Het geheim van vernieuwing en transformatie

Schriftlezing:

Ef. 2:15; Kol. 3:10; 2 Kor. 5:17; Gal. 6:15; Tit. 3:5; Ef. 4:22-24; Rom. 6:4; Fil. 1:19-21; 2 Kor. 3:18; Gal. 5:16, 25; Rom. 8:4b

 

In dit hoofdstuk komen we bij de volgende twee delen van Gods organische behoudenis – vernieuwing en transformatie.

 

HET GEHEIM VAN DE VERNIEUWING

 

Vernieuwing is het vierde deel van Gods organische behoudenis.

 

Een nieuwe mens

 

Alle wedergeboren gelovigen werden in Christus tot één nieuwe mens geschapen (Ef. 2:15; Kol. 3:10). Om deze reden zijn zij Gods nieuwe schepping (2 Kor. 5:17, Gal. 6:15). In Christus werden wij, zowel de gelovigen uit de Joden als de gelovigen uit de heidenen, tot in één nieuwe mens geschapen.

 

De nieuwe schepping

 

Deze nieuwe schepping komt voort uit Gods oude schepping, die daartoe vernieuwd moest worden. Het is mogelijk dat we onszelf als redelijk goed beschouwen. Maar het maakt niet uit of we nu goed of slecht zijn, omdat we desondanks tot de oude schepping behoren. Om deze reden moeten we dus vernieuwd worden.

 

De schepping van de nieuwe mens

 

In feite werd de schepping van de nieuwe mens door Christus aan het kruis tot stand gebracht (Ef.2:15). Maar in de praktijk moeten de gelovigen, die deel uitmaken van de nieuwe mens, op zichzelf toepassen wat Christus ten uitvoer bracht door de vernieuwing van hun dagelijkse leven. Wij moeten dus op onszelf toepassen wat Christus heeft volbracht.

 

Vernieuwing ligt besloten in heiliging

 

Vernieuwing ligt besloten in het proces van heiliging, die de gelovigen vernieuwt terwijl zij aan de gang is. Hoe meer we geheiligd worden, hoe meer we vernieuwd zijn. Vernieuwing is daarom gebaseerd op het voortgaande proces van heiliging.

 

De voortzetting van het bad der wedergeboorte

 

Titus 3:5 zegt, dat God "ons heeft gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest." Dit vers geeft duidelijk aan dat vernieuwing het vervolg is op het bad der wedergeboorte. God begint weliswaar met onze wedergeboorte, maar Hij zet Zijn werk voort aan de hand van onze vernieuwing. De wedergeboorte is het fundament van het goddelijke leven, terwijl de vernieuwing het goddelijke leven in een gelovige verder opbouwt. Ofschoon de wedergeboorte eens en voor altijd tot stand gebracht wordt, is de vernieuwing echter een voortgaand proces dat de gelovige uiteindelijk tot volwassenheid brengt.

 

Ten tijde van de wedergeboorte wordt er een nieuw leven, het goddelijke leven, aan ons natuurlijke leven toegevoegd om deze twee levens één te maken. Gedurende het proces van de heiliging wordt onze verwrongen, vervormde en bedorven natuur in orde gebracht door de heilige natuur van God. Ten tijde van de vernieuwing dringt de vermengde geest in ons verstand door om het te veranderen en tot het verstand van Christus te maken (Fil. 2:5; 1 Kor. 2:16). Vooral ons verstand heeft vernieuwing nodig, omdat het de bron van alle moeilijkheden is.

 

De middelen van vernieuwing

Door de vernieuwende Geest

 

Wij worden vernieuwd door de Geest (Tit. 3:5). De vernieuwing vindt plaats door de vernieuwende Geest, die zich met de wedergeboren geest van de gelovigen vermengt. Deze wedergeboren geest, die door Christus bewoond wordt, breidt zich tenslotte uit tot het verstand van de gelovigen (Ef. 4:23). Op deze wijze wordt niet alleen hun hele wezen vernieuwt, maar worden zij bovendien tot leden van de nieuwe mens gemaakt.

 

Door de wandel van de gelovigen in de nieuwheid van het leven

 

Wij, de wedergeboren heiligen en leden van de nieuwe mens, moeten als Gods nieuwe schepping in de nieuwheid van het goddelijke opstandingsleven wandelen (Rom. 6:4).

 

De oude mens afleggen

 

Om vernieuwd te worden door de vermengde geest (de vernieuwende Geest die vermengd is met de wedergeboren geest van de gelovigen), is het noodzakelijk dat de gelovigen hun oude mens afleggen en zichzelf verloochenen (Ef. 4:22; Mt. 16:24). Zelfverloochening betekent dat wij ons zelf aan het kruis moeten laten.

 

De nieuwe mens aandoen

 

Verder moeten de gelovigen de nieuwe mens aandoen, dat wil zeggen, moeten zij toepassen wat Christus aan het kruis heeft volbracht door de schepping van de nieuwe mens. Op deze wijze zullen zij Christus leven en verheerlijken door de overvloedige verzorging van de Geest van Jezus Christus (Ef. 4:24; Fil. 1:19-21). Het kruis brengt de gelovigen ertoe de oude mens af te leggen, terwijl de Geest hen ertoe brengt de nieuwe mens aan te doen. We kunnen de nieuwe mens alleen aandoen door de overvloedige verzorging van de Geest van Jezus Christus.

 

Door vertering

 

Vernieuwing vindt dan plaats wanneer de uiterlijke mens van de gelovigen verteerd wordt door hetgeen zij – ten gevolge van hun omstandigheden – te verduren krijgen (2 Kor. 4:16). Dit lijden doodt de uiterlijke mens van de gelovigen en vernieuwt hun innerlijke mens van dag tot dag. Over het algemeen wordt er in het leven van de mens meer geleden dan plezier ervaren. Het lijden van de gelovigen heeft voornamelijk betrekking op hun gezinsleven en het dagelijkse leven met hun echtgenoten, kinderen en familieleden. Maar al onze omstandigheden zijn in overeenstemming met Gods soevereine beschikking, waaraan we niet kunnen ontkomen. God regelt onze omstandigheden zo, dat onze uiterlijke mens beetje bij beetje verteerd en onze innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd wordt.

 

De gelovigen moeten vernieuwd worden

 

De gelovigen moeten op grondige wijze vernieuwd worden, opdat zij – praktisch gezien – Gods nieuwe schepping mogen zijn (Gal. 6:15).

 

Nieuw zijn als het Nieuwe Jeruzalem

 

De gelovigen moeten vernieuwd worden, opdat zij uiteindelijk net zo nieuw zullen zijn als het Nieuwe Jeruzalem (Op. 21:2). Er mag namelijk niets van de oude schepping in het Nieuwe Jeruzalem gebracht worden. Daar het Nieuwe Jeruzalem uit gelovigen samengesteld zal worden, moeten deze gelovigen eerst op grondige wijze vernieuwd worden.

 

HET GEHEIM VAN TRANSFORMATIE

 

Transformatie is het vijfde deel van Gods organische behoudenis.

 

Het goddelijke leven wordt toegevoegd aan het verloste leven van de gelovigen

 

Door de wedergeboorte werd het goddelijke leven aan het verloste leven van de gelovigen toegevoegd om deze twee levens tot één "geënt" leven te maken. Op deze wijze hebben de gelovigen deel aan de goddelijkheid.

 

Sommige christelijke leraren zijn vurige aanhangers van het idee van een "verwisselbaar leven". Deze gedachte komen we ook tegen in de biografie van J. Hudson Taylor, die door zijn zoon en schoondochter geschreven werd. Volgens dit idee is het christelijke leven een verwisselbaar leven, een leven waarin we ons leven inruilen voor het goddelijke leven, het leven van Christus. Deze leer berust op een grote vergissing. Er wordt in het Nieuwe Testament met geen woord over een verwisselbaar leven gesproken. Wel zegt het eerste gedeelte van Galaten 2:20: "Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer" (Herziene Voorhoeve uitgave). Dit is natuurlijk waar: het oude "ik" is inderdaad met Christus gekruisigd en dit "ik" leeft dus niet meer. Maar in dit vers vervolgt Paulus: "En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God". Aan de ene kant werd het oude "ik" gekruisigd, maar aan de andere kant is er sprake van een nieuwe "ik" die door het geloof van Christus leeft. Dit is dus geen kwestie van een verwisseld leven, maar veeleer van een geënt leven; van twee levens die – met behulp van enten – tot één leven samengevoegd werden. God heeft Zijn goddelijke leven dus aan ons verloste natuurlijke leven toegevoegd en heeft ons leven op Zijn leven geënt.

 

Door middel van dit geënte leven nemen de gelovigen deel aan Gods goddelijkheid. De gelovigen worden vermengd met God en God vermengt Zich met hen. Als gevolg hiervan hebben de gelovigen goddelijkheid in hun wezen en nemen ze deel aan Gods goddelijkheid.

 

De gelovigen worden geheiligd in hun natuur met de natuur van God


Heiliging heeft de gelovigen geheiligd, vooral in hun natuur, met de heilige natuur van God om hun natuur te veranderen; dus nemen ze ook deel aan Gods goddelijkheid. Hoe meer we geheiligd zijn, hoe meer we deelnemen aan Gods goddelijkheid.

 

De gelovigen worden hoofdzakelijk vernieuwd in hun verstand

 

Vernieuwing heeft de gelovigen hoofdzakelijk in hun verstand vernieuwd om hun verstand te veranderen met het verstand van Christus; dus nemen ze ook deel aan Gods goddelijkheid.

 

Er zijn drie dingen die ervoor zorgen dat wij deel nemen aan Gods goddelijkheid: wedergeboorte, heiliging en vernieuwing. Wedergeboorte verandert ons leven, heiliging verandert onze natuur en vernieuwing verandert ons verstand. Deze drie dingen stellen de gelovigen van Christus in staat om deel te nemen aan Gods goddelijkheid. Indien we dit beseffen, zullen we zien dat wij als gelovigen niet alleen menselijk, maar tevens goddelijk zijn. Wij zijn menselijke en goddelijke personen. Omdat we zowel goddelijk als menselijk zijn, zijn we dus ook mysterieus.

 

De transformatie van het hele wezen van de gelovigen

 

Door de transformerende Geest, die zich in hun geest bevindt, wordt het hele wezen van de gelovigen getransformeerd in het heerlijke beeld van Christus, opdat zij ten volle deel zouden nemen aan Gods goddelijkheid. Gevuld te zijn met Christus, die goddelijk is, betekent dus in wezen gevuld te zijn met goddelijkheid. Momenteel nemen we slechts gedeeltelijk deel aan Gods goddelijkheid, maar wanneer ons hele wezen getransformeerd en gevuld is met goddelijkheid zullen we volledig deelnemen aan Gods goddelijkheid.

 

Het resultaat van vernieuwing

 

Transformatie vindt plaats door middel van vernieuwing en is dus het resultaat van vernieuwing. Romeinen 12:2 zegt: "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt getransformeerd door de vernieuwing van uw denken" (Gr.). Dit vers geeft duidelijk aan dat transformatie het gevolg is van vernieuwing.

 

Transformatie in de ziel van de gelovigen

 

De vernieuwing vindt hoofdzakelijk plaats in het verstand van de gelovigen (Ef. 4:23); transformatie vindt plaats in de ziel van de gelovigen ten behoeve van hun hele wezen.

 

Geen uiterlijke correctie of aanpassing

 

Transformatie is niet een soort van terechtwijzing of uiterlijke aanpassing.

 

Een soort van metabolisme

 

Transformatie is een soort metabolisme, waarbij het element van het goddelijke leven van Christus aan het wezen van de gelovigen toegevoegd wordt om het beeld van Christus tot uitdrukking te brengen. Je zou dit kunnen vergelijken met iemand die een gezonde gelaatskleur heeft, omdat hij uitsluitend gezond voedsel tot zich neemt. Voor een gezonde gelaatskleur hoef je dus geen make-up aan te brengen, maar moet je eenvoudig gezond eten. Vervolgens zal dat gezonde voedsel verteerd en via de stofwisseling in het lichaam opgenomen worden, waar het onze gelaatskleur tenslotte zichtbaar zal veranderen. Dit zelfde principe geldt ook voor transformatie, waarbij een innerlijk metabolisme voor een uitwendige uitdrukking zorgt.

 

Door de Heer Geest

 

Transformatie wordt tot stand gebracht door de Heer Geest (de pneumatische Christus) die de gelovigen transformeert tot in het beeld van de heerlijkheid van Christus (2 Kor. 3:18). Het metabolisme dat betrokken is bij transformatie, transformeert ons uiteindelijk tot in het beeld van de heerlijkheid van Christus.

 

De Heer aanschouwen met een onbedekt gezicht

 

De gelovigen moeten de Heer voortdurend met een onbedekt gezicht aanschouwen en weerspiegelen en Hem op deze wijze tot uitdrukking brengen. Dit is niet alleen de basis voor de transformerende Geest, maar ook de wijze waarop Hij ons hele wezen transformeert tot in het verheerlijkte beeld van Christus als de eerstgeboren Zoon van God die God volkomen tot uitdrukking brengt.

 

Leven en wandelen door de Geest

 

De gelovigen moeten niet alleen door de Geest (Gal. 5:16,25) maar tevens in overeenstemming met de vermengde geest (Rom. 8:4b) leven en wandelen, opdat het goddelijke leven van Christus hen kan reguleren en transformeren tot in het beeld van de Heer der heerlijkheid.

 

Voleindigd  worden door gelijkvormigmaking

 

Transformatie vindt haar voleinding in gelijkvormigmaking, dat wil zeggen, in de volwassenheid van het goddelijke leven van de gelovigen. Zo worden de gelovigen niet alleen gelijkvormig aan het beeld van Christus, de eerstgeboren Zoon van God, maar nemen zij tevens deel aan Gods goddelijkheid. Op deze wijze brengen zij God tot uitdrukking in hun leven, karakter, innerlijk verstand en uiterlijk gedrag om het goddelijke zoonschap te genieten en ten volle aan Gods goddelijkheid deel te nemen.

 

Nu zou ik graag nog iets willen zeggen over een bepaalde uitdrukking, die de Heer ons gegeven heeft, namelijk: deel nemen aan de goddelijkheid van God. Dit klinkt misschien heel vreemd en wonderlijk. Ik geloof, dat dit een nieuwe uitdrukking is. In Gods organische behoudenis kunnen wij, als gelovigen in Christus, deel nemen aan de goddelijkheid van God. Gods leven werd namelijk in ons leven uitgedeeld. Bovendien wordt Zijn natuur in onze natuur en Zijn verstand in ons verstand gewerkt. We hebben zelfs Zijn goddelijke element, het element van de rijkdommen van Zijn onnaspeurlijke leven, dat ons hele wezen transformeert. We hebben dus het leven van God, de natuur van God, de geest van God en het goddelijke element van al zijn rijkdommen en nu kunnen we ten volle deelnemen aan Gods goddelijkheid. Voor ons om deel te nemen aan Gods goddelijkheid betekent dat Hij ons aan Hem gelijk maakt. Hij maakt ons God in Zijn leven, in Zijn natuur, in Zijn denken en in Zijn uitdrukking, maar natuurlijk niet in Zijn Godheid.

 

Het feit dat God Zichzelf in ons wezen uitdeelt betekent dus niet dat Hij ons heilig, volmaakt, overwinnend en geestelijk wil maken. Maar Hij werkt Zijn leven, Zijn natuur, Zijn verstand en Zijn element in ons, om ons tot God te maken met betrekking tot Zijn leven, Zijn natuur, Zijn verstand en Zijn uitdrukking.

 

Ten aanzien van deze zaak heb ik een grote last voor jullie. Ik ben bang dat jullie misschien niet beseffen of erkennen, dat God Zijn leven inmiddels in ons uitgedeeld heeft en dat Hij Zijn natuur in onze natuur, Zijn verstand in ons verstand en Zijn onnaspeurlijke rijkdommen in ons hele wezen wil werken, in het bijzonder in onze geest en onze ziel. Uiteindelijk, wanneer ons lichaam verheerlijkt is, zullen we net als God zijn in elk deel van ons wezen. Dit is geen menselijke gedachte – het is de goddelijke openbaring. Het is noodzakelijk dat we dit allen inzien en bidden: "Heer, werk Uzelf met alle aspecten van Uw leven, Uw natuur, Uw verstand en Uw rijkdom rijkelijk in mij en maak mijn hele wezen net als dat van U."

 

Witness Lee

The Secret of God's Organic Salvation: 'The Spirit Himself with Our Spirit', ch. 3