Als het Hoofd van de Gemeente, het Lichaam

 

Schriftlezing:

Kol. 2:4, 8, 16-18, 20-23; 3:2b; 1:8, 24; 2:5-7; 3:2a, 16 ,17; 4:2

 

Negatieve dingen

 

In Kolossenzen 2:8 noemt Paulus een aantal negatieve dingen die in dit boek besproken worden: "Kijk u uit, dat er niemand is die u tot prooi maakt door de wijsbegeerte en door ijdel bedrog volgens de overlevering van de mensen, volgens de elementen van de wereld, en niet volgens Christus" (Herziene Voorhoeve-uitgave). Paulus spreekt hier van wijsbegeerte, traditie en de elementen van de wereld. In 2:23 verwijst hij naar een ascetische levenswijze als hij spreekt van "eigendunkelijke godsdienst, zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam?' Volgens 2:8 heeft wijsbegeerte zowel met traditie als met de elementen van de wereld te maken. Verder hebben ook eigenwillige ascetische praktijken veel met traditie te maken.

 

Elke groep mensen heeft zijn eigen wereldlijke elementen en zijn eigen fundamentele leerstellingen. Overal waar het evangelie verkondigd wordt, zullen zij die het evangelie prediken geconfronteerd worden met fundamentele leerstellingen, bepaalde tradities en filosofieën. Zowel in moderne, wetenschappelijk ontwikkelde landen als in onontwikkelde landen is er sprake van bepaalde fundamentele leerstellingen en wereldlijke elementen.

 

Wijsbegeerte, traditie, ascetisme en verschillende wereldlijke elementen zijn stuk voor stuk negatieve dingen, die in het boek van Kolossenzen behandeld worden. Ik heb geen zekerheid dat de heiligen in het wederopbouwwerk van de Heer, volkomen en op absolute wijze gered zijn van de elementen van de wereld en van "de voorschriften en leringen van mensen?' (Kol. 2:22).

 

Als iemand die in China geboren is, heb ik de klassieke werken van Confucius bestudeerd, en werd ik in zekere mate beïnvloed door zijn filosofieën. Maar nu kan ik ten overstaan van de Heer en alle engelen betuigen, dat ik niet langer door enige filosofie beïnvloed wordt. Een dergelijke invloed werd door de Bijbel verzwolgen. Ik lees nu al meer dan vijftig jaar het Woord. Dientengevolge is er in mijn binnenste geen enkele invloed meer van welke filosofie dan ook. Mijn inwendige mens wordt nu uitsluitend beïnvloed door de Bijbel. Dit is de reden waarom ik van Christus kan genieten.

 

Het Woord van Christus

 

In 3:16 zegt Paulus: "Het woord van Christus wone rijkelijk in u". De manier om van de negatieve dingen in Kolossenzen verlost te worden, is het Woord van Christus rijkelijk in ons te laten wonen. Om het Woord van Christus rijkelijk in ons te laten wonen, is het niet voldoende om de Bijbel twee of drie keer per week te lezen. Integendeel, we moeten het Woord van God dagelijks tot ons nemen, als ons dagelijkse voedsel en ons dagelijkse manna. In feite is het beter om – net zoals we drie maaltijden per dag eten – ook drie keer per dag het Woord tot ons te nemen. Dan zullen de ingrediënten van het Woord in ons komen en de samenstellende delen van ons wezen vormen.

 

God en het Woord

 

Wanneer we het Woord op de juiste manier tot ons nemen, hebben we zowel het geloof als de Geest. In zekere zin zijn het Woord, de Geest en het geloof één. Zij ontspringen tenminste aan één bron, en die bron is God Zelf.

 

Als de unieke bron, is God het Woord. "In den beginne was het Woord . . ., en het Woord was God (Joh. 1:1). Is het ooit weleens tot je doorgedrongen dat het grootste wonder in het universum het Woord van God is? De schepping, de verlossing, de wedergeboorte, heiliging, en transformatie vinden stuk voor stuk plaats door middel van het Woord. Als God gezwegen had, en er dus geen Woord geweest was, zou er ook geen schepping geweest zijn. De schepping kwam namelijk tot stand door middel van Gods Woord. Toen God sprak, kwamen alle elementen van de schepping tot stand. Wat geweldig dat onze God een sprekende God is! Dit spreken van God is het Woord. Wat dit betreft is Johannes 1:1 een zeer strategisch vers, want dit vers verklaart dat het Woord God was. Als wij het evangelie van Johannes hadden geschreven, zouden we, in plaats van "In den beginne was het Woord," misschien gezegd hebben: "In den beginne was God". Maar aan het begin van zijn evangelie, plaatst Johannes het Woord vóór God. Sommige lezers menen wellicht, dat Johannes daarmee een vergissing maakte. Wie is de bron: God of het Woord? Er kan geen twijfel over bestaan dat God de bron is. Waarom heeft Johannes het Woord dan op de eerste plaats gezet? Waarom zei Johannes niet: "In den beginne was God, en God was het Woord"? De reden dat Johannes het Woord op de eerste plaats zette is, dat niets zonder het Woord tot stand kan komen. Het was namelijk door het Woord dat alle dingen tot aanzijn geroepen werden. Het hele evangelie van Johannes is op het Woord gebouwd. Verder is ook het gemeenteleven gefundeerd op het Woord. Zonder de prediking van Gods Woord, hadden we nooit gered of wedergeboren kunnen worden, en hadden we ook geen deel van het Lichaam van Christus kunnen zijn. Zo is het Woord de bron van zowel de oude als de nieuwe schepping.

 

Het Woord, geloof en de Geest

 

Volgens het Nieuwe Testament ontstaat er, telkens wanneer wij het Woord horen, geloof in ons. Geloof is een wonderlijk iets: niemand kan het precies verklaren.

 

Toen ik nog jong was, hoorde ik hoe een prediker een bepaalde definitie van het geloof gaf. Hij zei dat geloof vergeleken kan worden met de zekerheid die een lid van een politieke partij heeft, dat de politiek van zijn partij in de praktijk een succes zal worden. Dit zou een definitie van een seculier of wereldlijk geloof kunnen zijn, maar zij heeft niets te maken met het geloof dat in het Nieuwe Testament beschreven staat. We zijn gewoon niet in staat om te definiëren wat echt geloof is. Maar uit ervaring weten we, dat, wanneer we op de juiste manier tot het Woord komen, en een bepaald vers herhalen, we erdoor geïnspireerd worden, en er tevens geloof-in ons ontstaat. Hoe vaker we een gedeelte van het Woord herhalen, hoe meer we geïnspireerd worden. Er is echter geen enkele inspiratie in het herhalen van de woorden van Plato, Confucius of welke andere filosoof dan ook.

 

De Bijbel inspireert omdat het het Woord des levens is, het levende Woord. Het leeft omdat het de uitdrukking van de levende God is. Volgens Johannes 1:1 is het Woord God. Volgens Johannes 6:63 zijn de woorden die de Heer Jezus sprak, geest en leven. Het Woord is dus zowel God als Geest. Johannes 4:24 zegt: "God is Geest." De Bijbel openbaart dat het niet mogelijk is om het Woord, God, Christus en de Geest van elkaar te scheiden.

 

Wanneer we de Bijbel op de juiste manier lezen, en vooral wanneer we hem biddend lezen, ontvangen we inspiratie. Deze inspiratie is de beweging van de levende Geest in ons binnenste. De beweging van de Geest is in wezen de werking van de Geest, en in het Nieuwe Testament wordt deze werking het geloof genoemd. Geloof staat altijd in direct verband' met het Woord en de Geest. Wanneer we in het Nieuwe Testament over het geloof lezen, moeten we beseffen dat dit zowel het Woord als de Geest impliceert. Efeziërs 3:17 zegt bijvoorbeeld: "Opdat Christus door het geloof in uw harten woning make". Het zinsdeel "door het geloof" impliceert zowel het Woord als de Geest. Hetzelfde geldt voor Efeziërs 2:8, waar staat dat we zowel door genade als door het geloof behouden zijn. Het geloof waardoor wij behouden zijn, is het geloof dat zowel het Woord als de Geest impliceert. In Kolossenzen 2:5 spreekt Paulus over "de hechtheid van uw geloof in Christus", en in vers 7 over "bevestigd wordend in het geloof." Ook in deze verzen impliceert het geloof zowel het Woord als de Geest.

 

Als we het Woord niet hadden, zouden we ook de Geest niet kunnen hebben. Evenzo, zouden we geen geloof kunnen hebben, als we het Woord en de Geest niet hadden. En wanneer we vervuld zijn met het Woord, zijn we automatisch vervuld met de Geest. Dan zijn we ook op spontane wijze vervuld met geloof.

 

Toen ik nog jong was, hoorde ik vaak christenen praten over het geloof. Ik begon te bidden dat de Heer me een sterk geloof zou geven. Maar hoe meer ik om geloof bad, hoe minder geloof ik had. Geleidelijk aan besefte ik, dat de toename van het geloof niet zozeer afhankelijk is van het gebed, als van de manier waarop wij tot het Woord komen. Door het Woord steeds weer te lezen, werd mijn geloof versterkt.

 

Broeder Nee moedigde ons aan om elke ochtend een paar verzen te nemen, en die verzen te herhalen en te over- peinzen. Toen ik dat deed, ontdekte ik dat het geloof vanzelf kwam. Wanneer ik terugkijk op mijn ervaring, besef ik dat ik toen niet alleen geloof had, maar dat ik tevens het innerlijke gevoel had, dat ik vervuld was met de Geest. Zo weten we uit ervaring, dat, wanneer we het levende Woord in ons hebben, we zowel de Geest als het geloof hebben.

 

De vier brieven aan de Galaten, Efeziërs, Filippenzen en Kolossenzen spreken stuk voor stuk over het Woord, de Geest en het geloof. In Galaten ligt de nadruk op het geloof; in Efeziërs op de Geest; en in Kolossenzen op het Woord. In Filippenzen ligt de nadruk op alle drie. Volgens Galaten komt geloof door het horen van het Woord. Hoewel in Efeziërs de Geest sterk benadrukt wordt, wordt Hij in Kolossenzen slechts één keer genoemd, en wel in 1:8, waar Paulus spreekt over de liefde van de heiligen in de Geest. Filippenzen spreekt zowel over de overvloedige verzorging van de Geest als over het Woord des levens (1:19; 2:16). In Efeziërs wordt het Woord het woord van God (6:17), in Filippenzen het woord des levens, en in Kolossenzen het woord van Christus genoemd (3:16). Telkens opnieuw wil ik duidelijk maken, dat we buiten het Woord noch de Geest noch het geloof kunnen hebben. Als we van Christus willen genieten en Hem willen ervaren, moeten we zowel de Geest als het geloof hebben. Want hoe kunnen we nu zonder de Geest Christus ervaren? En hoe kunnen we, zonder geloof, van Christus genieten? Als we de Geest en het geloof willen hebben om Christus te ervaren en te genieten, moeten we steeds opnieuw tot het Woord komen. Zowel het geloof als de Geest kunnen namelijk op geen andere plaats gevonden worden dan in het Woord. Hoe meer we tot het Woord komen, hoe beter. Het christelijke leven is dus een leven dat zich voortdurend bezig houdt met het goddelijke Woord. Het Woord moet voor onze ogen, in onze geest, in ons hart, in ons verstand, in onze mond en op onze lippen zijn. Ons hele wezen moet verzadigd zijn met het Woord van God. Buiten ons is het Woord gewoon het Woord, maar zodra het Woord bij ons binnen komt, wordt het de Geest die ons geloof schenkt om Christus te ervaren en te genieten.

 

Het bidden-lezen van het Woord door de oefening van de geest

 

De brieven aan de Galaten, Efeziërs, Filippenzen en Kolossenzen hebben stuk voor stuk een bepaalde nadruk. Maar als we deze boeken naast elkaar zetten, zien we vijf dingen die van het grootste belang zijn voor onze ervaring van Christus: het Woord, het geloof, de Geest, onze geest, en het gebed. Als God ons niet met een geest geschapen had, zouden we nooit door het Woord geïnspireerd kunnen worden, het maakt dan niet uit hoe vaak we het zouden lezen of bepaalde Schriftgedeelten zouden herhalen. De inspiratie die we uit het Woord ontvangen is geen kwestie van gevoel. Menselijke woorden mogen dan onze gevoelens beroeren, maar onze geest blijft onberoerd. Ik heb weliswaar de klassieke werken van Confucius bestudeerd, maar niet één van deze werken kon mijn geest beroeren. Bepaalde werken kunnen wellicht onze gevoelens beroeren, maar alleen het Woord van God kan onze geest inspireren. Slechts één boek – de Bijbel – is in staat onze geest te beroeren. Volgens Hebreeën 4:12 is het Woord van God een scherp zwaard, dat zelfs de ziel van de geest kan scheiden.

 

Johannes 4:24 zegt dat God Geest is, en dat degenen die Hem aanbidden, Hem in geest moeten aanbidden. Als we God willen aanbidden, dan is het beter dat we dit door middel van Zijn Woord doen. Wanneer we echter het Woord lezen, moeten we niet alleen onze ogen en ons verstand gebruiken, maar vooral onze geest. Vele christenen die de Bijbel lezen, lezen hem enerzijds met hun ogen en proberen hem anderzijds te begrijpen met hun verstand. Zo geven zij het Woord dus niet de gelegenheid hun geest te beroeren. Als we willen dat het Woord onze geest beroert, moeten we het Woord biddend lezen.

 

Voordat we het bidden-lezen in praktijk brachten, bad ik meestal wanneer ik twee of drie verzen gelezen had. Nadat ik die verzen gelezen had, vroeg ik de Heer dan om die verzen tot mijn werkelijkheid te maken. Hoewel dit inderdaad wel van nut is, is deze manier van doen toch niet zo nuttig als bidden-lezen. Wanneer we het Woord biddend lezen, hoeven we niet te wachten tot we klaar zijn met lezen, voordat we beginnen te bidden. In plaats daarvan lezen we door te bidden, waarbij we ons lezen vermengen met het gebed. Op deze manier ontvangen we het Woord van God door middel van gebed en smeking.

 

Kolossenzen 3:16 draagt ons op het Woord van Christus rijkelijk in ons te laten wonen. Als we het Woord van Christus in ons willen laten wonen, dan moeten we het Woord door middel van gebed ontvangen. Volgens de Bijbel is het gebed de beste manier om het Woord te ontvangen. Laten we nu Filippenzen 3:17 ter illustratie gebruiken: "Weest allen mijn navolgers, broeders, en ziet op hen, die evenzo wandelen, gelijk gij ons tot voorbeeld hebt?' Je bent wellicht geïnspireerd door dit vers. Maar alleen wanneer je ermee bidt zal dit woord echt in je komen. Het is zó goed, dat we zo'n vers tot ons kunnen nemen door middel van gebed! Wanneer we het Woord biddend lezen, blijft het niet alleen in onze mond, maar dringt het door tot ons diepste wezen. Daarom is het zo belangrijk dat we het Woord ontvangen door middel van gebed. Want als we het Woord bidden, zal het tot ons diepste wezen doordringen.

 

Als een oudere man met veel ervaring, kan ik ervan getuigen dat het gebed de beste manier is om het Woord te ontvangen. Door het Woord te bidden, drinken we het levende water van het Woord. Vervolgens vult dit levende water ons innerlijke wezen, en zorgt ervoor dat wij weldoorvoed en gezond zijn. In 1 Timotheüs 6:3 en 2 Timotheüs 1:13 gebruikt Paulus de uitdrukking "gezonde woorden?' Wanneer we het Woord biddend lezen, wordt dit Woord het gezonde Woord voor ons. Door dit gezonde Woord ervaren we Christus.

 

We danken de Heer dat Hij ons met een geest geschapen heeft, waarmee we Zijn Woord kunnen drinken. Maar als we het Woord willen drinken door middel van onze geest, moeten we wel onze geest oefenen. De beste manier om onze geest te oefenen is door middel van het gebed. Efeziërs 6:17 en 18 zeggen dat we het Woord moeten ontvangen door middel van gebed en smeking, te allen tijde biddende in de geest. Als we het Woord, geloof en de Geest willen hebben, moeten we onze geest oefenen door middel van gebed. Wanneer we wandelen, oefenen we automatisch onze voeten. Evenzo, oefenen we spontaan onze geest, wanneer we bidden. Paulus draagt ons op bij elke gelegenheid te bidden (Ef. 6:18) alsook te volharden in het gebed (Kol. 4:2). Als we van het Woord willen genieten, en tevens de Geest met geloof willen hebben, dan moeten we bidden door middel van de oefening van onze geest.

 

De goddelijke Geest en de menselijke geest

 

In Kolossenzen 2:5 zegt Paulus: "Want al ben ik naar het vlees afwezig, naar de geest ben ik bij u en ik zie met blijdschap de orde, die bij u heerst, en de hechtheid van uw geloof in Christus?' Dit vers geeft te kennen dat Paulus iemand was die in de geest leefde. Toen hij deze woorden aan de Kolossenzen schreef, was hij ver bij hen vandaan. Toch kon hij zeggen dat hij – in geest – bij hen was, en dat hij zich verheugde over hun orde en de standvastigheid van hun geloof in Christus. In zijn geest had Paulus een hemelse telescoop waardoor hij de situatie van de gelovigen in Kolosse kon zien. Hij wist dat alles bij ze in orde was en dat hun geloof standvastig was.

 

In Kolossenzen spreekt Paulus zowel over de goddelijke Geest (1:8) als de menselijke geest (2:5). Dit geeft aan, dat, ten einde Christus te ervaren, we deze twee geesten nodig hebben. Zoals we eerder al gezegd hebben, moeten we ook volharden in het gebed. Het geheim van de ervaring van Christus heeft alles te maken met het Woord, de Geest, het geloof, de menselijke geest, en het gebed.

 

Christus ervaren ten behoeve van het Lichaam

 

In de brief aan de Kolossenzen behandelt Paulus niet alleen het geheim van de ervaring van Christus, het Hoofd, maar ook het geheim van de ervaring van de gemeente, het Lichaam. Het is noodzakelijk dat we het Hoofd ervaren ten behoeve van het Lichaam – dit is een geheim dat we zonder meer moeten kennen. In 1:24 zegt Paulus: "Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn Lichaam, dat is de gemeente?' Het feit dat Paulus leed voor het Lichaam geeft te kennen, dat al onze ervaringen van Christus voor het Lichaam moeten zijn. Als we het Lichaam niet opbouwen met onze ervaringen van Christus, dan zal dat het einde van ons ervaring betekenen. Neem nu je eigen lichaam eens: elk deel van je lichaam trekt profijt van de bloedsomloop. Maar wanneer het bloed door je arm stroomt en plotseling zou besluiten om daar te blijven – en dus niet door de rest van je lichaam zou stromen – dan zou dat een teken van ernstige problemen zijn. Dan zou je hele lichaam in levensgevaar zijn. Dit voorbeeld toont duidelijk aan dat we onze ervaring van Christus niet voor onszelf moeten houden, maar dat we deze ervaring met het Lichaam moeten delen. Het uiteindelijke resultaat van onze ervaring van Christus moet namelijk het Lichaam zijn.

 

Gedurende al die jaren die ik in het christendom door bracht, heb ik nooit iets gehoord over de ervaring van Christus. Ook werd mij nooit verteld dat we genade moeten ontvangen van de Heer, en dat we die genade moeten doorgeven aan andere leden van het Lichaam. Het is beslist noodzakelijk dat we onze geest oefenen door middel van het gebed. Op deze wijze zullen we niet alleen het Woord ontvangen, maar zullen we tevens de Geest en het geloof hebben, om Christus te ervaren en te genieten. Maar wat we van Christus ontvangen, moet onmiddellijk doorgegeven worden aan het Lichaam. We mogen het dus niet voor onszelf houden. Onze geestelijke bloedvaten moeten vergroot worden, om de levensvoorziening naar de andere delen van het Lichaam te bevorderen. Houd deze voorziening niet voor jezelf. Als je dat wel doet, zul je namelijk grote problemen hebben. Kom naar de samenkomsten van de gemeente en bevrijd je ervaring van Christus.

 

Hoe meer we uitdelen, hoe meer we zelf verzorgd zullen worden. Daarom raak ik ook nooit uitgeput van de bediening van het Woord. Integendeel, spreken voorziet mij altijd van meer geestelijke rijkdommen. Enerzijds gaat de stroom eruit, en anderzijds komt hij weer naar binnen. In feite, is de instroming afhankelijk van de uitstroming. Hoe meer we uitdelen, hoe meer we kunnen ontvangen. Hoe meer we aan het Lichaam uitdelen, hoe meer wij verzorgd zullen worden ten behoeve van het Lichaam. Het Woord, de Geest, ons geloof, onze geest en ons gebed moeten stuk voor stuk voor het Lichaam zijn. Zowel Christus als de geest moeten bevrijd worden ten behoeve van het Lichaam. Kom nu niet naar de samenkomst om stil te zijn, maar kom om je ervaring van Christus aan het Lichaam uit te delen.

 

Zorgen voor anderen

 

In ons dagelijks leven moeten we voor de jongeren zorgen, en zowel onze ervaring als ons genot van Christus met hen delen. Het christenleven is een Lichaamsleven, een leven van wederzijdse zorg. Jij zorgt voor anderen, en anderen zorgen voor jou. Aan de ene kant word je verzorgd, en aan de andere kant zorg jij weer voor anderen.

 

Bidden voor alle heiligen

 

Volgens Efeziërs en Kolossenzen moeten we ook voor alle heiligen bidden (Ef. 6:18; Kol. 4:2). Elk lid van het Lichaam heeft gebed nodig. Denk nu niet dat een bepaald lid zo sterk is, dat hij jouw gebed niet nodig heeft. Elk lid van het Lichaam heeft de gebeden van de andere leden nodig. Jij hebt mij nodig, en ik heb jouw nodig. We moeten allemaal voor alle heiligen bidden. Door in de samenkomsten te functioneren, voor de jongeren te zorgen en voor alle heiligen te bidden, zullen alle, door ons ervaren rijkdommen van Christus, aan de andere leden van het Lichaam uitgedeeld worden.

 

Het delen van materiële voorzieningen

 

Tenslotte moeten ook de materiële voorzieningen, die we door de zegen van de Heer ontvangen, met anderen in het Lichaam gedeeld worden. We moeten ons inkomen niet alleen voor onze persoonlijke doeleinden, of voor de doeleinden van ons gezin gebruiken; we moeten ons inkomen ook ten behoeve van het Lichaam aanwenden. In de brief aan de Filippenzen geeft Paulus te kennen dat het delen van materiële dingen noodzakelijk is voor de voortgang van het evangelie, en voor de opbouw van het Lichaam van Christus. Als zodanig maakt het deel uit van de gemeenschap aan het evangelie (1:5; 4:14, 15).

 

We moeten ons om het universele Lichaam van Christus bekommeren. Ik kan getuigen dat ik een zware last heb voor de gemeenten in Afrika. Met name de gemeente te Accra, in Ghana, heeft zeer dringend een samenkomstruimte nodig. Zij kunnen de bouw van zo'n ruimte onmogelijk zelf bekostigen. Heiligen in andere delen van de wereld zouden de last op zich moeten nemen om hen te helpen. Dit is geen geldinzameling voor een bepaalde christelijke activiteit. Dit is veeleer het geven aan het Lichaam van Christus wat wijzelf, op zowel het geestelijke als het materiële vlak, van Hem ontvangen hebben. Als we dit doen, zal onze ervaring van Christus verrijkt worden, ten behoeve van Zijn Lichaam.

 

Witness Lee

The Secret of Experiencing Christ, ch. 11