Transformatie en opbouw

Schriftlezing:

2 Kor. 3:16, 18; 4:16; Matt. 16:13-18; Joh. 1:51; 2:16-22; 14:2, 23; Rom. 12:3-5; 1 Kor. 1:10-13; 3:9-15; Gal. 6:14-15; Ef. 3:17; 4:4-6, 11-16; Opb. 3:12-13; 4:3a; 21:2, 10-23; 22:1-5

 

DE DRIE FASEN VAN CHRISTUS

 

De Heer Jezus, als de eeuwige God, bestaat van eeuwigheid tot eeuwigheid. En toch heeft deze Christus drie fasen. De eerste van de drie fasen is van de verleden eeuwigheid tot aan de schepping. In de verleden eeuwigheid was Hij uitsluitend de eniggeboren Zoon van God. Hij is God zelf, de tweede in de goddelijke Drie-eenheid. Ten tijde van de schepping stapte Hij vanuit de eeuwigheid de tijd binnen.

 

Komend met goddelijkheid en de mensheid binnengaand,
wonend op aarde voor drieëndertig en een half jaar en stervend aan het kruis
voor de verwezenlijking van het gerechtelijke aspect van Gods behoudenis

 

Ofschoon Hij destijds uit de eeuwigheid stapte, had Hij Zijn goddelijkheid nog steeds niet in de mensheid gebracht. Ten tijde van Zijn schepping, schiep Hij de mens in Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis (Gen. 1:26) voor de verwezenlijking van Zijn doel. Maar omdat de mens in zonden viel, moest Jehova komen om hem te berechten. Zijn oordeel bevatte een profetie met een belofte. Zo beloofde Hij dat het zaad van de vrouw het hoofd van de slang zou vermorzelen (Gen. 3:15). Het was echter pas vierduizend jaar later dat God in eigen persoon kwam. Hij stapte destijds niet slechts vanuit de eeuwigheid de tijd binnen, Hij bracht toen ook Zijn goddelijkheid in de mensheid. Hij, als de eeuwige God, was vlees geworden. Johannes 1 zegt: "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God Het Woord is vlees geworden"(vs. 1, 14). Deze God is het Woord dat vlees werd. Romeinen 8:3 zegt dat Hij: "de gelijkenis van het vlees der zonde" (Gr.) had. In Zijn geval – net als bij de koperen slang die aan een paal hing, en die weliswaar de vorm, maar niet het gif van een slang had – was het niet meer dan een uiterlijke gelijkenis (Num. 21:4-9; Joh. 3:14). Zo trad de eeuwige God het vlees binnen.

 

De Heer Jezus leefde drieëndertig en een half jaar op deze aarde om het juridische aspect van Gods behoudenis te volbrengen. Op deze wijze vervulde Hij alles wat God op basis van Zijn rechtvaardigheid vereiste. Hij deed niets volgens Zijn eigen wil. Hij was de Vader onderdanig in alles wat Hij deed (Joh. 5:19, 30; 8:28). Hij was de Vader gehoorzaam tot het einde – Zijn dood aan het kruis. Tot dusver hebben we uitsluitend het juridische aspect behandeld. Aan het kruis nam Christus de plaats van de zondaren in (1 Pet. 3:18). Hij droeg niet alleen onze zonden aan het kruis (1 Pet. 2:24; Jes. 53:6), maar ter wille van ons werd Hij tevens tot zonde gemaakt (2 Kor. 5:21). Dit alles volbracht Christus in Zijn vlees. Dit is de tweede fase.

 

De leven-gevende Geest wordend door Zijn opstanding uit de dood
voor de vervulling van het organische aspect van Gods behoudenis

 

Toen de Heer Jezus aan het kruis stierf, vloeide er zowel bloed als water uit Zijn zijde (Joh. 19:34). Bloed heeft betrekking op het juridische aspect van Gods behoudenis, terwijl water voor het organische aspect van Gods behoudenis bestemd is. Toen de Heilige Geest ons beroerde, bekeerden we ons, beleden we onze zonden en ontvingen we bovendien vergeving van onze zonden. Deze vergeving is gebaseerd op het juridische aspect – weergegeven door het verlossende bloed. Het organische aspect van Gods behoudenis – weergegeven door het water dat uit Zijn zijde vloeide – is echter onmisbaar voor de vervulling van Gods eeuwige voornemen in ons. Bloed is voor de verlossing; water is voor de uitdeling van leven. Door Zijn opstanding uit de dood werd de Heer de leven-gevende Geest. Als zodanig deelt Hij Zijn leven in Zijn verloste volk uit, voor de vervulling van het organische aspect van Gods behoudenis. Dit is de derde fase.

 

TRANSFORMATIE

 

In de voorafgaande boodschappen zagen we Gods organische behoudenis in het licht van de wederge­boorte, het weiden, de heiliging van het karakter en de vernieuwing. In deze boodschap zullen we zowel de transformatie als de opbouw nader beschouwen.

 

Transformatie zijnde de metabolische functie van Gods leven in de gelovigen

 

Transformatie is niet slechts een uiterlijke verandering of verbetering, maar een metabolische functie van Gods leven in de gelovigen. Transformatie betekent niet dat we uiterlijke veranderingen en verbeteringen ondergaan, het is veeleer een innerlijke functie van het metabolisme met een uitwendig, zichtbaar resultaat. De volgende regel uit een nieuw lied geeft dit goed weer: "De openbaring van het metabolisme des levens."

 

Stel je nu eens voor dat iemand ondervoed, mager en ziekelijk is. Door make-up te gebruiken, zal zijn conditie er niet beter op worden. Voor de verbetering van zijn lichamelijke conditie moet hij bovenal voedsel tot zich nemen. Dan zal hij vanzelf weer een kleur op zijn gezicht krijgen. Lucas 15 vertelt ons, dat, toen de verloren zoon naar huis terugkeerde, hij weliswaar met een mantel bekleed werd, maar niettemin mager en ziekelijk bleef. Met een mantel bekleed te zijn was uiteraard niet voldoende; hij moest eerst een paar dagen van het gemeste kalf eten. Dan zal het metabolisme in hem beginnen te werken, zijn krachten zullen toenemen en zijn gelaatskleur zal er weer gezond en aantrekkelijk uitzien. De schoonheid die men verkrijgt door het gebruik van make-up is dus geen echte schoonheid. Maar het uitwendige, zichtbare resultaat van de innerlijke stofwisseling is daarentegen echte gezondheid en werkelijke schoonheid.

 

Indien de gelovigen werkelijk in het goddelijke leven willen groeien, zal het element van het goddelijke leven in hen toenemen en een metabolische verandering teweegbrengen. Zo zal en hun innerlijke geaardheid en hun uiterlijke beeld getransformeerd worden naar hetzelfde beeld van de Heer. Dit is niet de ethische beschaafdheid die men zich door middel van zelfkritiek en zelfverbetering eigen maakt. Dit is niet de morele verfijning zoals zij door het Confucianisme in China geleerd werd. Dit is iemands eigen, ethische en morele verfijning. Wanneer wij de Heer aanschouwen en zodoende in Zijn beeld getransformeerd worden, is dit niet het resultaat van zelfverbetering. Het is de Here Geest, de leven-gevende Geest in opstanding, die in ons beweegt om een metabolische verandering in ons te bewerken. Deze metabolische verandering wordt tevens mogelijk gemaakt door de toename van het goddelijke element in ons (2 Kor. 3:18). Dit is louter een kwestie van transformatie, die door het bewegen en werken van de Here Geest, alsook het goddelijke leven in ons, teweeggebracht wordt.

 

De gelovigen worden getransformeerd in het beeld van de Heer door
zich tot de Heer te wenden en Hem te aanschouwen met een onbedekt gezicht

 

Indien wij dit soort transformatie willen ervaren, moeten wij ons eerst tot de Heer wenden (2 Kor. 3:16), Zijn heerlijkheid met een onbedekt gezicht aanschouwen en weerspiegelen (vs.18), en Hem zo de gelegenheid geven om de vele sluiers van onze oude voorstellingen te verwijderen. De Joden hadden één groot probleem, namelijk een dikke sluier op hun hart. Met een bedekt gezicht kunnen we onmogelijk getransformeerd worden. Maar zodra we ons hart tot de Heer wenden, wordt de sluier al weggenomen. Dan zullen we de Heer met een onbedekt gezicht kunnen aanschouwen en weerspiegelen. Op deze wijze wordt het heerlijke beeld van de Heer door ons weerspiegeld. Zo worden we getransformeerd in hetzelfde beeld als de Heer, van heerlijkheid tot heerlijkheid.

 

De gelovigen worden dus getransformeerd in hetzelfde beeld als de Heer door de Heer Geest

 

Het is de Here Geest, dat wil zeggen, Christus als de leven-gevende Geest, die de gelovigen in hetzelfde beeld als de Heer transformeert. Deze Geest bevat niet alleen de overvloedige verzorging, maar tevens het nieuwe element voor onze samenstelling. Paulus zei dat hij Christus leefde en vergrootte door de overvloedige verzorging van de Geest van Jezus Christus (Fil. 1:19-21a). Als we door ons natuurlijke leven leven, zal het niet alleen onmogelijk zijn om getransformeerd te worden, maar zal het bovendien onmogelijk zijn om Christus te vergroten. De overvloedige verzorging van de Geest van Jezus Christus is een element in ons. Zodra deze overvloedige verzorging bij ons binnenkomt, wordt het metabolische proces in werking gezet. Dit heeft op zijn beurt weer een uiterlijk, zichtbaar resultaat. Zo zullen de mensen zien dat wij niet onszelf, maar Christus uitdrukken. We moeten niet alleen genieten van de overvloedige verzorging van de Geest van Jezus Christus, maar Hem bovendien in ons laten werken. Dit is transformatie.

 

Wanneer we in ons dagelijkse leven met problemen te kampen krijgen, behoeven we niet direct het advies van anderen in te winnen.-Vergeet niet dat de Heer als de Geest in onze geest woont – Hij is zo nabij! We mogen Hem van alles vragen. En omdat Hij in ons woont, kunnen we Hem voortdurend naar de ogen zien. De Drie-enige God – de Vader, de Zoon en de Geest – woont in ons om onze Parakleet, onze Trooster en onze Begeleider te zijn.

 

Transformatie vereist dat de uitwendige mens van de gelovigen wordt verteerd
opdat hun innerlijke mens van dag tot dag kan worden vernieuwd

 

Tenslotte vereist transformatie dat de uitwendige mens van de gelovigen wordt verteerd, zodat de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd kan worden (2 Kor. 4:16). De Heer verlangt niet van ons dat wij de uitwendige mens zelf verteren. De Heer gebruikt vooral onze omgeving om onze uitwendige mens te verteren. Wanneer dan de uitwendige mens verteerd wordt, wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd. Op deze wijze worden we getransformeerd.

 

OPBOUW

 

Nu zullen we vervolgens de kwestie van opbouw eens nader beschouwen.

 

Opbouw is het wezen van de God-mensen samengevoegd en verbonden met andere God-mensen
in het goddelijke leven door hun groei in het goddelijke leven

 

De transformatie van de gelovigen – die plaatsvindt door de groei van het goddelijke leven in de gelovigen – heeft tot gevolg dat zij met andere gelovigen, als medeleden van Christus, samengevoegd en verbonden worden. Deze samenvoeging en vereniging in het goddelijke leven resulteren uiteindelijk in de wederzijdse opbouw van God-mensen.

 

De opbouw wordt voortgebracht door het samenvoegen en het verbinden van de transformerende Geest

 

Deze opbouw in het goddelijke leven is de opbouw van de muur van jaspissteen van de heilige stad – het Nieuwe Jeruzalem. Deze stad is niet het resultaat van een opeenhoping van jaspissteen, maar het resultaat van de samenvoeging van jaspisstenen door de transformerende Geest. Deze opbouw is dezelfde als de opbouw in Efeziërs 4:15-16 en is het resultaat van het feit dat de gelovigen in alles in het Hoofd (Christus) opgroeien, dat wil zeggen: "uit Wie het hele lichaam, samengevoegd en verbonden door elk gewricht dat de ondersteuning verleent naar de werking die elk deel is toegemeten, de groei van het lichaam bewerkt tot opbouwing van zichzelf in liefde" (Herziene Voorhoeve-uitgave).

 

Voor de voleinding van de Heilige Stad, het Nieuwe Jeruzalem

 

De opbouw van het Lichaam van Christus, waar het Nieuwe Testament over spreekt, is de opbouw in het goddelijke leven, die door middel van samenvoegen en verbinden plaatsvindt. Dit is de opbouw die eerst in het Lichaam van Christus uitgevoerd wordt en die vervolgens zijn voleinding heeft in de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem. Dit soort opbouw is niet alleen een getuigenis, maar het manifesteert bovendien de functie van het goddelijke leven op een geweldige wijze. Deze opbouw is de openbaring van het heerlijke, op jaspis-gelijkende beeld van God (Opb. 4:3a).

 

De openbaring in het Nieuwe Testament

 

Het Nieuwe Testament bevat een overvloed aan openbaringen, leerstellingen, voorschriften en waarschuwingen met betrekking tot Gods hedendaagse bouwwerk op aarde.

 

Zo zien we bijvoorbeeld in Mattheüs 16 hoe de Heer zich eerst aan ons openbaart als de Christus, de Zoon van de levende God. Vervolgens vertelt Hij ons hoe deze kennis van Hem dient als het fundament voor de opbouw van Zijn gemeente, die de poorten van het dodenrijk kunnen weerstaan (vs. 13-18).

 

Ten tweede vermeldt de Heer in Johannes 1:51, op impliciete wijze, dat Gods zwervende volk op aarde een huis nodig heeft, dat als basis kan dienen voor Zijn hemelse ladder, die niet alleen de hemel naar de aarde brengt, maar die tevens de aarde met de hemel verbindt. In hoofdstuk twee verklaarde Hij dat Hij dit huis van God in opstanding zou bouwen, met behulp van Zijn opstandingsleven en – kracht (vs. 16-22). Verder vertelde Hij Zijn naaste discipelen in 14:23 dat Hij en Zijn Vader Zijn liefhebbers zou bezoeken om een woning bij hen te maken (vgl. 14:2).

 

Ten derde vermaant de apostel ons in Romeinen 12 dat we bescheiden over onszelf moeten denken, omdat God iedereen een bepaalde maat van geloof heeft gegeven. Op deze wijze kunnen we met alle leden tot één Lichaam, dat wil zeggen Gods huis, samengevoegd worden (vs. 3-5).

 

Ten vierde veroordeelde de apostel in 1 Korinthiërs 1 het sektarisme en drukte hij ons de noodzaak op het hart om de eenheid in Christus te bewaren (vs.10-13). In hoofdstuk drie zegt hij verder dat we Gods akker en Gods bouwwerk zijn. Enerzijds moeten we Christus als tarwe verbouwen en anderzijds getransformeerd worden tot goud, zilver en edelgesteente. Dit zijn de elementen van de goddelijke Drie-eenheid voor de opbouw van de gemeente Gods, op het fundament dat reeds gelegd werd, namelijk Jezus Christus. Indien we daarentegen aan deze opbouw deelhebben met behulp van het vlees (hout), in overeenstemming met de wil van de mens (hooi) en volgens de praktijken van de wereld (stro), zal ons werk niet alleen door de Heer verteerd worden, maar zullen wij bovendien schade lijden (vs. 9-15).

 

Ten vijfde laat Galaten ons zien dat zowel ons leven als ons werk door de dood en opstanding van Christus heen moet, om enerzijds van de oude schepping bevrijd te worden en anderzijds de nieuwe schepping voor Gods bouwwerk op aarde in het leven te roepen (6:14-15).

 

Ten zesde benadrukt Efeziërs – een boek dat zich vooral met de gemeente als het Lichaam van Christus bezighoudt – in het bijzonder de opbouw van het Lichaam van Christus. Efeziërs 3:17-19 zegt dat Christus ernaar verlangt om Zijn woning in ons hart te maken. Op deze wijze vult God ons met Zichzelf, totdat wij Zijn volheid bereiken en Hem volledig tot uitdrukking brengen.

 

Hoofdstuk vier openbaart ons bovendien dat het Lichaam van Christus een organisme is, dat wordt samengesteld en opgebouwd uit de Drie-enige God – de Vader, de Zoon en de Geest – en Zijn verloste volk. Zo is de Vader de oorsprong, de Heer het element en de Geest de essentie, als de intrinsieke factoren van deze opbouw. Terwijl de door God uitverkoren, wedergeboren en getransformeerde gelovigen het uitwendige skelet van dit bouwwerk vormen. Het lijdt geen twijfel dat deze opbouw resulteert uit een samenvoeging van de door God uitverkoren en getransformeerde gelovigen en de door een proces gegane Drie-enige God (vs. 4-6).

 

Hoofdstuk vier toont ons verder dat onze vervolmaking een absolute noodzaak is; totdat we niet alleen volgroeid zullen zijn in Christus, maar tevens één zijn in het geloof. Dan zullen we niet langer door elke wind van leer weggeblazen of heen en weer geslingerd worden. Alleen op deze wijze kan het Lichaam van Christus opgebouwd worden (vs.11-14). In hetzelfde hoofdstuk worden we aangespoord om in alle dingen in het Hoofd, Christus, op te groeien. Zo zal het hele Lichaam uit Christus worden "samengevoegd en verbonden door elk gewricht dat de ondersteuning verleent naar de werking die elk deel is toegemeten, de groei van het lichaam bewerkt tot opbouwing van zichzelf in liefde" (vs. 15-16).

 

Ten zevende belooft de Heer in Openbaring 3:12-13 dat Hij Zijn overwinnaar een pilaar in de tempel van Zijn God zal maken. Zo zal deze overwinnaar één zijn met God, met het Nieuwe Jeruzalem en met de Heer in Zijn nieuwe naam.

 

Uiteindelijk – in Openbaring 21 en 22 –  presenteert de verborgen en mysterieuze God het Nieuwe Jeruzalem aan de apostel Johannes. Het Nieuwe Jeruzalem in zijn totaliteit is de voleinding van alle openbaringen, visioenen, beelden en profetieën in de heilige Schrift, in zowel het Oude als het Nieuwe Testament. De heilige stad was van de eeuwen verborgen in God, die alle dingen — met inbegrip van de mensheid — heeft geschapen. Deze heilige stad, die Johannes zag, is de eeuwige woning (tabernakel) van de Drie-enige God. De stad zelf wordt samengesteld uit de door een proces gegane en voleindigde Drie-enige God — met de gouden natuur van de Vader als de basis, de parels die de Zoon door Zijn dood en opstanding (door de afscheiding van het opstandingsleven) produceerde als de poorten en het edelgesteente (vooral het jaspis) dat door de transformerende Geest voortgebracht werd als de muur en het fundament – en Zijn verloste, wedergeboren, geheiligde, vernieuwde en getransformeerde uitverkorenen. In het centrum van deze stad zien we een troon voor de regering van Gods eeuwige koninkrijk. Ook zien we God en het Lam als de tempel van deze stad, waar Zijn uitverkorenen Hem kunnen aanbidden en dienen. Bovendien dient deze tempel als hun eeuwige woning. Verder zien we God en het Lam als het licht van de stad en de Geest als de rivier van het water des levens die uit de troon (het centrum) voortvloeit, om de hele stad van water te voorzien en haar dorst te lessen. En tenslotte zien we hoe Christus, als de boom des levens, in de rivier van het water des levens groeit en een overvloed van nieuwe vruchten voortbrengt, die de hele stad bevoorraden. Zo zal de hele stad tevredenheid en blijdschap ervaren. Deze prachtige en ondoorgrondelijke, heilige stad zal een wederzijdse woning zijn voor God en Zijn uitverkorenen, om God tot in eeuwigheid te vergroten en uit te drukken.

 

Witness Lee