Christus leven

Schriftlezing:
Joh. 14:19; Gal. 2:20a; Kol 3:4a; Joh. 6:57b; Gal. 2:19; Fil. 3:9; 1:19-21a; 2:12-13, 15-16; 4:8-9, 12-13; Rom. 8:4

 

HET HERSTEL VAN DE SUBJECTIEVE ERVARING VAN CHRISTUS

 

De meeste christenen ervaren Christus uitsluitend op een objectieve wijze. Maar het heilige Woord openbaart dat onze ervaring van Christus twee aspecten heeft. Alles in het universum heeft twee aspecten, twee kanten. Zelfs een klein stukje papier heeft twee kanten. Het is mogelijk, dat wij de subjectieve zijde van de ervaring van Christus volkomen mislopen, indien we ons uitsluitend op de objectieve zijde concentreren.

 

Objectief gezien was Christus God Zelf, die een mens werd, die op aarde leefde, die gekruisigd werd, die voor ons gestorven is en die begraven werd. Daarna is Hij uit de doden opgestaan en ten hemel gevaren, waar Hij nu op de troon zit aan de rechterhand van God. Daar wacht Hij nu totdat de dag aanbreekt, dat Hij weer naar de aarde terug kan keren om Zijn koninkrijk te vestigen en over de aarde te regeren. Dan zal Hij de oude bedeling afsluiten en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde inluiden, met inbegrip van de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, waar allen die in Hem geloven, voor eeuwig bij Hem zullen zijn. Dit is de objectieve zijde van de ervaring van Christus, die de Bijbel ons toont.

 

Volgens de objectieve leer omtrent de ervaring van Christus aanbidden we een God die ver van ons verwijderd is. We geloven uiteraard dat de Here Jezus onze Redder is, die voor onze zonden gestorven is, en dat God onze zonden door Hem heeft vergeven. Daarna proberen we het goede te doen om God te behagen en te verheerlijken. Op een dag sterven we en gaan we naar een plaats die voor ons is toebereid. Wanneer de Heer Jezus terugkomt zal Hij ons uit de doden opwekken en tot zich nemen om voor eeuwig bij Hem te zijn. Dan zullen we samen met Hem voor eeuwig Zijn zegeningen genieten. Met deze objectieve visie kunnen we niet zien dat Christus en wij, wij en Christus, een organische eenheid hebben. Het lijkt alsof Christus nooit één met ons werd en dat wij nooit één met Hem geworden zijn. Alsof Hij geheel afzonderlijk van ons leefde en alles zonder ons ten uitvoer bracht. Alsof we in Hem geloven en Hem aanvaarden op een objectieve, afstandelijke manier – Hij is Hij en wij zijn wij. Het lijkt wel alsof er geen eenheid tussen Christus en ons bestaat. Objectief gezien is dit misschien waar, maar subjectief gezien is dit absoluut fout.

 

Christus is Koning over alles en Heer over alles. Ook in de hemel is Hij Hoofd over alles. Op de troon in de hemel oefent Hij Zijn gezag uit over het hele universum. Dit is echter maar één kant, want aan de andere kant werd Hij, door Zijn dood en opstanding, een leven-gevende Geest (1 Kor. 15:45). Objectief gezien is Christus vandaag de Heer, de Koning en het Hoofd, die ver van ons verwijderd is. Als zodanig is Hij groot, wonderbaarlijk, verheven en waardig, maar we kunnen Hem zo niet ervaren. Hij is ver weg in de hemel, waar we Hem niet kunnen bereiken of beroeren. Maar, halleluja, de waarheid heeft nog een andere kant. Hij werd namelijk een leven-gevende Geest. Het woord geest betekent lucht in het Hebreeuws en het Grieks. Christus is nu dus net als de lucht.

 

Vandaag de dag is de Here Jezus onze geestelijke lucht. Johannes 20:20 vertelt ons, dat Jezus, op de dag van Zijn opstanding, Zijn discipelen bezocht. Zij verwachtten Hem destijds helemaal niet. Ze waren zeer teleurgesteld, omdat ze dachten dat Hij hen had verlaten. Tot hun grote verrassing stond Jezus plotseling in hun midden. Vervolgens blies de Heer op hen en sprak tot hen: "Ontvangt de heilige Geest" (Joh. 20:22). Hij blies op hen om hen meer "lucht" te geven. Het Griekse woord voor lucht, geest en adem is een en hetzelfde woord, namelijk "pneuma". Veel christenen zien ook vandaag de dag niet in dat Jezus Christus de leven-gevende pneuma is. Hij is zeer pneumatisch en wanneer wij met Hem vervuld zijn, worden ook wij pneumatisch, dat wil zeggen vol "lucht". In geestelijke zin moeten we bij onszelf nagaan, of we pneumatisch (vol lucht) zijn, of dat we een "lekke band" hebben. We moeten geen christenen zijn die te weinig lucht hebben – we behoren pneumatische christenen te zijn.

 

In het wederopbouwwerk des Heren worden alle subjectieve ervaringen van Christus weer herstelt. Daarom leg ik, nadat ik jullie in de voorgaande hoofdstukken vele details van de persoon en het werk van Christus heb laten zien, de nadruk op het feit dat er nu een organische eenheid tussen ons en Christus bestaat. Deze organische eenheid is uiteraard niet stoffelijk, zichtbaar of tastbaar. Het leven is werkelijk, maar niet zichtbaar. Elektriciteit is hiervan een goed voorbeeld. Ofschoon elektriciteit niet zichtbaar is, bestaat zij echter wel degelijk Alle buizen van een TL-verlichting zijn aangesloten op de energiebron en vormen samen dus een soort elektrische eenheid. En het is juist deze elektrische eenheid, die licht oplevert. Deze elektrische eenheid is de elektrische stroom die zich tussen de energiecentrale en de TL-buizen bevindt.

 

We kunnen dit voorbeeld gebruiken om onze organische eenheid met Christus wat beter te begrijpen. Wij zijn de TL-buizen en Christus is de energiecentrale. Tussen ons en Christus bevindt zich een geestelijke stroom. Deze stroom is de organische eenheid tussen ons en Christus. Door deze stroom zijn wij met Christus verenigd en is Christus verenigd met ons. Door deze organische eenheid is Christus in jou, in mij en in al Zijn gelovigen. Dit is de organische eenheid waarin we moeten zijn en blijven. In Christus blijven betekent dan ook eenvoudig in deze organische eenheid blijven. Iedere dag, elke morgen en elke avond hebben wij diep in ons het gevoel dat er in onze geest een soort stroom aanwezig is. Dit is de levende Christus, de organische eenheid en de geestelijke gemeenschap van het goddelijke leven. Christus en wij leven met elkaar in deze organische eenheid.

 

Deze organische eenheid wordt duidelijk door Christus geïllustreerd in Johannes 15. Hij zegt daar bijvoorbeeld, dat Hij de wijnstok is en dat wij de ranken aan deze wijnstok zijn. De wijnstok en de ranken vormen samen een organische eenheid waarin en waardoor het leven vrij stroomt. Door deze stroom des levens groeien zowel de wijnstok als de ranken. De wijnstok en de ranken groeien samen in deze organische eenheid. Wij leven met Christus. Christus leeft en wij leven met Hem. De wijnstok leeft in alle ranken en alle ranken leven in de wijnstok. Zij leven met elkaar in deze organische eenheid.

 

CHRISTUS LEEFT ZOWEL IN OPSTANDING ALS IN ONS

 

Christus leeft niet alleen in de opstanding, maar Hij leeft ook in ons. Dit wordt duidelijk weergegeven in Johannes 14:19 en Galaten 2:20. Paulus zegt in Galaten 2:20: "Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij" (Herziene Voorhoeve-uitgave). 0, Christus leeft in ons! Als de Heer zit Hij op de troon, maar als de Geest leeft Hij in ons hart. In Johannes 14:19 zegt Jezus: "Want Ik leef en gij zult leven". Omdat Hij in opstanding leeft, zullen wij in Hem leven. Zoals de wijnstok (in de ranken) leeft, zullen ook de ranken leven. Het feit dat Christus in ons leeft en dat wij in Hem leven, moet een diepe indruk bij ons achterlaten.

 

CHRISTUS IS ONS LEVEN
EN WIJ LEVEN DOOR HEM DOOR HEM TE GENIETEN

 

Christus is ons leven en wij leven door Hem, doordat wij van Hem genieten. Kolossenzen 3:4 zegt dat Christus ons leven is en in Johannes 6:57 staat, dat als wij Hem eten, wij door Hem zullen leven. Christus is niet alleen ons leven, maar tevens onze levensvoorziening. Hij is het brood des levens (Joh. 6:48). In geestelijke zin leven wij door Jezus te eten. Wij leven door Hem, doordat wij van Hem genieten. Daarom is het zo belangrijk dat we elke dag wat tijd nemen om de Heer te beroeren. Hoe meer we Jezus eten, hoe beter. Wij eten Hem en wij leven door Hem.

 

VOOR DE WET GESTORVEN OM VOOR GOD TE LEVEN

 

In Galaten 2:19 zegt Paulus dat we voor de wet gestorven zijn om voor God te leven. Ofschoon dit vers in de Bijbel staat, zijn we ons daarvan misschien niet bewust. Wanneer we de wet (de Tien Geboden) doorlezen en beseffen dat zij goed is, is het heel goed mogelijk dat we besluiten haar in acht te nemen. Maar Paulus zegt dat wij, als christenen, voor de wet gestorven zijn. Hoewel de wet zonder meer goed is, hoeven we haar toch niet meer in acht te nemen. Wij zijn namelijk voor de wet gestorven om voor God te leven. Dit betekent dat we niet aansprakelijk zijn tegenover de wet, maar tegenover Christus, die God zelf is.

 

Laten we nu eens een voorbeeld nemen. Veronderstel dat je in de Bijbel leest: "Eert uw vader en uw moeder" (Ex. 20:12). Je zou bij jezelf kunnen zeggen: "Ik mag dan wel een kind van mijn ouders zijn, maar ik eer hen niet altijd. Maar de Bijbel leert me dat ik mijn ouders moet eren". Onmiddellijk neem je het besluit voortaan je ouders te eren. Zo zeg je misschien tegen de Heer: "Heer, U weet, dat ik zwak ben. Ik heb het verlangen mijn ouders te eren, maar ik kan het niet. Heer, help me mijn ouders te eren".

 

Heel vaak heb ik op deze manier gebeden, maar ik kan je wel zeggen dat dit soort gebeden nooit werd beantwoord. Hoe meer je tot de Heer bidt of Hij je wil helpen je ouders te eren, hoe meer je je geduld tegenover je ouders zou kunnen verliezen. Wanneer je zo'n tekst leest, moet je leren zeggen: "Satan, ik zeg je dat ik voor de wet gestorven ben en dat ik, tegenover de wet, niet meer aansprakelijk ben. Ik leef nu voor God en voor Christus. Van de Tien Geboden hoef ik mij dus niets meer aan te trekken. Ik bekommer mij alleen nog om Christus, die in mij woont. Hij leeft in mij en ik leef in Hem. Hem ben ik verantwoording schuldig. 's Ochtends en 's avonds, dag en nacht, elke minuut en elke seconde ben ik alleen verantwoording schuldig aan Christus zelf. Ik leef voor Christus, door Christus, in Christus en met Christus – ik leef Christus (Fil. 1:21a). Ik ben één met Christus". Dan zal Christus spontaan in je leven en je ouders eren. Nu ben jij het dus niet langer die je ouders eert, maar Christus in jou eert hen. Wij allen moeten dit goed onderkennen.

 

Wij leven niet meer voor de wet en zijn dus niet meer aansprakelijk tegenover de wet. Wij leven voor Christus en zijn dus alleen aan Hem verantwoording schuldig. We hoeven ons niets meer van de wet aan te trekken, we moeten ons alleen nog maar om Christus bekommeren. We moeten eenvoudigweg bidden: "Here Jezus, ik heb U lief. Dank U, Heer, dat U één met mij bent. U leeft in mij en ik leef in U. Here Jezus, het is niet langer ik, maar U. Ik wens U iedere minuut en elke seconde te leven". Dit is wat het betekent om Christus te leven.

 

IN CHRISTUS GEVONDEN WORDEN

 

Als je iemand bent die Christus leeft, dan zal iedereen je in Christus kunnen vinden. De mensen zullen zich realiseren dat je je in Christus bevindt en nergens anders. Je leeft Christus en de mensen zullen zien dat Christus dagelijks door jou tot uitdrukking gebracht wordt. In Filippenzen 3:9 wenst Paulus in Christus gevonden te worden.

 

NIET IN HET BEZIT VAN MIJN GERECHTIGHEID, DIE UIT DE WET IS,
MAAR DE GERECHTIGHEID DIE UIT GOD IS EN DIE CHRISTUS IS

 

Als je Christus leeft, ben je iemand die volkomen in Christus is. Wat je ook doet of zegt is dan Christus Zelf. Op deze wijze wordt Christus je rechtvaardigheid, die in de Bijbel Gods rechtvaardigheid genoemd wordt. Christus is onze liefde, onze zachtmoedigheid en onze nederigheid. Christus is de werkelijkheid van al onze deugden.

 

CHRISTUS VERGROTEN DOOR DE OVERVLOEDIGE VERZORGING
VAN DE GEEST VAN JEZUS CHRISTUS

 

Wanneer we Christus op deze wijze ervaren, dan vergroten we Hem door de overvloedige verzorging van de Geest van Jezus Christus, ongeacht waar we ons bevinden (Fil. 1:19-20). De Geest van Jezus Christus is eenvoudig de leven-gevende Geest – Jezus Christus Zelf. In deze allesomvattende leven-gevende Geest bevindt zich een overvloedige verzorging voor ons dagelijkse leven. En deze overvloedige verzorging stelt ons in staat om Christus te vergroten.

 

ONZE EIGEN BEHOUDENIS BEWERKEN DOOR CHRISTUS TE LEVEN

 

In Filippenzen 2:12 wordt gezegd dat we onze eigen behoudenis moeten bewerken. Met deze behoudenis wordt echter niet de behoudenis bedoeld die ons van de ondergang redt. Het gaat hier om de behoudenis die ons van onze dagelijkse problemen bevrijdt. Indien ik, als een echtgenoot, mijn vrouw niet kan liefhebben, dan is er sprake van een echt probleem. En indien jij, als een echtgenote, niet aan je man onderdanig kan zijn, dan is dat ook een probleem. Een opvliegend karakter is weer een ander probleem. Voor dit soort problemen hebben we stuk voor stuk een dagelijkse behoudenis nodig. Wij kunnen deze dagelijkse behoudenis zelf bewerken door Christus te leven. Door Christus te leven worden we bevrijd van al onze tekortkomingen en zwakheden. Daarom is het zo noodzakelijk dat we deze subjectieve behoudenis dagelijks ervaren.

 

SCHIJNEN ALS LICHTENDE STERREN,
VASTHOUDEND AAN HET WOORD VAN HET LEVEN

 

Als we deze behoudenis dagelijks ervaren, zullen we schijnen als lichtende sterren, als lichten in de wereld, die het Woord des levens vasthouden (Fil. 2:15-16). Door onze wandel wordt het Woord des levens aan anderen getoond. Aan de ene kant prediken en onderwijzen we het Woord des levens en aan de andere kant tonen we anderen het Woord des levens door Christus te leven. Wanneer we Christus leven, schijnen we als lichten van Christus die aan anderen het Woord des levens tonen.

 

BEKRACHTIGD ALLE DINGEN TE DOEN DOOR CHRISTUS TE LEVEN

 

Als we Christus leven, zijn we bekrachtigd of gesterkt en dus tot alles in staat (Fil. 4:13). Dit betekent dat Hij ons in staat stelt om alle door God geschapen menselijke deugden tot uitdrukking te brengen. Genesis 1:26 zegt dat God de mens in Zijn eigen beeld schiep, opdat de mens Hem tot uitdrukking zou brengen. Het beeld van God verwijst naar de goddelijke eigenschappen. God heeft goddelijke eigenschappen, terwijl Hij de mens met menselijke deugden geschapen heeft. Om deze reden is de mens ethisch, moreel en goed.

 

In Filippenzen 4:8 verwijst Paulus naar zes deugden: "Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat". Als mens moeten we als waarachtig, waardig, rechtvaardig, rein, beminnelijk en vertrouwenwekkend bekend staan. Ik herhaal, ieder menselijk wezen moet waarachtig – niet leugenachtig – eervol en rechtvaardig zijn. Hij moet rechtvaardig zijn tegenover God en de mens. Verder moet hij als rein, beminnelijk en vertrouwenwekkend bekend staan. Hij moet niet alleen deugdzaam zijn, maar hij moet tevens iets prijzenswaardig over zich hebben. Zo behoor je als mens te zijn. In Filippenzen geeft Paulus aan hoe wij Christus kunnen leven. Als we Christus leven, zullen we iemand zijn, die als waarachtig, waardig, rechtvaardig, rein, beminnelijk en vertrouwenwekkend bekend staat. Dan zullen we iemand zijn, die deugdzaam en prijzenswaardig is.

 

Een mens behoort God tot uitdrukking te brengen door middel van zijn menselijke deugden, die op hun beurt een weerspiegeling zijn van de goddelijke eigenschappen. De mens is echter afvallig geworden. Het hele menselijke ras werd precies het tegenovergestelde van hetgeen in Gods bedoeling lag. De mens is namelijk leugenachtig, onwaardig, onrechtvaardig, onrein, onbeminnelijk, onaantrekkelijk, ondeugdzaam en allesbehalve prijzenswaardig. Maar op het moment dat we gered werden, kwam God in Christus in ons wonen. Deze God leeft nu in ons. Indien we Christus leven, die de belichaming van God is, zullen we zeker leven als iemand die waarachtig, waardig, rechtvaardig, rein, beminnelijk, vertrouwenwekkend, deugdzaam en prijzenswaardig is. Ofschoon we zo iemand behoren te zijn, kunnen we dit echter onmogelijk uit ons zelf doen. Maar in Filippenzen 4:13 zegt Paulus: "Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft". Hiermee bedoelt Paulus niet het genezen van zieken, het verrichten van wonderen of het spreken in tongen. Paulus bedoelde ermee te zeggen, dat hij bij machte was om waarachtig, eerbaar, rechtvaardig, rein, beminnelijk, vertrouwenwekkend, deugdzaam en prijzenswaardig te zijn. Paulus werd hiertoe in staat gesteld door Christus, die hem kracht gaf.

 

WANDELEN NAAR DE GEEST

 

Christus leven, betekent eenvoudig naar de (vermengde) geest wandelen (Rom. 8:4). Deze geest is de leven-gevende Geest – Christus Zelf – die zich met onze wedergeboren geest heeft vermengd. Deze vermengde geest bevindt zich nu in ons. Nu moet onze dagelijkse wandel eenvoudig in overeenstemming met deze geest zijn. Confucius heeft gezegd, dat het cultiveren van de "stralende deugd", dat wil zeggen het menselijke geweten, de hoogste wijsheid is. Maar wij hebben iets wat nog veel beter is dan de stralende deugd of het geweten. Wij hebben namelijk een vermengde geest. Deze vermengde geest is onze wedergeboren menselijke geest, die bewoond wordt door en vermengd is met de allesomvattende leven-gevende Geest, als de uiteindelijke vervolmaking van de door een proces gegane Drie-enige God. Nu moeten wij naar deze geest wandelen. Op deze wijze ervaren we Christus door van Hem te genieten. Dit is het geheim van de ervaring van Christus.

 

Witness Lee

The Secret of Experiencing Christ, ch. 7