegenhanger (Joh. 3:29) en de heilige stad van God als Diens woning. Als de bruid van Christus komt het Nieuwe Jeruzalem uit Christus – haar man – voort en wordt Zijn tegenhanger; op precies dezelfde wijze, dat Eva uit Adam – haar man – voortkwam om zijn tegenhanger te worden (Gen. 2:21-24). Door deel te hebben aan de rijkdommen van het leven en de natuur van Christus wordt het Nieuwe Jeruzalem als een bruid voor haar man toebereid. Om Zijn woning te zijn, wordt de heilige stad van God geheel en al voor God geheiligd en volledig met Zijn heilige natuur verzadigd.

 

In zowel het Oude alsook het Nieuwe Testament vergelijkt God Zijn uitverkoren volk met een echtgenote (Jes. 54:6; Jer. 3:1; Ezech. 16:8; Hos. 2:19; 2 Kor. 11:2; Ef. 5:31-32) en met een woning voor Zichzelf (Exo. 29:45-46; Num. 5:3; Ezech. 43:7, 9; Psa. 68:19; 1 Kor. 3:16-17; 6:19; 2 Kor. 6:16; 1 Tim. 3:15). De echtgenote is voor Zijn voldoening in liefde en de woning is zowel voor Zijn rust alsook voor Zijn uitdrukking. Beide aspecten zullen uiteindelijk vervolmaakt worden in het Nieuwe Jeruzalem. Deze liefde tot haar zal God – tot in eeuwigheid – de grootste voldoening schenken; en Hem tevens volledige rust in Zijn eeuwige uitdrukking geven.

 

Openbaring 21:10 en 11 zeggen: "En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, die uit de hemel neerdaalde van God en de heerlijkheid van God had. Haar lichtglans was aan zeer kostbaar gesteente gelijk, als een kristalheldere jaspissteen" (Voorh.). De heerlijkheid Gods is Gods uitdrukking – God uitgedrukt. Tot deze heerlijkheid werden we allen voorbestemd en geroepen (1 Kor. 2:7; 1 Pet. 5:10; 1 Thes. 2:12). Ook worden we in deze heerlijkheid getransformeerd (2 Kor. 3:18) en zullen we er zelfs heen gevoerd worden (Heb. 2:10). Uiteindelijk zullen we met Christus verheerlijkt worden (Rom. 8:17, 30) om zo Gods heerlijkheid uit te dragen en voor eeuwig – in het Nieuwe Jeruzalem – uit te drukken. Gods uitdeling van Zichzelf in Zijn uitverkoren volk resulteert derhalve in de Gemeente als het koninkrijk Gods en zal voleindigd worden in het Nieuwe Jeruzalem als Zijn eeuwige uitdrukking.

 

EEN VISIOEN VAN GODS ECONOMIE IS ONONTBEERLIJK

 

Door de jaren heen hebben we vele boodschappen gegeven omtrent Gods nieuwtestamentische economie. Voor zover ik weet, hebben echter de meeste heiligen, die deze boodschappen hoorden, nog steeds geen helder visioen van Gods economie. Het is onontbeerlijk een visioen te hebben van dit centrale thema in de Bijbel: van Gods hartsverlangen om Zichzelf, in Zijn Drie-eenheid, in Zijn uitverkoren volk uit te delen – met de Gemeente, Gods koninkrijk, als onmiddellijk resultaat en met het Nieuwe Jeruzalem, de eeuwige uitdrukking van de Drie-enige God, als de uiteindelijke vervolmaking.

 

Wij hebben een visioen nodig van Gods nieuwtestamentische economie. Het is niet voldoende om er slechts enige kennis van te hebben. Het is mogelijk om bekend te zijn met een bepaald persoon, zonder hem ooit zelf gezien te hebben. Er is een hemelsbreed verschil tussen het zien van iemand en het bekend zijn met iemand. Evenzo is het zien van een visioen van Gods nieuwtestamentische economie heel anders, dan om er iets over te horen. Ik hoop dat alle heiligen – hetzij gezamenlijk of alleen – hiermee veel tijd in het gebed zullen doorbrengen. We moeten zeggen: "Here, ik roep U aan omtrent Gods economie. Ik heb een visioen nodig van Gods nieuwtestamentische economie. Here, ik ben al zo lang gered, maar ik heb nog nooit werkelijk het visioen van Gods nieuwtestamentische economie gezien, wat in het Nieuwe Testament geopenbaard wordt. Here, open mijn ogen om te zien, dat de Drie-enige God Zichzelf in ons wezen uit wil delen om de Gemeente als het koninkrijk Gods voort te brengen; zodat God een eeuwige voleinding zou hebben door Zichzelf op collectieve wijze tot in eeuwigheid uit te drukken."

 

BEDELING EN UITDELING

 

Het is belangrijk dat we onderscheid maken tussen de woorden "bedeling" en "uitdeling." Volgens het gebruik van dit woord in het Nieuwe Testament verwijst "bedeling" naar Gods ordening, Gods plan.

 

We zagen dat "bedeling" een vertaling is van het Griekse woord "oikonomia" dat uit twee woorden bestaat: "oikos" dat "huis" betekent en "nomos" dat "wet" betekent. Oikonomia betekent derhalve huishoud-voorschriften of huishouding. Omdat dit woord naar zowel een huishoud-administratie, als naar een huishouding verwijst, impliceert het een plan. Het woord bedeling in Efeziërs 3 betekent ordening of plan. Wanneer wij derhalve het woord bedeling gebruiken, bedoelen wij hiermee: Gods huishouding, Gods ordening, Gods plan. Wanneer wij het woord bedeling gebruiken, bedoelen wij niet: "uitdeling"; wat op zichzelf de daad van Gods uitdeling – in ons – weergeeft. Niettemin is de uitdeling van de Drie-enige God in ons het allerbelangrijkste in Gods bedeling.

 

Als we duidelijk het verschil zien tussen bedeling en uitdeling zullen we niet zeggen dat we ons onder Gods bedeling bevinden, maar veeleer onder Zijn uitdeling. Gods bedeling ervaren betekent dat we Zijn administratieve ordening ervaren. Gods uitdeling ervaren betekent dat we Zijn daadwerkelijke uitdeling ervaren – Zijn daadwerkelijke uitdeling in ons. Indien we het woord bedeling gebruiken om naar Gods uitdeling te verwijzen, zouden anderen kunnen denken dat we het over Gods plan hebben. Laten we daarom deze woorden "bedeling" en "uitdeling" gebruiken volgens hun gebruik in de Bijbel; waarbij "bedeling" Gods administratieve ordening betekent en "uitdeling" Zijn daadwerkelijke uitdeling in ons.

 

Witness Lee