Het geheim van de opbouw

Schriftlezing:

Mt. 16:18; Joh. 14:23; 17:2-3, 6, 14 -19, 21-24, 26; Hnd. 2:42; 1 Kor. 3:6-9,11-14; 12:4, 7-11,13a; Ef. 1:23; 2:20-22; 3:16-19; 4:3-6, 11-13,15-16; 1 Tim. 1:4; 3:15; Op. 21:2, 18a.

 

IETS VAN HET GROOTSTE BELANG

 

De opbouw is een zaak van het grootste belang voor de voltooiing van Gods eeuwige economie.

 

De hoogste vereiste

 

Met hun medegelovigen opgebouwd te worden, is dan ook de hoogste eis die God aan Zijn trouwe volgelingen stelt; in overeenstemming met een van de goddelijke eigenschappen van de goddelijke Drie-eenheid (Joh. 17). Onze eenheid, waarvan we ten tijde van het Avondmaal des Heren getuigen, komt overeen met de goddelijke eenheid – een eigenschap van de goddelijke Drie-eenheid.

 

De hoogste deugd

 

Opgebouwd worden met anderen die deel hebben aan het goddelijke leven, is de hoogste deugd van degene die Christus wil volgen in Gods eeuwige economie. Opgebouwd worden is dus niet alleen de hoogste vereiste, maar tevens de hoogste deugd.

 

Het gevallen Adamitische ras kan niet aan de vereisten voldoen

 

Geen van de afstammelingen van het gevallen Adamitische ras heeft de capaciteit en het vermogen om aan de hoge eisen van het koninkrijk der hemelen te voldoen.

 

De gelovigen worden gekwalificeerd

 

Alleen de geregenereerde, geheiligde, vernieuwde en getransformeerde gelovigen zijn gekwalificeerd om aan de allerhoogste eisen van het koninkrijk der hemelen te voldoen.

 

De God mensen hebben het goddelijke vermogen

 

De God-mensen, die het goddelijke leven, de goddelijke natuur en het goddelijke denken bezitten en die bovendien deel hebben aan de goddelijkheid van God, hebben het goddelijke vermogen om aan de goddelijke vereisten van het goddelijke koninkrijk te voldoen. God heeft ons daartoe in staat gesteld door Zijn leven en natuur in ons uit te delen, door Zijn denken tot ons denken te maken en door ons te transformeren met het element van Zijn wezen. Wij prijzen Hem dat Hij ons in staat gesteld heeft om aan Zijn eisen te voldoen, door ons het goddelijke vermogen te geven.

 

HET GEHEIM VAN DE BOUW

De vereisten

 

Er zijn vele noodzakelijke vereisten voor de opbouw van de gelovigen in de Gemeente, het Lichaam van Christus.

 

Beseffen dat de Heer een opgebouwde Gemeente wil

 

De eerste vereiste is het besef dat de Heer – volgens Zijn hartsverlangen en Zijn welbehagen – naar een opgebouwde Gemeente verlangt en niet naar individuele gelovigen die her en der verspreid zijn. Indien we her en der verstrooide individuen zijn, kunnen we geen deel hebben aan de opbouw van de Gemeente. Het is daarom van het grootste belang dat wij dat inzien.

 

Erkennen dat de gelovigen in één Lichaam zijn gedoopt

 

Een andere vereiste is dat we erkennen dat alle gelovigen in één Geest tot in één Lichaam zijn gedoopt en dat God de leden in het Lichaam heeft geplaatst en het hele Lichaam heeft samengesteld (1 Kor. 12:13a, 18, 24). Als we zien dat God de leden al in het Lichaam heeft geplaatst en het Lichaam heeft samengesteld, zijn we opgebouwd.

 

In harmonie en in eendracht zijn

 

Verder is het noodzakelijk dat we in harmonie leven met onze medegelovigen en dat we eendrachtig zijn in het gebed met het hele Lichaam – dit resulteert uiteindelijk in de opbouw van de Gemeente (Mt. 18:19; Hnd. 1:14). Om deze reden is het dus noodzakelijk dat we niet alleen in eenheid, maar ook in zoete harmonie leven met onze medegelovigen en dat we eendrachtig zijn in het gebed met het hele Lichaam. Indien wij niet eendrachtig met alle heiligen kunnen bidden, zijn wij niet één met hen. Het samen bidden is dus een toets die aantoont of we al dan niet eendrachtig zijn met alle heiligen.

 

De eenheid van de goddelijke Drie-eenheid beoefenen

 

De eenheid van de goddelijke Drie-eenheid moet door de gelovigen beoefend worden zoals dit ook door de goddelijke Drie-eenheid zelf gedaan wordt. (Joh. 17:21-23). We dienen ons af te vragen wat voor soort eenheid wij nu eigenlijk beoefenen. Sommigen beweren de eenheid van het Lichaam in praktijk te brengen, maar in werkelijkheid beoefenen zij een sektarische, partijzuchtige eenheid. De eenheid van het Lichaam is de eenheid van de Drie-enige God. We beoefenen de eenheid van de Drie-enige God dus niet uit onszelf, maar vanuit de goddelijke Drie-eenheid. De drie personen van de goddelijke Drie-eenheid, de Vader, de Zoon en de Geest, beoefenen deze goddelijke eenheid onophoudelijk. Zo zegt Jezus bijvoorbeeld: "Ik en de Vader zijn één" (Joh. 10:30). Ook de Geest, als de voleinding en totaliteit van de Drie-enige God, bevindt zich in deze eenheid van de Vader en de Zoon. De Geest is tevens de Drie-enige God die ons bereikt. Toen Christus in ons kwam, kwam Hij namelijk als de Geest. Waar de Vader en de Zoon zich ook mogen bevinden, de Geest is altijd aanwezig.

 

Door het goddelijke leven

 

We beoefenen de eenheid van de goddelijke Drie-eenheid door het goddelijke leven, dat zijn oorsprong heeft in de goddelijke naam van de Vader (17:2-3, 6, 26). De naam geeft de persoon aan - de Vader, die de bron van het leven is.

 

Door het goddelijke woord

 

We beoefenen de eenheid van de goddelijke Drie-eenheid ook door het goddelijke woord als de waarheid die de gelovigen van de wereld afzondert (vs. 14-19). We zijn afgezonderd van de wereld en zijn heilig voor God.

 

Door de goddelijke heerlijkheid

 

Verder beoefenen we de eenheid van de goddelijke Drie-eenheid door de goddelijke heerlijkheid – het goddelijke zoonschap met het leven en de natuur van de Vader, die ons het goddelijke recht geven om de Vader tot uitdrukking te brengen (vs 22, 24). Het zoonschap bestaat uit het goddelijke leven en de goddelijke natuur. Iemand die het goddelijke leven en de goddelijke natuur niet bezit, is dus geen zoon van God, omdat hij het goddelijke zoonschap niet bezit. Het goddelijke zoonschap impliceert het leven en de natuur van God de Vader. Dit zoonschap geeft ons het recht om de Vader tot uitdrukking te brengen. Feitelijk is de Zoon van God de enige die dit recht heeft. God de Vader gaf Zijn heerlijkheid namelijk eerst aan Zijn Zoon, die deze heerlijkheid vervolgens aan ons gaf. En daar wij Gods zonen zijn, met Zijn leven en natuur als ons zoonschap, hebben we het recht om de Vader tot uitdrukking te brengen.

 

De eenheid van de Geest bewaren

 

De volgende vereiste is, dat we ons beijveren de eenheid van de Geest te bewaren (Ef. 4:3). We bewaren deze eenheid in de samenstelling van het Lichaam met de goddelijke Drie-eenheid (vs. 4-6) als de bron (de Vader), het element (de Zoon) en de essentie (de Geest). We bewaren deze eenheid ook door de vervolmaking van de begaafde leden voor de opbouw van het Lichaam van Christus (vs. 11-12). Dit betekent dat het bewaren van de eenheid niet alleen verband houdt met de Drie-enige God, maar ook met de begaafde personen – de apostelen, de profeten, de evangelisten en de herders en leraren. Bovendien bewaren we de eenheid door de groei in het goddelijke leven, groeiende tot in het Hoofd in alle dingen (vs. 13, 15).

 

In dezelfde gemeenschap zijn


De gelovigen moeten ook deel uitmaken van de dezelfde gemeenschap van het genot van Christus als het gemeenschappelijke deel van de gelovigen om de eenheid van het Lichaam te bewaren en zo te getuigen dat Christus noch deelbaar noch verdeeld is (1 Kor. 1: 2, 9-13 ).

 

Hetzelfde denken en dezelfde liefde hebben

 

Een andere vereiste is dat de gelovigen met elkaar gemeenschap hebben in de geest en hetzelfde denken en dezelfde liefde hebben in één geest, met één ziel en op één gemeenschappelijke grond voor het getuigenis van de eenheid van het Lichaam van Christus (Fil. 2:1, 2; 1:27). Wanneer je uitsluitend in je eigen streek gemeenschap hebt, is dat uiteraard geen universele gemeenschap, maar een bepaalde gemeenschap. Gemeenschap is namelijk universeel. Onze gemeenschap moet dus universeel zijn.

 

Leven en wandelen door de Geest

 

Vervolgens moeten de gelovigen niet alleen door de Geest (Gal. 5:16, 25), maar ook in overeenstemming met de vermengde geest (Rom. 8:4) leven en wandelen, terwijl ze hun verstand op deze vermengde geest zetten. Die vermengde geest wordt nu bewoond door de pneumatische Christus, de inwonende Geest, die het leven in hen uitdeelt dat hen in staat stelt om de werkingen van het lichaam te doden (Rom. 8:4, 6, 9-13).

 

Gelijkvormig worden aan de dood van Christus

 

Een andere vereiste voor de opbouw, is dat we gelijkvormig moeten worden aan de dood van Christus om het ik, de natuurlijke mens, het vlees, onze vervormde natuur, onze eigenaardigheden en persoonlijke voorkeuren en smaken etc., met Christus te kruisigen door middel van Zijn opstandingskracht (Fil. 3:10).

 

Christus vergroten

 

Indien we opgebouwd willen worden, moeten we Christus vergroten door Zijn leven uit te leven met behulp van de overvloedige verzorging van de Geest van Jezus Christus (Fil.1:19-21).

 

Christus uitdelen

 

Nog een andere vereiste is, dat we Christus prediken en uitdelen aan al onze contacten.

 

De geest onderscheiden van de ziel

 

Het is tenslotte noodzakelijk dat de geest, die een geest van kracht, liefde en bezonnenheid is (Heb. 4:12; 2 Tim. 1:7), onderscheiden wordt van de ziel. Deze twaalf punten zijn de vereisten om samen opgebouwd te kunnen worden.

 

De bouwers van het goddelijke bouwwerk

 

Op dit punt moeten we eens bezien wie de bouwers van het goddelijke bouwwerk zijn. Sommigen denken wellicht dat Christus de enige is die de Gemeente bouwt. Het Nieuwe Testament openbaart ons echter, dat, hoewel Christus inderdaad de Gemeente bouwt, Hij toch niet de enige bouwer is van het goddelijke bouwwerk.

 

Christus het Hoofd

 

De eerste bouwer is Christus het Hoofd, die de woorden van God spreekt, het goddelijke leven uitdeelt en de Geest niet met mate geeft (Matt. 16:18; Joh. 3:34). Tenzij we de uitdeling van het goddelijke leven hebben genoten en de Geest niet met mate hebben ontvangen, kunnen we geen deel uitmaken van het goddelijk bouwwerk, want de Heer Jezus kan ons niet in het goddelijk bouwwerk bouwen. Ja, de Heer bouwt de Gemeente, maar wij moeten degenen zijn die naar Zijn woord luisteren, deel hebben aan Zijn goddelijk leven en Zijn onmetelijke Geest delen, dat wil zeggen Zijn Geest onmetelijk delen.

 

De begaafde personen

 

De begaafde personen, vooral de apostelen en de profeten, vervolmaken de heiligen voor de opbouw van het Lichaam van Christus (Ef. 4:11-12).

 

De vervolmaakte heiligen

 

De vervolmaakte heiligen delen vervolgens in de last van de vervolmakende, begaafde personen. De bouwers zijn dus niet alleen Christus, maar ook de begaafde personen en de vervolmaakte heiligen.

 

Het hele Lichaam

 

Het hele Lichaam is ook een bouwer (Ef. 4:16). Het hele Lichaam bouwt door middel van de overvloedige bediening van elk gewricht en naar de werking die elk deel is toegemeten en door de groei van het Lichaam tot opbouwing van zichzelf in liefde. Hoe kan iemand dan nog beweren dat Christus de enige bouwer is? Tenzij het hele Lichaam zelf mee bouwt, kan het nooit opgebouwd worden. Het hele Lichaam moet dus meewerken om zichzelf in liefde op te bouwen.

 

Christus maakt Zijn woning in de harten van de heiligen

 

Christus maakt Zijn woning in de harten van de heiligen door hun inwendige mens met kracht te sterken door de Geest. Zo worden zij vervuld tot de volheid van de Drie-enige God en wordt Hij door hen tot uitdrukking gebracht (Ef. 3:16-19). Christus bouwt dus niet alleen het Lichaam op; Hij wil tevens woning maken in de harten van de gelovigen. Maakt Christus nu Zijn woning in je hart? Als je wilt dat Hij Zijn woning maakt in je hart, moet je je inwendige mens met kracht laten sterken door God de Vader en door Zijn Geest. Dan zal Christus Zijn woning maken in je hart "tot alle volheid Gods" (v. 19). Het feit dat Christus Zijn woning in ons hart maakt, heeft tot resultaat dat wij tot alle volheid van God vervuld worden, en God zodoende in het universum tot uitdrukking brengen.

 

De Drie-enige God bouwt de woningen

 

De Drie-enige God bouwt de woningen in het huis van de Vader door de Heilige Geest, die woont in degenen die Christus liefhebben. Vervolgens bezoeken de Vader en de Zoon de liefhebber van Christus om een wederzijdse woning bij hem te maken (Joh. 14:23). In het huis van de Vader zijn dus vele woningen, die door de Drie-enige God gebouwd worden door de Heilige Geest. Deze woning is een wederzijdse woonplaats voor de gelovige en de Drie-enige God.

 

Het fundament van het goddelijk bouwwerk

De verlossende en reddende Christus

 

Het fundament van het goddelijk bouwwerk is de verlossende en reddende Christus (1 Kor. 3:11). Hij is het unieke fundament en zoals Paulus zegt: "een ander fundament kan niemand leggen."

 

De openbaring gegeven aan de apostelen en profeten

 

Het fundament bestaat verder uit de apostelen en de profeten met hun openbaring van Christus als de rots en met hun leer (Ef. 2:20; Mt. 16:18; Hnd. 2:42; 1 Tim. 1:4). In Mattheüs 16:16 verklaarde Petrus: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God." De Here Jezus zei vervolgens tegen Petrus dat hij gezegend was om zo'n openbaring te ontvangen. Verwijzend naar deze openbaring, vervolgde Hij: "Op deze rots zal Ik mijn Gemeente bouwen." (v. 18). Dit toont duidelijk aan dat het fundament niet alleen uit Christus bestaat, maar ook uit de "rots" van de openbaring die door de apostelen en profeten wordt ontvangen. Verder bestaat deze rots uit de leer van de apostelen, die in feite het hele Nieuwe Testament omsluit. Het fundament bestaat dus zowel uit Christus als uit de openbaring die aan de apostelen en profeten gegeven wordt. Dit is het fundament waarop wij vandaag bouwen.

 

De materialen van het goddelijk bouwwerk

De goddelijke Drie-eenheid als de kostbare bestanddelen

 

Ten eerste zijn de materialen van het goddelijk bouwwerk de goddelijke Drie-eenheid als de getransformeerde bestanddelen: goud, zilver en kostbare stenen (1 Kor. 3:12). Paulus waarschuwt ons er op toe te zien hoe wij bouwen op Christus als het fundament. We moeten dus de juiste materialen gebruiken, namelijk: goud, zilver en kostbare stenen. Goud staat voor God de Vader als de basis van het goddelijke bouwwerk (Gn. 2:11; Op. 21:18, 21). Zilver of bdellium en parels staan voor Christus met Zijn verlossende, leven-bevrijdende dood en Zijn leven-gevende opstanding (Gn. 2:12; Op. 21:21). Kostbare stenen staan voor de Geest en Zijn transformerende en opbouwende werk (Gn. 2:12; Op. 21:19, 20).

 

De getransformeerde gelovigen

 

De materialen omvatten ook de getransformeerde gelovigen die de goddelijke planten zijn die getransformeerd worden tot in de goddelijke mineralen (1 Kor. 3:6-9).

 

De onwaardige materialen

 

Hout, dat hier in contrast staat met het goud, duidt op de natuur van de natuurlijke mens. Gras staat hier in contrast met het zilver en duidt op de gevallen mens, de vleselijke mens (1 Pe. 1:24). Stoppels, die hier een contrast vormen met de kostbare stenen, duiden op het leven en werk die uit een aardse bron voortkomen. Al deze dingen zijn het uiteraard niet waard om gebruikt te worden als materiaal voor het goddelijke bouwwerk (1 Kor. 3:12).

 

De natuurlijke mens kan namelijk niet gebruikt worden voor het goddelijke bouwwerk. De natuurlijke mens, de mens die door God geschapen is, mag dan wel goed zijn, maar hij is niet wedergeboren en getransformeerd en is daarom niet het juiste materiaal voor het goddelijke bouwwerk. De gevallen mens, de vleselijke mens, maakt uiteraard geen deel uit van dit bouwwerk. Tenslotte zijn het leven en het werk die uit een aardse bron voortkomen, het ook niet waard om in het goddelijke bouwwerk opgenomen te worden. Dat soort materiaal moet niet gebruikt worden voor het goddelijke bouwwerk. Je moet alleen bouwen met de kostbare materialen, dat wil zeggen met de Drie-enige God en met de getransformeerde gelovigen. Als we dit zien, zullen we beseffen dat we bij de opbouw van de Gemeente ons zelf aan de kant moeten zetten, met inbegrip van alles wat we zijn – hetzij onze van nature goede mens of onze gevallen, vleselijke mens. Alles wat uit een aardse bron voortkomt, moet aan de kant gezet worden. Natuurlijke en wereldse dingen zijn niet geschikt voor de opbouw van de Gemeente, het Lichaam van Christus.

 

Het werk van de goddelijke opbouw

Vernieuwen, transformeren en opbouwen

 

Het werk van de goddelijke opbouw vindt plaats door middel van vernieuwing en transformatie. Vernieuwing mondt uit in transformatie en transformatie resulteert in opbouw. Het opbouwen van de jaspis muur van het Nieuwe Jeruzalem gaat gelijk op met haar transformatie (Op. 21:18a). We moeten eerst vernieuwd en getransformeerd worden voordat we deel kunnen hebben aan de opbouw.

 

De groei van de gelovigen in het goddelijke leven

 

De goddelijke opbouw van de gelovigen is dus afhankelijk van hun groei en hun vereniging in het goddelijke leven (Ef. 4:15, 16; 2:21). Het is daarom noodzakelijk dat we niet alleen samen opgroeien, maar tevens samen verenigd worden in het goddelijk leven. Dit groeien en samenvoegen is de opbouw. De werkelijke opbouw bestaat dus uit onze groei en onze vereniging in het goddelijke leven. Alleen wanneer we groeien en verenigd worden in het goddelijke leven, kunnen we van opbouw spreken.

 

De gelovigen worden samen in Christus gebouwd

 

Het werk van de goddelijke opbouw bestaat ook hierin dat wij, als gelovigen in Christus, door de Geest opgebouwd worden tot een woning van God (Ef. 2:22) in onze geest – die het eigendom van Christus is. Deze twee geesten zijn vermengd tot één geest. Aan de hand van deze ervaring wordt het Lichaam door ons opgebouwd.

 

De werking van de Geest

 

Verder vindt er opbouw plaats door de werking van de Geest, die aan elk lid verschillende gaven geeft, voor de opbouw van het Lichaam (1 Kor. 12:4, 7-11). De uitdeling van de Geest van de verschillende gaven aan de verschillende leden is de eigenlijke opbouw.

 

Beloond door Christus

 

Het bouwen met goud, zilver en kostbare stenen zal, ten tijde van Zijn wederkomst, door Christus worden beloond. Als er echter met hout, gras en stoppels gebouwd is, zal alles verbranden op de dag van de Heer (1 Kor. 3:12-14). Als je werk, met betrekking tot de opbouw van de Gemeente, uit je natuurlijke, gevallen of vleselijke mens voortspruit of als dit werk uit een aardse bron voortvloeit, zul je niet alleen geen beloning ontvangen, maar zal je werk in plaats daarvan verbrand worden.

 

Het Nieuwe Testament openbaart dat er aan het eind van deze eeuw drie dingen verbrand zullen worden. Zo duidt Openbaring 17:16 aan dat het Katholicisme verbrand zal worden. In Mattheüs 13 geeft de Heer Jezus aan dat het onkruid, de valse christenen in het christendom, verbrand zal worden (vs. 24-30, 40, 41). De valse christenen hebben Gods eeuwige economie veel schade berokkend. Wanneer de Here Jezus terugkomt, zal Hij Zijn engelen uitzenden om het onkruid te verzamelen, in bossen te binden en te verbranden. Dit is het verbranden van de valse gelovigen in het Protestantisme. Het derde ding dat verbrand zal worden, staat in 1 Korinthiërs 3:13-15: "Ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hijzelf zal gered worden, maar als door vuur heen." Wanneer we de Gemeente bouwen met God de Vader als het goud, met God de Zoon als het zilver en met God de Geest als het edelgesteente, zullen we een beloning ontvangen. Wanneer we het werk van de opbouw echter vanuit de natuurlijke of gevallen mens verrichten of met dingen die uit een aardse bron voortkomen, zal ons werk zonder meer verbrand worden, maar zullen wijzelf gered worden. We moeten dus wel nagaan hoe we de Gemeente bouwen. Het is noodzakelijk dat we bouwen met de goddelijke Drie-eenheid als het kostbare en getransformeerde bouwmateriaal.

 

De voleindiging van het goddelijke bouwwerk

De Gemeente als het Huis van God

 

Het goddelijke bouwwerk zal voltooid zijn wanneer de Gemeente zich in vele plaatsen bevindt als het huis, de woonplaats van God en als een heilige tempel in de Heer (1 Tim. 3:15; Ef. 2:21, 22).

 

Het Lichaam van Christus

 

Het zal ook voleindigd zijn wanneer het universele Lichaam van Christus, Christus tot uitdrukking brengt (Ef. 1:23). Omdat alle gemeenten één Lichaam zijn, is het noodzakelijk dat de medewerkers geen regionaal, maar een universeel werk verrichten – voor het universele Lichaam. Alle gelovigen in Christus zijn immers door de Geest tot in één Lichaam gedoopt (1 Kor. 12:13a). In de praktijk betekent dit dat de gelovigen samen opgebouwd moeten worden in het Lichaam van Christus (Ef. 4:12) door de bouwers van het goddelijke bouwwerk in het tijdperk van het Nieuwe Testament.

 

Witness Lee

The Secret of God's Organic Salvation: 'The Spirit Himself with Our Spirit', ch. 4