Het werk van Christus

Schriftlezing:
Matt. 4:17; 16:18-19; Marc. 1:1, 14; 4:3, 26; Luc. 4:18-22a; 19:2-10; 10:30-37; Joh. 1:18; 14:9; 5:30b; 6:38; 1:29; 2 Kor. 5:21; Rom. 8:3; Heb. 2:14; Joh. 3:14; Num. 21:8-9; Rom. 6:6; 1 Kor. 15:45a; Kol. 1:15, 20; Heb. 2:9; Ef. 2:14-15; Joh. 12:24

 

In de vorige twee hoofdstukken hebben we een aantal punten omtrent de persoon van Christus behandeld. Nu zullen we een aantal punten omtrent Zijn werk in ogenschouw nemen.

 

Vandaag kennen vele christenen Christus slechts op oppervlakkige wijze. Ofschoon ze zullen zeggen dat ze de Heer inderdaad liefhebben, zullen ze – als je hun zou vragen waarom ze de Heer dan wel liefhebben – maar weinig ten antwoord kunnen geven. Mijn hoop is dat wij, na het lezen van deze tekstfragmenten, allemaal vele redenen aan kunnen voeren waarom we de Heer liefhebben. We moeten op z'n minst vijftien punten aan kunnen voeren met betrekking tot Christus als de volkomen God en nog eens zeventien punten met betrekking tot Christus als de volmaakte mens. Waar mogelijk moeten we elk punt in detail bespreken. Dan moeten we verder gaan en over alles spreken wat Hij voor ons gedaan heeft, hoe Hij Zijn dienst op aarde uitvoerde, hoe Hij Zichzelf in de dood gaf en weer uit de doden opstond en hoe Hij tenslotte ten hemel voer. Hij heeft zoveel voor ons gedaan en Hij doet ook nu nog zoveel voor ons in de hemel. Dit is de reden waarom wij Hem liefhebben. We hebben Hem lief voor wie Hij is en wat Hij voor ons gedaan heeft. Ik hoop dat wij de Heer van nu af aan in al deze aspecten zullen ervaren, vooral wanneer we Hem dagelijks beroeren, ervaren en genieten.

 

Velen van ons genieten van de Heer Jezus zonder Hem echt te kennen als de volkomen God en de volmaakte mens. Bovendien genieten we vaak van Hem, zonder werkelijk te weten hoeveel Hij eigenlijk voor ons gedaan heeft. We weten wel dat Hij op deze aarde werkte en diende, maar we weten niet precies wat Hij uitvoerde. We weten ook wel dat Hij aan het kruis stierf, maar al de belangrijke punten met betrekking tot Zijn dood kennen we niet. Verder weten we dat Hij uit de dood opstond, maar wat Zijn opstanding nu werkelijk volbracht, dat weten we niet. We weten ook dat Hij ten hemel voer. Hoeveel Hij door Zijn hemelvaart volbracht weten we echter niet. Daar we Christus slechts in geringe mate kennen, is ook onze ervaring van Hem zeer beperkt. We moeten zien wie Christus is en wat Hij voor ons gedaan heeft, opdat we Hem ten volle mogen ervaren en genieten.

 

Het Nieuwe Testament vertelt ons herhaaldelijk dat wij Christus en Zijn werk ten volle moeten kennen (Efe. 1:17­-23; 4:13; Kol. 2:2). De openbaring van Christus in de Bijbel is niet eenvoudig, maar zeer gedetailleerd. Het is niet voldoende te weten dat Christus God is. Het feit dat Christus God is, moet je nauwkeuriger kunnen omschrijven. Hoe Hij bijvoorbeeld de zelf-bestaande en eeuwig-bestaande God is, hoe Hij de universele "Ik Ben" en de Drie-enige God Jehova is en hoe Hij de Schepper is enz.. Je moet je met al deze aspecten van Zijn persoon en werk bezighouden en verzadigen. Terwijl je al deze punten op deze wijze bestudeert, zul je Hem zeker waarderen en genieten. Een dergelijke studie zal je in het volle genot van Christus brengen.

 

HET ONTVANGEN VAN DE OPENBARING OMTRENT HET WERK VAN CHRISTUS

 

Nadat we openbaring hebben ontvangen omtrent de persoon van Christus, moeten we verder openbaring ontvangen omtrent Zijn werk. Het werk van Christus bestaat uit vier belangrijke componenten: Zijn dienst op aarde, Zijn kruisiging, Zijn opstanding en Zijn hemelvaart. In dit hoofdstuk zullen we de eerste twee componenten van het werk van Christus in overweging nemen; in het volgende hoofdstuk zullen we dan de laatste twee componenten bekijken.

 

ZIJN DIENST OP AARDE

 

Het eerste component van het werk van Christus is Zijn dienst op aarde. Als een mens leefde de Heer Jezus drieëndertig en een half jaar op deze aarde; Zijn dienst begon echter pas met de laatste drie en een half jaar van Zijn leven. Hij diende zowel God als de mens op velerlei wijze. De vier Evangeliën vertellen ons wat hij zoal in Zijn dienst op aarde heeft gedaan. Indien we noch onze tijd geven, noch onze volle aandacht concentreren op de verschillende aspecten van de dienst van Christus, zoals Hij werd beschreven in de vier Evangeliën, zullen we hoogstens een algemene kennis van Zijn dienst op aarde verwerven. We zouden mogen denken dat, afgezien van enkele onbeduidende verschillen in presentatie, de vier Evangeliën bijna eender waren. Niets is verder van de waarheid.

 

In Mattheüs – Het prediken van het Evangelie van het Koninkrijk
en het inbrengen van het Koninkrijk der Hemelen

 

In Mattheüs zien we dat Christus een bijzonder evangelie predikte, namelijk het evangelie van het koninkrijk (4:17). Dit evangelie verschilt van het evangelie van genade en vergeving. Door het evangelie van het koninkrijk worden de mensen in het koninkrijk der hemelen gebracht. Mattheüs vertelt ons dat deze Christus het koninkrijk der hemelen met zich meebracht en ook dat Hij de sleutels van het koninkrijk der hemelen aan een van Zijn discipelen – namelijk Petrus – gaf (16:18-19). Zeer weinig christenen hebben vandaag de dag voldoende kennis omtrent het koninkrijk der hemelen en omtrent de sleutels van het koninkrijk der hemelen. Zij weten niet hoe ze het koninkrijk der hemelen aan de mensen kunnen voorstellen, noch hoe ze de mensen in het koninkrijk der hemelen kunnen binnenleiden.

 

In Marcus – Het prediken van het Evangelie van God
en het zaaien van het zaad van het Koninkrijk van God

 

Marcus vertelt ons dat deze Christus het evangelie van God predikte (1:1, 14). We zouden mogen denken dat het evangelie van het koninkrijk en het evangelie van God één en dezelfde zijn. Net als één en dezelfde persoon van verschillende kanten bekeken kan worden, zo kunnen we in elk van de vier Evangeliën verschillende aspecten van dit wonderbaarlijke evangelie terugvinden. Indien we het evangelie van één bepaalde kant bekijken, zien we in Mattheüs het evangelie van het koninkrijk, waardoor zondaren in het koninkrijk der hemelen gebracht worden. Van een andere kant bekeken, zien we in Marcus het evangelie van God, waardoor wij zondaren in God gebracht worden. Marcus stelt Christus voor als degene die ons in God brengt, terwijl Mattheüs Christus voorstelt als degene die ons in het koninkrijk der hemelen binnenleidt. Deze zelfde Christus predikt ook vandaag de dag nog steeds het evangelie van God om ons in God te brengen. Ook predikt Hij nog steeds het evangelie van het koninkrijk om ons zodoende in het koninkrijk der hemelen binnen te leiden. Ik hoop dat wij Christus op deze wijze, tenminste in zekere mate, zullen ervaren en genieten. Dan zullen we zeggen: "O Heer, U bent degene die mij zowel in God, als in het koninkrijk der hemelen brengt. Ik geniet van U, niet slechts als mijn Verlosser en Redder, maar als degene die mij zowel in God als in het koninkrijk der hemelen brengt."

 

In Mattheüs introduceert Christus het koninkrijk der hemelen en in Marcus zaaide Hij Zichzelf als het zaad van het koninkrijk (Marc. 4:1-20). We zullen nu het planten van anjerzaad als een illustratie gebruiken. Om te beginnen hebben we slechts één anjerzaadje nodig. Vervolgens kunnen we het anjerzaadje in een veld zaaien en het laten groeien totdat het anjerbloesems draagt. Daarna zal het niet lang duren, voordat het hele veld vol met anjerbloesems staat. Dit is het anjer-koninkrijk. Het koninkrijk van God is eenvoudig het bloesemen van God. Jezus kwam om Zichzelf, als het zaad van God, in het hart van de mens te zaaien. Het hart van de mens is een veld en Jezus als het zaad van God groeit in ons hart. Wanneer dit zaad in ons hart tot bloei komt, wordt het Gods tuin. Deze tuin, vol met Gods bloesems, is het koninkrijk van God. Deze tuin is vandaag de gemeente. Het gezonde gemeenteleven is het koninkrijk van God, ofwel het bloesemen van God in zovele gelovigen.

 

In Lucas – Het verkondigen van het Jubeljaar en het uitvoeren van Zijn dynamische behoudenis
door de deugd van Zijn hoogste standaard van moraliteit 

 

In het Evangelie naar Lucas werd Christus voorgesteld als degene die het jubeljaar verkondigde (4:18-22). Het jubeljaar is in wezen een bevrijding. Iemand die bijvoorbeeld zijn land had verkocht of zichzelf als slaaf had verkocht, zou volgens het oudtestamentische jubeljaar bevrijd worden uit zijn slavernij en tevens teruggebracht worden tot zijn eigen erfenis (Lev. 25:8-17). De achtergrond van het nieuwtestamentische jubeljaar van de Heer is dat alle mensen gevangenen zijn. Waarom heeft iedereen het zo druk? Omdat ze gevangenen zijn. Zowel de studenten als de professoren zijn gevangenen. Zelfs de machthebbers van deze wereld zijn allen gevangenen. De hele gevallen mensheid wordt door satan gevangen gehouden. Daarom heeft ze God als haar erfenis verloren. Ofschoon God zowel het aandeel als de erfenis van de mens moest zijn, heeft de mensheid God niettemin verloren. Zij werden allen gevangengenomen en tot de bedelstaf gebracht. Volgens het evangelie naar Lucas kwam Jezus om het jubeljaar en de bevrijding van de gevangenen te verkondigen, om hen uit de macht van satan te bevrijden en hen uiteindelijk tot God terug te brengen.

 

Lucas 15 schrijft over het verhaal van de verloren zoon. Hij was iemand die zijn vaders erfenis had verloren. Maar op een dag werd hij teruggebracht en vrijgemaakt. Hij werd teruggebracht om de rijkdommen van zijn vaders huis te kunnen genieten. Op deze wijze werd hij tot zijn erfenis teruggebracht. Voor onze behoudenis waren wij allen gevangenen, die door zovele zondige, maar ook goede dingen, van God weggevoerd werden. Maar op een dag bracht de Heer Jezus ons terug. Hij bevrijdde ons uit onze gevangenschap en heeft ons tot God teruggebracht. Nu genieten we van onze erfenis en nu is het jubeljaar ons genot. Het werk van Christus was het verkondigen en het introduceren van het jubeljaar.

 

In het Evangelie naar Marcus wordt Christus voorgesteld als degene die het evangelie van God predikte en die het zaad van het koninkrijk van God zaaide. Vervolgens wordt dezelfde Christus door Lucas voorgesteld als degene die het jubeljaar verkondigt, die de gevangenen bevrijdt en die iedereen tot zijn erfenis terugbrengt. Dit is Christus' dynamische behoudenis, die tot stand komt op grond van Zijn hoge morele standaard.

 

Deze dynamische behoudenis wordt in Lucas 19 duidelijk geïllustreerd met behulp van Zacheüs. Zacheüs was een zondig tollenaar, die anderen beroofde door middel van afpersing. Hij was een berucht tollenaar, die door de maatschappij werd verworpen en veroordeeld. Op een dag hoorde hij dat Jezus zou komen. Maar hij was klein van stuk en er had zich een grote menigte verzameld, die Jezus wilde zien. En omdat hij zelf ook Jezus wilde zien, besloot hij in een wilde vijgenboom te klimmen. Toen Jezus bij deze boom kwam, keek Hij naar boven en riep zijn naam: "Zacheüs kom vlug naar beneden, want heden moet ik in uw huis vertoeven" (v. 5). Ofschoon Zacheüs door iedereen werd verworpen, riep deze Jezus niettemin zijn naam en zei zelfs dat Hij hem en zijn gezin wilde bezoeken. Doordat Jezus zijn huis had bezocht, vond er een grote verandering plaats in het leven van Zacheüs. Hij vertelde de Heer Jezus onmiddellijk dat hij tenminste de helft van zijn bezittingen aan de armen zou geven en verder dat hij alles wat hij anderen door middel van valse aantijgingen afhandig had gemaakt, viervoudig zou vergoeden (v. 8). Vervolgens zei de Heer Jezus: "Heden is aan dit huis redding geschonken." Dit is Gods dynamische behoudenis.

 

De behoudenis die wij hebben ontvangen is geen zwakke, maar een krachtige en zelfs dynamische behoudenis. Deze dynamische behoudenis bestaat op grond van de hoogste morele standaard van de Heer en wordt op zijn beurt samengesteld uit Zijn goddelijke eigenschappen, die vermengd zijn met Zijn menselijke deugden. De deugdzaamheid van Jezus is niet alleen hemels, maar zelfs "God-menselijk." De deugdzaamheid van de Heer werd door de goddelijke eigenschappen in de menselijke deugden voortgebracht. Deze deugdzaamheid is dus volgens de hoogste standaard en is een deugd van de dynamische behoudenis van Christus.

 

In Johannes — God leven en de wil van de Vader doen

 

Het evangelie naar Johannes openbaart ons dat Christus God leefde en tevens de wil van de Vader deed. Hij leefde een leven dat God zelf was. Niemand heeft God ooit gezien, maar Christus als de Zoon van God heeft Hem geopenbaard (1:18). Christus leefde een leven dat God de Vader openbaarde en bekend maakte (14:9). Hij deed tevens de wil van de Vader (5:30b; 6:38). Hij deed niet Zijn eigen werk en Hij volvoerde ook niet Zijn eigen voornemen. Hij deed de wil van de Vader. Wanneer we dit zien, zullen we Christus ervaren en genieten als degene die God leeft en uitsluitend Gods wil ten uitvoer brengt. Dit zal ook ons in staat stellen om God te leven en uitsluitend Gods wil te doen. Hoe meer we Christus genieten en ervaren, des te meer we God zullen leven en uitdrukken en tevens Zijn wil zullen doen.

 

Zijn kruisiging

 

De tweede categorie van het werk van Christus is Zijn kruisiging. In de ogen van de mens is sterven geen werk. Maar het sterven van Christus was een groot werk en een grote prestatie. Terwijl Hij aan het kruis hing, werkte Hij; en ook Zijn bezoek aan Hades was Zijn werk. Ofschoon het voor menselijke ogen verborgen bleef, wist satan en alle boze geesten met hem dat, terwijl Christus aan het kruis hing, Hij een groot werk ten uitvoer bracht. Zijn werk aan het kruis was uiteindelijk een strijd, waarbij God de overheden en de machten ontwapende (Gr. - afstroopte) en over hen zegevierde (Kol. 2:15). Terwijl Christus aan het kruis stierf, vocht satan tot het uiterste. Christus' dood aan het kruis was in feite satans "arrestatie." In Genesis 3 beloofde God dat Christus de kop van de slang zou vermorzelen (v. 15) en toen Christus aan het kruis stierf vernietigde Hij inderdaad de duivel (Heb. 2:14). Nu zullen we alles wat Christus aan het kruis volbracht in overweging nemen.

 

Om de zonde weg te nemen

 

Het eerste wat Christus aan het kruis volbracht, was het feit dat Hij onze zonde wegnam door Zijn dood als het Lam van God. Johannes 1:29 zegt: "Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt!" De last der zonde is net als een grote berg, maar de dood van Christus, als het Lam Gods, neemt deze berg van zonde weg. Dit was het grote werk dat Christus in Zijn dood ten uitvoer bracht. Het woord "zonde" in Johannes 1:29 duidt op het geheel, de totaliteit van de zonde en de zonden. In de Bijbel duidt zonde in het enkelvoud op onze innerlijke, zondige natuur (2 Kor. 5:21; Heb. 9:26), terwijl zonden in het meervoud op onze uiterlijke, zondige daden wijzen (1 Pet. 3:18; 1 Kor. 15:3; Heb. 9:28). Van binnen heeft de mens een zondige natuur die zonde genoemd wordt en van buiten heeft hij vele zondige activiteiten, die zonden genoemd worden. Het woord "zonde" in Johannes 1:29 duidt op het geheel, de totaliteit van de innerlijke zonde en de uiterlijke zonden. Deze totaliteit van zonde is een zware last. En toch heeft Christus deze last weggenomen. Hij verwijderde deze hoge berg als het Lam Gods dat aan het kruis stierf. Aan het kruis werd Hij geslacht als het Lam Gods – het grootste offer aller tijden. Zo was Hij het zondoffer voor de zonde en het schuldoffer voor de zonden. Als het Lam Gods werd Hij geslacht als het zondoffer en het schuldoffer om het geheel der zonde en zonden uit de wereld te verwijderen. Aangezien Christus zo'n wonderbaarlijk werk volbracht, moeten wij dit goede nieuws – de verwijdering van de zonde – overal verkondigen.

 

Om de zonde te veroordelen

 

Het tweede punt dat door Christus aan het kruis werd volbracht, was Gods veroordeling van de zonde in het vlees, doordat Christus aan het kruis voor de gelovigen tot zonde werd gemaakt (2 Kor. 5:21; Rom. 8:3). De zonde wegnemen is één ding, maar tot zonde gemaakt te worden is wat anders. Om te beginnen nam Christus de zonde weg en vervolgens werd Hij tot zonde gemaakt. Ten eerste kwam Christus als het Lam Gods om de gevallen mens van de last der zonde te bevrijden. Maar deze gevallen mens is nog steeds de zonde zelf. De gevallen mens gaat niet alleen gebukt onder de last der zonde – hij is de zonde zelf. Christus, als het Lam Gods, nam daarom eerst de last der zonde weg. Maar om de gevallen mens zelf aan te pakken, moest er nog iets gebeuren – Hij moest tot zonde gemaakt worden (2 Kor. 5:21).

 

De gevallen mens is zonde omdat hij vlees is (Rom. 3:20). Christus moest daarom vlees worden om de zonde in het vlees te kunnen veroordelen (Joh. 1:14). Maar toen Christus vlees werd, kwam Hij slechts in de gelijkenis van het vlees der zonde (Rom. 8:3), net als de koperen slang, die slechts de uiterlijke vorm van een slang had. Hij was zonder zonde (Heb. 4:15). 2 Korinthiërs 5:21 zegt dat Hij zelfs geen zonde gekend heeft. Hij had uitsluitend de vorm van het vlees der zonde. Terwijl Hij zich in de vorm, de gelijkenis van het vlees der zonde bevond, werd Hij niet alleen tot zonde gemaakt, maar stierf Hij bovendien in het vlees. Door de dood van Christus veroordeelde God de zonde in het vlees (Rom. 8:3). Dit betekent dat Hij zowel de zonde als het vlees beëindigde. Christus veroordeelde de zonde en werd voor de gelovigen aan het kruis tot zonde gemaakt.

 

Om satan te vernietigen

 

Het derde punt dat door Christus aan het kruis werd volbracht, was de vernietiging van satan, de oude slang, die door God werd veroordeeld door middel van de koperen slang (Heb. 2:14; Joh. 3:14; Num. 21:8-9). Toen Christus aan het kruis hing was Hij – in Gods ogen – ten eerste een Lam, ten tweede het vlees der zonde en ten derde de koperen slang. Als het Lam nam Hij de zonde weg, als het vlees bracht Hij God ertoe om de zonde te veroordelen en als de koperen slang vernietigde Hij satan, de oude slang.

 

Om met de oude mens af te rekenen

 

Het vierde punt dat door Christus aan het kruis werd volbracht, was dat Hij, als de laatste Adam, met de oude mens afrekende (Rom. 6:6; 1 Kor. 15:45a). De gevallen mens gaat niet alleen gebukt onder een last van zonde, hij is de zonde zelf. Satan, de oude slang, de oude mens en het oude zelf kunnen allen in de gevallen mens teruggevonden worden. De mens heeft moeilijkheden met de zonde, het vlees, satan en de oude mens. Christus, als het Lam Gods, nam de last der zonde weg. Door in de gelijkenis van het vlees der zonde te komen, veroordeelde Christus bovendien de zonde in het vlees. Als de koperen slang vernietigde Christus verder de oude slang, satan en tenslotte nagelde Christus, als de laatste Adam, de oude mens aan het kruis.

 

Om met de oude schepping af te rekenen

 

Het vijfde punt dat door Christus aan het kruis werd volbracht, was dat Hij met de oude schepping afrekende, door als de Eerstgeborene van de hele schepping beëindigd te worden (Kol. 1:15). Verder smaakte Hij voor alles de dood om zodoende de hele schepping te verlossen (Kol. 1:20; Heb. 2:9). Christus is de eerste onder alle schepselen, de Eerstgeborene van de hele schepping. Als zodanig heeft Hij met de oude schepping afgerekend. Zijn kruisiging was de beëindiging van de oude schepping en omdat Hij de dood voor alles smaakte, werd de hele schepping tevens verlost. Christus was hiertoe gekwalificeerd, omdat Hij – als de Eerstgeborene van Gods schepping – een van de schepselen was. Aangezien Hij een schepsel was, was Zijn kruisiging de beëindiging van de gehele oude schepping. Door zo'n werk verloste Hij al de geschapen dingen, omdat Hij de dood niet slechts voor elk persoon, maar ook voor elk ding smaakte.

 

Om vrede te maken onder alle volken

 

Volgens Efeziërs 2:14-15 moest de dood van Christus vrede maken onder alle volken. Dit was het zesde punt dat door Christus aan het kruis werd volbracht. Door alle voorschriften en alle geschilpunten af te schaffen, maakte Christus, als de Vredestichter, vrede onder alle volken. Efeziërs 2:14-15 zegt: "Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in Zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen." Christus, in deze verzen, is zowel onze vrede als onze Vredestichter. Door de val van de mens viel het hele menselijke ras in vele naties uiteen. Vanwege de vele geschilpunten en voorschriften zijn nog geen twee naties in staat om één te zijn. De voorschriften bestaan onder andere uit gewoonten, gebruiken, levenswijzen en godsdienstige geschillen onder de volken.

 

Door Zijn dood aan het kruis heeft Christus alle geschillen onder de naties op aarde afgeschaft. Als de Vredestichter heeft Hij alle verschillende naties en volken in eenheid samengebracht. Vandaag kunnen we vele mensen uit verschillende naties als broeders in de gemeente aantreffen. Vrede stichten is in feite niets anders dan het voortbrengen van het Lichaam van Christus, de nieuwe mens. Christus heeft alle geschillen en voorschriften onder de verschillende volken afgeschaft, om uit zovele gelovigen uit verschillende naties, één nieuwe mens te scheppen.

 

Om vele tarwekorrels te produceren

 

Het zevende punt dat door Christus aan het kruis werd volbracht, was dat Zijn kruisiging vele tarwekorrels produceerde. Door Zijn dood als een tarwekorrel, werden vele tarwekorrels voortgebracht (Joh. 12:24). De eerste zes punten – het wegnemen van de zonde, het veroordelen van de zonde, het vernietigen van satan, de kruisiging van de oude mens, de beëindiging van de oude schepping en het afschaffen van alle geschillen onder de volken, zijn zaken aan de negatieve kant. Maar er is ook nog een positieve kant, namelijk het voortbrengen van Zijn gelovigen als de vele tarwekorrels. Christus heeft dit volbracht door Zijn dood als een tarwekorrel. Enerzijds wordt een tarwekorrel in de aarde gezaaid om te sterven. Anderzijds, vindt er in het sterven van een tarwekorrel groei plaats. Terwijl het harde omhulsel van de korrel sterft, groeit zijn innerlijke leven. Door dit sterven en groeien ontspruit hij en brengt hij uiteindelijk vele tere, groene en levende tarwekorrels voort. Door Zijn dood aan het kruis bracht Christus vele tarwekorrels voort – dit was Zijn werk en Zijn groei. Nu zijn wij de vele tarwekorrels die het ene brood en dus ook het ene Lichaam vormen (1 Kor. 10:17). Dit zijn de zeven belangrijke componenten van het werk van Christus, dat Hij door Zijn dood aan het kruis volbracht.

 

Witness Lee

The Secret of Experiencing Christ, ch. 3