Het geheim van de ervaring van Christus in Filippenzen

Schriftlezing:

Fil. 1:17, 20; 2:3a, 4, 14, 21; 3:2, 4-8; 4:6a, 11; 1:19-21a; 2:12b, 13, 16a; 3:3, 8b-9a; 4:4, 6b, 13, 23

 

DE NEGATIEVE DINGEN IN FILIPPENZEN

 

Vergeleken met de negatieve dingen in Galaten en Efeziërs zijn de negatieve dingen in Filippenzen minder groot. In plaats van dingen zoals de religieuze wereld, inzettingen, de ijdelheid van het verstand en satan, gaat het hier over mopperen, redeneringen, wedijver, verwaandheid en bezorgdheid.

 

Wedijver

 

Tussen de Judaïsten en Paulus heerste een zekere wedijver. De Judaïsten waren degenen die Christus predikten "uit partijzucht, niet zuiver" (1:17, Herziene Voorhoeve-uitgave). Nu heerst er onder de christenen van vandaag ook een zekere rivaliteit. Laatst hoorde ik dat een christenvriend van mij, die ik al meer dan twintig jaar ken, had gezegd: "De bediening van Witness Lee verspreidt zich over heel de wereld. We moeten hem stoppen!" Zo'n opmerking duidt op wedijver.

 

Wedijver resulteert in vervolging en vervolging resulteert in verdrukking. Als er mensen zijn die Christus uit partijzucht prediken, doen zij dat, volgens Paulus, "met de bedoeling verdrukking aan mijn gevangenschap toe te voegen "(1:17, H. V. uitg.). Hun bedoeling was Paulus' verdrukking te verzwaren. Maar ondanks het feit dat Paulus eronder leed, was hij niet verslagen door deze verdrukkingen. Hij kon zeggen: "Naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nu Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood" (1:20).

 

In 2:3 roept Paulus de heiligen op om "zonder zelfzucht of ijdel eerbejag [te zijn]; doch in ootmoedigheid de een de ander uitnemender dan zichzelf te achten." Denk niet dat er vandaag de dag in de gemeente geen partijzucht voor ijdel eerbejag is. Wanneer een broeder hoort dat een bepaalde persoon een rijke woordbediening heeft, zegt hij misschien bij zichzelf: "Wacht maar een paar jaar, dan zal ik jullie verbazen met mijn geweldige preken. Mijn preken zal dan veel beter zijn dan dit." Dit is een voorbeeld van partijzucht voor ijdel eerbejag die ook in jou verborgen kan zijn.

 

In 2:4 gaat Paulus verder: "Een ieder zie niet op het zijne, maar ook op hetgeen der anderen is (Lutherse vertaling)." Met het zijne worden deugden en kwaliteiten bedoeld. We moeten dus niet alleen op onze eigen deugden en kwaliteiten letten, maar ook op die van anderen. In plaats van zo hoog op te geven van onze eigen deugden, kwaliteiten, vaardigheden en dingen die we bereikt hebben, moeten we oog hebben voor die dingen bij anderen. Overeenkomstig Paulus' woorden moeten we de ander zelfs uitnemender achten dan onszelf. Als we op anderen in de gemeente acht geven, moeten we hen dus beter achten dan onszelf.

 

Gemopper en bedenkingen

 

In 2:14 zegt Paulus: "Doet alles zonder morren of bedenkingen". Eerder heb ik al aangetoond dat mopperen, dat te maken heeft met onze gevoelens, vooral bij zusters voorkomt, terwijl bedenkingen, die te maken hebben met ons verstand, vooral bij broeders voorkomen. Soms word ik echter niet alleen door gemopper, maar ook door bedenkingen geplaagd. Zo kan ik inwendig mopperen over de kleine portie eten die mijn vrouw mij 's avonds voorzet, vooral wanneer ik mijn portie vergelijk met die van anderen. Verder heb ik innerlijke bedenkingen, wanneer mijn vrouw mij uitlegt dat bepaald voedsel goed voor mij is en dat ik het daarom moet eten. Heb je soms ook problemen met dit "ongedierte" van gemopper en bedenkingen? We worden allemaal door deze dingen geplaagd.

 

Zoeken van eigenbelang

 

In 2:21 zegt Paulus dat "zij allen het hunne zoeken, niet hetgeen van Christus Jezus is" (Stat. Vert.). "Het hunne" verwijst hier niet naar hun deugden en kwaliteiten zoals in 2:4, maar naar onze persoonlijke zaken. Het is namelijk heel goed mogelijk dat we ons uitsluitend om onze eigen zaken bekommeren en niet om die van Christus. Je beseft waarschijnlijk niet dat je persoonlijke zaken negatieve dingen zijn, die je van de ervaring van Christus afhouden. In feite, geef je misschien meer om je huishoudelijke zaken dan om Christus en bekommer je je meer om je scholing of je baan dan om het gemeenteleven. Maar van Timotheüs kon Paulus zeggen dat hij werkelijk gaf om alles wat de gemeente aanging, terwijl anderen alleen aandacht hadden voor hun eigen zaken en niet voor de dingen van Christus. Als we alleen maar aandacht schenken aan onze eigen zaken en ons niet om de dingen van Christus bekommeren, is het niet mogelijk om het gemeenteleven te hebben.

 

Honden, slechte arbeiders, versnijdenis

 

In 3:2 uit Paulus een zware beschuldiging: "Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de versnijdenis." De hiermee aangeduide mensen waren degenen die vasthielden aan bepaalde religieuze overtuigingen, die de heiligen bovendien in verwarring brachten en die er tenslotte ook de oorzaak van waren dat er mensen van Christus afgebracht werden. Om op zulke mensen te reageren moeten we één basisprincipe hanteren: helpen de woorden van deze persoon ons om Christus te ervaren en meer van het gemeenteleven te hebben of brengen ze ons juist bij Christus en het gemeenteleven vandaan? Als hun woorden ons niet aanmoedigen Christus te ervaren of het gemeenteleven te leiden, moeten we er geen aandacht aan schenken. Die persoon moet dan wel een hond, een slechte arbeider of iemand zijn die neerbuigend vasthoudt aan bepaalde religieuze gebruiken (dat is de betekenis van het woord versnijdenis). In plaats van te proberen te beoordelen of de woorden van zo iemand goed of verkeerd zijn, moet je jezelf afvragen of zijn spreken je helpt om van Christus te genieten of dat het je van Christus afleidt; of zijn spreken je tot meer gemeenteleven aanmoedigt of dat het je nu juist bij de gemeente vandaan houdt. Als zijn spreken je bij Christus en de gemeente vandaan brengt, is dit het spreken van een hond, een slechte arbeider en een aanhanger van de versnijdenis. Zo iemand moet zonder meer vermeden worden.

 

Vertrouwen op het vlees

 

In 3:4-8 vervolgt Paulus met een ander negatief element: het vertrouwen op het vlees. Vers 4 zegt: "Ofschoon ik voor mij wel reden zou hebben om ook op vlees vertrouwen te stellen. Indien een ander meent op vlees te kunnen vertrouwen, ik nog meer." In deze verzen verwijst vertrouwen op het vlees naar alle goede dingen en kwaliteiten die we in het vlees hebben. Voor Paulus betekent dit o.a. de besnijdenis op de achtste dag en een Hebreeër uit de Hebreeën te zijn. Voor ons vandaag kan het bijvoorbeeld nationale of culturele trots betekenen. Een dergelijk vertrouwen op het vlees zal ons zeker bij Christus vandaan houden en het gemeenteleven belemmeren.

 

Bezorgdheid

 

Een ander negatief element dat we in Filippenzen tegenkomen is bezorgdheid. In 4:6 zegt Paulus: "Weest in geen ding bezorgd?' Bezorgd zijn betekent dat je je zorgen maakt. Het is erg moeilijk voor voorzichtige en gevoelige mensen om zich geen zorgen te maken. Jaren geleden was er brand in het gebouw waar ik werkte en weer later werd er ingebroken. Dit vervulde mij met bezorgdheid over de dreiging van brand en diefstal. Omdat ik een gevoelig persoon ben, maak ik me al heel gauw zorgen om iets.

 

Ik heb heel vaak gebeden over Paulus' woorden ten aanzien van bezorgdheid. Ik zei dan bijvoorbeeld: "Heer ik dank U voor deze woorden. Dit is niet alleen Uw opdracht, maar ook Uw belofte. Heer, ik neem Uw Woord en vraag U mij te redden van bezorgdheid?' Maar hoe meer ik op deze manier bad, hoe bezorgder ik werd. Wat is het toch moeilijk om vrij te zijn van bezorgdheid. Bezorgdheid is een heel hinderlijke "mug." Het lijkt erop dat alleen degenen die onverschillig door het leven gaan, vrij van zorgen zijn. Hun houding is ongeveer als volgt: "Mijn leven is in Gods hand. Er is dus geen enkele reden om me bezorgd te maken." Dit is echter geen werkelijk geloof, maar een uitspraak die gebaseerd is op een natuurlijke onverschilligheid. Zij die onverschillig zijn, zijn misschien ook onbezorgd, maar een ieder gevoelig en voorzichtig mens heeft heel vaak last van bezorgdheid.

 

Gebrek

 

Het laatste negatieve element in de brief aan de Filippenzen is wat Paulus gebrek noemt (4:11). Gebrek hebben is materiële nood hebben. Een tekort aan mogelijkheden om in financiële of materiële behoeften te voorzien kan grote zorgen veroorzaken. Dit zijn negatieve omstandigheden die zonder meer overwonnen moeten worden.

 

DE OVERVLOEDIGE VERZORGING EN HET WOORD DES LEVENS

 

In 1:19 zegt Paulus: "Want ik weet dat dit mij tot behoudenis zal strekken door uw gebed en de overvloedige verzorging van de Geest van Jezus Christus" (Griekse grondtekst). Daarna spreekt hij in verzen 20 en 21 over het vergroten van Christus en over het feit dat wij Christus moeten leven. Christus te leven en te vergroten vereist de overvloedige verzorging van de Geest van Jezus Christus. Maar hoe kan die overvloedige verzorging dan op ons toegepast worden? Het geheim van de ervaring van deze overvloedige verzorging ligt in het voorhouden van het Woord des levens (2:16). Terwijl Paulus Christus leefde en vergrootte, hield hij ongetwijfeld het Woord des levens voor. Dit was de reden waarom zelfs enigen uit het huis van Caesar gered konden worden. Ze beseften dat Paulus, als gevangene in Rome, het Woord des levens voorhield. Paulus' woorden in 2:16 geven aan dat hij de overvloedige verzorging van de Geest ervaarde, omdat hij het Woord des levens voortdurend ontving.

 

In Efeziërs 1:13 zagen we dat de 'Geest niet van het Woord gescheiden kan worden en altijd vergezeld is van het Woord. Als het Woord er niet is, is de Geest er ook niet. Maar wanneer het Woord gepredikt wordt, is het voor degenen die het horen mogelijk om de Geest te ontvangen. Paulus ontving het woord des levens. Toen het Woord des levens bij hem binnenkwam, werd het tot de overvloedige verzorging van de Geest, die hem in staat stelde Christus te vergroten en te leven.

 

In Filippenzen 1:20 spreekt Paulus over het vergroten van Christus en in 2:16 over het voorhouden van het Woord des levens. In feite is Christus het Woord des levens en is het Woord des levens Christus. Bovendien zegt Paulus in 2:13 dat God "om zijn welbehagen zowel het willen als het werken" in ons bewerkt. Ja, het is God die in en door ons werkt. Maar wanneer deze werkende God tot uitdrukking wordt gebracht, is Hij het Woord des levens.

 

Tenzij we het Woord des levens in ons wezen ontvangen, zullen we niet in staat zijn om dit woord voor te houden, te vergroten of te manifesteren. Hoe kunnen we het Woord des levens vergroten als het niet eerst bij ons binnenkomt om vergroot te worden? Om het Woord des levens voor te kunnen houden, moeten we eerst het Woord des levens in ons wezen ontvangen hebben. Neem eten nu eens als illustratie hiervan. Als iemand een paar dagen niet behoorlijk eet, zal zijn gezicht uiteraard geen gezonde kleur hebben. Maar als hij dagelijks de juiste hoeveelheid gezond voedsel binnenkrijgt, zal hij er natuurlijk ook gezond uitzien. Zo zal het kenbaar worden, dat hij gezond voedsel heeft gegeten, verteerd en geassimileerd. Hetzelfde principe geldt voor het voorhouden van het Woord des levens. Het geheim is het Woord van God op de juiste manier te hanteren en zodoende de Geest te ontvangen. Dan zal de Geest in ons functioneren als ons levende geloof. Op die manier zullen we alle partijzucht, opgeblazenheid, gemopper, redeneringen, eigenbelang, vrees en gebrek overwinnen. Dan zullen we met Paulus kunnen zeggen: "Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft" (4:13).

 

Christus geeft ons kracht door middel van het Woord. Stel nu eens dat je het Woord een paar dagen verwaarloost. Zul je dan nog steeds door Christus gesterkt worden? Zeker niet! Voedsel versterkt je alleen als je het eerst opeet. Op dezelfde manier versterkt Christus je uitsluitend als je het Woord in je wezen opneemt. Door het goddelijke element in ons wezen op te nemen, worden we versterkt. Dan kunnen we alles doen in Hem die ons kracht geeft door Zijn Woord.

 

Paulus beëindigt zijn brief aan de Filippenzen met de woorden: "De genade van de Here Jezus Christus zij met uw geest." Het is belangrijk te beseffen dat alles waar we van genieten door het ontvangen van het Woord, uiteindelijk tot genade in onze geest wordt. Zo zien we opnieuw dat we het Woord moeten beroeren en ontvangen door middel van gebed. Verder is het noodzakelijk dat we onze geest beoefenen om het Woord biddend te lezen en zodoende de overvloedige verzorging van de Geest te ontvangen. Als we de Geest ontvangen door middel van het Woord, dan zullen we zonder meer geloof hebben om genade te ontvangen. Dan zullen we Christus ervaren en volop van het gemeenteleven kunnen genieten.

 

Witness Lee

The Secret of Experiencing Christ, ch. 10