Gods volledige behoudenis

Schriftlezing:

Rom. 1:17a; 3:21-26; 9:30-31; Luc. 24:47; Heb. 1:3; Rom. 5:10a; 1 Kor. 1:2; Heb. 13:12; Rom. 1:17b; Hand. 11:18; Rom. 5:10b, 17b, 18b, 21b.

 

De centrale last van deze boodschap(pen) kan als volgt samengevat worden:

  • De volledige behoudenis van God heeft twee aspecten: het juridische aspect en het organische aspect.
  • Het juridische aspect is de procedure van Gods behoudenis: zodat Gods behoudenis aan de hand van de verlossing van Christus aan de rechtvaardige eisen van Zijn wet zou voldoen.
  • Het organische aspect is de vervulling van Gods behoudenis door middel van het leven van Christus: zodat de gelovigen zowel getransformeerd worden, alsook groeien en volgroeien in Gods leven.

Christus is het middelpunt, het Lichaam van Christus de centrale lijn en het Nieuwe Jeruzalem het uiteindelijke doel van Gods behoudenis. Deze behoudenis zal volledig door de leven-gevende Geest volbracht worden.

 

Gods volledige behoudenis heeft twee aspecten: het juridische aspect en het organische aspect. Deze twee aspecten zijn niet zo gemakkelijk te begrijpen. Het woord "juridisch" geeft echter te kennen, dat het met de wet te maken heeft; en het woord "organisch" geeft te kennen, dat het met leven te maken heeft. Gods volledige behoudenis heeft derhalve een juridisch aspect wat in verband staat met de wet en een organisch aspect, wat in verband staat met het leven.

 

We weten allen, dat God de mensen van deze wereld zó liefhad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf, opdat zij het eeuwige leven zouden hebben (Joh. 3:16). God gaf Zijn eniggeboren Zoon aan de mensen in de wereld, opdat zij — door in Hem te geloven en door Hem te ontvangen — het eeuwige leven zouden hebben. In de verleden eeuwigheid had God een welbehagen, een hartsverlangen, om één te zijn met de mens; om de mens naar Zijn eigen aard te maken. Om deze reden schiep Hij de mens in Zijn evenbeeld en naar Zijn gelijkenis, opdat de mens een vat zou zijn dat Hem kan bevatten. Hij schiep de planten en de dieren allen naar hun eigen aard. Toen Hij echter de mens schiep, schiep Hij hem in Zijn evenbeeld en naar Zijn gelijkenis (Gen. 1:11-12, 20-21, 24-27). Evenbeeld duidt op iets innerlijks en gelijkenis op iets uiterlijks. Aangezien God de mens op deze wijze geschapen had; was Adam dientengevolge mens of God? Ja, hij was een mens, maar een mens met Gods evenbeeld en Gods gelijkenis. Zelfs ten tijde van de schepping was het idee van een Godmens al aanwezig.

 

In het Nieuwe Testament kwam God om de mens met Zichzelf als leven te regenereren. Johannes 1:12 zegt: "Allen, die Hem aangenomen (Gr. - ontvangen) hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun die in Zijn naam geloven." Wanneer wij kinderen van God worden, ontvangen wij Gods leven en Gods natuur. Aangezien geiten geiten voortbrengen en koeien aan koeien het leven schenken, brengt God ongetwijfeld goden voort. Indien geiten geiten voortbrachten en koeien aan koeien het leven schonken, terwijl God mensen voortbracht, dan zou dat werkelijk zonderling zijn. Datgene wat voortgebracht wordt, moet hetzelfde zijn als degene die het voortbrengt. Het is onmogelijk voor een koe het leven te schenken aan een ezel, net zomin als een geit het leven kan schenken aan een hond. Het is Gods hartsverlangen om ons aan Zichzelf gelijk te maken; niet slechts in Zijn innerlijke evenbeeld en naar Zijn uiterlijke gelijkenis, maar veeleer in Zijn leven en in Zijn natuur. Als het wedergeboren volk van God bezitten wij zowel het leven, alsook de natuur van God. Dit is zeer kostbaar.

 

De door God geschapen mens zondigde echter en viel, omdat hij satan volgde; op deze wijze deed de mens Gods gerechtigheid geweld aan. Toch had God de mensen van deze wereld lief. Ondanks alles wilde Hij de mens — door middel van Zijn leven — aan Zichzelf gelijk maken. De mens werd echter door satan tot zondigen verleid, waardoor hij Gods gerechtigheid geweld aandeed. De mens deed geen geweld aan Gods genade of Gods liefde — hij deed geweld aan Gods gerechtigheid. Gods gerechtigheid, volgens de Heilige Schrift, is het principe waarnaar God handelt. God is rechtvaardig in alles wat Hij doet. Zijn gerechtigheid, als het fundament van Zijn troon (Ps. 89:15), is uitermate strikt. Hier zien we derhalve twee dingen: Gods liefde en Gods gerechtigheid. Volgens Zijn liefde wil God de mens aan Zichzelf gelijk maken. Maar de mens zondigde en deed Gods gerechtigheid geweld aan. Daar Gods gerechtigheid zo strikt is, moet alles, wat God voor de mens wil doen, aan de eisen van Zijn gerechtigheid voldoen. De wet — per definitie — is alles wat door de gerechtigheid vereist wordt. Om deze reden laat de Bijbel ons zien dat God, na de schepping van de mens en diens zondeval, enige tijd later de wet aan de mens gaf. Gods wet werd geschreven en bepaald in volledige overeenstemming met Zijn gerechtigheid. Daar God rechtvaardig is, is elk onderdeel van de wet dat door Hem bepaald werd ook rechtvaardig. Elk onderdeel van de wet is een rechtvaardige eis; om deze reden wordt de wet ook wel de wet der gerechtigheid genoemd (Rom. 8:4a; 9:31).

 

Alles wat God volgens Zijn hartsverlangen voor de mens wil doen, moet aan de juridische toets onderworpen worden. Alles wat God op organische wijze (d.m.v. Zijn leven) voor de mens wil doen, vereist dat Hij de gevallen zondaars op juridische wijze — volgens Zijn rechtvaardige eisen — verlost. Gods gerechtigheid vereist dat Hij de zondaars verlost. Het is alsof Gods gerechtigheid tot God zegt: "O God, het is goed dat U hen liefhebt en het is ook goed dat U vele dingen op organische wijze in hen wilt volbrengen. Maar U moet hen allereerst verlossen om aan de rechtvaardige eisen van Uw wet te voldoen." Dit is de verlossing. Door eerst de zondaars op juridische wijze te verlossen, kan Hij vervolgens doen wat Hij wil om Zijn hartsverlangen op organische wijze te vervullen. "Te doen wat Hij wil" klinkt misschien niet erg positief. Hoe kunnen wij zeggen dat God kan doen wat Hij wil? Jazeker, op grond van Zijn verlossing kan God nu doen wat Hij wil. Wanneer Hij een dief wil redden, dan kan dat; en wanneer Hij een prostituee wil redden, dan kan Hij dat ook doen. Daarom zien wij bijvoorbeeld in de Bijbel hoe een dief werd gered (Luc. 23:39-43); en we zien ook hoe prostituees werden gered (Matt. 21:31-32; vgl. Luc. 7:37; Joh. 4:17-18). Vandaag kan God zonder meer doen wat Hij wil. Gods volledige behoudenis bestaat aldus uit de verlossing, die juridisch vereist wordt en de behoudenis, die op organische wijze door Gods leven volbracht wordt. We moeten goed het verschil zien tussen deze drie dingen: Gods juridische verlossing, Gods organische behoudenis en Gods volledige behoudenis, die zowel Gods verlossing, alsook Gods behoudenis omsluit.

 

SATANS SURVEILLANCE VAN GOD

 

God stond gewillig toe dat de hoogste engel, die door Hem geschapen was (Ezech. 28:13-14) met andere engelen tegen Hem opstond en zijn opponent werd. Op deze wijze werd satan de "oppositiepartij" in het universum om God in het oog te houden en Hem tevens tegen te werken. De Bijbel vertelt ons dat satan God tegenwerkt en zelfs tegen Hem rebelleert. Dientengevolge veroordeelde God hem tot de bodemloze put voor zijn vernietiging (Jes. 14:12-15). Tot op heden is deze straf echter nog niet ten uitvoer gebracht. Het oordeel werd uitgesproken, maar de terechtstelling laat nog op zich wachten. Satan is derhalve nog steeds op vrije voeten in het universum. Ofschoon de Bijbel zegt dat God satan gebonden heeft, hangt het van God af in welke mate Hij satan bindt. Dit is de reden waarom wij zoveel ontberingen en tegenslagen, natuurlijke catastrofen en door mensen veroorzaakte calamiteiten, mislukkingen en frustraties en dergelijke ervaren. Deze dingen gebeuren alom, omdat satan nog steeds vrij rondloopt om ons te verstoren. God is echter soeverein over alles. Ofschoon Hij aankondigde dat satan in de bodemloze put geworpen zou worden, werd satan desondanks niet onmiddellijk door Hem verwijderd. Indien Hij satan onmiddellijk uit de weg had geruimd, dan zou Hij nu zonder oppositiepartij zitten. God wil een oppositiepartij handhaven om zodoende Zijn volmaaktheid aan te tonen. Zonder een oppositiepartij kan Gods volmaaktheid zich niet manifesteren. God zou kunnen doen en laten wat Hij wil zonder enige tegenwerping. Maar een oppositiepartij garandeert dat alles wat God zegt en doet ook volgens Zijn rechtvaardige wet verloopt.

 

Bovendien gaf God Zijn opponent, satan, de vrijheid om als toeschouwer, bij de vergadering die Hij met Zijn engelen hield, aanwezig te zijn; en gaf hem zelfs het voorrecht om Zijn doen en laten te bekritiseren (Job 1:6­-12; 2:1-6). Eens, toen God Zich met Zijn engelen verzameld had, was satan ook aanwezig. En er was geen engel die hem dit belette, omdat zij allen wisten dat hij dit voorrecht had. Satan bezocht deze vergaderingen naar believen en durfde zelfs aanmerkingen te maken. Het boek van Job laat ons zien dat God met satan converseerde. Satan zei eens tot God: "U ziet wel, hoe het met Job is. U heeft hem overladen met goede dingen. U heeft hem overgehaald, om U volmaakt te dienen." Toen zei God: "Goed, van nu af aan lever ik hem aan jou over. Je mag met hem doen wat je wilt, maar zijn leven moet je sparen." Dit gebeurde echter niet alleen ten tijde van Job; tot op de dag van vandaag klaagt satan ons dag en nacht voor God aan (Opb. 12:10).

 

Daarom moet God, bij alles wat Hij op organische wijze — uit liefde voor de mens — wil doen, ook de kritiek van Zijn opponent, satan, in overweging nemen. Dit vereist dat de volledige behoudenis, die God voor de mens wil volbrengen, allereerst aan de juridische eisen van Gods gerechtigheid moet voldoen.

 

DE VERVULLING VAN GODS JURIDISCHE EISEN ALS DE PROCEDURE,
EN DE VOLVOERING VAN WAT GOD OP ORGANISCHE WIJZE WIL DOEN, ALS HET DOEL

 

Wat God - in Zijn volledige behoudenis - met betrekking tot het juridische aspect volvoert, is de procedure; en hetgeen Hij met betrekking tot het organische aspect volvoert, is het doel. Voor zover het de procedure betreft, is datgene wat God volgens Zijn juridische eisen volvoerde: de verlossing — de vergeving en reiniging der zonden, rechtvaardiging, verzoening met God en positionele heiliging. Eens waren wij zondaars onder Gods veroordeling en zelfs vijanden van God, maar nu zijn al onze zonden vergeven en gereinigd. Daarenboven werden wij door God gerechtvaardigd, met Hem verzoend en voor Hem — op positionele wijze — geheiligd. Op deze wijze werden wij verlost. De volledige behoudenis van God houdt echter veel meer in. Wanneer je uitsluitend deze vijf aspecten der verlossing ontvangen hebt, heb je slechts een eenzijdige, onvolledige behoudenis ontvangen. Het eerste aspect van Gods volledige behoudenis is het juridische aspect, waardoor wij zowel de vergeving der zonden, alsook de reiniging van onze zonden ontvingen. Verder ontvingen wij: rechtvaardiging, verzoening met God en positionele heiliging. Deze vijf aspecten kwalificeren ons en stellen ons in staat om Gods genade binnen te gaan. Romeinen 5:2 zegt: "Door wie wij ook de toegang hebben verkregen ... tot deze genade, waarin wij staan." Hoe kan een zondaar toegang verkrijgen tot Gods genade? Uitsluitend door de vervulling van het juridische aspect, d.w.z. door de vergeving der zonden, reiniging der zonden, rechtvaardiging, verzoening met God en positionele heiliging. Bij al deze aspecten gaat het om procedure, kwalificatie en positie. Het juridische aspect kwalificeert ons en stelt ons zondaars in staat om de genade Gods binnen te gaan en om Gods behoudenis, die Hij op organische wijze — d.m.v. Zijn leven — voor ons volbracht heeft, ten volle te genieten (Rom. 5:10). Dit laatste heeft uiteraard betrekking op de vervulling van Zijn voornemen. Zo zien wij dus dat God een volledige behoudenis volbracht heeft, die uit twee aspecten bestaat het aspect van de verlossing en het aspect van de behoudenis. De verlossing wordt op juridische wijze volbracht en de behoudenis wordt op organische wijze volvoerd.

 

Het tweede aspect van Gods volledige behoudenis is het aspect dat betrekking heeft op Zijn voornemen. In dit aspect, dat God door Zijn leven op organische wijze uitvoerde, hebben wij een behoudenis die het volgende inhoudt: 1) wedergeboorte: waardoor we het eeuwige leven van God ontvangen. 2) het weiden: waardoor we in het eeuwige leven groeien en bestaan. 3) heiliging van ons karakter. 4) vernieuwing van ons verstand. 5) transformatie in ons beeld, wat resulteert in: 6) Gods opbouw. 7) gelijkvormigheid aan het evenbeeld van Gods eerstgeboren Zoon, d.w.z. rijpheid in het goddelijke leven en 8) verheerlijking: dit is de voleinding van Gods eeuwige economie (Rom. 8:30). Terwijl de vijf aspecten van de verlossing, die op juridische wijze volbracht worden, de eerste stap vormen; zijn de acht aspecten van de behoudenis, die op organische wijze volvoerd worden, een voortzetting van Gods volledige behoudenis. Terwijl de verlossing op juridische wijze volbracht wordt, wordt de behoudenis op organische wijze uitgevoerd. De acht aspecten van de organische behoudenis resulteren in de Gemeente van God, het Lichaam van Christus, die op haar beurt in het Nieuwe Jeruzalem zal voleindigen. Dit is het uiteindelijke doel van Gods eeuwige economie — een organisme, samengesteld uit de door een proces gegane Drie-enige God en Zijn wedergeboren, geheiligde, getransformeerde en verheerlijkte uitverkorenen, die tenslotte tot één samengevoegd en vermengd worden om zo Gods eeuwige vergroting en uitdrukking te zijn.

 

De door een proces gegane Drie-enige God en Zijn wedergeboren, geheiligde, getransformeerde en verheerlijkte uitverkorenen zullen tot één organisme samengevoegd en vermengd worden om zo Gods eeuwige vergroting en uitdrukking te zijn. In Genesis, toen God Adam schiep, was Adam aanvankelijk alleen — zonder tegenhanger. Toen nam God één van Adams ribben en bouwde het tot een vrouw. Vervolgens werden Adam en deze vrouw tot één samengevoegd (Gen. 2:21-24). Dit is de vergroting van Adam. In Johannes 3, een hoofdstuk over de wedergeboorte, zei Johannes: "Die de bruid heeft is de bruidegom" (v. 29). Christus is de bruidegom en de levende compositie van alle wedergeboren mensen — die het goddelijke leven en de goddelijke natuur bezitten — is de corporatieve bruid, de vergroting van Christus. Daarom vervolgde Johannes in vers 30: "Hij moet meer, maar ik minder worden" (Herziene Voorhoeve vertaling). De vermeerdering in dit vers is de bruid in het voorafgaande vers; en de bruid is een levende compositie van alle wedergeboren mensen. Uiteindelijk onthult Openbaring 21 dat het hele Nieuwe Jeruzalem — als de vrouw van het Lam, Christus (v. 2, 9) — de vergroting en uitdrukking van God zal zijn.

 

Het is betreurenswaardig dat de meeste gelovigen door de eeuwen heen de verlossing, die God voor ons volbracht bij wijze van procedure, als Gods doel beschouwen. Zij benadrukken de vijf aspecten der verlossing, die God volgens zijn gerechtigheid voor ons op juridische wijze volbracht, terwijl zij de acht aspecten der behoudenis, die God voor ons op organische wijze wil volvoeren, veronachtzamen. Dit is een groot gebrek bij de meeste gelovigen van vandaag — gered te worden in Gods leven. Dientengevolge verzuimen zij Gods leven na te streven en zodoende tot volle rijpheid te komen. Zij zien vrijwel niets met betrekking tot de opbouw van het Lichaam van Christus en nog veel minder met betrekking tot de voleinding van het uiteindelijke doel van Gods eeuwige economie — het Nieuwe Jeruzalem. Aangaande het Nieuwe Jeruzalem, als de conclusie van de gehele Bijbel, tast vrijwel iedereen in het duister. Niemand weet wat het is; ofschoon sommigen menen dat het Nieuwe Jeruzalem de hemel is, waar de gelovigen na hun dood heen zullen gaan. Door een gebrek aan kennis omtrent de universele eenheid van Christus en het unieke doel van Gods economie vormen zij vele verschillende sekten en vestigen zij hun eigen kerken op basis van deelwaarheden en fragmentarische visie — met het huidige verdeelde en verwarde christendom als eindresultaat.

 

HET JURIDISCHE ASPECT VAN GODS COMPLETE BEHOUDENIS

 

Het moet ons inmiddels duidelijk zijn, dat Gods volledige behoudenis uit twee aspecten bestaat: het juridische aspect en het organische aspect. Het juridische aspect stemt overeen met Gods gerechtigheid (Rom. 1:17a; 3:21-26; 9:30-31) en staat voor de procedure van Gods volledige behoudenis — om aan de eisen van Gods rechtvaardige wet aan de zondaars te voldoen. Op basis van het juridische aspect worden zondaars vergeven voor God (Luc. 24:47), gereinigd, (Heb. 2:1-3), gerechtvaardigd (Rom. 3:24-25), verzoend met God (Rom. 5:10a) en op positionele wijze geheiligd voor God (1 Kor. 1:2; Heb. 13:12) om zodoende de genade Gods binnen te gaan voor de vervulling van het doel van Gods behoudenis. De verlossing, als het juridische aspect, kan echter het doel van Gods behoudenis niet volvoeren, omdat het uitsluitend de procedure en niet het doel vertegenwoordigt. Het is net als bij een kok die heel veel tijd in de keuken doorbrengt om een feestmaaltijd te bereiden. Het koken op zich is uiteraard niet het doel — maar enkel een procedure. Wanneer later de gasten komen om deze feestmaaltijd te genieten, dan kunnen wij dat als het doel van het koken beschouwen. Met betrekking tot Gods behoudenis moeten we ook niet in de procedure, ofwel het juridische aspect, blijven steken; veeleer moeten wij het doel, het organische aspect nastreven.

 

HET ORGANISCHE ASPECT VAN GODS BEHOUDENIS

 

Het organische aspect van Gods behoudenis wordt d.m.v. Gods leven verwezenlijkt (Rom. 1:17b; Hand. 11:18; Rom. 5:10b, 17b, 18b, 21b). Terwijl het juridische aspect Gods verlossing volbrengt in overeenstemming met Gods gerechtigheid, volvoert het organische aspect Gods behoudenis door middel van Gods leven. Dit laatste aspect omsluit — wedergeboorte, weiden, heiliging van het karakter, vernieuwing, transformatie, opbouw, gelijkvormigheid en verheerlijking. Dit is het doel van Gods behoudenis: om Zijn verlangen — in het kader van Gods economie — in de gelovigen te volvoeren d.m.v. Zijn goddelijk leven.

 

HET JURIDISCHE EN ORGANISCHE ASPECT VAN GODS BEHOUDENIS
DOOR MIDDEL VAN ILLUSTRATIES IN DE HEILIGE SCHRIFT VERDUIDELIJKT

 

We zagen dat Gods complete behoudenis uit twee aspecten bestaat het juridische aspect en het organische aspect. Dit is wel degelijk een uitermate belangrijke zaak die niet altijd zo gemakkelijk te doorgronden is. Ik zou deze zaak verder willen toelichten aan de hand van enkele illustraties in de Heilige Schrift.

 

Het Bloed en het Vlees van het Lam

 

Wat het juridische en organische aspect van Gods behoudenis betreft kunnen we zowel uit het Oude alsook uit het Nieuwe Testament enkele illustraties naar voren brengen. De meest voor de hand liggende illustratie in het Oude Testament is de viering van het Joodse paasfeest. De situatie ten tijde van het Pascha was als volgt: Ten eerste waren zij al meer dan 400 jaar in Egyptische slavernij en was hun vrijheidsstrijd tot dusver vruchteloos gebleven. Ten tweede waren zij, net als de Egyptenaren, zondig in Gods ogen en verdienden zij dientengevolge de doodstraf. Toen God Mozes zond, om hen uit Egypte te voeren, hadden zij echter met twee problemen te kampen die het moeilijk maakten voor hen om Egypte te verlaten. Ten eerste waren zij, net als de Egyptenaren, onder Gods veroordeling en verdienden zij derhalve de doodstraf. Verder zou het moeilijk zijn voor hen om Farao en het Egyptische leger te overwinnen. Om deze reden gaf God hen het Pascha om hen zodoende op tweeërlei wijze te redden.

 

Exodus 12 laat ons zien hoe het Pascha gevierd werd. Op de veertiende dag van de eerste maand moest elk huisgezin van de kinderen Israëls een lam doden. Nadat het lam gedood was, moest het in tweeën gedeeld worden; het ene deel was het bloed en het andere deel het vlees. God beval de kinderen Israëls om het bloed van het lam aan beide deurposten en aan de bovendorpel van hun huizen aan te brengen. Want diezelfde nacht zou God de engel des doods zenden om alle eerstgeborenen in het land van Egypte om te brengen. Wanneer de engel het bloed aan de deur van iemands huis zag, ging hij aan dat huis voorbij. De kinderen Israëls deden alles volgens Gods woord, zodat, toen de vernietiger kwam, hij aan hun huizen voorbij ging. De functie van het bloed van het lam was om hen van Gods oordeel en de doodstraf te verlossen. Dit is het juridische aspect.

 

God beval de kinderen Israëls echter niet alleen om het bloed van het lam aan te brengen, maar ook om het vlees van het lam te braden en om dit, in hun met bloed besprenkelde huizen, op te eten. Zó moesten zij het eten — met hun lendenen omgord, met schoenen aan hun voeten en met een staf in hun hand; zij moesten het "in haast" eten. Ik geloof daarom stellig dat zij bij het eten stonden en niet aanzaten. Dit betekent dat zij na het eten Egypte onmiddellijk moesten verlaten. Nadat zij het bloed van het lam gesprenkeld hadden, moesten de kinderen Israëls derhalve ook het vlees van het lam — in haast — opeten. Aan de ene kant, juridisch gezien, werd het bloed aan de deurposten gestreken om aan Gods behoefte te voldoen; aan de andere kant, organisch gezien, werd het vlees door de kinderen Israëls gegeten en geassimileerd om hen te sterken voor de uittocht. De weg die vóór hen lag, was tamelijk lang: op z'n minst drie dagen reizen. Indien zij het vlees van het lam echter niet aten dan zouden zelfs drie uur voor hen teveel zijn om van drie dagen maar niet te spreken. Indien zij het vlees van het lam niet aten, zouden de Egyptenaren hen beslist inhalen. Om deze reden moest elk huisgezin het vlees van het lam eten, totdat zij verzadigd waren, om zodoende gereed te zijn voor de reis die voor hen lag. Dit is het organische aspect.

 

Het Pascha in het Oude Testament laat ons derhalve zien dat Gods volledige behoudenis, zowel het aspect van de verlossing alsook het aspect van de behoudenis omsluit. Het aspect van de verlossing stemt overeen met Gods juridische eisen en wordt door het bloed van het lam weergegeven; terwijl het aspect van de behoudenis overeenstemt met de organische provisie van Gods leven en door het vlees van het lam wordt weergegeven.

 

Het Kleed en het Kalf

 

Vervolgens zullen wij een illustratie in het Nieuwe Testament in ogenschouw nemen. Lucas 15 spreekt over een zoon die van huis wegliep en uiteindelijk tot een "verloren zoon" werd. Op een dag keerde de verloren zoon, in vodden gekleed, terug naar huis. Ofschoon hij nog steeds de zoon van zijn vader was, leek hij op het eerste gezicht op een verloren zoon. Toen zijn vader hem al van verre aan zag komen, rende hij op hem toe en omhelsde en kuste hem. Vervolgens beval zijn vader de dienstknechten om zijn zoon het beste kleed te brengen. Dit kleed was welbekend bij het hele huisgezin, omdat het al eerder door de vader toebereid was voor de terugkeer van zijn zoon. De zoon was een verloren zoon geworden en ofschoon hij tot zijn vaders huis teruggekeerd was, moest hij toch dit kleed aantrekken om er als een zoon uit te zien — in de ogen van zijn vader. Dit is het aspect van de verlossing. Om een zoon van zijn vader te zijn, moest hij aan de voorwaarden van zijn vader tegemoetkomen. Toen hij van huis wegliep, verloor hij de status van een zoon en werd op deze wijze een verloren zoon. Toen de vader hem echter met dit kleed bekleedde, werd hij onmiddellijk weer als zoon erkend. Dit verwijst naar het juridische aspect van Gods behoudenis.

 

Het is echter niet voldoende om met het kleed bekleed te worden en op deze wijze als zoon te worden erkend. Enerzijds was de zoon nu gelukkig, anderzijds zal hij wellicht in zijn hart gezegd hebben: "Vader, wat ik op dit moment nodig heb, is niet zozeer om met een kleed bekleed te worden. Ik ben ondervoed. Ik heb jarenlang varkensvoer gegeten. Vandaag ben ik teruggekomen met een lege maag. Geef mij alsjeblieft vlug wat te eten." De zoon schaamde zich wellicht om het te zeggen. Maar toen zei de vader: "Breng het gemeste kalf; slacht het en laat ons eten en vrolijk zijn". Op dat moment kon de zoon wellicht dansen van vreugde. Nadat hij het gemeste kalf gegeten had, was hij tevreden en niet langer hongerig. Het kleed duidt derhalve het juridische aspect van Gods behoudenis aan en het kalf het organische aspect.

 

HET ONTVANGEN VAN HET EEUWIGE LEVEN IN HET EVANGELIE NAAR JOHANNES

 

Het evangelie naar Johannes spreekt op vier verschillende wijzen over het ontvangen van het eeuwige leven. Ten eerste zegt Johannes 3:16: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft ... eeuwig leven hebbe." Vervolgens zegt Johannes 3:14-15: "Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe." Daarna zegt Johannes 6:54: "Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven." En tenslotte zegt Johannes 3:36 op eenvoudige wijze: "Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven." Deze vier Schriftgedeelten laten ons zien dat Gods liefde voor ons zich ten doel stelt dat wij Zijn eeuwige leven zouden hebben. Het feit dat de Heer als een koperen slang aan het kruis verheven werd — om met de oude slang, satan, af te rekenen — was ook met dit doel voor ogen dat wij het eeuwige leven van God zouden hebben. Het eten van het vlees van de Heer, het drinken van Zijn bloed voor onze verlossing en het genieten van alles wat Hij d.m.v. Zijn leven aan ons geschonken heeft — dit alles heeft ten doel dat wij Gods eeuwige leven zouden hebben. En tenslotte heeft ons geloof in de Heer ook ten doel dat wij Gods eeuwige leven mogen hebben.

 

Wat de Heilige Schrift het 'eeuwige leven' noemt, wordt door de christenen in het algemeen als het `eeuwigdurende' leven opgevat. Het eeuwige leven ontvangen, naar hun mening, betekent, dat wij op een dag allen naar de hemel zullen gaan om daar dan eeuwige zegeningen en gelukzaligheid te genieten. Toen ik in mijn jeugd dit soort verhalen hoorde, stelde dit mij niet tevreden. Geleidelijk aan begon ik mij te realiseren dat het 'eeuwigdurende' leven in wezen het eeuwige leven is, d.w.z. — Gods eigen leven. Dit leven is God Zelf. God heeft ons lief, opdat wij Hem zouden ontvangen als ons eeuwige leven. De Heer Jezus stierf voor ons aan het kruis als een slang om met satan af te rekenen, opdat wij God als ons eeuwige leven mogen ontvangen. Hij gaf Zijn leven als een offer en vergoot Zijn bloed, opdat wij God als ons eeuwige leven mogen ontvangen. Eenvoudig gezegd: wij geloven in de Heer, opdat wij God als ons eeuwige leven mogen ontvangen.

 

VIJF ASPECTEN VAN DE JURIDISCHE VERLOSSING,
EN ACHT ASPECTEN VAN DE ORGANISCHE BEHOUDENIS SAMEN,
VORMEN GODS COMPLETE BEHOUDENIS

 

God Zelf, als het eeuwige leven, verlangt ernaar om in ons te komen en ons leven te zijn. Hij komt in ons met een doel voor ogen. Eenmaal in ons, wil Hij ons ten eerste regenereren. Je moet niet denken dat het Gods bedoeling is om je uitsluitend te verlossen. Het ligt veeleer in Gods bedoeling om je te regenereren. Veronderstel nu eens dat je geen goed mens bent en dat ik je wil veranderen zodat je uiteindelijk net zo goed bent als ik. Hoezeer ik ook probeer om je te veranderen, je zult toch nooit zo zijn als ik. Het zou noodzakelijk zijn voor mij om jouw wezen binnen te dringen en je met mijn genen te regenereren. Op deze wijze zou je mijn leven en natuur hebben en zou je net zo kunnen zijn als ik. Op precies deze wijze komt God in ons; om ons met Zijn leven en Zijn natuur te regenereren, opdat wij Zijn leven en Zijn natuur zouden bezitten. Dit is wedergeboorte.

 

Wij hebben allen in de Heer Jezus geloofd. Wij zijn allen gered en hebben allen vergeving en reiniging van onze zonden ontvangen. Bovendien werden wij gerechtvaardigd, met God verzoend, afgezonderd en geheiligd. Zijn wij nu wedergeboren? We hebben in de Heer geloofd, onze zonden werden vergeven en gereinigd, wij werden door God gerechtvaardigd, wij werden met God verzoend en tenslotte werden wij voor God afgezonderd en geheiligd. Dit zijn één voor één vaststaande feiten. Maar weten wij nu zéker dat wij wedergeboren zijn? Indien wij zeker zijn van de bovengenoemde feiten is het onmogelijk om te zeggen dat wij niet wedergeboren zijn.

 

Ik geloof dat wij inmiddels allen de vijf aspecten van de juridische verlossing van Gods volledige behoudenis kennen — vergeving der zonden, reiniging der zonden, door God gerechtvaardigd, met God verzoend en positionele heiliging. Het kan zijn dat sommigen niet weten wat wedergeboorte betekent; zij weten zelfs niet of zij het eeuwige leven echt wel ontvangen hebben. Wedergeboren te worden, en daardoor God als ons eeuwige leven te ontvangen, is het eerste aspect van de organische behoudenis in Gods volledige behoudenis. Voor zover het de organische behoudenis betreft, moeten wij op de eerste plaats wedergeboren worden en Gods eeuwige leven ontvangen. Daarop volgt dan: het weiden, de heiliging van het karakter, vernieuwing, transformatie, opbouw, gelijkvormigheid, en verheerlijking.

 

We moeten deze vijf punten aan de juridische zijde niet verachten. De acht punten aan de organische zijde moeten wij echter zoveel te meer niet geringschatten. De eerstgenoemde groep van vijf punten vormt de grondslag, net als bij het fundament van een huis. De laatstgenoemde groep van acht punten moet op het fundament van de eerstgenoemde groep van vijf punten gebouwd worden. Ik weet dat de eerste vijf punten voor ons — broeders en zusters in het wederopbouwwerk des Heren — volkomen duidelijk zijn. Dit geeft te kennen dat wij de eerste vijf punten als het fundament met voldoende klaarheid behandeld hebben. Vandaag willen wij dus dieper ingaan op de laatstgenoemde acht punten, opdat wij, omtrent deze organische punten een diepere kennis zouden verkrijgen.

 

Witness Lee

The Organic Aspect of God's Salvation, ch. 1-2