Onze organische eenheid met Christus

Schriftlezing:

1 Kor. 15:45b; Joh. 20:22; 3:5-6, 15, 36a; Rom. 6:3, 5; 1 Kor. 6:17; Rom. 8:9-11; 2 Tim. 4:22; Ef. 3:16-17; Kol. 1:18a; Ef. 5:30; 2:15; Kol. 3:10-11

 

HET ONTVANGEN VAN DE OPENBARING BETREFFENDE
DE ORGANISCHE EENHEID VAN DE GELOVIGEN MET CHRISTUS

 

Het geheim van de ervaring van Christus is afhankelijk van drie openbaringen: 1) een openbaring van Christus' persoon 2) een openbaring van Christus' werk. In de vorige hoofdstukken werden deze twee openbaringen echter afdoende behandeld. In dit hoofdstuk zullen we de derde openbaring in overweging nemen: de openbaring van onze organische eenheid met Christus. Deze organische eenheid is het allerbelangrijkste aspect omtrent het geheim van de ervaring van Christus. Indien we Christus willen genieten en ervaren, is het noodzakelijk dat we een glashelder visioen hebben omtrent onze organische eenheid met Hem.

 

De Bijbel openbaart ons ten eerste de persoon van Christus en vervolgens Zijn werk. Op deze twee fundamentele openbaringen in de Bijbel volgt dan de openbaring van onze organische eenheid met Christus. In een van de eerste vier boeken van het Nieuwe Testament – het Evangelie naar Johannes – zien we een illustratie van de wijnstok en de ranken. In de daarop volgende drieëntwintig boeken – van Handelingen tot Openbaring – wordt voornamelijk deze organische eenheid geopenbaard. Ook de veertien brieven van Paulus concentreren zich voornamelijk op deze ene zaak. Hoe meer we Romeinen, 1 en 2 Korinthiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, en Kolossenzen lezen, des te meer we zullen beseffen dat Paulus een complete openbaring en een volledige kennis had omtrent onze organische eenheid met Christus.

 

EEN EENHEID VAN LEVEN

 

De meest wonderbaarlijke werkelijkheid in de ervaring van een christen is, dat hij met Christus verenigd is door middel van het goddelijke leven. Deze eenheid, die de gelovigen met Christus hebben is geen georganiseerde eenheid, maar een eenheid van het leven – een organische eenheid. Het woord organisch duidt er dus op dat deze eenheid zonder meer een eenheid van het leven is.

 

Zo zijn ook de leden van ons lichaam met elkaar verbonden door een factor die van vitaal belang is – namelijk het leven – en niet door middel van organisatie. Wij, de gelovigen in Christus, zijn eveneens met Hem verenigd door een levende, verbindende factor. Om deze reden verwijzen we naar onze eenheid met Christus als een organische eenheid. In dit hoofdstuk wil ik het feit benadrukken dat we zo'n organische eenheid met Christus hebben.

 

De persoon van Christus is zonder meer wonderbaarlijk, terwijl Zijn werk eveneens voortreffelijk is. Met betrekking tot Zijn persoon is Hij zowel de volkomen God als de volmaakte mens. Met betrekking tot Zijn werk, heeft Hij alles gedaan voor de vervulling van Gods voornemen. Terwijl alles wat Hij deed ons ten goede kwam. Wat Hij is en wat Hij volbracht heeft, is uitsluitend voor één ding: dat Hij zich met ons op organische wijze kan verenigen. Deze wonderbaarlijke organische eenheid wordt door de meeste christenen van vandaag volkomen verwaarloosd. Het huidige christendom is niet meer dan een religie, een religieuze organisatie vol leerstellingen, voorschriften en gebruiken; een religie die deze zaak van het leven volkomen verwaarloost. De meeste christenen prediken Christus op een louter objectieve wijze. Zo maken zij Hem tot een objectieve Verlosser en Zaligmaker. Volgens hun mening en begrip is Christus uitsluitend in de derde hemel en dus niet in hen. Voor zover het de objectieve zijde betreft hebben zij gelijk. Maar met betrekking tot de subjectieve werkelijkheid hebben ze het volledig bij het verkeerde eind. Vandaag de dag wil de Heer deze zaak van onze organische eenheid met Christus volledig herstellen.

 

EEN GEËNT LEVEN

 

In hoofdstuk veertien tot en met zeventien van het Evangelie naar Johannes wordt de organische eenheid sterk benadrukt. De centrale gedachte alsook de kern van Johannes 14 tot en met 17 is nu juist deze organische eenheid. In hoofdstuk vijftien illustreert de Heer Jezus deze organische eenheid door te zeggen dat Hij de wijnstok is en dat wij, de gelovigen, de ranken van deze wijnstok zijn. Tussen de wijnstok en de ranken is er een organische eenheid.

 

In Johannes 15 zien we weliswaar de wijnstok en de ranken, maar we zien daar niet, dat al die ranken op de wijnstok geënt werden. Oorspronkelijk waren wij, de gelovigen, niet met Christus verenigd. Volgens het beeld in Romeinen 11:17 en 24 waren wij de takken van een wilde olijfboom. Toen we echter in de Heer Jezus geloofden, werden we zowel behouden, als wedergeboren. In deze wedergeboorte ontvingen we een nieuw leven, dat ons levend maakte. Dit nieuwe leven heeft ons bovendien op Christus geënt. Wij, die eertijds takken van een wilde olijfboom waren, werden dus niet alleen wedergeboren en levend gemaakt, maar werden tevens op de veredelde olijfboom geënt. Deze edele olijfboom is Christus Zelf, met al Gods uitverkorenen als Zijn leden. Oorspronkelijk waren we dus geen ranken in Christus, maar sindsdien zijn we stuk voor stuk op Christus geënt. Door middel van onze natuurlijke geboorte waren we geen ranken van Christus, maar door onze wedergeboorte werden we van de wilde olijfboom afgesneden en op de veredelde boom geënt. Dit is Christus en Zijn leden als het goddelijke organisme voor de uitdrukking van de Drie-enige God. Nu is er tussen Christus (de veredelde boom) en ons (de geënte ranken) een organische eenheid. Dit geënte leven tussen de geënte takken en de gecultiveerde boom is de beste illustratie van onze organische eenheid met Christus.

 

CHRISTUS WERD DE LEVEN-GEVENDE GEEST OM IN ZIJN GELOVIGEN TE WONEN

 

Toen Hij eenmaal door het proces van de vleeswording, het menselijke leven, de kruisiging en de opstanding gegaan was, werd Christus in Zijn opstanding een leven-gevende Geest (1 Kor. 15:45b). Deze wonderbaarlijke mens is nu niet alleen de volkomen God, maar tevens een volmaakte mens. Verder volbracht Hij alles voor God en de mens. Uiteindelijk, in Zijn opstanding, werd Hij een leven-gevende Geest. Deze leven-gevende Geest is het extract van Zijn persoon en Zijn werk. Toen Hij – in Zijn menselijkheid – eenmaal door alle processen gegaan was, werd Christus als de laatste Adam een leven-gevende Geest. Deze leven-gevende Geest kan als een extract van Zijn persoon en Zijn werk beschouwd worden. In deze leven-gevende Geest, ofwel in dit concentraat, bevindt zich de goddelijke natuur van Christus, Zijn menselijke natuur, Zijn menselijke leven, de werkzaamheid van Zijn allesomvattende dood, de kracht van Zijn opstanding en Zijn hemelvaart.

 

In Zijn opstanding werd Christus dus een leven-gevende Geest, zodat Hij uiteindelijk door Zijn gelovigen ontvangen kon worden (Joh. 20:22). Het maakt nu niet meer uit waar en wanneer iemand de naam van de Heer Jezus aanroept, in Hem gelooft en Hem als Zijn Redder ontvangt – deze leven-gevende Geest zal namelijk onmiddellijk bij hem binnenkomen. Dit betekent in feite dat Christus als de leven-gevende Geest bij Zijn gelovigen binnenkomt. Heb je al eens in de Heer Jezus geloofd? Heb je Zijn naam al eens aangeroepen en Hem ontvangen? Indien je dit bevestigend kunt beantwoorden, moet je goed beseffen dat Hij in je diepste wezen gekomen is. Hij is de Almachtige God, de Almachtige Schepper, die een volmaakte mens werd. Als zodanig heeft Hij alles volbracht. Zo is Hij voor ons gestorven, werd vervolgens begraven en is tenslotte uit de doden opgestaan. In Zijn opstanding werd Hij de Geest die het leven geeft. Niets en niemand kan deze leven-gevende Geest aan banden leggen. Tijd en ruimte kunnen Hem ook op geen enkele wijze beperken. Hij is overal, Hij is altijd aanwezig en Hij is nu. 's Ochtends, 's middags, `s avonds of `s nachts – Hij is nu en Hij is altijd aanwezig. Hij is net als de lucht – alomtegenwoordig. Lucht is overal, lucht is nu en lucht is altijd aanwezig. Zodra je je mond opendoet komt de lucht al bij je binnen. Vaak ben je je niet bewust van het feit, dat er lucht bij je binnen kwam. Dit is de reden waarom Romeinen 10:8 ons vertelt dat Christus het levende Woord is, dat dichtbij ons is, in onze mond en in ons hart.

 

Ik zeg dus niet dat Christus niet verheven is. Aan de ene kant zit Hij, als de Heer der heerscharen en de Beheerder van het hele universum, nog steeds op Zijn troon in de derde hemel (Rom. 8:34; Kol. 3:1). Hij is zowel de machtige God als de verheven Heer. Aan de andere kant is Hij echter de alomtegenwoordige leven-gevende Geest. Zodra we Hem aanroepen, komt Hij bij ons binnen. En nu woont Hij in ons.

 

CHRISTUS ALS DE LEVEN-GEVENDE GEEST REGENEREERT DE GEEST VAN DE GELOVIGEN

 

Christus als de leven-gevende Geest heeft de gelovigen in hun geest wedergeboren (Joh. 3:5-6). Volgens de leer is het moeilijk uit te leggen hoe Christus ons regenereerde, nadat Hij in ons kwam. Maar in onze ervaring is het heel eenvoudig. Wanneer een zondaar zich bekeert, zijn zonden belijdt, in de Heer Jezus gelooft en Zijn naam aanroept, zal Hij Christus – als de leven-gevende Geest – op dat moment in zijn geest ontvangen. Op deze wijze wordt zijn dode geest levend gemaakt, ofwel wedergeboren. Zo iemand is onmiddellijk levendig, gelukkig en blij. Hij kan misschien niet uitleggen wat er nu precies met hem is gebeurd, maar toch verheugt hij zich erover. Het is mogelijk dat hij die dag niets anders meer doet dan zijn zonden belijden. Er heeft zich dus een grote verandering in zijn leven voorgedaan. Deze zondaar werd namelijk gered en wedergeboren – en nu is hij een christen. Dit is de ware betekenis van behoudenis, wedergeboorte, en bekering.

 

DE GELOVIGEN WERDEN MET CHRISTUS IN EEN ORGANISCHE EENHEID GEBRACHT

 

Zowel door hun geloof als hun doop in Christus, worden de gelovigen met Hem in een organische eenheid gebracht (Joh. 3:15, 36a, Rom. 6:3,5). Op het moment dat we in Christus geloofden en in Hem gedoopt werden, kwam er een organische eenheid in ons tot stand. Deze organische eenheid, die tot stand kwam toen we in Jezus geloofden, verenigde ons met Hem. Met andere woorden: deze organische eenheid zorgde ervoor dat we op Christus – de wijnstok – geënt werden. Op deze wijze werden wij de ranken van Christus. Halleluja, wij die in Christus geloven zijn de ranken, die op deze wonderbaarlijke, universele wijnstok geënt werden! Dit is de organische eenheid.

 

DE GELOVIGEN WERDEN MET CHRISTUS TOT ÉÉN GEEST SAMENGEVOEGD

 

De wedergeboren geest van de gelovigen en Christus als de leven-gevende Geest worden tot één geest samengevoegd (1 Kor. 6:17). Dit is geweldig! Wij, die in Christus geloven, hebben nu allen een wedergeboren geest. Vroeger was onze geest dood, maar door ons geloof in Christus, werd hij levend gemaakt (Ef. 2:1,5). Zo bezitten we dus niet slechts onze wedergeboren en levend gemaakte geest, maar tevens Christus Zelf, die nu als de leven-gevende Geest in onze geest woont. Deze twee geesten werden tot één geest samengevoegd. Dit is een uitermate mysterieuze en wonderbaarlijke zaak. De meeste christenen van vandaag hebben geen flauw idee van deze mysterieuze en wonderbaarlijke werkelijkheid. Het feit dat onze geest één is met Christus als de leven-gevende Geest, is een zaak van vitaal belang. Dit is de uiteindelijke vervolmaking van onze organische eenheid met Christus. Dit is de meest intieme eenheid die er bestaat.

 

Door het besef dat we één geest met Christus zijn, zullen we buiten onszelf raken van vreugde. Een dergelijk besef brengt ons ertoe uit te roepen: "Halleluja, wij zijn één geest met de Heer!" Vaak werd mij de vraag gesteld hoe ik, als een oudere man, zo actief en energiek kon zijn. Mijn geheim is, dat ik één geest met de Heer ben. Vandaag de dag wordt speelgoed vaak met behulp van elektriciteit in werking gezet. Het speelgoed is dus "actief' door toedoen van de elektriciteit. Omdat we één geest met Christus zijn, zijn we voortdurend actief door toedoen van de hemelse goddelijke elektriciteit. We moeten ons realiseren dat we een organische eenheid met Christus hebben en er vervolgens in leven!

 

CHRISTUS ALS DE LEVEN-GEVENDE GEEST WOONT NU IN DE GEEST VAN DE GELOVIGEN

 

Christus als de leven-gevende Geest woont nu in de geest van de gelovigen. Ten eerste werd onze geest wedergeboren door Christus als de leven-gevende Geest. Nu woont Hij in onze geest (Rom. 8:9-11; 2 Tim. 4:22). Dit is een wonderbaarlijk feit. Hij bevindt zich dus niet slechts in ons, nee, Hij woont in ons!

 

Wanneer iemand een kamer bewoont, wordt die kamer niet alleen door hem in beslag genomen, maar wordt zij bovendien gevuld met zijn activiteiten. Vaak vervullen we onze voornemens liever in de beslotenheid van ons eigen huis. Ofschoon mijn kantoor een zeer geschikte plaats is om mijn werk te doen, doe ik mijn werk toch liever thuis. De Heer Jezus heeft uitsluitend een huis en dus geen kantoor. Zijn huis is tevens Zijn kantoor. Het kantoor van de Heer bevindt zich nu in ons. Het is mogelijk dat velen van ons beseffen dat wij Zijn woning zijn. De meeste van ons beseffen echter niet dat wij behalve Zijn huis ook Zijn kantoor zijn.

 

De Heer Jezus woont dus niet alleen in ons – Hij werkt bovendien in ons. En omdat er in ons zoveel dingen zijn die gedaan moeten worden, werkt Hij wel vierentwintig uur per dag. Zo moeten we dus beseffen dat wij niet slechts Zijn huis zijn, maar tevens Zijn kantoor. Dit is een wonderbaarlijke iets! Onze Heer woont in ons en terwijl Hij in ons woont, werkt Hij tevens in ons. Wij zijn dus niet alleen Zijn huis, maar tevens Zijn kantoor. Dit is de organische eenheid die we met Christus hebben. We moeten Christus op deze levende wijze leren kennen.

 

CHRISTUS MAAKT ZIJN WONING IN DE HARTEN VAN DE GELOVIGEN

 

Christus maakt Zijn woning in de harten van de gelovigen, doordat de Geest hun geest – dat wil zeggen hun inwendige mens – sterkt (Ef. 3:16-17). Het is zo eigenaardig, en toch zo zoet en fijn dat wij – de gelovigen in Christus – altijd een zekere sterking ervaren. Zo worden wij voortdurend – dag en nacht – in ons binnenste gesterkt. Het is nu juist deze innerlijke sterking die ons in staat stelt te zeggen: "Heer Jezus, ik heb U lief. Heer, neem mij in bezit en vul mij. Ik wil volkomen door U in beslag genomen worden. Heer, ik wil eenvoudig één met U zijn." We beseffen vaak niet dat deze sterking ten doel heeft dat Christus Zijn woning in ons hele wezen wil maken. Door deze innerlijke sterking zullen we steeds meer zeggen: "Heer Jezus, vul mij met Uzelf. Neem mijn verstand, mijn gevoel en mijn wil in bezit. Vul mij, en neem elk deel van mijn innerlijke wezen volledig in beslag." Op deze wijze stellen wij Christus in staat om Zijn woning in ons hele wezen te maken. Dit is de volheid van de organische eenheid die we met Christus hebben. In deze eenheid zijn we volledig met Hem verenigd, op een organische wijze.

CHRISTUS ALS HET HOOFD VAN HET LICHAAM EN DE GELOVIGEN ALS DE LEDEN VAN HET LICHAAM
WORDEN SAMENGEVOEGD OM DE GROTE, UNIVERSELE NIEUWE MENS TE ZIJN

 

Uiteindelijk worden Christus als het Hoofd van het Lichaam (Kol. 1:18a) en de gelovigen als de leden van het Lichaam (Ef. 5:30) samengevoegd tot één grote, universele nieuwe mens (Ef. 2:15; Kol. 3:10-11). In de organische eenheid is Christus het Hoofd en zijn wij, de gelovigen, de leden van deze grote, universele nieuwe mens. Hij is het Hoofd en wij zijn de leden. Hij en wij, wij en Hij werden organisch verenigd om één complete en volmaakte, universele nieuwe mens te zijn. In zo'n organische eenheid leven, bewegen en werken wij samen met Hem. Dan zullen Christus en wij slechts één doel, één voornemen en één oogmerk hebben. Dit is de uiteindelijke vervolmaking van onze organische eenheid met Hem.

 

Witness Lee

The Secret of Experiencing Christ, ch. 5