HET GEHEIM VAN DE ERVARING VAN CHRISTUS IN GALATEN

Schriftlezing:

Gal. 1:4, 13-14; 2:19, 21; 4:21; 5:2-4, 17, 24; 6:13-15; 2:20; 3:2, 5, 14, 23; 4:6; 5:5-6, 16, 18, 25; 6:8, 18.

 

Galaten, Efeziërs, Filippenzen en Kolossenzen zijn vier boeken in het Nieuwe Testament, die we als het hart van de goddelijke openbaring mogen beschouwen. Ten aanzien van deze boeken heeft de Heer ons in de afgelopen jaren openbaring na openbaring en het ene visioen na het andere laten zien. Maar we hebben nog steeds onvoldoende geestelijke ervaring. Daarom voelde ik me ertoe gedwongen een manier te vinden waarop de ervaring van Christus zou toenemen. Stukje bij beetje onthulde de Heer het geheim omtrent de ervaring van Zichzelf, zoals dit in de bovengenoemde brieven wordt beschreven. Mijn last in deze hoofdstukken houdt geen verband met de leer of zelfs met openbaring. Veeleer ligt mijn last op het geheim van het ervaren van Christus.

 

DE TEGENWOORDIGE BOZE WERELD

 

Om achter het geheim van de ervaring van Christus te komen, moeten we goed letten op de negatieve dingen, die in deze brieven behandeld worden. Deze negatieve dingen staan namelijk in verband met het doel waarmee Paulus deze brieven schreef.

 

Alle negatieve dingen in de brief aan de Galaten houden verband met één en dezelfde zaak, namelijk met "de tegenwoordige boze wereld". Paulus zegt in 1:4, dat Christus "Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld". Wat Paulus de tegenwoordige boze wereld noemt, is het meest negatieve van de Galatenbrief. In 6:14 voert Paulus deze boze wereld terug op de religieuze wereld: "Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld." Uit de samenhang blijkt duidelijk, dat de wereld hier naar de religieuze wereld verwijst. De religieuze wereld in 6:14 is dus de tegenwoordige boze wereld van 1:4.

 

De vier basiselementen van deze religieuze wereld, ofwel van deze tegenwoordige boze wereld, zijn het Judaïsme, de wet, de besnijdenis en traditie. Ons "ik" en het vlees spelen de grootste rol in deze religieuze wereld. Het "ik" is de gevallen mens en het vlees is de uitdrukking van dit "ik". In feite zijn het "ik" en het vlees één. In 2:20 zegt Paulus weliswaar dat het "ik" gekruisigd is, maar in 5:24 spreekt hij over het gekruisigde vlees. Het kruis betekent dus het einde van zowel het "ik" als het vlees. De vier basiselementen van de religieuze wereld plus het "ik" en het vlees zijn de negatieve dingen, die we tegenkomen in de brief aan de Galaten.

 

Al deze negatieve dingen nemen de plaats van Christus in. Maar in de brief aan de Galaten maakt Paulus ons duidelijk dat Christus nu in de plaats moet komen van zowel het Judaïsme, als de wet, de besnijdenis en traditie. Bovendien moet Christus de plaats van het "ik" en het vlees innemen.

 

Volgens de brief aan de Galaten is Christus de belichaming van de Drie-enige God. Nadat Christus de verlossing had volbracht voor de voltooiing van Gods economie, werd Hij de allesomvattende Geest, die God aan Abraham had beloofd als een zegen. Deze Christus moet dus de plaats innemen van alle negatieve dingen. Hij moet de allesomvattende plaatsvervanger worden, die de plaats inneemt van onze religie, onze wet, onze rituelen, onze tradities, ons "ik" en ons vlees.

 

DE NOODZAAK OM HET GEHEIM TE KENNEN

 

Zoals de brief aan de Galaten aangeeft, wordt Christus in ons geopenbaard (1:15-16), leeft Hij in ons (2:20) en krijgt Hij gestalte in ons (4:19). Bovendien hebben wij Christus aangetrokken (3:27). Christus is dus niet alleen ons innerlijke wezen, maar Hij is tevens onze uitdrukking. Ofschoon dit alles waar is, moeten we ons toch afvragen hoe we Christus elk moment van de dag kunnen ervaren. In hoeverre ervaar je – op een praktische wijze – de Christus, die in jou geopenbaard werd en die nu in je leeft? Als gelovigen hebben wij allen Christus ontvangen, maar wat is het geheim om Hem voortdurend aan te wenden?

 

Onlangs had ik problemen met mijn gezondheid en probeerde ik Christus op mijn situatie toe te passen. Ik moet toegeven dat ik dit moeilijk vond. Ik kon wel zingen: "Halleluja, Christus is Overwinnaar!" Maar zodra ik ermee op hield, leek het wel alsof Christus verdwenen was. Ik maakte me hier heel ongerust over. Wanneer ik zong en de Heer loofde, voelde ik dat Christus Overwinnaar was. Maar zodra ik ermee op hield, werd ik opnieuw in beslag genomen door gedachten die met mijn ziekte te maken hadden. Wat moeten we doen als we met dergelijke moeilijkheden te maken krijgen? Hoe kunnen we Christus toepassen als onze man of vrouw het ons moeilijk maakt? Wanneer we dergelijke moeilijke situaties in ons dagelijkse leven meemaken, zullen we beseffen dat het geheim van de ervaring van Christus zeer kostbaar is. Voor het aanwenden van de allesomvattende Christus – die zo nabij en beschikbaar is – is het dus zonder meer noodzakelijk dat we dit geheim kennen.

 

HET HOREN VAN HET GELOOF

 

De zinsdelen "in het geloof" en "door het geloof" in de brief aan de Galaten zijn aanwijzingen met betrekking tot het geheim van de ervaring van Christus. Aan het einde van 2:20 zegt Paulus: "Terwijl ik in het vlees leef, leef ik in het geloof van den Zoon van God, die mij heeft liefgehad en die Zich voor mij heeft overgeleverd" (Vert. Petr. Canisius). Paulus leefde dus niet door zijn eigen geloof, maar hij leefde door het geloof dat zowel in de Zoon van God (vgl. N.B.G.) als van de Zoon van God was. Dit geeft aan, dat we door een bepaald geloof moeten leven; niet door het geloof van onszelf, maar door het geloof van de Zoon van God.

 

Vele bijbelleraren leggen het woordje "van" in 2:20 ook wel uit als "in". Maar Paulus spreekt in dit vers niet over het geloof in de Zoon van God, maar over het geloof van de Zoon van God. Het geloof is dus van Hem en niet van ons. Bovendien kunnen we in dit geloof leven.

 

In het derde hoofdstuk spreekt Paulus over "het horen van het geloof". In vers 2 vraagt hij aan de gelovigen in Galaten: "Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of van de prediking (Gr. – het horen) van het geloof?" Volgens dit vers heeft het ontvangen van de Geest heel veel te maken met het horen van het geloof. In vers 5 zegt Paulus vervolgens: "Die u de Geest schenkt en krachten onder u werkt, (doet Hij dit) ten gevolge van werken der wet, of van de prediking (Gr. – het horen) van het geloof?" De verzorging van de Geest staat dus ook in verband met het horen van het geloof. In vers 2 gebruikt Paulus de voltooid verleden tijd, terwijl hij in vers 5 de tegenwoordige tijd benut. Aan de ene kant ontvingen we de Geest toen we in de Heer geloofden. Dit werd eens en voor altijd volbracht. Aan de andere kant is de verzorging van de Geest iets wat voortdurend plaatsvindt en dus niet eens en voor altijd. Het horen van het geloof staat daarom niet alleen in verband met het ontvangen van de Geest, maar ook met de verzorging van de Geest. Ofschoon we de Geest ontvangen hebben, verzorgt de Geest ons toch keer op keer door het horen van het geloof.

 

Wat bedoelt Paulus hier met geloof? Indien ik deze brief moest schrijven, zou ik gezegd hebben "uit het horen van het evangelie" of "uit het horen van het Woord". In Romeinen 10:17 zegt Paulus: "Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus." Al eerder hebben we aangetoond, dat het geloof in het Nieuwe Testament uit twee aspecten bestaat, namelijk het objectieve en het subjectieve aspect. Het objectieve aspect van het geloof behelst datgene waarin we geloven, terwijl het subjectieve aspect te maken heeft met de daad van het geloof of met onze bekwaamheid om te geloven. Hoewel dit onderscheid nuttig is, is het toch niet voldoende om ons de betekenis van het geloof in 3:2 en 5 duidelijk te maken. Om de betekenis van "geloof" in deze verzen te kunnen begrijpen, is het noodzakelijk dat we zeer verfijnde geestelijke ervaringen opdoen.

 

Toen we in de Here Jezus geloofden, was hetgeen we gehoord hadden niet het geloof. Wat we hoorden was de boodschap van het evangelie, de prediking van het Woord van God. Indien we het evangelie niet hadden gehoord, hadden we ook niet kunnen geloven. Geloof komt namelijk door het horen van het Woord van God. Wanneer we het goede Woord van God prediken als het evangelie, dan is er altijd wel iets wat tot de luisteraars doordringt. Datgene wat tot anderen doordringt is geloof. Toen we de prediking van het evangelie hoorden, werden wij vervuld met geloof.

 

HET WOORD, DE GEEST, GELOOF EN CHRISTUS

 

Nu zullen we eerst eens in overweging nemen wat dit geloof inhoudt. Het geloof dat ons vervult, is de Geest en deze Geest is het Woord. Wanneer het Woord bij ons binnenkomt, wordt het Geest en deze Geest is het geloof. Volgens Efeziërs 2:8 worden we behouden uit genade door het geloof. Het geloof waardoor wij behouden worden, is echter niet van onszelf – het is een geschenk van God. Het geloof dat wij als een geschenk ontvangen, komt echter altijd door het horen van het Woord. Verder zegt Hebreeën 12:2 dat Christus "de leidsman en voleinder van ons geloof" is. In feite is Christus zelf ons geloof.

 

Het is belangrijk dat we het Woord niet van de Geest, de Geest niet van het geloof en het geloof niet van Christus scheiden. Deze vier zijn namelijk één. Wanneer de God van dit universum begint te spreken, hebben we het Woord. En zodra we het Woord horen, worden we vervuld met de Geest, die op Zijn beurt ons geloof wordt. Dit geloof is Christus zelf. Wanneer we dus de prediking van het Woord horen, wordt het geloof in ons binnenste voortgebracht. In onze ervaring wordt het Woord de Geest, is de Geest het levende geloof en is dit geloof in feite Christus zelf. Een effectieve prediking in de samenkomsten van de gemeente zal dus zeker geloof voortbrengen.

 

In de eerste twee hoofdstukken van de brief aan de Galaten spreekt Paulus over Christus zelf, maar in het derde hoofdstuk begint hij over de Geest te spreken. Door het horen van het geloof wordt de Geest voortdurend in ons uitgedeeld. Dit duidt uiteraard op de noodzakelijkheid van het horen van het geloof.

 

Het horen van het geloof, zoals dit in 3:2 en 5 vermeld wordt, staat nauw in verband met het Woord. Want indien we het Woord van God niet horen, zullen we ook met geen mogelijkheid kunnen geloven. Bovendien kan Christus uitsluitend door middel van het Woord op onze situatie toegepast worden. Kolossenzen 3:16 zegt: "Het woord van Christus wone rijkelijk in u". Hoe meer we het Woord horen, hoe meer we Christus kunnen toepassen. Zodra we het Woord beroeren, komt het Woord van God bij ons binnen. Zo worden we vervuld met de Geest. Dan wordt de Geest het geloof, waardoor we Christus kunnen leven en genieten.

 

Galaten 4:6 zegt dat God de Geest van Zijn Zoon in onze harten uitgezonden heeft. God zendt de Geest in ons innerlijke wezen door het horen van het Woord. Dit stemt volkomen overeen met onze ervaring. Wanneer we een gedeelte van de Bijbel biddend lezen en in ons opnemen, ontvangen we de verzorging van de Geest. Ons geloof is dus een levend geloof waardoor Christus in ons verwezenlijkt wordt. Dan ervaren we dat Christus in ons leeft en groeit en dat we met Hem bekleed zijn.

 

De reden waarom we dagelijks falen, is dat we van het Woord afwijken. Ik geloof niet dat een christen die de Bijbel niet leest behoorlijk kan leven. Indien we het Woord verwaarlozen en geen aandacht schenken aan hetgeen we gehoord hebben, zullen we Christus onmogelijk kunnen leven. We kunnen het wel proberen, maar we zullen er niet toe in staat zijn.

 

In 5:5 voegt Paulus de Geest en het geloof samen: "Wij immers verwachten door de Geest uit het geloof de gerechtigheid waarop wij hopen". Neem notitie van het feit dat Paulus eerst over de Geest spreekt en vervolgens over het geloof. Indien we de Geest niet hebben, kunnen we ook geen geloof hebben. Geloof en de Geest zijn dus belangrijke aspecten van het geheim van de ervaring van Christus.

 

WANDELEN DOOR DE GEEST

 

In 5:16 en 25 draagt Paulus ons op om door de Geest te wandelen. Indien we regelmatig het Woord beroeren, zullen we zeker met de Geest vervuld worden. Deze vervulling met de Geest zal dan het geloof – ofwel de verwezenlijking van Christus – worden. Door dit levende geloof zal Christus niet alleen op onze situaties toegepast worden, maar zullen we tevens Gods behoudenis ervaren. In zekere zin is het geloof, dat door de vervulling met de Geest voortgebracht wordt, onze behoudenis. Indien we dit geloof hebben, zijn we christenen die zich in de Geest bevinden. Vervolgens moeten we leren door de Geest te wandelen.

 

We moeten dagelijks door de Geest leren wandelen. Zelfs wanneer we met onze man of vrouw praten, moeten we door de Geest leven. Maar volgens onze gewoonten praten we en doen we heel veel dingen buiten de Geest om. Wanneer we bidden, geloven we dat we dit door de Geest doen. Maar bij vele andere dingen verwaarlozen we de Geest en zijn we al tevreden zolang de dingen die we doen maar goed of juist zijn. Vele dingen die we uit gewoonte doen, zijn echter niet in overeenstemming met de Geest. Zolang iets niet door de Geest gedaan wordt, wordt het door het "ik" en het vlees gedaan. In ons dagelijkse leven wandelen we dus nog niet volkomen door de Geest.

 

Zoals we reeds eerder aangetoond hebben, gebruikt Paulus in 5:16 en 25 twee verschillende Griekse woorden voor wandelen. Dit wijst erop dat er twee soorten van "wandelen door de Geest" zijn, namelijk: de wandel in ons dagelijkse leven (v. 16) en de speciale wandel voor de vervulling van Gods eeuwige voornemen (v. 25). Enerzijds moeten we dus door de Geest leven en wandelen en ons in de Geest bevinden en anderzijds moeten we door de Geest "in de pas lopen" voor de vervulling van Gods voornemen.

 

ZAAIEN TOT DE GEEST

 

Volgens het woord van Paulus in 6: 8 moeten we ook zaaien tot de Geest. Zaaien tot de Geest is zaaien met het oog op de Geest. Alles wat we doen of zeggen is een daad van zaaien. In ons zaaien moeten we ons niet richten op het vlees, maar op de Geest. Wat we ook doen of zeggen dat niet met het oog op de Geest is, is automatisch een zaaien tot het vlees.

 

GENADE GENIETEN IN ONZE GEEST

 

Indien we de Geest ontvangen door middel van het Woord en bovendien een levend geloof hebben, zullen we niet alleen dagelijks door de Geest wandelen, maar zullen we tevens door de Geest wandelen op een wijze die de vervulling van Gods voornemen ten goede komt. Bovendien zal ons zaaien dan op de Geest gericht zijn. Op deze wijze zullen we zeker van de genade genieten. In het allerlaatste vers van de brief aan de Galaten zegt Paulus: "De genade van onze Here Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen" (6:18). Genade is de Drie-enige God zelf die wij op een praktische wijze mogen genieten als ons erfdeel. Dit genot van de Drie-enige God vindt plaats in onze geest.

 

Wanneer we al deze dingen tot één geheel samenvoegen, hebben we het geheim van de ervaring van Christus. We moeten beginnen door het Woord van God op een levende wijze te beroeren. Door middel van het Woord worden we vervuld met de Geest die in ons het levende geloof – ofwel de verwezenlijking van Christus – zal worden. Zo zijn we één met Christus op een zeer praktische wijze. Vervolgens moeten we op twee manieren door de Geest wandelen, alsook tot de Geest zaaien. Op deze wijze zullen we zeker van de genade in onze geest kunnen genieten.

 

De ervaring van Christus volgens al deze punten is een zeer belangrijke zaak. De verwaarlozing van deze ervaring zou hetzelfde zijn als de verwaarlozing van onze ademhaling of de verwaarlozing van ons eten en drinken. Net zoals we het ons niet kunnen veroorloven die dingen te verwaarlozen waarmee we ons natuurlijke leven in stand houden, zo kunnen we het ons ook niet veroorloven het Woord van God te verwaarlozen. We moeten tot het Woord komen en zodoende met de Geest vervuld worden – dan zullen we geloof hebben. Dit geloof zal voor ons de volle werkelijkheid van Christus zijn. Dan zullen we niet alleen dagelijks door de Geest wandelen en tot de Geest zaaien, maar dan zullen we tevens van de genade van de Drie-enige God in onze geest kunnen genieten. Dat we dit woord serieus mogen nemen en het in praktijk mogen brengen, zodat we Christus elk moment van de dag zullen ervaren.

 

Witness Lee

The Secret of Experiencing Christ, ch. 8