Christus de volkomen God

Schriftlezing:

Rom. 9:5; Exo. 3:14-16; Joh. 1:1, 4; Heb. 1:10; Joh. 1:18; 3:16; 6:46; 16:27; 17:8; 5:43; 10:25; Jes. 9:6; Joh. 10:30; 14:10, 11; 8:16, 29; 16:32; 3:3, 4; 5:26; 14:26; 1 Kor. 15:45b; 2 Kor. 3:17; Opb. 22:13; 1 Joh. 1:1-2; Kol. 2:2, 9

In deze reeks boodschappen willen wij het geheim van de ervaring van Christus in ogenschouw nemen. Christus is het brandpunt, het middelpunt van de gehele Bijbel. De Bijbel openbaart Hem aan ons, opdat wij Hem zouden ervaren. Gods eeuwige voornemen hangt van Hem af. Hij is de centrale Persoon, de centrale Figuur in de Bijbel. Als christenen moeten wij Hem van dag tot dag ervaren. Wanneer wij Christus op een bepaalde dag niet ervaren, dan is die dag verloren. Het christenleven is een leven waarin wij Christus te allen tijde ervaren. Indien wij Christus willen ervaren, moeten wij eerst het geheim van deze ervaring ontdekken.

 

HET ONTVANGEN VAN DE OPENBARING VAN DE PERSOON VAN CHRISTUS

 

Om Christus te ervaren, moeten wij eerst openbaring ontvangen van Zijn Persoon. Zowel de Bijbel, alsook de hele geschiedenis van de mensheid vertellen ons, dat Christus een wonderbaarlijk Persoon is. In de zes duizendjarige geschiedenis van de mensheid was er geen wonderbaarlijker Persoon dan Christus. Hij is niet alleen wonderbaarlijk, maar ook geheimzinnig. Niet één geschiedkundige kan ontkennen, dat er in de mensengeschiedenis zo'n geheimzinnig Persoon bestond, met name — Jezus Christus. Christus is zó geheimzinnig, dat niemand werkelijk kan zeggen waar Hij vandaan kwam en waar Hij heenging. Niet één geschiedkundige kan ons zeggen, waar Jezus Christus vandaag is. En toch wordt in Hem geloofd, wordt Hij verhoogd, aanbeden en geprezen door miljoenen van Zijn gelovigen op deze aarde. Ofschoon er niemand is onder hen, die Hem ooit met eigen ogen gezien heeft, hebben Zijn gelovigen Hem allen lief, en zouden velen zelfs voor Hem sterven (1 Pet. 1:8). Velen hebben reeds hun leven voor deze Christus opgeofferd. Hij is een mysterie, dat door geen menselijke woorden verklaard kan worden.

 

Om de openbaring van Christus te ontvangen moeten wij ons tot de Bijbel wenden. De Bijbel gebruikt menselijke taal om Christus te beschrijven. Ondanks het feit dat Hij zo geheimzinnig, goddelijk en geestelijk is, gebruikt de Bijbel menselijke woorden om ons te vertellen wie Hij is.

 

DE VOLKOMEN GOD

 

Ten eerste vertelt de Bijbel ons, dat Christus de volkomen God is. Romeinen 9:5 zegt dat "Christus ... God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid" (Voorh.). Er is slechts één God in het hele universum (Jes. 45:5; 1 Kor. 8:4; 1 Tim. 2:5). Deze unieke God is werkelijk, waarachtig en levend. Christus Zelf is precies deze God. Christus is de volkomen God, niet slechts een deel van God.

 

De Zelf bestaande en Eeuwig bestaande - de Grote Ik Ben

 

De Bijbel toont ons dat deze Christus, die God is, zelf bestaand en eeuwig bestaand is (Exo. 3:14). Hij heeft geen begin en geen einde. In het Oude Testament is Zijn naam "Jehova" (Exo. 3:15). De goddelijke titel Jehova betekent in feite: "bestaan." Dit is vergelijkbaar, qua betekenis, met het werkwoord: "zijn." Jezus Christus is Jehova, de grote "Ik Ben," de grote "Is" (Joh. 8:24, 28, 58). In het verleden was Hij, in het heden is Hij en in de toekomst zal Hij zijn. Elk waarneembaar object zal voorbij gaan, maar Christus blijft voor eeuwig bestaan (Heb. 1:10-12). Hij is de unieke: "Ik Ben."

 

Jehova, de Drie-enige God: de Vader, de Zoon en de Geest

 

Exodus 3:15-16 openbaart dat Christus, als Jehova, de Drie-enige God is. De term "Drie-enige God" betekent niet, dat er drie Goden zijn. Het betekent, dat de unieke God drie-enig is; Hij is een "drie-één" God. Hij is één en toch drie, drie en toch één. Als de Vader, de Zoon en de Geest is Hij één unieke God (Matt. 28:19). Dit is een onverklaarbaar mysterie. We kunnen niet verklaren hoe één drie kan zijn en drie één. Christus Zelf is deze unieke God —de Vader, de Zoon en de Geest.

 

Het Eeuwige Woord: God Zelf

 

Johannes 1:1 zegt: "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God." In dit vers wordt Christus als het eeuwige Woord geopenbaard, dat God Zelf is.

 

De Schepper

 

De Bijbel openbaart ook dat Christus de Schepper is (Joh. 1:3; Heb. 1:10). Het universum is Zijn schepping (Kol. 1:16). Hij schiep de hemel en de aarde. Hij schiep zowel het universum, met miljarden details, alsook de mensheid — met jou en mij.

 

De Zoon van God

 

Christus is God en Hij is ook de Zoon van God (Joh. 1:18; 3:16). In de Bijbel betekent de Zoon van God, Gods uitdrukking. Zelfs menselijk gesproken is een zoon de uitdrukking van zijn vader. Wanneer je een zoon ziet, herken je onmiddellijk het gezicht van de vader. Christus, als de Zoon van God, is de uitdrukking van God.

 

Gezonden door de Vader, komt Hij van en met de Vader

 

In Johannes 6:46 en 16:27 zei de Heer Jezus, dat Hij "van God" kwam, en in Joh. 17:8 bad Hij tot de Vader: "Ik ben van U uitgegaan," en "Gij hebt Mij gezonden." Het Griekse woord vertaald door "van" in deze verzen is "para," hetwelk "naast" of "bij" betekent. De betekenis van dit Griekse woord is niet slechts "van," maar "van met." De Heer kwam niet slechts van God, maar ook met God. Terwijl Hij van God komt, is Hij nog steeds bij God (vgl. Joh. 8:16, 29; 16:32).

 

Het Nieuwe Testament vertelt ons dat de Zoon door de Vader gezonden werd en tevens "van met" de Vader kwam. Dit betekent dat toen de Vader Hem zond, Hij Hem met de Vader Zelf zond. Ik zou bijvoorbeeld iemand naar jou toe kunnen zenden en zelf met hem meekomen. Wanneer hij naar jou toekomt, kom ik naar jou toe met hem. Dit illustreert het geheimzinnige feit dat toen de Vader de Zoon zond, Hij tevens met de Zoon meekwam.

 

Komend en werkend in de Naam van de Vader, wordt Hij de Eeuwige Vader genoemd

 

Het Nieuwe Testament vertelt ons ook dat de Zoon in de naam van de Vader kwam (Joh. 5:43). Wanneer de Zoon komt, komt Hij met de Vader en in de naam van de Vader. Wanneer uiteindelijk de Zoon komt, komt ook de Vader. Wanneer we de Zoon bezitten, bezitten we zowel de Zoon alsook de Vader. We hebben de Zoon met de Vader.

 

Eenmaal gekomen, werkte de Zoon bovendien in de naam van de Vader (Joh. 10:25). Niet alleen was Zijn komst in de naam van de Vader, maar Hij deed bovendien al Zijn werk in de naam van de Vader. Om deze reden vertelt Jesaja 9:6 ons dat Zijn naam de Eeuwige Vader genoemd wordt. Omdat de Zoon in de naam van de Vader kwam en tevens in de naam van de Vader werkte, wordt Hij de Vader genoemd.

 

De Zoon en de Vader zijn één

 

Het Nieuwe Testament vertelt ons dat de Zoon en de Vader één zijn (Joh. 10:30). Zeker, de Zoon is de Zoon en de Vader is de Vader. Deze twee zijn verschillend, maar niet afzonderlijk. In één opzicht zijn de Zoon en de Vader twee, maar in een ander opzicht zijn zij één. Wij kunnen dit niet begrijpen, maar het is niettemin een feit. Wij kunnen Christus nooit van de Vader scheiden, aange­zien Hij en de Vader één zijn.

 

Hij is Coïnherent met de Vader

 

In Johannes 14:10 en 11 vertelt de Heer ons dat Hij in de Vader is en de Vader in Hem. In theologisch jargon wordt dit coïnherentie genoemd. Coïnherentie betekent dat twee personen in elkaar bestaan of verblijven. De Zoon verklaarde dat Hij in de Vader wa en de Vader in Hem. Deze twee zijn coïnherent. Zij verblijven in elkaar. Ofschoon dit ons verstand te boven gaat, is het niettemin een feit.

 

Hij heeft de Vader altijd bij Zich

 

De Bijbel vertelt ons, dat de Vader altijd bij de Zoon was. Toen Christus op deze aarde leefde, vertelde Hij de mensen dat de Vader altijd bij Hem was en Hem nooit alleen liet (Joh. 8:16, 29; 16:32). In Johannes 16:32 vertelde de Heer Zijn discipelen dat wanneer er vervolging kwam zij Hem allen zouden verlaten. Ofschoon zij Hem zouden verlaten, was Hij nochtans niet alleen, omdat de Vader bij Hem was. Hij was altijd in de Vader en de Vader was in Hem. Hij was derhalve altijd bij de Vader en de Vader bij Hem.

 

Deze kennis helpt ons Christus te ervaren. Wanneer wij Christus ervaren, ervaren wij Hem niet alleen — wij ervaren Hem met de Vader. Wij ervaren Hem met de Vader in Hem en met Hem in de Vader. Onze ervaring van Christus wordt hierdoor ten zeerste verrijkt.

 

1 Johannes 2:23 vertelt ons dat wanneer wij de Zoon belijden, wij ook de Vader bezitten. Wanneer wij de Zoon hebben, bezitten wij derhalve ook de Vader. De Vader te hebben, betekent dat wij Hem bezitten en aan Hem deelhebben. Wij genieten nu niet alleen van de Zoon, maar van de Zoon met de Vader.

 

De Gever en Zender van de Geest

 

De Drie-enige Godheid bestaat uit de Vader, de Zoon en de Geest. Tot dusver hebben wij gezien dat volgens de Bijbel de Zoon en de Vader één zijn. Wanneer we Hem hebben, genieten wij Hem met de Vader. Nu moeten wij verder zien dat Christus zowel de Gever van de Geest is (Joh. 3:34), alsook de Zender van de Geest (Joh. 15:26).

 

Johannes 15:26 zegt: "Wanneer de Trooster komt, die Ik U zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen." Volgens dit vers zendt Christus de Geest van de Vader. Wij moeten echter niet vergeten dat het Griekse voorzetsel "para," wat tweemaal in dit vers vertaald wordt door "van," zowel de betekenis "van" heeft, alsook "met" of "bij." In wezen is de kerngedachte van dit Griekse voorzetsel "met" of "bij." Derhalve is het correct om "para" in dit vers te vertalen als "met;" wat duidelijk aangeeft dat de Zoon de Geest met de Vader zal zenden. Het woord van de Heer in 15:26 betekent niet dat Hij de Geest en de Vader zal zenden, maar het betekent dat Hij de Geest met de Vader zal zenden. De Vader komt altijd met de Geest.

 

Is het niet heerlijk dat, toen Christus de Geest zond, de Geest uit de Vader voortvloeide en met de Vader Zelf kwam? Wanneer Christus de Geest geeft en Hem naar ons toezendt, komt de Geest met de Vader. Wanneer wij alleen Johannes 15:26 lezen, dan lijkt het wel alsof de Geest met de Vader komt, maar niet met de Zoon. Indien we echter Joh. 15:26 nauwkeurig met Joh. 14:26 vergelijken, kunnen wij zien dat Christus niet alleen de Geest zendt en de Geest met de Vader komt, maar ook, dat de Vader de Geest zendt in de naam van de Zoon. Volgens Joh. 15:26 zendt Christus de Geest en komt de Geest met de Vader en volgens Joh. 14:26 zendt de Vader de Geest in de naam van de Zoon. Wanneer de Geest gegeven wordt, wordt Hij met de Vader gegeven en geeft ook de Vader de Geest in de naam van de Zoon.

 

Na het lezen van deze twee verzen zou je je af kunnen vragen, "Wie zond nu eigenlijk de Geest — de Zoon of de Vader?" Eén vers, 15:26, zegt dat de Zoon de Geest zond en het andere, 14:26, dat de Vader de Geest zond in de naam van de Zoon. Zowel de Zoon alsook de Vader is de Zender. Beiden zenden dezelfde Geest. De Zoon zond de Geest met de Vader en de Vader zond de Geest in de naam van de Zoon. Uiteindelijk, wanneer de Geest komt, komen ze alle Drie; omdat de Geest die gezonden wordt door de Zoon, met de Vader komt en de Geest die gezonden wordt door de Vader, in de naam van de Zoon komt. Wanneer derhalve de Geest wordt gegeven en bij ons binnenkomt, hebben we niet alleen de Geest, maar de Geest met de Vader in de naam van de Zoon.

 

Velen hebben in de Heer geloofd en Hem ontvangen als hun Heiland. Zij weten dat de Heer in hen is, maar omdat zij misschien niet zo vurig voor de Heer zijn, menen zij dat zij de Geest wellicht niet ontvangen hebben. Voor hen is de Heer, in wie zij geloofden en wie zij ontvingen, alléén de Heiland, maar niet de Geest. De Heer is alleen bij machte om voor hen aan het kruis te sterven, om hen te verlossen en te behouden, maar Hij is niet in staat om hen voor Zichzelf in vuur en vlam te zetten. In hun idee hebben zij Christus, maar niet de Geest. Volgens hun opvatting is de Geest overal, behalve in hen en moeten zij — Christus terzijde gelaten — de Geest nog steeds ontvangen.

 

In feite, is Christus altijd bij de Vader en is de Vader altijd bij de Geest. Deze Drie zijn verschillend, maar Zij zijn niet afzonderlijk. De Bijbel maakt ons niet wijs dat de Zoon op de aarde, de Vader in de hemel en de Geest als een duif in de lucht is. Hij leert ons niet dat, wanneer wij Christus in ons ontvangen de Vader in de hemel op Zijn troon blijft en de Geest op ons wacht totdat wij onszelf voor Hem openen. Integendeel, vooral in het evangelie naar Johannes wordt ons duidelijk verteld dat de Vader altijd bij de Zoon is en de Geest altijd bij de Vader. Wanneer wij de Zoon hebben, hebben wij de Geest met de Vader. Wanneer wij Eén van hen hebben, hebben wij ze alle Drie.

 

Wij moeten ons realiseren dat wanneer wij de Heer Jezus in ons hebben wij de Vader, de Zoon en de Geest hebben. Onze God is Drie-enig. Hij bestaat niet uit drie afzonderlijke Personen, maar Hij is één Drie-enige God. Het Engelse woord "triune" is samengesteld uit twee Latijnse woorden: "tri" wat "drie" betekent, en "une" wat "één" betekent. Onze God is Eén en toch is Hij Drie; Hij is Drie en toch Eén. Wanneer wij Eén van hen hebben, hebben wij ze alle Drie.

 

Wanneer wij de Zoon hebben, hebben wij de Vader omdat de Vader bij de Zoon is. We hebben dan ook de Geest omdat de Geest met de Vader komt. Het is niet nodig om te proberen de Geest onafhankelijk van de Vader en de Zoon te ontvangen. We behoeven slechts te bidden: "Heer Jezus, dank U, dat U in mij bent. Ik weet dat zowel de Geest alsook de Vader met U zijn. Wanneer ik U heb, heb ik zowel de Vader alsook de Geest.”

 

Indien wij dit aan onze ervaring toetsen, zullen wij merken dat wanneer wij de naam van de Heer Jezus aanroepen wij de Heer Jezus, de Geest en ook de Vader met de Zoon hebben. Aan de hand van dergelijke ervaringen vragen wij ons vaak verbaasd af wie er dan eigenlijk wel in ons is: de Vader, de Zoon of de Geest. Het is mogelijk dat wanneer wij in gebed zijn, wij plotseling beseffen dat de Zoon in ons is. Dan, op het volgende ogenblik, worden wij gewaar dat de Vader in ons is; en wat later, dat ook de Geest in ons is.

 

In mijn jeugd was mijn geestelijke visie niet zo helder. In mijn gebed raakte ik vaak in de war en dacht: "Wie zal ik aanroepen? Zal ik de Heer Jezus aanroepen of zal ik Abba, Vader roepen of zal ik misschien de Heilige Geest aanroepen?" Naar mijn gevoel waren alle Drie bij mij. Alle Drie waren aanwezig, maar toch waren deze Drie Eén. Wanneer ik riep "O Heer Jezus" was de Vader aanwezig. Wanneer ik riep "O Vader" was de Heer Jezus bij mij. Soms, vanwege mijn troebele visie, riep ik hen alle Drie tegelijk aan We moeten ons hierover geen zorgen maken; we kunnen zonder meer bidden: "Heer Jezus, ik dank U. O Vader, ik aanbid U. O Heilige Geest, ik dank U dat U bij mij bent." Aan zo'n gebed mankeert niets, daar de Drie in de Drie-eenheid niet afzonderlijk zijn. Zij zijn "drie-één." Om deze reden sprak de Heer in Mattheüs 28:19 tot Zijn discipelen: "Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.”

 

Wanneer wij een heldere visie hebben, zullen wij vele complicaties weten te vermijden. Sommige christelijke groeperingen menen bijvoorbeeld dat zij de mensen tot drie keer toe moeten dopen; eenmaal in de naam van de Vader, eenmaal in de naam van de Zoon en eenmaal in de naam van de Heilige Geest. Mijn doel is niet om deze gewoonte te bekritiseren of om te zeggen dat zij hier verkeerd aan doen. Maar ik meen te zeggen dat dit nogal ingewikkeld en lastig is. Wij hebben niet drie Goden, maar één unieke God. Wij aanbidden niet drie Goden, maar één God, die drie-enig is: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Strikt genomen, hoeven de mensen daarom niet tot drie keer toe gedoopt te worden. Eenmaal is meer dan genoeg. Ik gebruik dit voorbeeld echter om te illustreren, hoezeer wij een heldere visie omtrent de Persoon van Christus nodig hebben.

 

Onze Christus is allesomvattend. Hij is de volkomen God en deze God is drie-enig: de Vader, de Zoon en de Geest. Wij hebben niet drie Goden; we hebben slechts één God, die de Vader, de Zoon en de Geest is. Halleluja, Christus is deze unieke God! Wij moeten ons realiseren, dat, wanneer wij Hem ervaren, wij de Drie-enige God ervaren. Wij ervaren niet alleen Jezus Christus, maar wij ervaren de volkomen Drie-enige God. In Zijn opstanding werd Hij de Leven-gevende Geest.

 

In Zijn opstanding en zijnde de Geest werd Hij de Leven-gevende Geest

 

De Bijbel openbaart dat Christus aan het kruis ging, stierf, begraven werd en uit de dood opstond. In Zijn opstanding werd Hij een leven-gevende Geest (1 Kor. 15:45). Hij is niet alleen de Gever en de Zender van de Geest, maar in Zijn opstanding werd Hij de leven-gevende Geest. 2 Kor. 3:17 vertelt ons derhalve dat Hij de Geest is.

 

De Alfa en Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde

 

In Openbaring - het laatste boek in de Bijbel - verklaarde de Heer, dat Hij de Alfa en Omega is (22:13). Alfa en Omega zijn de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet. Te zeggen dat Christus de Alfa en Omega is, betekent dat Hij elke letter in het alfabet vertegenwoordigt. Hij is niet slechts de eerste en de laatste letter, maar Hij is elke letter. In Openbaring 22:13 vervolgde de Heer derhalve Zijn verklaring door te zeggen dat Hij zowel de Eerste en de Laatste is, alsook het Begin en het Einde. Dit betekent dat Hij allesomvattend is. Hij is alle tweeëntwintig letters van het Griekse alfabet en tevens is Hij elk woord wat met dit alfabet gevormd kan worden. Verder is Hij elke zin die met deze woorden gevormd kan worden; en bovendien is Hij de volledige compositie die met al deze zinnen samengesteld wordt. Uiteindelijk is alleen Christus de volledige compositie. Christus is allesomvattend.

 

Het Eeuwige Leven

 

Een dergelijke allesomvattende Christus is het eeuwige leven (1 Joh. 1:1-2). Hij is het eeuwige leven voor ons, opdat wij Hem zouden ervaren.

 

Het Mysterie Gods

 

Kolossenzen 2:2 vertelt ons dat Christus het mysterie Gods is. God is mysterieus. God Zelf is een mysterie en dit mysterie wordt volledig in Christus en door Christus geopenbaard. Het feit, dat Christus het mysterie Gods is, geeft te kennen dat, indien wij een verlangen hebben om God te kennen, wij Christus moeten kennen. Christus is de definitie en verklaring van God. Christus is ook de uitdrukking van God. Alles wat God aangaat, is te vinden in Christus.

 

De Belichaming van de Drie-enige God

 

Christus Zelf is de belichaming van de Drie-enige God. Kolossenzen 2:9 vertelt ons, dat de hele volheid der Godheid lichamelijk in Christus woont. De gehele volheid der Godheid is terug te voeren op de Drie-eenheid: de Vader, de Zoon en de Geest. De goddelijke Drie-eenheid is de volheid der Godheid; en deze volheid der Godheid woont in Christus. Christus is derhalve de belichaming van de Drie-enige God. De Vader, de Zoon en de Geest worden allen in Christus belichaamd.

 

Christus, onze Verlosser en Heiland, is allesomvattend. En als zo een Allesomvattende is Hij de volkomen God. Het vergt veel tijd om ons van de betekenis van voornoemde details omtrent de Persoon van Christus te vergewissen — totdat wij volledig verzadigd en doordrenkt zijn met deze dingen. Dan zullen wij ons realiseren dat de Drie-enige God: de Vader, de Zoon en de Geest, één God is, die in de Persoon van Christus belichaamd wordt. Wanneer wij Christus ontvangen, ontvangen wij de Drie-enige God. Wanneer wij Christus genieten, genieten wij de Drie-enige God. Wanneer wij Hem ervaren, ervaren wij de Vader, de Zoon en de Geest. Dit is iets geweldigs!

 

Witness Lee

The Secret of Experiencing Christ, ch. 1