HET GEHEIM VAN DE ERVARING VAN CHRISTUS
EN DE GEMEENTE IN EFEZIËRS

Schriftlezing:

Ef. 1:18; 2:14, 15; 4:14, 17; 6:11, 12; 1:13, 17; 2:8; 3:15-19; 4:23, 30; 5:18-20, 26; 6:17, 18

 

Voor onze behoudenis werden we beïnvloed door bepaalde negatieve dingen. Volgens Efeziërs 2:2 en 3 bestaan deze negatieve dingen uit de loop dezer wereld, de overste van de macht der lucht en de begeerten van het vlees. Maar na onze behoudenis werden wij, als mensen in Christus, als leden van de Gemeente, lastig gevallen door andere soorten negatieve dingen.

 

GEESTELIJKE BLINDHEID

 

Volgens Efeziërs is de eerste negatieve zaak, waar gelovigen mee te kampen hebben, geestelijke blindheid. Hoewel het woord blindheid niet gebruikt wordt in Efeziërs, wordt dat in hoofdstuk 1 vers 17 en 18 wel geïmpliceerd. Daar bidt Paulus dat de Vader der heerlijkheid ons een geest van wijsheid en openbaring mag geven om Hem ten volle te kennen. Verder bidt hij dat de ogen van ons hart verlicht mogen worden. Vandaag de dag lijden miljoenen christenen aan geestelijke blindheid. De ogen van hun hart zijn blind. Dat was ook het geval bij ons, voordat we in het gemeenteleven kwamen. Doordat we blind waren, hadden we geen kennis van de hoop van Gods roeping, van de rijkdom der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen en van de overweldigende grootheid van Zijn kracht aan ons die geloven. We wisten niets van Gods eeuwige plan of van Zijn economie. Bovendien kenden we de betekenis van Christus' allesomvattendheid niet. We wisten ook niet, dat als we ons in de rijkdom van Christus verheugen en er bovendien van genieten, de Gemeente tot stand komt als de volheid van Hem die alles in alles vervult. In de meeste gevallen, wisten we alleen maar dat we zondaren waren, die bestemd zijn voor de hel. Verder wisten we ook, dat God de wereld zo liefhad, dat Hij Zijn Zoon – Jezus Christus – zond, om voor onze zonden aan het kruis te sterven, opdat wij uiteindelijk naar de hemel zouden kunnen gaan. Zo hadden we dus in het geheel geen kennis van de diepe waarheden die in Efeziërs geopenbaard worden.

 

Over het algemeen houden predikanten ervan Paulus' woorden in Efeziërs 2:5 en 8 aan te halen, waar hij spreekt over het feit dat wij door genade behouden zijn, door het geloof. Er bestaat zelfs een bekend gospelliedje met de titel "Slechts een zondaar gered door genade?' Veel evangeliepredikers zijn van mening dat gered zijn eenvoudig betekent: gered zijn van de hel. Maar hoewel Efeziërs 2 inderdaad spreekt over behoudenis door genade, wordt er toch niets gezegd over de hel. Uit de samenhang van dit hoofdstuk is op te maken dat we veeleer gered zijn van zonde, van de overste van de macht der lucht, van de loop dezer wereld, van de begeerten van het vlees en van de dood. Een dergelijke redding maakt ons tot Gods meesterwerk (v. 10). Desondanks hebben veel christenen geen notie van de omvang van hun behoudenis en nog minder van de diepere waarheden met betrekking tot het Lichaam als de volheid van Christus. In de ware zin van het woord, zijn de ogen van het hart van veel christenen eenvoudig verblind.

 

INZETTINGEN

 

De tweede negatieve zaak waar we na onze behoudenis mee te maken krijgen, is inzettingen (2:15). De inzettingen die in Efeziërs 2 genoemd worden, betreffen de verschillende manieren van leven en aanbidden. Als gelovigen maken we deel uit van de nieuwe mens. Deze inzettingen vormen echter een belemmering voor de verwezenlijking van de nieuwe mens. Want verschillende nationaliteiten hebben zo hun eigen inzettingen, rituelen, gebruiken en gewoonten met betrekking tot het alledaagse leven alsook de aanbidding van God. De joden hebben hun inzettingen en de islamieten hebben hun eigen gebruiken en gewoonten. Alle volken van de verschillende Europese landen hebben hun eigen gewoonten en hetzelfde geldt voor de volken van het Verre Oosten. Overal waar mensen samenkomen die er verschillende inzettingen op na houden, doet zich wrijving en zelfs vijandigheid voor. Hoe is het dan mogelijk dat verschillende volken de samenstellende delen van de nieuwe mens vormen? Menselijk gesproken is dat onmogelijk. Maar in Efeziërs 2 verklaart Paulus dat de inzettingen aan het kruis genageld zijn. Dit heeft het voor mensen van verschillende nationaliteiten mogelijk gemaakt, samen één nieuwe mens te vormen.

 

Hoewel deze inzettingen aan het kruis genageld zijn, kunnen ze desondanks nog steeds een zeer belangrijke rol spelen voor zowel de gelovigen als de ongelovigen. Ben je er zeker van dat je niet langer door inzettingen wordt beheerst? Als je de tijd zou nemen om gelovigen in andere landen te bezoeken, zal het ongetwijfeld aan het licht komen dat je nog steeds door bepaalde inzettingen beïnvloed wordt. Hoewel we niet kunnen zeggen dat we niet langer door inzettingen beïnvloed worden, is de situatie van de gelovigen in de gemeenten tegenwoordig wel beter dan enkele jaren geleden. Door de jaren heen hebben we in het gemeenteleven de geleidelijke verdwijning van inzettingen onder ons gezien. Maar er is nog steeds behoefte aan meer verbetering. Inzettingen zijn zeker in strijd met de juiste ervaring van het gemeenteleven, het Lichaam, Christus' volheid.

 

WINDEN VAN LEER

 

De derde negatieve zaak in Efeziërs is de wind van leer, of de winden van leerstellingen (4:14). Leerstellingen zijn winden van leer die de gelovigen niet alleen wegblazen van Christus, het Hoofd, maar ook van de Gemeente, het Lichaam. Bijna alle christenen van vandaag staan onder invloed van een of andere wind van leer. Wanneer je een andere gelovige ontmoet, vraagt hij vaak als eerste welke gemeente je bezoekt. Daarna zal hij wellicht iets over bepaalde leerstellingen vragen.

 

Toen ik in 1962 met mijn bediening in dit land begon, werd ik in diverse plaatsen uitgenodigd om te spreken. In vrijwel elke plaats had men vragen over leerstellingen zoals de eeuwige zekerheid, absolute genade, de doop en de opname. Teneinde de mensen die dergelijke dingen vroegen niet te beledigen, antwoordde ik erg voorzichtig. Wanneer iemand informeerde naar de eeuwige zekerheid, antwoordde ik: "De beste zekerheid is Christus?'" Met betrekking tot absolute genade zei ik: "Voor mij bestaat er geen genade die meer absoluut is dan Christus?" Ten aanzien van de doop antwoordde ik: "De beste manier om gedoopt te worden is met Christus gekruisigd te zijn?" Met betrekking tot de opname antwoordde ik: "Als je van de Heer houdt en op Zijn wederkomst wacht, zal Hij je zonder meer tot zich nemen." Deze antwoorden leken de verschillen in leerstellingen te neutraliseren en de winden van de leer te bedaren.

 

De winden van leer hebben de aandacht van de christenen afgeleid van de normale ervaring van Christus. Sommigen van hen die afgeleid zijn door de leerstellingen, beschuldigen ons ervan de leerstelling van de Drie-eenheid te vertroebelen. In werkelijkheid geloven zij wellicht zelf niet eens in de Drie-eenheid, maar in tritheïsme, in drie Goden, omdat zij de Vader van de Zoon en de Zoon van de Geest scheiden. Zij geloven dus in een soort collectieve God. Wat een dwaalleer! Wij leren daarentegen de ware Drie-enige God in overeenstemming met het zuivere Woord van God. Volgens de Bijbel is God Drie-enig; dit betekent dat Hij drie-een is. We zouden kunnen zeggen dat Hij drie-in-één is, maar het is nauwkeuriger om te zeggen dat Hij drie-een is. We kunnen dit niet begrijpen. Hoewel we niet zijn geschapen met het vermogen om de Drie-enige God te doorgronden, werden we echter wel geschapen met het vermogen om Hem te ontvangen.

 

Kort nadat we naar Anaheim verhuisd waren, verspreidden enkele tegenstanders een stencil waar in stond dat de Vader, de Zoon en de Geest drie verschillende en afzonderlijke Personen zijn. Wat later schreven wij, dat de Drie in de Godheid wel verschillende, maar niet afzonderlijke Personen zijn. Om te beweren dat de Vader, de Zoon en de Geest afzonderlijke Personen zijn, is een dwaalleer. Volgens de Bijbel kunnen de Vader en de Zoon niet van elkaar gescheiden worden. De Vader is in de Zoon en de Zoon is in de Vader. Hoe zou je ze dan ooit van elkaar kunnen scheiden? In het licht van de Bijbel geloven wij in de coïnherentie van de drie in de Godheid. Wij geloven dat de drie bestaan als één. Terwijl wij geloven dat de Vader, de Zoon en de Geest voor eeuwig wederzijds coëxisteren, onderwijzen heel veel christenen het tritheïsme, met name degenen die heen en weer geslingerd worden door elke wind van leer. Prijs de Heer, dat we in de plaatselijke gemeenten niet meer afgeleid worden door elke wind van leer!

 

DE IJDELHEID VAN HET VERSTAND

 

De vierde negatieve zaak in Efeziërs is de ijdelheid van het verstand. In 4:17 zegt Paulus: "Dit zeg ik dan en betuig ik in de Here, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken." Het zijn dus niet alleen ongelovigen, maar ook miljoenen christenen die vandaag de dag in de ijdelheid van hun verstand wandelen. Dit was de reden waarom Paulus hun de in 4:17 vermelde opdracht gaf. De ongelovigen denken niet aan God, aan Christus of aan de Geest; zij denken aan niets anders dan ijdelheid. In de woorden van Salomo is alles onder de zon, zonder God, ijdelheid (Pr. 1:2). Alleen Christus, de belichaming van de Drie-enige God, is werkelijkheid. We moeten dus oppassen dat we niet in de ijdelheid van ons verstand wandelen. Als we Christus en de Gemeente willen ervaren, moeten we bevrijd worden van de ijdelheid van ons verstand.

 

SATAN EN ZIJN BOZE MACHTEN

 

Tenslotte, als het vijfde negatieve element in Efeziërs, zien we satan, de duivel en zijn duistere machten in de lucht. In geen ander boek worden satan en zijn boze machten zo aan het licht gebracht als in Efeziërs 6. De Gemeente heeft de taak om deze machten der duisternis te bestrijden.

 

HET OVERWINNEN VAN DE NEGATIEVE DINGEN

 

Hoewel het evangelie al meer dan negentien eeuwen wordt gepredikt, is de Gemeente nog steeds niet opgebouwd, vanwege deze vijf categorieën van negatieve dingen: blindheid, inzettingen, winden van leer, ijdelheid van het verstand en de boze machten in de lucht. Deze negatieve dingen zijn ernstiger dan de dingen die in Galaten vermeld worden. Nochtans wordt ons in Efeziërs de manier geboden om ze stuk voor stuk te overwinnen. Om blindheid te overwinnen, hebben we een geest van wijsheid en openbaring nodig die de ogen van ons hart verlicht. Voor de overwinning van inzettingen, moeten we door de Geest met kracht gesterkt worden in onze inwendige mens, zodat Christus Zijn woning kan maken in ons hart, door het geloof. Dan zullen we, geworteld en gegrond in liefde, sterk genoeg zijn om de breedte, lengte, hoogte en diepte van God te kennen, alsook de liefde van Christus die alle kennis te boven gaat, opdat we tot de volheid Gods vervuld mogen worden. Om de winden van leer en de ijdelheid van het verstand te overwinnen, moeten we vernieuwd worden in de geest van ons verstand. Verder is er nog een bepaalde manier waarop we tegen de boze machten der duisternis moeten vechten.

 

HET WOORD, GELOOF EN DE GEEST

 

Nu zullen we het geheim overwegen van de manier waarop deze negatieve dingen overwonnen kunnen worden, alsook het geheim van de ervaring van Christus in Efeziërs. Het geheim in Efeziërs is een voortzetting van het geheim dat we in Galaten vonden. En Efeziërs 1:13 is een zeer belangrijk vers dat rechtstreeks in verband staat met dit geheim: "In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de heilige Geest der belofte." Dit vers spreekt over het horen van het woord der waarheid, over het geloof in Christus en over de verzegeling met de Heilige Geest. Is dat soms niet een voortzetting van hetgeen we in Galaten hebben gezien over het ontvangen van de Geest door het horen van het geloof? In Efeziërs 2:8 zien wij dat we gered zijn uit genade door het geloof. Waar komt dat geloof eigenlijk vandaan? Volgens 1:13 komt geloof door het horen van het Woord. Het Woord is dus de eerste, fundamentele factor van het geheim van de ervaring van Christus en de Gemeente.

 

Het woord houdt niet alleen verband met het geloof, maar ook met de Geest, omdat het woord in onze ervaring geloof en de Geest wordt. Door het geloof zijn we gered. Bovendien maakt, volgens 3:17, Christus door het geloof woning in ons hart. Als we dit geloof niet bezitten, is er geen mogelijkheid voor Christus om Zijn woning in ons hart te maken. Het geloof waardoor Christus Zijn woning in ons maakt, komt door het horen en het ontvangen van het Woord. Zodra we het woord horen en ontvangen, wordt er iets in ons uitgedeeld – dit element wordt het levende geloof. Daarom, als Christus Zijn woning in ons hart wil maken, moeten we het woord horen, met het woord bezig zijn, het woord aanraken. Ook moeten we het woord biddend lezen, het woord zingen, het woord overdenken en in het woord zijn. Hoe meer we op deze manier met het woord in contact komen, hoe meer Christus zich in ons innerlijke wezen zal verspreiden en Zijn woning in ons hart zal maken.

 

VERNIEUWD, GEVULD EN GEWASSEN

 

De vernieuwing in de geest van ons verstand heeft ook betrekking op het woord. Als het woord niet in ons verstand komt, is er geen manier voor de Geest om in onze geest te komen. Maar wanneer ons verstand doordrenkt wordt met het woord, zal vol van de Geest zijn. Op deze wijze wordt de Geest de vernieuwende Geest in ons verstand.

 

In 5:18 draagt Paulus ons op om "vervuld te zijn met de Geest"; dit is ongetwijfeld de Geest van God. Hoe kan de Geest van God in onze geest komen? Het antwoord is dat de Geest in onze geest komt door middel van het woord. Zodra onze geest vervuld is met het woord, wordt het woord, wanneer het eenmaal in ons is, de Geest. Dit wordt aangetoond door 5:26 waar gesproken wordt over "de wassing van het water in het woord". Als het woord niet in ons was gekomen, hoe zou het ons dan innerlijk kunnen wassen? Het wassen in 5:26 is dus geen uitwendig, maar een inwendig wassen, dat vlekken en rimpels verwijdert en zodoende een transformerend werk verricht. Als het woord niet in ons zou kunnen komen, zou het water van het woord ons innerlijk niet kunnen wassen. Het feit dat we door het water in het woord worden gewassen, bewijst dat het voor het woord mogelijk is in ons te komen.

 

HET WOORD INNEMEN DOOR GEBED

 

In 6: 17-18 zien we de manier om het woord in te nemen: ontvang het woord van God door middel van alle gebed en smeking. Wanneer we het woord ontvangen door gebed en smeking, komt het woord in ons en wordt de Geest die onze geest vervult en zich in ons verstand verspreidt, de Geest van ons verstand en de Geest die ons verstand vernieuwt. Bovendien wast het woord ons innerlijk en maakt het, door zich te verspreiden in de innerlijke delen van ons wezen, een woning voor Christus in ons. Daarom is deze zaak van het woord een lijn die gaat van 1:13 tot 6: 17-18.

 

HET RESULTAAT VAN HET INNEMEN VAN HET WOORD OP EEN JUISTE WIJZE

 

Als we de Bijbel op de juiste manier biddend lezen en over het woord nadenken; als we verder het woord zingen en eenvoudig in het woord zijn, zal ons innerlijke wezen ermee gevuld worden. Dan kunnen we zeggen dat we vervuld zijn met het woord, met de Geest of met het geloof. We kunnen ook zeggen dat we vervuld zijn met de zalving, met God of met Christus. Door deze innerlijke vervulling hebben we de kracht om de duistere machten in de lucht te verslaan. Verder stroomt het levende water door ons wezen om de oude dingen, de vlekken en de rimpels, weg te wassen. Op deze wijze worden we vernieuwd. Wanneer we op deze manier vervuld worden, merken we dat Christus de innerlijke kamers van ons wezen tot de vertrekken van Zijn woning maakt. Wanneer we een dergelijke vervulling ervaren, houden we van alle gelovigen, ongeacht hun nationaliteit. Bovendien zullen onze innerlijke ogen verlicht worden en zal onze visie glashelder zijn.

 

Voordat we het woord op deze manier leerden ontvangen, waren we blind, leeg, zwak en vol oudheid. We konden de boze machten in de lucht met geen mogelijkheid verslaan. Maar omdat we het woord nu op de juiste manier ontvangen, dat wil zeggen door middel van lezen, biddend-lezen, zingen en prijzen, worden we innerlijk vervuld en hebben we de kracht om satan te verslaan. O, er is niets verfrissender en reinigender dan innerlijk gewassen te worden door het water in het woord! Wanneer we vervuld zijn met het woord en er door gewassen, is ons hele wezen vernieuwd en transparant en hebben we een voorsmaak van het Nieuwe Jeruzalem. Op zo'n moment hebben we geen belangstelling voor leerstellingen; we bekommeren ons alleen nog maar om Christus en Zijn Lichaam. Bovendien zullen de universele dimensies van Christus en Zijn liefde die alle kennis te boven gaat onze ervaring worden. Wij zijn dan niet alleen verzadigd met Christus, maar ook één met Hem. Dit heeft tot gevolg dat we Christus' woning worden en dat we van alle gelovigen – zowel jongeren als ouderen – in het gemeenteleven leren houden. Als we allen innerlijk vervuld zijn, door op de juiste manier met het woord om te gaan, zullen de jongeren van de ouderen en de ouderen van de jongeren houden. Wanneer een oudere heilige een tiener op ziet staan om de Heer te prijzen, zal zijn hart van vreugde opspringen. Dan zullen we uit eigen ervaring weten, dat alle inzettingen afgeschaft zijn. Uit eigen ervaring kan ik getuigen dat dit werkelijk het geheim is van het genot van Christus en het gemeenteleven.

 

DE NOODZAAK OM TE VOLHARDEN

 

We moeten meer bidden en smeken om het Woord van God in ontvangst te nemen. Volgens 6:17 en 18 moeten we altijd in de geest bidden. Wanneer we bidden is het niet nodig dat we zelf onze gebeden fabriceren – de Bijbel is namelijk ons gebedenboek. De beste manier om te bidden is met het Woord van God. Maar wanneer we met het Woord bidden, is het wel noodzakelijk dat we onze geest oefenen en het Woord door middel van gebed in ontvangst nemen. Dan zullen we niet alleen van Christus genieten, maar ook deelhebben aan het gemeenteleven. We moeten erop toezien, dat we de hele dag door volharden in dit soort gebed. Hoewel de machten der duisternis zullen proberen ons de mond te snoeren en ons te beletten op deze manier te bidden, moeten we desondanks volharden in het gebed met het Woord door de oefening van onze geest. Als we dit doen, zullen we het in Efeziërs geopenbaarde geheim zeker ervaren. Dan zullen we de juiste ervaring van Christus en de gemeente hebben.

 

Witness Lee

The Secret of Experiencing Christ, ch.